O
O
De O als losse klank zo rond Grieks omikron=o-maak-rond... als dat al geen zuiver dialekt-diets meer is. 0=nul en dat terwijl door eeuwig alles door blijft draaien een cirkel rond. Laat Voor de rest maar weer verassen.... O ja! En dat de H er heel vaak voor "hoort" te staan en deze is weggeschreven door niet meer in uitspraak.
Oaristis-Ouverture
Oaristis=hoor-us-thuis... in de Grieksche dichtkunde, eene soort van vers, hetwelk als zamenspraak tusschen man en vrouw ingekleed ism als ze eenmaal weer gezellig thuis.
Oase=o-aa-is... aa=water. vruchtbare streek te midden van de zandwoestijnen in Afrika en elders.
Obang=op-hang want men wil er best mee pronken... de grootste gouden munt in Japan, van eene eironde gedaante, iets meer dan 14 dukaten waard; eigenlijk eene medalje, waarvan zich de Rijksgrooten als eeregeschenken bedienen. Als je maar eenmaal weet dat p=b.
Obediéntie=hop-bedient-u obédience, Fr., obedientia, Lat., gehoorzaamheid, welke de ordesgeestelijken en monniken beloven; ook het schriftelijke verlof, om uit het eene klooster in het andere te gaan; ook het ambt van eenen ordesgeestelijke, in de huishouding des kloosters.
Obediëren, gehoorzamen.
Obelisk=open-lees-ik. Openbare mededelingen... der oude egiptnaren.
Obiït=af-uit. hij of zij is gestorven. B=F
Obiter=af-uit-er. ter loops, vlugtig.
Object=op-jaagt dat wat je op oog om op te gaan jagen... van jachtterm naar vele zaken en dingen mede bedoeld in den handel en ook dat is het jagen van den dag. objectum, Lat., objet, Fr., het voorwerp, waarover men handeld.
Oblie=hap=blij traktatie voor kinderen.
Obligaat=op-plicht-gaat obligato, Ital., verbonden, verpligt.
Oblique=op-lichten
Oblongum=af-lang-om. B=F Lat., een lange vierhoek.
Obole=hap-halen. voorheen, in Frankrijk, een halve denier.
Obsederen=op-zit-daar-in. iemand niet van de zijde gaan, niet van hem wijken, op al zijne handelingen, redenen,
Obsoleet=hap-zo-al-eet. Alles krijgen en mogen.
Obstakel=op-steek-al... in het wild braamstruiken en andere open stekels oorspronkelijke jachtterm. obstacle, Fr., obstaculum, Lat., hinderpaal, beletsel.
Obsteren, tegenstaan, hinderlijk zijn.
Obstinaat=op-staan-uit weglopen ergens vandaan gaan uit protest. obstiné, Fr., hardnekkig, halsstarrig, onverzettelijk; volhardend. Obstinatie, halsstarrigheid, hardnekkigheid, koppigheid.
Obstructie-open-strikt-die... stropersterm.
Occasie=ouwe-keuze de rest is echt onzin maar dat is kerkelijk alles op hun goddelijke te bij-trekken... assocwsoiris=alles-show-waar-is. occasion, Fr., gelegenheid, aanleiding. Par occasion, bij gelegenheid, te gelegener tijd.
Occasionalismus, of het systema causarum occasionaliüm, gevoelen van Descartes, volgens hetwelk God zelf tot de oorzaak van datgene gemaakt wordt, wat in het ligchaam en in de ziel overeenstemmend geschiedt.
Occator=hak=goed-door mooi Hé eggen=hekken=hakken. H en g=k. een der Latijnsche veldgoden, die over het eggen gesteld was.
Occidens=och-scheid-ons de zon gaat van ons scheiden.... Lat., het westen; de zonsondergang. Occidentaal. westelijk.
Occult=ach-kult flauwekal.... heimelijk, verborgen. Occultatie.
Occupatie=hou-ik-hebt-U. bezitneming; bezetting, bezigheid.
Oceaan=ho-zee-aan. Hoog zee gaan...
Ocolnitsen=hok-al-niets-doen... dat is overal het zelfde... waren in Rusland voorname beambten.
Octaafacht-af
October=hou-ik-‘t-over genoeg te eten en handelen maar. wijnmaand, de tiende maand bij ons, maar bij de Romeinen de achtste. Zie November.
Octrooi=ijk-troy. een troyaanse vinding en instelling.
Octunx=acht-ons al was het maar om het verbasteren te zien.... een gewigt van 8 oncen.
Oculist=ogen-leest. oogmeester, oogarts.
Odyssee=hou-de-zee in zijn gevechten op en tegen het water... Grieksch gedicht van Homerus, waarin hij de reizen van Odysseus of Ulysses bezingt.
Oeconomie=ijk-en-noemen. zie Economie.
Oedipus=oud-poes.
Oestromanie=uit-stroom-manie eene onverzadelijke begeerte tot bevrediging van de klaarkomers.
Offereren=offer-eren.
Offreren, aanbieden; offeren.
Office=hof-huis.
Ok=ijk in alle oude talen. Van oorsprong der kelten.
Oeke, Okka, een gewigt in Turkije en de Levant, omtrent 11⁄2 Nederl. pond. Ook eene maat aldaar voor natte waren, omtrent 11⁄2 kan.
Olim=al-om gweest. eertijds, voorheen, lang geleden; in de tijden van olim, vóór vele jaren.
Olimpisch=olielampjese spelen...
Olympus, een berg in Thessalië, zetel der opperste goden, te weten: Jupiter, Mars, Neptunus, Pluto, Vulkaan, Apollo, Juno, Vesta, Minerva, Ceres, Diana en Venus; ook de hemel (in de dichtkunst). Olympiade, tijdruimte van 4 jaren. Olympisch, hemelsch; olympische spelen, plegtige openbare volksspelen en strijdoefeningen in het oude Griekenland, die elke 4 jaren werden gehouden.
Olivette=olijf-eten
Olla potrida=alle-potterij-ja. Sp., (bij verbastering olipodrigo), een zeker tafelgeregt in Spanje gebruikelijk; figuurl., alles onder elkander, poespas, een mengelmoes=meng-alle-moes.
Oméga=om-en-ga. de laatste letter van het Grieksche abé, waarvan alpha de eerste is; de alpha en oméga, het begin en het einde, als zinnebeeld der Godheid.
Onanie=hou-aan-U...
Onanismus, zelfbevlekking.
Onanist, die zich daaraan schuldig maakt; een zelfbevlekker=zelf-best-lekker.
Oncle=ouwe-kerel. Ouw-kel scandn. Fr., oom, vaders of moeders broeder.
Ome=ouwe-man.
Onewoga=en-nu-weg-ga gaat dood. in Guinea de edelman, dien de koning van Benin, als hij zijnen dood voelt naderen, tot zich roept, om hem toe te vertrouwen, wie van zijne bloedverwanten hij tot zijnen opvolger bestemt.
Onoma=o-noem-mijnnaam. Onomantie, onomatomantie, waarzeggerij uit de namen.
Onomasticon, verklaring van namen; naamwoordenboek. Onomatologie, beteekenis van namen.
Onomatopeie=o-noem-het-open... dat bestaat dus niet... leg ik ergens ander helemaal uit. Fr., vorming der woorden uit den klank der zelven, wanneer men b.v. het geschreeuw der vogels of andere dieren door daartoe gevormde woorden nabootst; nabootsing der natuurklanken; klanknabootsend woord.
Ontologie=in-tot-logie. Gr., leer der natuur; kennis van alle dingen in het algemeen; grondwetenschap (een gedeelte der bovennatuurkunde). Ontologisch bewijs van het bestaan Gods is dat bewijs, hetwelk uit het begrip van het allervolkomenste wezen afgeleid wordt.
Oorlam=hou-er-lam gewenning aan alcohol vooral om vechtlust tegen kapers op peil te houden.
Opaak=op-pak en naar huis gaan. opaque, Fr., duister, donker=de-home-keer.
Ophiets=op-hits eene soort van oude ketters, slangenbroeders genaamd.
Opportun=open-poort-doen bij die gelegenheid. opportunité, Fr., gepaste gelegenheid
Opsigamie=op-zicht-ga-mee Gr., het late huwelijk, eene echtverbindtenis in den ouderdom. Opsimathie, de lust, om, in den ouderdom, nog iets te leeren. Kijken of het toch nog wat wordt.
Opsoman=hap-zo-man. een hartstogtelijke lekkerbek. Opsomanie, vraatzucht, lekkernijwoede.
Optato=hap-eete Ital., naar wensch.
Optimaten=hap-toe-mee-eten.
de welgezinden in den staat.
Opulent=hap-al-end.
zeer rijk, zeer vermogend.
Ora et labora=horen "t laat gebeuren... kom jongens gebeurt er nog wat?
Lat., bid en arbeid.
Oraal=hoor-al
Oralis, Lat., mondeling, woordelijk.
Orageus=hoera-gues er op las gaan. Geuzen kreet.
orageux, Fr., onstuimig, woelig, stormachtig.
Orakel=hoor-raad-ik-al.
godspraak; vraagbaak, algemeene raadgever.
Orang-outang=oranje-huis-aan. Huid=hoed. hoed je voor alles.
een woud- of boschmenselijk aap... maar je hebt meer apelijkemensen. Orbiliüs=hoor-billen-is... niet luisteren met de billen bloot. een knorrige, gestrenge schoolmeester, die zijne scholieren met slaan in orde houdt.
Orkest=hoor-kunst.
Orchde=Oh-zie-die... Och=oog verwondering voor schoonheid.
Orde=hoor-doe.
stand, genootschap, broederschap.
Order=hoor-doe-er.
ordre, Fr., bevel, gebod, last, orde.
Ordinair=hoor-dien-er en verder geen praatjes.
gewoon, gebruikelijk; gering, gemeen, A l'ordinaire, Fr, naar gewoonte. Ordonnant=hoor-en-diend.Oremushoor-mij-us gebed tot den heer.
Orestes en Pilades=O-rust-ons en de piel-laden... vrienden die het gaarne met elkaar doen.
Organiseren-horen-gaan-versieren. Militaire liefhebberij.
Orgie=o-er-ga...
orgies, Fr., zekere feesten, welke, ter eere van Bacchus, alle drie jaren gevierd werden; figuurl., nachtelijke zwelgpartijen, drinkgelagen, slempmalen.
Orient=hoog-rij-end.
Lat., orient, Fr., het oosten; de opgang der zon, de morgen.
Oriënteren=Horen-en-turen de weg vragen en zoeken.
Oriflamme=hou-er-U-vlam.
zoo heette eertijds de banier of het vaandel bij het leger der oude Franken die in zuid limburgse groten leefde.
Originaliteit=eer-gaande-alle-tijde
originalité, Fr. Oorspronkelijkheid.
Orkaan=hoor-gaan die oorkaan.
ouragan, Fr., een hevige storm; de hoogste graad des storms. Oorkonde=hoor-kunde de kunde om iets te horen en kennen.
Orpheus=hoor!-feest er op af Jongens!
een beroemd Grieksch vorst, wien Griekenland een groot gedeelte zijner eerste beschaving verschuldigd is, en die zich inzonderheid als dichter en toonkunstenaar onderscheidde. Door zijne lier bragt hij, naar de fabelleer, alles in verrukking, temde daarmede leeuwen en tijgers, en deed steenen en rotsen huppelen. Orphisch, orphische mysteriën, zekere geheime leerstellingen, inzonderheid in de zedekunde, welke eenige leerlingen van Pythagoras leerden, en oorspronkelijk voor leerstellingen van Orpheus gehouden werden. Orphische feesten, eene soort van Bacchus- feesten. Orthobiatiek=hoort-hoe-bij-eet-ik.
de kunst om wel te leven.
Orthodox=hoort-hoe-doe-ik.
regtzinnig, oud- of strenggeloovig. Orthodoxie, regtzinnigheid; het voorstaan van de oude kerkgevoelens of het vasthouden aan de oude kerkleer. Orthodoxgraaph, een schrijver over de regte en zuivere kerkleer. Orthodoxographon, een geschrift over die leer. 8-1-2010.
Orthotonie=hoort-hoe-tongt-u. de juiste betooning of klankgeving der woorden. Allemaal dialekt-diets noordzeegrieks.
Orthographie+hoort-hoe-schrijft-U was dat maar waar! want daar klopt geen 5% van. Spreektaal is geen schrijftaal.
de spelkunst, de kunst om wel te schrijven; ook de afteekening van een gebouw, met alle zijne deelen, gelijk zulks van buiten, waaneer men er digt bij staat, gezien wordt: ook de teekening der doorsnede van een vestingwerk. Orthographisch, spelkunstig, overeenkomstig met de spelregelen. Eene orthographische teekening, die eene zaak, een gebouw zoo voorstelt, gelijk het met al zijne deelen gezien wordt, of in de oogen valt. Orthographist, schrijver over de spelling.
Osculeren=us-cul-leren... voor de eerste keer vrijen.
Osterie=huis-stallenrij. Verbasterig van hostalerie.
een logement of herberg in Italië.
Ostiaken=oost-jagen... hun jacht gebied.
Ostjaken, Russiche volkstam in Siberië.
Ostra=op-sta-ra osteren paasen
eene Godin der Duitschers, bijzonder der Saksen, wier feest in de maand April inviel. Ottomaan=oost-turkman.
Ottoraken=uit-ter-raken... die niet meer mee speelden
Oturaks, dat is, zittenden, naam der invaliden bij het Turksche leger. Oubliette=open-laten...
eene boven met eene valdeur voorziene gevangenis, waarin men personen, die men heimelijk uit den weg wil ruimen, onvoorziens doet vallen.
Ouverture=open-deuren dat de deuren open gaan en het orkest alvast ter verwelkoming iets speelt.
Fr., een muzijkstuk, dat bij den aanvang van een concert voorgedragen wordt, een inleidingsstuk; ook het begin van iedere zaak.