P
P
P=B... der lipletters of dialekt-diets klinkers B=P wel het meest voorkomende aller spraken om zogenaamd verschil te maken... u komt duizend en duizenden voorbeelden tegen en daarom verwonderd het mij zo dat etymologen daar geen rekenenschap van af leggen... maar dat komt al hun verzonnen woordentroep dus niet zo uit. Zij zijn aangesloten bij de oficele taalweetnietskunde en daartoe zelfs gediplomeerd, dus hun valse macht misbruikend. P=b ziet u bij deze twee letters ook...P het lussje boven en b het lussje benden dat betekend dat de letters uit den nateren zo gevormd en met verstand van zaken naggetekend de p zijnde de bovenlipklank en de b zijnde de beneden lipklank. Zo tekende willem Bilderdijk het ook na in 1813 waar hij de tekens van het ganse alfabet tracht te weergeven vanuit de natuur.
Hoofdletter B de vollen vooruit gestoken lippen dus boven en onderlip, zien we met een beetje fantasie. De P klinkt scherp, de b wat doffer en zacht. Dit alles benaderd dus de eksakte weten schappen. Het is maar dat U het weet.
Daar het nabootsen van de letteren op papier geen enkele toeval is. P=b achter een verklaring betekend dus omwisseling der beide klankletteren. We moeten gewoon rekening houden met deze verwisseling p=b en velen woorden zijn weer verklaard.en denk er om... niet allen p=b maar ook b=p=v=f=w. alle lipklanken kris/kras inwisselbaar zoals U vanzelf tegen komt.
Paap-Pyronomie
Paap=pope=baab van babtisten=
paaptisten een de paus aanhangende kliek van verschillende afgetakte sekte’s. p=b. paap=papa il papa of
vader; ook een scheldwoord voor de Roomsch-Katholijken en dat bedoeld met pap van pijpen, daar er genoeg pedofielen tussen zitten en men wel zegt dat de katholieken het hebben uit gevonden. Het volk maakt de taal het volk geeft ons alle woorden, daar komt geen geleerde aan te pas in zijn eenmans boekenbedrijfje. Pabulatogen=paab=paap=bal-uit-ogen omdat... monniken in de 3de eeuw, welke niets dan de schaamdeelen bedekten, en in bosschen en woestenijen, van wortels en kruiden, even als het vee, leefden. Waarom we dat moeten weten is mij ook een raadsel?
Pacha=paasen=pasé de wintertijd voorbij.
Pascha, Bassa, p=b bij de Turken.
Pachacamee=pak-hak-en-mee.
de voornaamste God der Peruanen, dien zij als den schepper aller dingen vereerden. Pace=passen de oorlog voorbij de vrede getekend pas.
vrede sluiten, zich onderling verstaan. Paciscenten of paciscerende partijen, de verzoenende partijen, vredestichters.
Packet=pak-uit. Of pak-het. Term voor de transportsektor.Pact=bij-akte p=b.
pactum, (meerv. pacta), verdrag, overeenkomst; verbond.
Padoggen=pats-liggen... p=b L.
(badoggi, battaggi), pijnlijke lijfstraf met dunne buigzame stokken, die op den rug des misdadigers in stukken geslagen worden (in Rusland gebruikelijk). Paedeuterea=bid-diets-ter-eren
scholen voor jonge lieden, en dewijl ook in de kloosters taalonderwijs gegeven werd, zoo in deze dietse naam.
Pagaai=boot-ga-je... b=b
Indiaansche roeiriem. Pagaaijen, met zulk eenen riem roeijen.
Page=pakken ze moesten van alles pakken en bijslepen maar soms werden de jongens ook zelf gepakt.
edelknaap, hof- of lijfjonker.
Pagina=pak-inne k=g. werd de kranten op de markt ook voor inpakken gebruikt. Bij de visboeren nog.
Pagode=bij-gode p=b.
afgodentempel in Indië, ook een afgodenbeeld zelf. Wie en de welke zijn wel of geen afgoden? Elke God-voor-de-dommen.
Pagomancie, Letop! dit soort flauwekal boeken vol van... dat slaan ik normaal allemaal over... hier eens een voorbeeldje, van wat ik niet plaats. Wat moeten we daarmee? Pagomncie, waarzeggerij door middel van indompeling in het water. De oude Duitschers plagten hunne jonggeborene kinderen in den Rijn te werpen, en hielden deze, wanneer zij boven dreven, voor echt; maar wanneer zij zonken, voor onecht. Ook de waterproef der heksen is eene soort van pagomancie.
Pagomen=bij-genomen...
de 5 of 6 dagen, welke door de Egyptenaars en Mooren, na de laatste maand van het jaar ingelascht worden. Is trouwens bij de Chinezen en Mongolen ook. Pagwaat=pak-wat g=k hier heb je een pak-slaag=pakslaag.
lijfeigenen der regering in Ava en Pegu, die wegens gepleegde diefstallen gebrandmerkt worden, en het werk van beul enz. verrigten.
Paille=vullen p=v.
Fr., stroo, bed vulsel.
Pairs=paar-is gelijk paar parei.
Paladin=bij-halen-dien middeleeuwse bediende der ridders. B=p
Palais=paal-huis alles werd vroeger op en met palen gebouwd. Het woord is met de verbouwingen mee gegaan.
Fr., paleis, slot; een prachtig gebouw; Palais de justice, geregtshof. Palamedes=bij-allen-mee-dus.
zoon van Nauplius, koning van Euboea, die de geveinsde krankzinnigheid van Ulysses, ontdekte, en hem daardoor noodzaakte mede tegen Troje op te trekken. Palander=plat-onder. L.
platte vaartuigen, in de Middellandsche Zee, voor de vischvangst.
Palanke=planken paal-lang. K=g
eene plaats, door palissaden ingesloten, waarachter somtijds nog tegen eenen onvermoeden aanval eene borstwering opgeworpen wordt.
Palet=vul-het vol verf en kleuren
Palette=vul-het Fr, schilders verwbordje.
Palindromon=bij-al-lang-draai-omme...
een vers of regel, dat van voren naar achteren en van achteren naar voren gelezen, denzelfden zin geeft, b.v.: signa te signa temere me tangis et angis. Bovenstaandelatijnse regel is gezocht doch een palendroom geld alleen voor woorden. B=P
Palissade=paal-alles-houden.
Palla=val-lang
een lang bovenkleed der voorname Romeinsche vrouwen, tot op de voeten afhangende.
Palm=pak-al-mee.
eigenlijk de vlakke hand, waarmee men alles vas pakt... vingers=vangers. Palmboom=ballen-boom de ballen der kokosnoten bedoeld. P=b. omdat ze bij harde wind tegen elkander klappen in zuidafrikaans dialekt-diets klapperboom. Palmipes=palme-past. En dat 5x=diets
bij de Romeinen eene maat van 5 handen, of 1 voet eene hand breed. Palpabel=paal-pijp-al
handtastelijk, tastbaar; duidelijk.
Pampas=pomp-aa-is waar je water boven moet zien te pompen...
de groote grasvlakten in Zuid-Amerika, bijzonder in Peru.
Pamperos=bomen-ruis...in b=p Buenos-Ayres, de windvlagen uit het zuidwesten.
Hoor de wind waait door de bomen en suis=zeus.
Pamphlet=pomp-blad het was de papier handel der oude friezen, ze staan ter herinnering nog in hun vlag.
Fr., een vlugschrift, een klein.
Pan=baan die met de herders langs de banen gaan. God der herders, bij de oude Romeinen; ook de God der jagers.
Pancratesie=baan-keur-raad-huis.
alleenig zeggingschap over de trek en de route der baanhandel en wandel. a Pandecten=bond-teksten
eene verzameling van de oud-Romeinsche bond-wetten.
Pandora=van-doore de winden die niemand kan vangen als ze eenmaal losgelaten... Paniek=pan-hak waardoor men elkaar in de pan probeerde te hakken. Panorama=bij-an-open-raame
Pansfluit=baansfluit om de boel wat op te vrolijke op de lange trektochten... Pansophie=peins-op-U mensen die hard op denken en ook werkelijk over alles nadenken. bezint eer gij begint. kennis van alle dingen. Panse=peinzen=bij-en-zien of bij-zijn.
Pantalon=band-al-om beenbindsels in vroegere tijden mee gegaan en thans als broek verkocht. P=b
Pantomime-peins-o-menen ook al zijn het de gekste gedachten menen wat je zegt. Soms in gebaren uitgedrukt.
Papa=pijpen door wie dan ook, een zijner liefste bezigheden. Niet dat ik hier smeerlapperij in zie.... Of daar op uit ben. daar mamma=memme=tieten ook op het zelfde neer komt. In vroeger tijden bestond er geen enkel verdachtmaking in liefde strelen en het bij elkander liggen... ik bedoel dus niet het woord verkrachting=verkracht-in. Ook onschuldige woorden als schatje=us-gaatje hebben een dieper onschuldige betekenis. Alles ging vanzelf zonder dwang... Veel pornografische wetten zijn dan ook gemaakt om de mens geld af handige te maken, via boeten en straf zelfs politiek uit te schakelen. Dat is een vuile flikker; ook maar een machts woord om iemand hoe dan ook zwarte te maken het zij af te persen etc... In gezinsverband gebeure vele sexuelen handelingen die gewoon onschuldig zijn Schuldgevoel wordt meestal door andere aangepraat, uit hun valse belangen. Er is nu eenmaa verschil tussern verijheid en dwang ook in sex. Hoewel gedwongen sex ook uitgelokt kan worden door een der partijen als lust-objekt. Liefde en sex een verschil van dag en nacht. Als we alle sex-u-wille=sexuele woorden gaan verklaren tot hun naakteerlijk=natuurlijke betekenis dan krijgen we een heel normaal verhaal. Sex-suck- zuig-ze etc... Daar-door bent u geboren. Het ons bestaan en verder gaan.
Paperassen=papier-razen paperrazie=papier-rotzooi.
onnut, beschreven papier, scheurpapier; oude geschriften.
Papieradel=papier-edel en nog nooit eene daad hebben verricht.
de adel, welke zich niet op geboorte, maar op verheffing, door middel van eene oorkonde grondt.
Papillon=pop-al verpopt zich, Vlaams peppel.
Papuas=poep-u-aas Thans onterecht scheld woord, daar ze toen nog overal in het rond scheten.
Par=paar
Lat., gelijk. Pares, gelijken, tegen elkander opgewassen. Pari ratione, op gelijke wijze. Paraat=voor-uit we gaan! P=v.
paratus, Lat., gereed, bereid om te gaan.
Parachûte=voor-U-schut. P=v=w para=weren=verdedigen de para’s Parade=voor-de-raden... voor de hoogste raad oefening of daaromtrent verschijnen. parade, Fr., pronk, praal; ook plegtige optogt der soldaten; ook het afweren van eenen stoot (in het schermen). Paradebed, pronk- of staatsiebed. Paraderen, pralen, pronken; ter monstering staan; zich in het zondagspak laten zien.
laatste in een meer helder daglicht te plaatsen.
Paradijs=varen-thuis.... Ja wij allemaal!
een lusthof, de verblijfplaats der eerste menschen, de hof Eden=eten. Paradox=weer-atac-ze... door U te weren tevens aanvallen bedoeld. Dubbelzinnig maar soms zeer nuttig noodzakelijk. Uitleg uit 1806.
Gr., wonderspreukig, met de gewone leer en meening strijdig; een algemeen aangenomen gevoelen, hetzij werkelijk of slechts in schijn, tegensprekend, waarbij het echter onbeslist blijft, of het algemeen gevoelen waar of valsch zij; zonderling. Paradoxomanie overdrevene en te verregaande neiging tot zeldzame gevoelens en leerstellingen. Paradoxum, paradoxon, een ongehoord ding, een ongerijmd en met het
gezonde verstand strijdig gevoelen; ook hetgeen met de waarheid schijnt te strijden, b.v.: hij had het ongeluk, rijk te zijn. Paradoxie, ongewone, met het algemeene gevoelen strijdige denkwijs; ook neiging tot zonderlinge stellingen. Paraemastie=voor-en-moest-U
onophoudelijk voortdurende.
Ik ga aan vele P=v=b=f woorden voorbij daar ze voor de niet dialekt-dietsspreker te omslachtig zijn om uit te leggen en ze misschien te verwarrend worden. Paracusis=bij-horen-gesuis. Of gesis=gesuis.
het suizen der ooren. Oren=horen.
Paragraaph=voor-geschrijf, voorschrift.
Parakeleustion=varen-ik-al-lust-ioon.
de Grieksche naam van een schippersliedje. Ioons is een der belangrijkste diets- dialekten. Nog nooit door iemand bestudeerd, daar het op meer dan honderd eilanden en zeekusten gesproken tot in Ierland en de zeeuwse eilanden toe. Parakontakion=vaar-in-kontakt-ioon... nog zulk een lied. Het staat er toch maar, dat ze weer verbinding hebben met een van hun vele eilanden. Vroeger werd alles gezongen op een schip, zelfs in vraag en antwoord, in bevelen en uitvoering. Chantie’s= zangt-us. Parallel=paar-al-lei-al. Vele straten spoorweg zogeneoemd. Ze paren aan elkander. Lei=liggen.
evenwijdig, even wijd van elkander afstaande. De parallel is eene lijn, die, in alle punten, van eene andere lijn, evenwijdig afstaat; figuurl. eene gelijksoortige, b.v. geschiedenis. Parallelplaatsen, gelijkluidende plaatsen. Eene parallel trekken,en nog 100 woorden hier van door de geleerde woorden makers hier van afgeleid... een kolfje naar hun hand=een kluifje naar hun mond.
Paralus=vaar-al-us. P=v.
vaartuig van Theseus, waarop hij, na het verslaan van den Minotaurus, de jonge maagden, welke door dezen opgevreten zouden worden, weder naar Athene terug Parapluie=weren=pluie=plas regen plast. P=w.
Parasiten=voor-ons-eten... die voor ons alles al weggevreten hebben. Parasol=weren-sol=zonlicht tot soleil verbasterd
Paratonnerre=weren-donderen... ziet eens hoe mooi deze verbastering ontraadseld. Dus para=weren,óók.
Fr., een bliksemafleider. Pareren=weren.
Paravent=weren-wind. P=v=w.
Fr., windscherm of -schut.
Paranoi=weer-en-hou-je=slaan
Parc=bij-hark want door te blijven harken onder houden we alle parken... Arabisch bark=park. P=b.
Fr., park of perk.
Parcelle=pour-selle te koop.
deeltje, perceel, b.v. van land.
Parcen=voor-zien
(fabelk.) de schikgodinnen, drie gezusters, Clotho, Lachesis en Atropos, die den levensdraad der menschen spinnen en, naar willekeur, verlengen en verkorten. De
jongste, Clotho, omwindt de spil met wol; Lachesis, spint den draad en Atropos, de oudste, snijdt dien met de schaar af, wanneer de mensch moet sterven. Pardon=waar-dan? hier moet ik niet zijn dit is het niet, het is een vergissing waar-dan kunt u mij zeggen waar-dan moet ik wezen ?
Fr., vergiffenis, genade. Pardon! Pardonnez! Fr., vergeef mij, neen! Pardonnabel, pardonnable, Fr., vergeeflijk, verschoonbaar. Pardonneren, pardonner, Fr., vergeven, kwijtschelden, vergiffenis of genade schenken. De tolken hebben er van alles anders van gemaakt en er bij gesleept... waar dan mag ik u iets vragen is oorspronkelijk een beleefheidsvraag of reeds antwoord.
Pareggeren=paar-eigen-keren ruilhandel... Ital., bij de kooplieden, de eene rekening met de andere handel vergelijken; sluiten.
Pareil=paar-al.
Fr., gelijk, evengelijk.
Parentage=paar-in-‘t-eigen.
Fr., familiebetrekking, verwantschap. Parenteren, familiebetrekking hebben, vermaagschapt zijn.
Parfait=puur-fiekt=fuckt=fok-amour,
Fr., volmaakte liefde.
Parfum=pour-femme. Pour=voor p=v.
Paria=vaar-rije de laagste die moeten roeien en handkarren verplaatsen... voor de rijken Paris=opperhuis.
zoon van Priamus, koning van Troje en zijne gemalin Hecuba; bekend door zijn vonnis het oordeel van Paris genoemd, waarbij hij aan Venus, als de schoonste boven Juno en Minerva, den appel toewees, verder door zijne schaking van Helena, welke de verwoesting van Troje na zich sleepte.
Parket=park-hout. Het beste hout omdat de bomen daar goed verzorgt en van takken groei vrij en kort gehouden zijn.
Parlage=voor-liegen.
Fr., gezwets, nuttelooze ijdele woorden en redenen.
Parlement=sprekend-liegen in de algemene franse volksmond... en nog heel waar ook. Onvertaalbaar echt frans. Mensen die met parle=praten-zich iets menen=meent=liegen. Limb.
Parochie=paar-hokkie waar alle mensen huizen en hokken in paren etc... mijn paar- hokkie.
Parodie=verhoeden... dat je die onzin jou allemaal niet overkomt. Waarschuwing.
Fr., eene soort van spottende gedichten, waartoe geheele verzen of enkele uitdrukkingen uit een bekend gedicht ontleend, en op een ander onderwerp en in eene veranderde beteekenis toegepast, en ernstige zaken daardoor belagchelijk gemaakt worden. Parodiëren, een gedicht veranderen, navolgen; eene hekelrede beantwoorden; Parole=voor-alle. wat afgesproken is. Fr., woord, belofte; (krijgsk.) wachtwoord, herkenningswoord. Parole d'honneur, woord van eer.
Part=behoort dat deel wat mij behoort of toekomt. Parterre=paar=aarde=terre=te-aarde.
eigenlijk, op de aarde, op den grond; eene plaats in den schouwburg gelijkvloers voor het tooneel, alwaar de aanschouwers ten deele staande moeten toezien; ook een tuinbed, een bloemperk. Een parterre maken, eenen val doen. Participant=behoort-u-zuipend.
een deelnemer, deelhebber. Particulieren=aparte-kleren=kleuren. Partie=paar-tijd. Partisan=partij-us-aan.
Fr., aanhanger van eene partij; die het met iemands partij houdt. Partituur=partij-te-hoor en dat moet u dus tengehoren brengen. Honderden woorden in de muziek zijn puur dialekt-diets. horen.(muz.) is dat ontwerp
Partner=vaart-eener. Die op en met p=vde zelfde vaart handeld.
Eng., handelsgenoot.
Parvenu=paar-even-nu...
een gelukskind, een heer van gisteren. Die vandaag nog ongpland wil paren. Paspoort=paseer-de-poort.
passeport, Fr., verlofbrief, vrijgeleide, pas. Zie Pas.
Pasquil=pis-kwijl...
paskwil, een schotschrift, lasterschrift, een geschrift, waarin men iemand valschelijk de schuld geeft van eerlooze daden.
Passaat=pas-houd. Die gelijke pas.
Passaatwind, die wind, welke bestendig op zekere zeeën of aan zekere kusten, in dit of dat jaargetijde, geregeld en aanhoudend waait.
Passant=paserend.
Passagier=pasage-heer.
Passief=pas-af niets meer doen.
Pastei=beste van het heel spul.
deegspijs, gebak van vleesch, ragout van hoenderen, enz., in eene korst. Pastillen=past-stillen iedereen is aan de snoepgoed. Dan hoor je niemand. Reclame naam.
Pastoor=post-houder van oorsprong geen geestelijke.
Pataraffe=poten-griffel.
gekrabbel, wanstaltige pennetrek.
Patata-patata=poten-poten.
een woord, om het galopperen van een paard na te bootsen. We bewijzen U duizendvoudig dat onomotopeën niet bestaan. (Apart hoofstukje.)
Patelin=bijt-al-in
een fijn, listig en doortrapt mensch, die door vleijerijen en door zijn innemend voorkomen, zich bij anderen indringt. Patelinage, vleijerij, vleijende woorden, een vleijend voorkomen, om anderen voor zich in te nemen.
Patent=baatend allen jou de batend en niemand anders.
Pater=bid-er.
Pathetisch=bed-heet-is. Die niet kan wachten om met je naar bed te gaan.... Pathétique.
Pathmos=bid-met-us het grootste monnninken bedrijf aller tijden op een der ioonse eilanden.
beter Patmos, thans Patimo, eiland in den Archipel, door schippers en monniken bewoond, alwaar Johannes in ballingschap leefde, en zijne openbaring zou geschreven hebben;
Patience=bid-onze wachten tot dat je een ons weegt met bidden.
Patiënt=bed-houden. H zien we aan veel woorden hoe verschrikkelijk de vebasteringen. Pâtisserie=pastij-eten-rij.
Fr., pastij- of suikergebak.
Patois=praat-thuis. Schitterend dialekt diets!!! Fr., bedorven landspraak, boerentaal. Allen de standaard schrijftaal bederft.
Patokola=poot-tokkelen.
een speeltuig der Birmannen; eene soort van guitar, met 3 metalen snaren Patres=boot-reis. Thans Uitvaart.
Lat., de eerenaam van de oud-Romeinsche raadsheeren; ad patres gaan, sterven, dood gaan.
Patria=vader-rijk. De rest verbasterde. Lat., het vaderland, Pro patria, voor het vaderland. Patroclus=piet-roekeloos....
zoon van Menoetius en Sthelene, een der Grieksche vorsten, die zich bij de belegering van Troje bevonden.
Patrouille=boot-roei-alle oorspronkelijke roeiwacht. Later ook overgegaan over paden. loopwacht, nachtwacht, rondgaande soldatenwacht, om de openbare rust en veiligheid te verzekeren.
Pauken=beuken hard slaan.
keteltrommen.
Pauper=poep-er. overal je behoefte doen.
Paus=baas. P=b.
het opperhoofd van de Roomsch-Katholijke kerk, zie Papa.
Pause=pas. Pauze=pas-in.
Pauvre=pas-vrij.
Fr., arm, behoeftig; beklagenswaardig. Pauvretê, armoede, behoefte. Pauvre honteux, een arme vol eergevoel, schamele arme.
Pavillon=bouw-vel-ioon. Ioonse vinding. Tenten uit vellen gebouwd.
Fr., paviljoen, eene rond of vierhoekig toeloopende tent:
Pax=pak-ze. Gedwongen vrede.
Lat., paix, Fr., vrede, eendragt, eensgezindheid. Pax vobiscum, vrede zij met u! Pax intrantibus, pax exeuntibus, vrede zij hun, die inkomen, en die uitgaan! En ze hebben ze gepakt!
Paye=bij-je heb je baie=bij-je etc..
Pays=bij-ons land. was vroeger heel frankrijk bedoeld.
Peccadille=begaat-allen jeugzonde.
Fr., eene kleine of ligte zonde.
Pechliwan=pak-alle-win.
worstelaars of kamp-vechters.
Pedaliers=bedelaars monniken in Indië.
Pedant=bij-de-hand.
Pederast=bie-der-aast=achterste limb.
Pedes=pootes
Peine=pijne
Pelgrim=bee-al-keer-heim die een bedetocht onderneemt.
bedevaartreiziger. Pelgrimage, pelgrimaadje, bedevaart.
Pelikaan=bulk-al-aan. Voorloper van het bulktransport. Bulk=vol-ligt.
verzamelde menschen; een rot of afdeeling van 20 à 50 soldaten.
Pelotte=val-uite.
een klein snelzeilend jagtschip.
Pelvit=bij-al-af-eet.
de God des rijkdoms bij de oud-Pruissen.
Penaal=pijn-halen aan de beurt voor slaag. pénal, Fr., poenalis, Lat., de straf betreffende, lijfstraffelijk; loi pénal, strafwet; code pénal, strafwetboek. Penaliteit, strafbepaling, straf. Penaten=binnen-houden.
de huisgoden; die goden, welke, volgens het gevoelen der Heidenen, den staat, eene stad of het huiswezen beschermden; fig. eigene woning. Zie voorts Laren. Pendule=pen-delen die de minuten en uren deelt volgens het uurwerk. Penelope=binnen-lopen of benen al open...
de dochter van Icarius, gemalin van Ulysses en moeder van Telemachus, was beroemd door hare schoonheid en huwelijkstrouw.
Penia=pijn-ja armoede en pijn.
Penibel=pijn-heb-al.
pénible, Fr., moeijelijk, bezwaarlijk, lastig.
Penis=fijn-is. P=f.
het mannelijk lid.
Penny=bie-eene cent.
Pensée=peinzen=bij-een-zijn goed van nadenken en gedachten ze allemaal bij-een op een rijtje.
Fr., gedachte, inval. Pensées, verstandige invallen, gedachten, overlegging, ontwerp. Pensioen=penningen-zien.
Pent=open-hand= getal 5 met zeer veel griekse afleidingen... pent.diets=vouw-af=vijf. us-henke=senk= 5 allemaal met het open van de hand en vijf vingers laten zien van doen.
Pénurie=penari=ben-naare van naar.
Fr., gebrek aan de noodzakelijkste dingen; een hooge graad van behoefte. Perdaytus=vaar-dag-thuis. Vissers aanbidding om toch maar weer iedere dag thuis te mogen komen. de zeegod der angelsaxen.
Perfect=puur-fuckt fokkersterm.
Période=vaar-rij-houde.... P=v. Seizoensgebonde tijdvak om te rijzen of varen... daarna nog 100 andere betekenisen periodiek daar aan gekoppeld of afgeleid.
Peripherie=pheriferiek=vaar-af-en rij-ik. Een oude verkeersterm voor paard met wagens etc... De geleerde hebben er andere termen van gewrocht. B.v.
de omtrek van eenen cirkel; de omvang.
Permanent=vaar-maar-een-end. Nog zo iets! Maakt niet uit als we maar voort gaan. voortdurend, onafgebroken, blijvend; permanente armee, staande leger. Permanentie, permanence, Fr., het voortdurend aanblijven, b.v. van eene wetgevende vergadering; à permanence, op den duur, bij voortduring.
Permis=voor-mij-is... maar niet voor een ander dus. Anders mag het niet... bedoeld voor eigengebruik en geen tussenhandel. Later op vele ander termen van toepassing... Fr., een verlof- of geleide-briefje. Permissie, permission=voor=mij-is-die-aan. Fr., verlof, vergunning, toelating. Permitteren, veroorloven, vergunnen, toestaan. Pierun=vuur-ren.... Maak dat je onderdak krijgt. Bliksum en dondergod der Slavische volkeren.
Perpetuëel=ver-buiten-al...
altijddurend, bestendig, levenslang. Perpetuïteit, onafgebroken voortduring. A perpétuité, in perpetuum, voor altijd, voor eeuwig.
Perplex=voor-plak-ze. P=b=v=f=w Niet wetend of u de concentratie kunt vokhouden om de p/b v/f als echte tweelingletters te blijven herkennen?
Vet/fet ped/bed enz... internationaal dialekt-diets. De tweeling klank p/b zijn een buiten boven en onder lipletterklank. De tweeling klank v/f dat zijn beide onderbinnenlip klankletters... spreek ze voor U zelf uit en u bent er achter... per=pour=voor=for=ver=veur=fir enz.15x. 15x4=60 wissel mogelijkheden in eksakte taalwetenschap dialekt-diets over de ganse wereld... p of b, of v, of v, of f en soms w. Per se=persen.
Persicot=perzik-scheut van perzik getrokken brandenwijn.
Persiflage=voor=suf-lachen...
het staat er helemaal! Dat doet niemand ons diets na. P=v. g=ch. e=oo. i=u. 15 klikers hebben bij alle talen geen vaste waarde derhalve 15x vrij verwisselbaar. Je zou het een soort van rebussen kunnen noemen of exakte taalformules.
fijne bespotting, fopperij. Persifleren, fijn bespotten, belagchelijk maken. Persoon,=voor-ons-staan in persoon verschijnen.
Slechts een regel van node, kijk eens wat uit 1806 allemaal hier volgende....
persona, Lat., personne, Fr., mensch, menschelijk wezen, zonder onderscheid van jaren, geslacht of staat; het uiterlijke voorkomen van een' mensch, b.v.; hij of zij is lang van persoon; de afzonderlijke zelfstandigheid, het ik van elken mensch, hoofd voor hoofd, zoo als hij zich door uiterlijk voorkomen, rang, of stand in de maatschappij, en karakter, van anderen onderscheidt, en bijzonder zoo als hij op het tooneel verschijnt, b.v.: hoeveel personen komen in dat stuk voor? Personaliën, persoonlijkheden, levensomstandigheden. Personaliseren, persoonlijkheden zeggen, op den man aan spreken, beleedigingen uiten. Personaliteit, persoonlijkheid, het eigen onderscheidend karakter van een mensch. Morele personaliteit, de vrijheid van een redelijk wezen onder de zedelijke wet; physiologische personaliteit, het vermogen, om zich in verschillende toestanden bewust te zijn, dat men altijd dezelfde is. Personaliteiten, persoonlijkheden; scherpe en beleedigende uitdrukkingen of aanmerkingen, welke niet de zaak maar den persoon betreffen. Personeel, persoonlijk, in eigen persoon, zelf; personele crediteur,
hij, die voor zijne schuldvordering geen onderpand heeft; personele belasting, zulk eene belasting, welke men voor zijnen persoon moet betalen; het personeel, het aantal personen, waaruit een collegie, eene werkplaats, enz. bestaat. Personificatie, verpersoonlijking, persoonsverbeelding, zie Prosopopeïa. Personificeren, verpersoonlijken, levenlooze, onbezielde dingen als handelende voorstellen, als personen sprekend invoeren.
Perspectief=voor-ons-pakt-af. Je ogen pakken alles wat er is te zien.... Pertinent=verdiend-end.
tot de zaak behoorend, gepast, juist, regt, doelmatig, naar den eisch. Pertinentiën, het toebehooren, de bijstukken eener zaak.
Pervers=pers-vers... een hoop dampende stront.
Pestilentie=pest-stil-einde gaat geruisloos voorbij....
pestilentia, Lat., de pest, eene aanstekende ziekte. Pestilentiëel, pestilentiaal, aanstekend, besmettelijk, verpest.
Peta=bede.
eene Godin der Romeinen, van welke zij geloofden, dat zij de vervulling van de wenschen en beden der menschen voorstond.
Petit=beetje=bijtje=bijt-het een hap van iets te eten krijgen.
Petitie=bid-u.
pétition, Fr., bede, verzoek- of smeekschrift, request. Petitionair, een verzoeker, verzoekschrift.
Pétulant=bijt-alle-hand.
Fr., moedwillig, dartel, uitgelaten, brooddronken. Pétulantie, moedwil, brooddronkenheid, uitgelatenheid.
Peupel=poep-al.
peuple. Fr., het gemeene volk, anders gepeupel. Peupleren, peupler, Fr., bevolken. Phalange=paal-hange dan konden ze goed slaan... heeft hietbrink in het echt mee gemaakt libanon 1967.
de voetzoolstraf, eene in het Oosten zeer gewone straf.
Phalanx=val-langs.
Phallisch=paal-is.
hetzelfde als Obsceen.
Phallophoros=paal-o-verhoor-us.
zij, die bij de feesten van Priapus en Osiris, >het schandelijke beeld van Phallus droegen.
Phallus=paal-lust.
eene ontzettend groote afbeelding der mannelijke teeldeelen, welke bij de feesten van Priapus en Bacchus, Phallogogiën of Periphalliën genoemd, rondgedragen werd. Phantaseren=van-tausche=tausche-heren aanvankelijk toverij.... Tauche=tussen nemen. Fantast=van-tauscht.
Pharmacia=voor-mij-ziek-ja.
Pharus=vuur-huis.
een licht- of vuurtoren, vuurbaak, zeevuur, (naar het, door zulk eenen vuurtoren vermaarde eiland Pharos, nabij Alexandrië in Egypte gelegen, benoemd). Phenix=van-niks weer alles worden...wat dus helemaal nooit kan.
een fabelachtige vogel, die zich door zelfverbranding weder verjongt. As=aus. Phiditen=vet-eten.
bij de Grieken, eene soort van smulmaaltijden of slemppartijen, waartoe ieder zijn geregt medebragt.
Philalethes=voel-al-het-is. Allen door gevoel kun je het hoogste bereiken. Woorden tellen dan niet meer. Sprakeloos van liefde.
Gr., een waarheidsvriend. Philalethie, waarheidsliefde. Philanthroop=veel-aan-de-troep... aan de hele troep een geschenk of gift=geeft. Philautie=voel-uit-U.
eigenliefde, egoïsmus.
Philharmonisch=voel-harmonisch.
de toonkunst beminnende.
Philhellenen=fiel=voel-heleen.
vrienden der Grieken.
redevoeringen van Demosthenes tegen Philippus van Macedonië.
op zijn' naam Philippos, een paardenvriend, liefhebber van paarden. Philologie=voel-al-logika, dat zou het met taal of woorden dus moeten zijn.... Maar juist de schrijftaal heeft de spreektaal door spellingsdwang helemaal door elkander geschopt.
eigenlijk taalliefde, taalgeleerdheid, taal- en oudheidkunde. Philologisch, taalminnend, taalkundig. Philoloog, een taalminnaar, taalgeleerde, taal- en oudheidkundige, taaljonheidkunde, want taal veranderd met de tijd.
Philosooph=voel-ons-zelf = ken je zelf.
een wijsgeer, een verstands- of wijsheidsonderzoeker en leeraar; ook een bijnaam, welken de goudmakers zich bijzonderlijk toeëigenden, van waar; goud der philosophen. Philosophaille, het wijsgeerig gemeene volk. Philosophema, eene waarheiddspreuk, eene wijsgeerige opmerking of gevoelen. Philosopheren, eene stof wijsgeerig behandelen; duidelijke begrippen van de gewigtigste voorwerpen trachten te bekomen; de oorzaken der dingen nasporen. Philosophie, wijsbegeerte, waarheidsliefde, de kennis van al wat de wijsheid en waarheid betreft; ook zekere vastheid en verhevenheid van geest, door middel van welke men zich boven alle onaangename gebeurtenissen en alle vooroordeelen verheft. Philosophisch, wijsgeerig, verstands-wetenschappelijk. Philosophismus, de leer en de grondstellingen der beroemdste philosophen. Philosophist, een schijnwijze, waanwijze. Philosophisteren, beuzelen, haarkloven, schijnwijze of schijngeleerde aanmerkingen of nasporingen maken.
Philosophische teekens
noemden de Astrologen den steenbok en waterman; dewijl deze geacht werden den mensch door hunnen invloed tot de philosophie geschikt te maken.
Phlyaxie=veel-aktie
Phoenice=poenich poen poen het was alleen maar een handelsdrijvend volk en zij hebben in noordeuropa het geld systeem ingevoerd, de ruilhandel verdrongen. Zij kende de funktie van eertijds de poolster; dewijl de Phenicische schippers zich het eerst daarnaar rigtten. Phoeniciërs,
Pheniciërs, overoud volk aan de kusten der Middel-landsche Zee, vaa hetwelk de Karthagers afstammen. Die op hun beurt van de vandalen.
Phorbe=voer-bij... ektra voedsel voor het vee.
Phos=blaas. L.
brandblaas, het licht.
Phosphore=blaas-vuur.
Fr., phosphorus, Lat., eigenlijk, een lichtdrager, lichtsteen;
Photo’s=voor-thoes=foto’s.
Roermond 1960 aan de kazernerpoort van Roermond stond een fotograaf en en riep voor toes...= foto’s. maakte foto’s en de week daarna nam je ze mee naar huis en stonden ze voorgoed op de schouw bij iedereen thuis. En zo is dit woord ontstaan via de handel... woorden gegeven door de mensen die er aam trachten te verdienen. "t- hoes,thoes, voorthoes, forthoes,fothoes,fotos,ph=f photo’s. intrnationaal dialekt-diets ook uit het Grieks. De truck om foto’s te maken of een soort van afbeeldingen bestond al in de 16e eeuw ook al te Roermond. Maar deze mensen werden als heksen vebrand. Nieuwe dingen zijn gevaarlijke dingen. Voor de gevestigde orde... Veranderende zienswijze in taal hetzelfde... Hietbrink wordt op alle mogelijke manieren tegengehouden... 1000 bewijzen dat het mij dagelijks merkbaar overkomt. Waarom? Omdat jij, Ja Jij stomme lezer... dat zo niet geleerd hebt. Gevangen bent van de leef- formules der gevestigde orde. En zo uit alle macht, die ze ook hebben, gehandhaafd. Wetend of wetend doe jij daar aan mee. Gooi dit boek dan ook maar weer weg!
Phrase=verrassen. P=v
Fr., phrasis, Lat., spreekwijs, uitdrukking. Phraseologie, eene verzameling van spreekwijzen. Phraseren, op eene gemaakte wijze, alleen in spreuken, redeneren. Phrenesie=waar-rennen-ze. F=w.
Phrenesis, waanzinnigheid, verstandsverbijstering. Phrenetisch, phrenoleptisch, waanzinnig, zot. Schizofreen=schiet-zo-weer-in. F=w.
Phrygische muts=vrij-ga-zo muts... de muts van de kerstman.
eene roode muts van puntmuts vorm, als zinnebeeld der vrijheid, en handel... Phrijne=vrij-in. Nog te versieren vrouw. eene bekoorlijke boelin, schoone, betooverende lustdeern, naar zoodanig eene in het oude Athene genoemd.
Phtha=bidde.
Phthas, eene Godheid der Egyptenaren, onder welke zij de wereldziel vereerden. Phltharticum=vlot-hart-tik-om.
een vergif, hetwelk spoedig doodt.
Phylax=bij-lig. X=k=g.
eigenlijk, een hondennaam; figuurl. een wachter, beschutter, behoeder. Physica=wijs-ik-aan. Wist-ik. Alleen door het nadenken is er vooruitgang ook al is alles uitgevonden, voor verbeteringen vatbaar en hernieuwing de evolutie blijvend. Bezint eer gij begint.
Physiek, de natuurleer, natuurkunde, kennis der natuur, welke zich tot de eigenschappen, krachten en werkingen der gezamenlijke ligchamen en voorwerpen in het groot heelal bepaalt, de eenvoudige natuurwetten opzoekt, en daaruit de verschijnselen in de lichamelijke wereld verklaart. Physico-theologie, de natuurkundige
godgeleerdheid, de leer van God, uit eene verstandige natuurbeschouwing. Phiysicus, een natuurkundig
Phyton=bijten.
Piano=play-hand-doe
Piano piano=bij-in-hou. Hou je in rustig aan.
Piazza=plazza=plaze=plaats. Ramblas=ruim-plaats. Blaak=plek plakka=plek enz...
Ital., een marktplein in Italië.
Piccolo=pik-ollo=alle. Bagage en spullen verslepers, kleine jongens in hotels. Pico=pik... ik pak die piek zegt de bergbeklimmer.
Piculnus=pak-al-en-us
een God der oude Pruissen, met wiens naam zij den kinderen schrik aanjaagden, voorstander der arguriën vereerd werd.
Pièce=pay-us.
Fr., een stuk, geldstuk; een klein geschrift; een kamertje, klein vertrek. Piekeniek=bikken-en neuken vrij in de natuur. pique nique,
Piëtance=bid-onze. B=p
bij geestelijke gestichten gedeeltelijk dat, wat een ieder van spijs enz. toekomt, gedeeltelijk ook eene overvloediger en betere portie dan gewoonlijk.
Piëtas=bid-us.
Pieton=voeten. Fiets=voet-ze zonder voeten geen voet-zijn=fietsen limb.
Fr., een voetganger.
Pikarun=pikke-ren.
eene soort van Indiaansche roofschepen.
Piket=pik-uit. Nog steeds zo genoemd de piketwacht... mensen die vroeger verdachte met hun piek-lans bij hun kraag naar zich toe trokken.
zie Piquet.
Piloot=pijl-uit die de diepgang van een schip uit pijlde om niet vast te lopen. Scheepsterm mee naar de luchtvaart gegaan.
pilote, Fr., een stuurman, loods, loodsman, wiens werk het is, schepen binnen te loodsen, of dezelve tusschen gevaarlijke droogten en banken door, op eene veilige reede of in eene haven te brengen, Pilotage, Fr., loodsloon, loodsgeld; ook het inslaan van paalwerk. Piloteren, loodsen, schepen over gevaarJijlke plaatsen brengen; ook rammeijen, palen inslaan of bevestigen.
Pinas=binnen-as ook bij molens.
Pinguin=pen-wing=wenk=vleugel.
eene vetgans, een zuidelijke watervogel.
Pionnier=bi-on-eerst de eerste meestal lanverhuizers of kolonisten.
Piperie=pieperij... die er tussen uit piepen... Fr., bedrog, bedriegerij. Piquant=pik-kont. Sex verhalen.
Piramide=vier-aan-midden... de vier bouwlijnen in de punt samen. P=v. Piraat=verraad.
Pisces=vis=peche=fisch etc... voorbeeld van dialekt-diets klank en lipletters verandernig.
Piste=poste.
Pistool=vuist-staal
Pittoresk=petit-toren-huuske...
pittoresque, Fr. In het frans nog beter zichbaar.
Pizzicato=pezen-ge-tokkel. K+L
Ital., (muz.) geknipt, met de vingers getokkeld, niet met den strijkstok gestreken. Plafond=blauw-wand=fond... f=w. daar vroeger dit allemaal in het blauw geschilderd, ook alle boeren kleding die kleur, omdat deze kleur uit India eenmaal het meest voor handen en goedkoop.
Plaga=plaag
een gezwel, dat na eenen stoot of val ontstaat, een buil.
Plaggen=plakken. G=k
lange, breede, vlakke lappen, die van een digtbegroeid heideveld afgestoken worden, om tot brandstof te dienen.
Plagiaat=bi-al-gejat. Men kan niet zonder....
plagiüm. Lat., letterdieverij, boekenplundering. Plagiarisch, af- of uitgeschreven. Plagiator, Plagiariüs, een letterdief, boekenplunderaar, die uit andere boeken gansche plaatsen afschrijft en die voor zijn eigen werk uitgeeft.
Plaideren=pleit-er-een. Pleiten=bi-al-uit. Vrij.
Placideren, pleiten, een regtsgeding voeren, voor het geregt eene zaak verdedigen. Plaisant=blij-is-zend... dat ze eindelijk weg mogen... gaan!
Fr., vermakelijk, genoegelijk, grappig; zonderling, zeldzaam. Plaisanteren, schertsen, kortswijlen, gekscheren. Plaisanterie, Fr., scherts, kortswijl; plaisanterie à part, scherts ter zijde.
Plaisir=blij-is-sier.
Fr., pleizier, genoegen, vermaak, verlustiging.
Plaket=plak-het... heel vroeger van karton en werd gewoon opgeplakt.
plaquette, Fr., eene geringe zilveren munt, in Braband.
Plakkaat=plak-kaart.
plakschrift, een openbaar, aangeplakt bevel van de regering.
Plan=bi-al-an.
Planeet=plan-een-heid... wat heeft men er mee voor? De aarde in iedergeval een dump-plan-een-heid.
Plantage=plant-taken de taak om er te planten.
Planten=bij-land-in. Want daar woorden ze in het land gezet.
Plantsoen=plant-schoon.
Plata=plat althans zo komt het in de handel.
in Spanje, zilveren munten.
Plateau=plat-hoog.
Platitude,=plat-diet-uite zich onbeschoft in platte taal zich uiten. Bewijs dat het woord diet ook al lang in de Franse taal gangbaar. Fr., platheid, platte, gemeene, lage uitdrukking.
Platonisch=plat-en-toch-niets.
Met elkaar slapen en samen leven zonder sex. Vaderlijke vriendschap. Plausibel=bij-alles-op-al. Alles op al doen we het toch maar niet....
plausible, Fr., waarschijnlijk; aannemelijk. Plausibiliteit, waarschijnlijkheid; aannemelijkheid.
Plaveijen=plat-weien... bouw en wegenterm, later op bestrating overgegaan. Plat- wegen.
bevloeren, met steenen beleggen.
Plebejer=bi-al-heb-je-er. Ze zijn niet van je af te slaan, en nergens mee te vreden=te- vreten.
een uit de burger- of volksklasse in het oude Rome. Plebejisch, burgerlijk, gemeen, tot het graauw behoorende, of daaraan eigen. Plebejismus, gemeen gedrag, lage handelwijs.
Pleidooi=pleit-te-hou.
Pleit, regtsgeding, proces.
Plethora=blij-te-horen goede berichten.
Plokpenning=blokpennig waar mee de zaak geblokeers. P=b bewijs.
de penning of het geld, hetwelk, bij openbare verkoopingen, aan hem gegeven wordt, die het hoogste bod gedaan heeft, in Amsterdam gebruikelijk; anders zegt men trekpenning.
Plongeé=plons-gaan.
Fr., de duiking, onderduiking.
Plumage=pluimen maken. Handel. Fr., de vederen eens vogels; vederwerk, vederbosch (op hoeden en helmen).
Pluche=pluis.
Fr., eene soort van fluweel, dat uit kemelshaar en vlasdraden, door elkander gewerkt wordt; wol- of half-fluweel.
Plus=bij-al-is dus altijd meer.
Pocaal=pak-al de hoofdprijs p=b
zie Bokaal.
Poche=pakken. Direkt bij de hand uit je zak te pakken.
Pocillatoren=pak-al-laat-doren
jongens of knechts, die bij de Grieken en Romeinen de tafel bedienden, en in het bijzonder de dranken aanbragten.
Pode=poten
Poeder,poudre,=behoed-er kan in drooge vorm niet bederven en is ook als geneesmiddel behoedend.
Poëete=-bo-weten=bon-weten.
poète, Fr., een dichter. Poème, Fr., een dichtstuk, gedicht. Poëtisch, dichterlijk, dichtmatig. Poëtiseren, dichten, verzen maken. Poëzij, poëtica, Lat., de dichtkunst. Poena=pijn. Of kus...
straf, Sub poena, op straffe. Poenaal, de straf betreffende. Poeniteren, berouw over iets hebben. Zie Ponitent.
Poen=poen=kus in masstricht betekend dus oorspronkelijk dat je er met een kus of metzoenen=mij-uit-zoenen of verzoenen er weer vanaf was.
Point=punt=bi-end maar ook bi-gint=begin.
Polder=paal-dorp daar er heel vroeger al paalwoningen in het water stonden. 1) veilig voor kwaadwillig volk of dieren. 2) water en vis bij de hand. 3) Uitwerpselen en vuilnis meteen weg gespoeld. Was natuurlijk ondiep water... daarom later drooggemaald en de naam polder verbasterd van paal-dorp.
Polemiek=bepalen-maak. De meest ergelijke vorm van de media. Nooit de waarheid. Altijd overal omheen draaien en dus meer op onwaarheden om ten eeuwege dage de krant vol te blijven schrijven. Der halve met opzet conservatief van aard.
polemica, Lat., de twistleer; godgeleerde redetwist; de verdediging van zijn geloof, zijn gevoelens, meeningen. En zo blijven we aan de gang.
Polis=paal=huis=palijs wacht van oorsprong altijd in dienst van de overheid of hen die de politiek bepaald.
policie, Fr., polizza, Ital., verzekerings- of assurantiebrief: polis van assurantie. Politiek=bepaal-het-ijk van kerkelijk naar staat overgegaan.
Polka=bal-ga slavische schrijftaal.
Polonaise=paal-in-aas-in... niets met polen te maken... aan mijn lijf geen polenaise, bedoeld is het bewijs dat dit gezegde, geen paal in mijn aashol=achterste-hol. Polybala=palen-ballen.
werptuig der oude Grieken, bij de belegering van eene stad. Polydactylus=bij-al-lie-tikt-alles...
hij, die te losse vingers heeft.
Die bij alle lieden steelt.
Polygalactia=bij-al=likt-er.
overvloed van melk.
Polygamie=bij-al-lie-ga-mee. Lie=lieden. –lui=lieden=leuten etc...
mannen, veelmannerij. Polygamisten.
Polyglotte=bij-alle-glad glad van tong en talen.
Polygyniek=bij-al-ga-neuk.
de veelwijverij.
Polyhistor=bij-al-heus-te-waar.
een veelweter. Polyhistorie, veelweterij, veelgeleerdheid, groote belezenheid. Terwijl je met nadenken toch veel meer bereikt.
Polynesië=palen-huizen daar waar de mensen nog in paalwoningen.
zie Australië.
Polype=buil-lopen met een bult lopen.
Polysemon=bij-alles-samen. Uitrekening of Afrekening.
Polyspermia=volle-sperma.
zaadvolheid.
Pomologie=bomen-logie. Pome=appels maar.... Let op! De fransen hebben dus geen woord voor appels en zeggen tegen de meest voorkomende vruchtensoort pome=bomen. Want daar is het te halen het woord komt dus van de iooniërs die vroeger gewoond hebben in Frankrijk. Verder bewijs is... pomen-logie dus niet alleen appels bedoeld maar alle fruit.
de leer van de boomvruchten, ooftleer, ooftkunde. Pomologisch, ooftkundig, de ooftleer betreffende. Pomoloog, een ooftkundige, vruchtkenner.
Pomona=bomen-hou de woning van Jan wolkers zo genoemd op Texel.
de ooft- of tuingodin; ook eene beschrijving van tuinvruchten.
Pompier=pomp-heer. Pomp=plomp L. daar werd het water uit de plons of plomp gehaald. Fr., een pompmeester; een brandspuitgast.
Ponctuëel=punt.-doe-al. Punt uit.
Punctuëel, stiptelijk, naauwkeurig.
Pond sterling=bont-staar-lang.... Bont vellen waar ook de staart nog mee aan zat was mer waard. P=b.
Ponjaard=puntje-hard.
een korte Spaansche dolk.
Ponsch of punch=puntje=pintje niet te veel van die lekkernij.
ponche, Fr., punch, Eng., een bekende drank, waarvan rum of arak, suiker, citroensap en water de hoofdbestanddeelen uitmaken; ook wordt de hansworst in het Engelsche poppenspel Punch genoemd.
Pont=punt... daar vroeger er daar geen bruggen waren maar daar werd afgesproken op al die punten waar de rivier het gemakkelijkst doorwaadbaar of te oversteken.
Fr., eene brug; van daar pont-dormant=door-bemant=eene vaste brug; pont-levis=al- hef-is, eene ophaalbrug; pont-tournant=door-een-hand= eene draaibrug. Viva la france! ferme bouche! En nog veel en veel ouder het woord brug=bij-rug. Op de rug van mensen of trekdieren kwam men aan de overkant als men niet kon zwemmen. Popans=pop-ons pedefiel. Vlaams.
een bullebak, schrikbeeld, waarmede men de kinderen bevreesd maakt.
Pope=paap eigelijk een schekldwoord. en priester der Grieksche kerk in Rusland. Populair=poep-aller... volksgezind; algemeen verstaanbaar, nuttig en gemakkelijk te begrijpen; gemeenzaam, volklievend en door het volk bemind. Populariseren, iets voor het volk verstaanbaar en aangenaam maken; algemeen nuttig maken; zich populariseren, zich bij het volk bemind maken. Populariteit, volksgezindheid; algemeene verstaanbaarheid, nuttigheid; volksbelieving, gemeenzaamheid, minzaamheid jegens geringeren. Populatie, de bevolking, volksmenigte. Populeren, peupleren, peupler, Fr., bevolken. Populeus, populeux, Fr., volkrijk, sterk bevolkt. Porno=voor-en-hou laat het geen ander zien...hou het voor-en-u=porno. Daarom er een balkstreep voor. P=v.
Poromphalos=voor-om-vel-los... ik neem deze mee op dat ik er over de navel=navel in alle talen er al een stuk of 50 heb wegelaten... zo ongevver als hier volgens beschreven etc... de reinste geleerde of geneeskunde flauwekal. navelsteenbreuk, het vooruitsteken van den navel, uit hoofde van eene verharding of van eenen daarin zich bevindenden steen.
Porselein=pers-al-in. De truck om aarde zo compakt en fijn dun mogelijk te fabriceren. Port=vaart.
Fr., eene haven, zeehaven; een toevlugtsoord, vrijhaven; verder beteekent dit woord ook brief- of vrachtgeld, en is het tevens eene verkorting voor portwijn. Portaal=poort-hal
de hoofdingang van eene kerk of elk ander groot gebouw; de ruimte voor de gangen bij de deur ook wel het voorportaal genoemd.
Portant=voor-de-hand. Fr., van zeer nabij.
Portentum=voert-en-te-om. Soort van keizersnede, bij geboorte.
Porteur=vaart-heer.
een drager, overbrenger; houder van eenen wissel.
Portgrave=vaart-schrijver.
in Engeland een havenmeester.
Portier=poort-heer.
deurwachter, poortbewaarder.
Portique=poort-hoek
Portret=voor-treed. U treed voor de camera. portrait, Fr.
Portulaan=vaatr-al-aan.
het graadboek, een boek der zeelieden, dat de ligging der kusten en zeehavens beschrijft, en naauwkeurig in graden opgeeft.
Portumnus,.........................
bij de Romeinen, de God der havens, die, op een' dolfijn rijdende, met eenen sleutel in de hand afgebeeld werd. Lust u er zo nog een paar? Eergisteren was ik ook nog mijn sleutel kwijt.
Posé=pauze=poosje stil zitten bij portretschilders en bij de fotograaf.
Fr., gesteld, gezet; ook bedaard ernstig, bedachtzaam.
Posidon=boos-zee-doen... Grieksche naam van Neptunus.
Positie=boe-zit-U.... Begrijpen alleen limburgers.
positio, Lat., position, Fr., stelling, ligging eener plaats; de houding des ligchaams; de toestand of gesteldheid van zaken. Positief, vastgesteld, bepaald; werkelijk, zeker, stellig; het positief regt, het stellige regt; de positive religie, de geöpenbaarde, beschreven godsdienst, in tegenoverstelling van de natuurlijke; de positive straffen, de stellige, door de wet bepaalde straffen; (stelkunst) stellig, wat het teeken † voor zich heeft, in tegenstelling van negatief, ontkennend. Positivus, (gradus, Lat., de eerste of stellende trap der bijvoegelijke naamwoorden (spraakk.). Als zelfstandig naamwoord beteekent positief ook een klein orgelwerk, van daar rugpositief. Posito, gesteld, aangenomen, in geval; posito sed non concesso, gesteld, maar niet toegestaan; positis ponendis, het vooronderstelde aangenomen zijnde.
Possibel=pas-heb-al ga maar door en neem maar mee.
possible, Fr., mogelijk, doenlijk. Possibiliteit, de mogelijkheid, uitvoerbaarheid. Post=past alles wat dorp voor door iederdag paseert en weer voorbij komt. De past- koest van het paseren.
Posterij=post-door-rij het openbare postwezen. En daar werd vroeger heel goed op gepast. Vele woorden hier van afgeleid.
Posthon=post-hoorn blaas er maar eens flik op!!! Ha ha ha! Iets voor de liefhebbers. Posthoncus, een groot mannelijk lid. Ook een mensch met zulk een lid. Gezwel aan het mannelijk lid op de voorhuid.
Posthuma=past-heim. die is niet meer thuis....posthumus, Lat., een na den dood des vaders geboren kind; opera posthuma, Lat., oeuvres posthumes, Fr., nagelatene schriften of werken, die na des schrijvers dood in het licht komen. Postillon=post-illioon van dit volk de vinding in oorsprong.
Post=vast als militaire post bedoeld. De poest=vast in onze handen. Houden zo! P=v. Lesbos=laatste-post... laatste of eerste eiland voor de Turkse kust. Postulant=post-toe-latend....
hij, die om eenen post verzoekt of in eene orde wenscht opgenomen te worden. Postulatie, het aanzoek, verlangen, begeeren; het aanzoek van een' persoon bij den
paus, om de keus van eenen kandidaat, tegen welken anders iets in te brengen zoude zijn, te bevestigen. Postulatum, Lat., vereischte, vorderingsstelling; in de wijsbegeerte, eene stelling, welke uit eene verklaring opgemaakt wordt; en waarvan men vordert, dat die zonder bewijs gelden zal. Postuleren, eischen, vorderen; om iets aanhouden, verzoeken, naar iets dingen.
Postuur=past-er kleermakers term.
gestalte, houding van het ligchaam;
Pot=vat p=v.
eene oud-Fransche maat van 2 pinten.
Potage=pot-eigen gemaakt soep.
Potent=potend--- het poten van gewassen bedoeld, oorspronkelijk. Potina=pot-dienen.
eene Godin der Romeinen, welke het opzigt had over het drinken der kinderen. Pot-pourri=potje-parijse liederen...
Potrimpos=poot-ruim-bos. Het aanleggen van bossen.
Pouf=plof als zitje... er neer ploffen.
Polette=vol-eten. Kip.
Poupée=puppies=poep-pies. Spel der kleine honden of katten of poppen spel der kinderen.
Fr., eene pop; een gezwachtelde vinger, uit hoofde van eenig gebrek. Poupon, pouponne, een poppetje.
Pour=voor p=v.
Poussole=pauze-halen. Eten halen.
vroeger de gewone middagspijs der bewoners van Californië, zijnde eene brij uit meel van geroosterde gerst, met maïs, erwten en boonen gemengd. Eene dergelijke brij, enkel uit meel van geroosterde gerst bestaande, werd Atole=eten-halen genoemd en als ontbijt genuttigd.
Pouvoir=bouwer=bouw-heer.
Fr., vermogen, bewind, kracht, magt; pouvoir exécutief, Fr., het uitvoerend bewind. Plein pouvoir, volmagt.
Pover=bij-af-ver. Ver afgegleden in de maatschapij. pauvre, Fr., arm.
Praaijen=beraden. Bij-praten.
op zee, het aanroepen van schepen, ten einde berigten in te winnen en mede te deelen. Praauw=bij-er-houw. Begeliedende scheepjes. Meestal met handel.
zeker Indiaansch vaartuig.
Praktijkwerk-taak. P=w.
Prat=praat=proud. Praatjesmakers.
trotsch, hoovaardig, opgeblazen.
Prebende=preek-bende fatsoenlijke bedelaaars. Alles regelen op papier.
Lat., een stift- of domheer, bezitter van eene prebende. Prebende, stift, de inkomsten, welke aan een canonicaat verknocht zijn; kerkelijke verzorging; ook eene lijfrente. Précair=breek-er of breekbaar.
Fr., twijfelachtig, onzeker,
Precies=prijs-is. Ik wil het bedrag weten van wat de prijs-is-precies.
précise, Fr., juist, stipt, naauwkeurig, bepaald. Precisie, précision, Fr., juistheid, stiptheid.
Preciëus=prijs-is-heus
Précoce=pre-kost. Pre=voor. Afk pre.
Fr., praecox, Lat., vroegrijp, van vruchten; ook van het verstand; ontijdig, voor den tijd manbaar, van daar fille précoce. Precociteit, précocitè, Fr., vroeg- of ontijdige rijpheid. Predikant=preken-die-kent en daar is hij ook voor aangenomen.
Protestantsch godsdienstleeraar, evangelie-verkondiger. Predikatie, eene leerrede. Preë,minent=vrij-minnend.
uitstekend, voortreffelijk. Preëminentie, voortreffelijkheid, voorrang.
Prefect=preof-ijkt.
prefekt, stedehouder, landvoogd. Prefectuur, het stedehouderschap, de landvoogdij; ook de plaats, waar de prefect zijne zitting houdt.
Pregadi=vrij-gaat-U
in Venetië, toen het nog een' eigen' staat uitmaakte, de senaat of groote raad, tot welke alle edellieden, boven de 25 jaar, behoorden.
Pregnant=brengend. Brengt nieuw leven. Fr., zwanger, bezwangerd; Prelaat=vrij-al-eet... die mochten echt doen wat ze wilde... de gangmakers van alle machtmisbruiken.
praelatus, Lat., prélat, Fr., een voorname geestelijke of kerkelijke persoon, een bisschopstitel. Prelatie, voortrekking, voorrang, het regt van eenen zoon, om het ambt, door zijnen vader bekleed, na diens dood bij voorkeur te bekleeden. Prelatuur, de hoogwaardigheid, de waardigheid en woning van eenen prelaat. Preluderen=vrij-liederen die buiten het oficiele programma vielen. Thans prelude. voorspelen, een voorspel maken; inleiden, voorbereiden. Praeludiüm, Lat., prélude, Fr., een voorspel; een voorlooper, voorteeken.
Prémices=vrij-aan-mij-is.
Fr., primitiae, Lat., de eerstelingen, b.v. van de vruchten. Of vrucht gebruik. Premie=vrij-mee nog iets extra"s.
Premier=vrij-mijnheer.
Prendre=voor-anderen.
Fr., nemen. A prendre, om te nemen, veil, b.v. dat huis is à prendre, men kan het krijgen, als men wil.
Preparaat=vrij-paraat. Niet bezet of geclaimd.
Prerogatief=vrij-er-gaat-af.
prérogative, Fr., praerogativa. Lat., voorregt, voorrang.
Presbyter=prijs-bis-er ioonse priesters... priester-bid-ioonen.
een oud, eerwaardig man, oudste kerk- of gemeente-voorstander, priester. Presbyterianen, Protestanten in Engeland, die de bisschoppelijke waardigheid niet erkennen; maar de Kerk slechts door de oudsten of presbyters willen bestuurd hebben. Présence=prijs-onze ektra eer bewijzen. Acte de prijs-onze.
Pressant=pressend.
dringend, haastig, geen uitstel.
Prestigiën=prijst-eigen en dat doen er heel erg veel.
prestiges, Fr., toovermiddelen, verblindingen, begoochelingen. Pretendent=praat-en-doend. Dus geen praatjes.een vorderaar, eischer. Preuve=proeven meestal ten eigen behoeven.
Prévôt=brief-houd.
eertijds in Frankrijk de naam van onderscheidene hoofdbeambten.
Priaap=vrij-op. Die zonder schaamte de eerste de beste pakte.
Priapus, Heidensche ontuchtig voorgesteld afgodsbeeld; ook het mannelijk lid. Priamus=vrij-heem-us.
koning van Troje, onder
Prima=vrij-man! N.
Primaat=vrijmee-eet.
primas, Lat., eerste of opperste aartsbisschop van een rijk; ook de waardigheid of het ambt van eenen primaat (het primaatschap). Primae viae, Lat., de eerste wegen, zoo noemen de artsen de maag en het gedarmte, dewijl in beiden de afvoering der stof begint. Primair, Fr., eerste, voornaam; oorspronkelijk, b.v.: primair onderwijs, eerste of lager onderwijs; primaire scholen, lagere scholen in Frankrijk; primaire gebergten, oorspronkelijke of grondgebergten. Prime, de eerste stem, eerste toon van elke klankladder; (schermk.), de eerste positie na het trekken van den degen (de houw van boven naar het hoofd); ook de eerste drukzijde, schoondruk; het eerste biduur in de kloosters, enz. Primeren, de eerste zijn, zich boven anderen verheffen; van daar primus, Lat., de eerste prijsbehaler op eene school.
Primgetallen=vrij-mee getallen die niet gebonden aan delen...
(rekenk.) eerste of ondeelbare getallen, b.v. 1, 3, 5, 7, 11 enz.
Primitief=vrij-mee-eet-af. Alles wat niet weet dat er ook geld en geld verdienen bestaat om te moeten kopen.
Primordiaal=vrij-mee-hoort-in-al. En dat is de nederdiets dialekt-diets.
eerst, oorspronkelijk, b.v. primordiale kracht, oorspronkelijke of grondkracht. Principe=brein-en-scheppen. Zij die machtwellustlingen zijn en de mens door hersenspoeling aan zich binden zo als kerk en staat beogen.
Pripegala=vrij-pak-allen
een afgod, aan wien de Wenden, nog in het begin der 12de eeuw, de Christenen, die in hunne handen vielen, onder de schrikkelijkste folteringen, offerden. Allicht anders werden de Wenden straks zelf gepakt.
Prison=prijs-aan mensen werden gevangen gehouden en er een losprijskaartje aan gehangen naar gelang de bealangrijkheid des personen.
Privaat=vrij-vat. Dat vat=vaat werd namelijk volgescheten.
niet openbaar, huiselijk, geheim.
Privié=brieven. De inhoud Alleen. voor de geadreseerde betemd.
Pro=voor-U =voor. Pre pour per par ver etc..
Probabel=proef-hap-al probeer eerst eens een hapje.
probable, Fr., waarschijnlijk, vermoedelijk. Probabiliorist, die het met de waarschijnlijkheid houdt. Probabilismus, leer der Jezuiten, volgens welke ieder het ongerijmdste gevoelen voor waar kan aannemen, wanneer het hem slechts waarschijnlijk voorkomt; leer van de waarschijnlijkste gevoelens. Probabiliteit, waarschijnlijkheid, geloofbaarheid.
Probatum=proef-buit-heim.
Lat., probaat, bewezen.
Probiteit=proef-bij-tijd en wees niet gulzig. braafheid, regtschapenheid, goede trouw.
Probleem=porp-leem bouw term van muren en plijsterwerkers. Bij korrels in het lijm=leem had men prop-leem. Dat hield niet en zat je in de problema. Proces=proef-zo-is.
Procrusthos=breek-rust-huis.
de verminker; een fabelachtige wreedaard in Attica, die zijne gasten in eene korte of lange slaapplaats paste, naar dat zij lang of kort waren, en alzoo gelegenheid had, om ze, te kort voor de lange slaapplaats zijnde, uit te rekken en te lang zijnde, in te korten; zoodat hij hen altijd deed sterven. Theseus handelde eindelijk met hem, zoo als hij met anderen gedaan had. Van daar verstaat men overdragtelijk door het bed van Procrustes, den willekeurigen vorm, waarin men een voorwerp met geweld besluit of inkleedt. Ook dialektdiets heeft vel fantasie verhalen... maar de bedoeling toch achterhaalbaar. Procrusthus géén eigenaam
Procuratie=voor-keur-raad-U.
Procureur-général=voor-keur-ken-er-al.
Prodigaal=voor-uit-take-all.
verkwistend, doorbrengend. Prodigaliteit, verkwisting. Prodigeren, verkwisten, doorbrengen.
Product=brood-dekt. Eet brood en dekt de tafel want dat is het 1e belangrijkste produkt.
scheppend, vruchtbaar. Productiviteit, de voortbrengingskracht, scheppende kracht, vruchtbaarheid.
Profaan=proef aan maar... verer mag hij niet gaan !
oningewijd, ontwijd; wereldlijk, goddeloos, roekeloos; onheilig, met de godsdienst spottend; profane geschiedenis, de algemeene of ongewijde (niet bijbelsche of kerkelijke) geschiedenis. Profanatie, ontheiliging, ontwijding; ontëering, misbruik. Profaneren, ontheiligen, ontwijden; met de godsdienst spotten; misbruiken. Professie=proef-vast en bewezen.
bekentenis, openlijke verklaring.
Profeet=proef-weet en als eerste eet en daarom alles weet voor al hoe het smaakt door andere wel gemaakt.
De duizendichter 10-1-2010.
voorzegger, voorspeller; godstolk of godsdienstleraar van het oud-Joodsche volk. Profetes, voorzegster, zieneres. Profetie, voorzegging, openbaring. Profeteren, voorzeggen, voorspellen. Profetisch, voorspellend, vol voorgevoel. Proficiat=proef-is-ja-had=hebbes. de test goed door staan. Kijk! Natuurlijk is dat hele profesoor=proef-eens-hoor en de profeten=proef-eten ontstaan uit de eetcultuur... culinaire=keel-in-eren.
Lat., wel bekome het u! God zegene u!
En dat is mee gegaan met allerlei andere kunstmakerije. Alende huidig leerinstellingen hebben daar een ongeloofelijk universitair cirkus van gemaakt... de honden lusten er geen brood van. Het eenige wat zij er vanuit de ooorsprong aan hebben overgehouden is dat het zich volvretende profiteurs=proef-het-eerst zijn en zich aan de onwetendeeid van het volk laven=leven. Laatst heb ik er een in Maastricht van de trap af zien lazeren, dronken dood. Hij was hoogleeraar aan de maastrichter universiteit. Stilzwijgend is men
aan dit ongeluk voorbij gegaan. Naamloos en nummerloos ligt hij ergens begraven, Ad, ik had goede gesprekken met hem... hij wist het en
het fatale=valt-allen stond hem ook in het gezicht getekend. Tot dat hij inderdaad tomeloos van de trap af tuimelde tegen over zijn stamkroeg genoeg. Profund=proef-fundament.afk.
profundus, Lat., profond, Fr., diep, grondig, b.v. van kennis. Profundimetrie, de dieptemeting.
Profusie=proef-vast.
uitgieting; verkwisting; ook overvloed, Profuus, verkwistend; wijdloopig. Profijt=proef-eet en ze blijven maar eten. profit, Fr., de winst, het nut, voordeel, de opbrengst. Profitabel, profitable, Fr., voordeelig, winstgevend, nuttig. Profiteren, winnen, voordeel of nut trekken of hebben; nuttig, winstgevend zijn; ook leeren, vorderen. Programma=vraag-er-omme... p=v.
gedrukt berigt; aangeplakte aankondiging; uitnoodiginsgeschrift tot eene plegtigheid; schriftelijke opgave van de muzijkstukken, welke er op een concert zullen gespeeld worden enz.
Project=voor-jagt. Het doel uit kiezen waar op te jagen. Jacht term. Proletar=prul-laat-er.
Proletarii, bij de oude Romeinen, zoodanige burgers, die, wegens hunne armoede, den staat met niets, dan met hunne kinderen konden dienen. Prolongatie=voor-al-lang-gaat-U.
verlenging, vertraging, uitstel, later gestelde termijn, Prolongeren, verlengen, uitstellen, eenen lateren termijn of tijd bepalen.
Promenade=voor-om-mijn-eten. Avond wandeling voor het eten. Diets een ommtje maken.
Promesse=voor-mij-en-is-ze. Dat wijf gaat alleen met mij.
Fr., promissio, Lat., belofte; ook eene schuldbekentenis met belofte om op eenen bepaalden tijd te betalen. Promittent, belover, toezegger. Promitteren, promettre, Fr., beloven, toezeggen.
Prometheus=vuur-mee-thuis.
(fabelk.) roofde het vuur van den hemel, en werd daarvoor aan den Kaukasus vastgeklonken, alwaar hem een arend dagelijks de altijd weder aangroeijende lever wegvrat.
Prompt=voor-om-op-het.
Fr., prompt, vaardig, spoedig, vlug,
Pronomen=voor-noemen
Lat., (spraakk.) een voornaamwoord.
Pronselen=bij-ronselen=rond-zeulen.
knoeijen, kwanselen.
Proost=voor-eerste.
een opperste, kerk- of stiftvoorstander, kloosterhoofd, oppergeestelijke. Proostdij, het ambt en de woning van eenen proost.
Propaedeutiek=voor-op-pad-duid-ik. Voor dat je op pad... waar je naar toe wil. propaedeutica, Lat., de vooröefening, voorkennis, voorbereidende kundigheden; voorschool. Propaedeutisch, voorbereidend, vooröefenend, vooronderrigtend. Propaganda=voor-op-gaande. Al het andere uitsluiten.
Proper=voor-op-puur.
Propos=voor-op-pas.
Prosit=proef-eet.
Lat., wel bekome het u! uwe gezondheid! het doe u nut of voordeel! Prostituée=voor-us-staat-uwe.
Fr., eene openbare hoer. Prostituëren=voor-us-staat-uwe-eren.
Dus gewoon een vrouw die zich aanbied en waarom zal die verdomde geleerde er iets achter zoeken.... ? omdat ze zelf het meeste naar de hoeren gaan!!! Maak mij niet kwaad.
openlijk prijs geven, ontëeren, schandvlekken; zich belagchelijk of verachtelijk maken. Prostitutie, prostitutio, Lat., schending, ontëering, schandvlekking, ontuchtig leven. Protectie=voor-dekt-U. van te voren geld afpakken.
Lat., protection, Fr., bescherming, begunstiging, hoede. Protector, Lat. Protest=voor-uit-test. Eerst bewijzen met je praatjes.
Protocol=voor-uit-kal afgesproken werk.
Protoplasten=voor-uite-plaste. Thans mag je niet eens meer wildplassen.
de eerstgevormde menschen, oorspronkelijke menschen.
Provenier=proef-in-eer.
de genieter eener lijfrente uit eene geestelijke stichting.
Proviand=proeve-hand. Dat uit de hand snel te verorberen is.
mondvoorraad, levens-middelen,
Provoost=proef-vast.
Proza=bi-roza=rosé de kleur van zons op en ondergang, de kleur van de verlegenheid der wangen en de kleur van alle lichamelijke liefde. De rosé vingerende dagraad. Prude=praten maar niks te versieren preuts.
Psalme=bij-us-al-mee het zingen bedoeld.
Pseudo=bij-us-zo-doen... en dat is nu juist het geoefende fundament van alle niet wexsakte wetenschappen.
Gr., valsch, gewaand, nagemaakt, onecht, bedriegelijk, (in zamenstellingen) b.v. pseudonym, pseudonymisch, valschnamig, met verdichten naam. Pseudonymiteit, eene verborgenheid onder eenen valschen naam. Pseudonymus, een valschnamige, valschnamige schrijver, met een' willekeurig aangenomen naam. Pseudoprofeet, valsche profeet. Pseudoplepsis, het valsche zien, wanneer men dingen ziet, die in het geheel niet voorhanden zijn. Daar aan de onwetendheid van het dom gehouden volk zij het meeste verdienen. Om dat ze niets weten komen ze bij hen in de leer om nog minder te weten te komen.
Psora=bij-schuren zekere soort van schurft=schuur-af-‘t.
Puberteit=poep-er-tijd.
Publiek=poe-al-gelijk.
Pudding=poeder-ding
Puissant=pay-us-hand... maltijd en overal geld bij de hand.
Fr., magtig, vermogend; puissant rijk, schatrijk.
Pupil=poe-al schools bedoeld.
Pupil=bijopen-al. Oogappel=oog-open-al.
Purgatie=puur-gaatje... schhoon gemaakt. Purgans=puur-gans., Lat., een buikzuiverend middel, afdrijvend middel; ook purgatief en purgeermiddel genoemd. Purgeren, Purim=puur-heim eindelijk thuis.... Dat dachte ze... Purimfeest,
het feest der Joden, tot aandenken hunner verlossing, ten tijde van Esther, ook Hamans=heim-en-is-feest genoemd.
Purismus=puur-is-mij.
taalzuivering, overdreven ijver tot taalzuivering, taalvitterij. Purist, taalzuiveraar, taal- of woordenvitter. Puristery, overdrevene zucht tot taalzuiverheid.
Putsche=pats. Is de ene voor den ander weg poetsen.
Puta=buiten meisjes naar buiten gejaagd.
Puur=vuur p=v. zo als het goud door vuur beproeft
Pyromaan=vuren=man
Pyronomie=vuur-en-noemen alles van vuur af weten.