Q
Q
Quaer-Quitteren
Quaer=ga-waar.
Quaest=geweest.
Quartdraat=kwart-draait 4x. een viersprong; ook de vier wiskundige wetenschappen, als: de muzijk, cijferkunst, landmeetkunde en sterrekunde; welke, nevens de spraakkunst, de redenleer en redekunst, de zeven vrije kunsten uitmaken.
Quaestie=gij-wie-is-die
Quaker=Kwaker.
Qualiteit=ik-wale-het-uit. Wale=willen=kiezen. = wel.
Quand-même=gewoon-mee-mij. Fr., tot elken prijs, hoe het ook ga.
Quantiteit=gewoon-die-’t deit=deed. Want de massa wil het.
Quarantaine=ik-waar-en-te-innen = limb. Waar=bewaren.
Quart=kort het kortste stuk van de heel meetbare lengte. Kwartier=kort-uur.
Quartiermeester=ik-wart-hier meester kwartier maken = ik wart hier van H/D warten=wachten.
Quasi=ga-als-zie of we daar uitkomen.
Queen=koningin zeer snel uitgeproken.
Querel=ik-weer-al. verkeerd liggen bij een ieder. Ook homa. Jean Genet.
Queue=keu van keul=ik-hou-al nota bene de knuppel van Hercules in onze taal zo genoemd. Dus volgend baarlijke nonsesens... Fr., de staart van een dier; de steel, sleep; in het biljartspel, de stootstok; aan vrouwenkleederen, een lendestuk, zekere opvulling van achteren; ook bij optogten enz., het laatste gedeelte van de daaraan deelnemende volksmassa.
Quibus=kweb-is van kwebbelen. Lat., een zot, gek.
Quiës=geweest. Dood.
Quiëscentie=geweest-is-end-die het is voorbij.
Quippos=knoopjes in indiane taal.
Quitantie=kwijt-end-die.
Quittance=kwijt-ons. Fr., kwijting, kwijtbrief, bewijs van schuldvoldoening.
Quitte, Fr., los, vrij, ledig, onbelast.
Quitteren, eenen kwijtbrief geven, als voldaan