M
M
De M=mond=du monde ... van Willem Bilderdijk.
magister, meester. simpel de letter M hebben zij zich aan gemeten... van machtigste magistraat=machtigsteraad... en meester=mee-stuur... daar ze vroeger gewoon me gestuurd werden met eengroep kinderen... leren stond toen nog niet zo voorop het was meer om de wintermaanden door te komen.
Vandaag 4-1-2010 had ik een sloop droom... van een oude S-taalfabriek... het ging sneller dan de opdrachtgevers gedacht hadden. Veel werd bewaard en had waarde als herbruikbaar en soms kwamen er oogverblindende schitterende stukken te voorschijn... van diep geklopt koperplaatwerk en daar kwam dan niemand aan. Dat droomde ik vandag dus weg... vroeger jaren lang in de sloop gezeten... daar kon ik zowel lichamelijk als geestelijk al mijn agressie tegen de gevestigde orde kwijt. Bankgebouwen in amsterdam tot in Brussel gingen er aan. Mijn halve huis bestond uit herbruikte bouwmatrialen van de vroegere twentsche bank aan het singel spuistraat. Zelf woonde ik toen aan de torensteeg/torensluisbrug waar thans het borststandbeeld van Mulitatuli staat... Toen, 1979/80... werd ik iedere ochtend uit mijn bed geslagen door gedreun der heipaalklappen.Ik geloof dat ik ze alle 4300 de grond heb horen in gaan... Alleen zondagsrust Ik had er de winkel van de duizenddichter. Maar daar kwam nooit iemand.
In de plaats van de Bank staat daar thans het P.C.Hoofd gebouw ‘slands 1e talen instituut... Doch ook deze naam komt nergens voor in mijn oudste taal onderzoekersbestanden, evenmin als Vondel; zij waren te eigentijds en aan de egotripperij. P C Hoofd te calvijnistische en Vondel te katholiek, tussen deze tweemaalstenen is thans ook onze huidige regering aan de gang. Zo’n sloopdroom taalverhaal, sluit aan bij het neerhalen van de ganse huidige Nederalndse taal unie waarmee ik al jaren bezig. Eerst slopen om er een nieuw en logische nieuwbouw te plaatsen. Het ganse terin ligt in feiten al sinds de jaren 80 braak. Er is geen geld, maar de tekeningen en het bestek zijn al lang klaar. Hier dus de letter M. van macht en media monster! Want zolang ook negatief blijft dit verhaal.
Ma-Mythologisch
Ma=ma=mama=memme=mij-mee de Godin Rhea; ook eene harer priesteressen, aan welke Bacchus door Jupiter ter opvoeding gegeven werd.
Maanselhe, eene enge landstreek, welke het Moskovische Lapland en het Zweedsche Finland met Kargapol, eene Moskovische provincie, zamenvoegt, gelegen tusschen de Witte Zee en het meer Onega.
Maarschalk=mars=school-ik soldaten of miltaire oefenmeester.
Maart=om-hard... de lente begint. de derde maand des jaars, naar onze tijdrekening; naar die van Romulus, de eerste, welke haar, naar zijnen vader Mars, martiüs of maart noemde. Bij de Joden droeg zij den naam van Adar, bij de Egyptenaren dien van Phamenoth; maar Karel de Groote gaf haar den naam van Lentemaand. Sedert het edict van Karel den IX., koning van Frankrijk, werd, 1564, in dat rijk eerst de maand Januarij de eerste maand van het jaar; tot zoolang had men aldaar de jaartelling met de maand Maart begonnen.
Mac=makker=maak-er. een woord vóór vele Schotsche namen, en zoon beteekenende, b.v. Mac-Donald, zoon van Donald.
Macaroni=smaak-er-honny. Honing macaroni.
Machalath=maak-heel-het. Joods muziek instrument in gebruik bij ziekte afwerende rituelen...
Machiavelli=macht-ja-velt-u....
Machina=maak-een-na.
Machlos=maak-los voorspel in geile aangelegehdeden onkuisch, geil, onkuischheid, geilheid, bijzonder van vrouwen.
Mackintosh=maak-en-thuis. een waterdigte mantel of overjas. Kan wel zijn, maar al die kleding werd door thuis fabricage ververvaardigd.
Maçon=maken. een metselaar. Franc-maçon, zie op Franc. Maçonnerie, metselwerk; vrijmetselarij.
Macute=maak-eten eene soort van knapzak van latanenbast, waarin de Negers in West-Indië op reis hunne levensmiddelen doen.
Madame=mij-dame dames=die-a-mij-is. Amie.
Mademoiselle=mee-doe-mij-geselle vergezellen. Fr., mejufvrouw.
Madonna=mij-doene mariabeeld ter afsmeking van gunsten... de maagd Maria, onze lieve Vrouw; in de schoone kunsten, een Mariabeeld.
Maeandrisch=mee-en-draai-is verward, verdraaid rondgaande, zoo als in een doolhof, of ook kronkelend, als eene rivier.
Maecenas=mij-kennis. fig. een beschermer, voorstander van kunsten en wetenschappen.
Maenaden=min-houden van beminnen. de priesteressen van Cybele; ook de bacchanten, alsmede die vrouwen, welke het feest van Priapus=vrije-poes, met dolle plegtigheden vierden, en waar een ieder er over heen mocht gaan.
Maes=mee-es met welke munt kun je geen eten kopen? eene munt in China, omtrent 15 stuivers waard.
Magazijn=maak-kast-in. Bewaarplaatsen. magasin, Fr., voorraadhuis, pakhuis; plaats, alwaar vele dingen tot toekomstig gebruik bewaard worden. Ook een tijdschrift voor een bepaald vak.
Magazin=mag-gij-zien. Mooi in kijk blad.
Magie=maak-u ik maak u dit ik maak U dat maar het meest van alles ik maak u maar wat wijs!!! Fr., tooverij, tooverkunst de kunst of wetenschap, om onbegrijpelijke, bovennatuurlijke werkingen voort te brengen; hekserij. Magiërs, Magi, eene soort van geleerden, inzonderheid sterrekundigen of sterrevoorzegkundigen, bij de oude Perzen en andere Oostersche volken. Magisch, magique, Fr., tooverachtig, betooverend. Magnaten=mogen-eten. de voornaamsten, de rijksgrooten, personen van oudhoogen adel (bijz. in Hongarije en Magneet=maak-een-heid zeilsteen, ijzererts, dat ijzer tot zich strekt. Magnetische kracht, aantrekkende kracht. Magnetiseren, magnetisch maken, de magnetische kracht mededeelen, (volgens Mesmer en Puisegour), door zekere gebaren en aanrakingen de magnetische kracht opwekken, en tot genezing van ziekten aanwenden. Magnetiseur, magnetiseerder, hij, die door magnetisering bijzondere werkingen in het menschelijke ligchaam tracht voort te brengen. Magnetismus, magnetische kracht en werking; dierlijk magnetismus, kracht, door welke de uitvloeijing of uitdamping van menschelijke ligchamen op anderen werkt en ziekten geneest. Magnetometer, een (door den heer De Saussure uitgevonden) werktuig, om de kracht te bepalen, waarmede magneten, op onderscheidene plaatsen der aarde, het ijzer aantrekken.
Magnifice=mag-en-u-fieke. Aan sex van oorsprong.
Mahomed=mee-home-eet mohamed en visa versa.... Geen groter roem dan de arabische tafel gastvrijheid, dus van oorsprong een etensterm of uitnodiging die overrigens zonder woorden in de ganse mohamdaanse wereld. En de rest is er bij verzonnen flauwekul.
Mail=moel is ja berichten door moelen overgegaan op het brieven bestellen of postwezen. Emoele@hotmail.com. van hier brievenmail.
Maire=mij-heer. in Frankrijk hetzelfde, wat bij ons een burgemeester in de steden, en een schout ten platten lande is. Mairie, het ambt van eenen maire; ook het gebouw, waarin de maire zijne zittingen houdt.
Maître=meester
Majesteit=mij-ja-toe-staat. waardigheid, hoogheid, heerlijkheid, titel van de keizers en koningen. Majestuëus, heerlijk, koninklijk, prachtig.
Majoor=meier=meester. De vroeger hofmeesters der pepijnieden.
Malaise=maar-laat-ze we doen niets meer ...
Malheur=mal-uur.
Malum=maal-om door malen etc... kwaal, ziekte. Malus, Lat., boos; malum malo proximum, een ongeluk komt zelden alleen.
Mamma=memme
Mammelukken=mee-om-al-hakken. Doortoe eigenlijk gekochte slaven< waarschijnlijk de piramide bouwers.
Mammesel,
Mamsel, de zamentrekking van Mademoiselle. Juist!
Mamser=mam-sier mamma versieren. Joodsche moeder-fok.
Manco=mank-ga dat er iets ontbreekt of niet goed loopt.
Mandaat=man-doet! mandat, Fr., bevel, volmagt, verordening. Mandator, mandant, last- of volmagtgever. Ex mandato, of ad mandatum, Lat., op bevel.
Mandarijnen=mijn-de-heren.
Manderijnen=mond-in-rennen....
Mandoline=mijn-tokkelen. muzijkinstrument, eene kleine luit, mandolijn.
Manège=mijn-eigen van mennen=mij-aan tam maken temmen=temij-aan het dier of wie of wat dan ook je eigen maken.
Maniacus=maniak=mannen-jacht, die alles en iedereen te pakken nemen. Ja zelfs mannen.
Manie=maan-nieuw maanziek of daaromtrent met nieuwe maan. Wolven gehuil. Manier=mijn-eer mijn eer van doen of laten
Manifest,=mening-vast. Zeker openlijke bekendmaking; Manifesteren, bekend maken, openbaren, verkondigen. Manchete=mouw-sluiten.
Mannequin=manneke in de oudheid werden altijd ook alle vrouwen rollen door mannen opgevoerd.
Mantel=om-hangt-al.
Manuscript=man-U-schrift. een handschrift.
Marchand=markt-sjouwend van markt naar markt. Fr., handelaar, koopman.
Marcheren=mars-keer-in
Marinemeer-reinen die de boel rein en zuiver houden alles wat hen niet ter zee bevalt.... het zeewezen, de zeemagt van eenen staat, en alles wat daartoe behoort. Mariniers, zeesoldaten.
Marionetten=mee-rijen-en-eten en dat is helemaal nog niet zo in negatieve zin.... Alleen je hebt niets te zeggen. Het volgende klopt dus van geen kant... poppen, waarmede men komedie speelt, en die gemeenlijk door draden bewogen worden. En dat zie ik, nog niet zo zitten....Heb geen woordbeeld. Wel bij waajang- poppen=zwaai-hang.
Mark=merk=mij-rijk. en waar allerlei merken op en aan de merken ten teken van goedkeuringen of waarschuwingen. de grens van een land of district; de gewigtseenheid voor goud, zilver en edelgesteenten.
Marketenster=markt-en-tent-sta-er meestal vrouwen die soldaten van behoefte voorzien. Ook wel de tros van het leger genoemd. een veld- of leger-kraamster, die de soldaten van sterken drank en allerlei kleine benoodigdheden voorziet.
Marmelade=meer-miel-houdend miel=honing. een dik sap, dat uit allerlei vruchten gekookt, en als confituren gebruikt wordt. Marmite=maak-er-mij-eet. Fr., een ijzeren of koperen pot, om in te koken; ook een veldketel. Marmiton, een koksjongen, keukenjongen.
Marmot=meur-uit murmen slapen. marmotte, Fr., het mormeldier, eene bergrot, op de hoogste bergen van Azië en Europa, bijzonder in Savoije.
Marquis=merk-huis thans merknamen fabriekanten.
Marons=meer-aan-is grootste soort van kastanjes.
Mars-om-reis... mars reist ook om de 2 jaren om de aarde heen. (fabelk.) de krijgsgod; een der dwaalsterren; in de scheikunde, het ijzer. Martiaal, krijgshaftig; martiaalwater, ijzerachtig water.
Marsch=om-reis een dag omreis=dagmars. marche Fr., de togt, gang, optogt van soldaten, te voet en te paard. Marsch! voorwaarts! weg! voort! Marschroute, de voorgeschrevene weg.
Marsepein=meer-sap-in.
Martelaar=meer-tel-er methode om je onder druk meer laten te vertellen...
Masker=maak-scar=maak-schrik-er. masque, Fr., een momaangezigt, dat er als een gezigt uitziet; vermomde persoon; sluijer, deksel, waarmede men iets verbergen wil; huichelarij, valsche schijn, voorwendsel, bedrog. Maskerade, vermomming; danspartij van vermomde personen. Maskeren, masqueren, vermommen, verbergen.
Maschotte=mij-schutte.
Massa=mee-hossen.
Massacre=massa-hak-er nedersabeling, bloedbad. Massacreren, nedersabelen, vermoorden.
Massief=maak-save. van gebouwen, vast, sterk.
Mastix=plastiek er van afgeleid. eene gomhars.
Masturbatie=mastuberen=moest-u-paren... niet dan doe je het lekker zelf. de zelfbevlekking.
Masurka=me-sleur-ik. R=l. eene Poolsche nationale dans.
Matador=moet-er-door anders zijn dood.
Mater=moeder=mij-hoed-er Lat., moeder; de moederkerk. Bij de Chymisten, het zilver. Materniteit, moederschap, moederstaat. Materfamilias, huismoeder.
Mathematicus=maat-meet-eik-is. een wiskunstenaar, meetkundige. Mathematiek, mathesis, mathématique. Fr., de wiskunde, leer der grootheden. Mathematisch, wiskunstig, zeker, onomstootelijk.
Matrix=maat-rek
Mausoleüm=mooi-huis-leg-heem. een praalgraf, eeretombe; het praalbed.
Mechule=maak-kuilen en flikker het daarin. Joodsch, bedorven.
Médaille=metalie. Fr., medailje, gedenkpenning.
Medicament=middel-kalmend geneesmiddel, artsenij. Medicina, Lat., de geneeskunde, artsenijkunde. Medicinaal, geneeskundig, tot de artsenijen behoorende. Medicineren, geneesmiddelen gebruiken. Medicus, Medicinae Doctor, (verk. M.D.) een geneesheer, doctor. Medicyn, een geneesmiddel. Medisch, tot de geneeskunde behoorende.
Medicijn=middeltje.
Medio=midden. in het midden.
Melancholie=mij-lange-na-U verlanen=verlangen naar iets of iemand terugkerende in hoop.
Mélange=mee-lengen. Fr., mengsel, vermenging; ook mengelwerk. Meleren, mengen, vermengen; bemoeijen met iemand of iets.
Melaatsche=mede-leid-zo...
Mélée=moele strijdgewoel; ook heftige woordenstrijd.
Mélisse=miele=is-in. bijenkruid, honigbloem.
Mellona=miele=smullen. eene Godin der Romeinen; aan wie men de bereiding van den honig toeschreef. Melodie=moel-luide
Melpomène=moel-open-minnen eene der negen zanggodinnen, uitvindster der zangkunst en van het treurspel.
Memar-baschi=maak-muur-baasje in Turkije de opperbouwdirecteur, regter, zonder appél, in alle geschillen, de gebouwen betreffende.
Memorie=mijmeren
Memoriseren, memoriëren, uit het hoofd of van buiten leeren; gedenken, in het geheugen houden.
Menage=min-eigen eigen vaste liefde. ménage, Fr., huishouding;
Menalippe=minne-lippen. koningin der Amazonen, door Hercules, overwonnen.
Menelaus=minnen-loos broeder van Agamemnon echtgenoot van Helena, om wier wil de Trojaansche oorlog ontstond.
Menestrels=minnen en strelen. Zie Minstrels.
Miniscus==midden-schijf. midden der maand, den 15den der maand.
Menstruëren=man-is-ter-weren. de maandelijksche zuivering hebben, en daarom een reden om de mannen te weren.
Mentaal=mijn-taal en ik laat mij door niemand wat anders vertellen. innerlijk, inwendig, wat in het binnenste of den geest van een mensch plaats heeft, en niet door woorden uitgedrukt wordt: reservatio mentalis, Lat., hetgeen men zich, in gedachten, voorbehoudt.
Mentor=meent-te-hoor dacht alles juist te menen en te horen... een der vertrouwdste vrienden van Ulysses, bij wiens zoon Telemachus, hij de plaats van hofmeester bekleedde, van daar fig. een leidsman, raadgever, leermeester. Merci=maar-zie maar zie eens wat we daar krijgen... zo hebben we het nog nooit gehad. ik dank u; heb dank!
Mergel=muur-geel. eene vette, breekbare, vruchtbare aardsoort, welke uit klei- en kalkaarde bestaat, gewoonlijk van grijze, dikwijls echter ook van witte of gele kleur.
Meriten=meer-eten en dat krijg je als je daar op be-oordeeld... mérites, Fr., verdiensten. Meriteren, verdienen, waardig zijn.
Meriten-orde, orde van verdiensten (ordre pour le mérite), eene Pruissische orde, door Frederik II. in 1740 gesticht, om militaire diensten te beloonen. En deze kregen dus ook meer te eten...
Merope=meer-open sterrenbeeld dat op volle zee pas goed te zien en waar aan zeelui zich houden om de weg niet kwijt te raken. Ook wel als Plejaden=playa-houden dus de kust en het strand aanhouden...
A Merveilleus=ha-maar-veel-is. Als het maar veel is... Fr, verwonderlijk, voortreffelijk, wonderschoon. Merveilleus, wonderbaarlijk, onvergelijkelijk.
Merven=mee-erven Joodsche liefhebberij
Mescal=meet-schaal Iraans weegtuig.
Meschuïten=mij-schutten
Mesquiten; zoo heeten de Turken en Perzianen hunne kerken en scholen waar zij speciaal door beschut of beschermd werden.
Meshores=mij-us-hoor-eens Joodsch, een dienaar, bediende die bevelen op moet volgen.
Messalina=mee-us-al-inne zij ging met iedereen naar bed en verkreeg deze bijnaam. de gemalin van den Romeinschen keizer Claudius, welke wegens hare wulpschheid berucht werd.
Mestiesen=mix-tussen. kinderen van zwarte en blanke ouders, van Europeanen en Mulatten of andere Amerikaansche Indianen, voortgesproten.
Metaal=maakt-al hoofdgrondsoort om de meest duurzame produkten te vervaardigen.
Metamorphosis of metamorfose=meet-hem-naar-fase... met het veranderlijke van alles mee gaande. Gr., herschepping, gedaanteverwisseling. Metamorphosen, de herscheppingen, een bekend gedicht van Ovidius. Metamorphoseren, herscheppen, van gedaante veranderen, inkleeden.
Metangismoniten, Betekend zoveel als wat met-aan-gaat-is-met-in-het. aanhangers eener sekte der 14de eeuw, die leerden, dat de Zoon in den Vader was, even als een klein vat in een groot. Deze vind Hietbrink heel leuk. De Russen hebben zulke vrouwelijke poppetjes als souvenier. Ik heb honderde van dit soort sexte beschrijvingen weggelaten. Maar het zijn allemaal maar aftakkingen van geloofs uitingen van mensen die voor zich zelf begonnen zijn iets te verkondigen... zoals Lou de Palingboer.
Metaphysica, is dus onmeetnaar! Zoals tijd en ruimte... was het meetbaar dan bestond er niets! metaphysiek, de bovennatuurkunde, eene wetenschap, die over het wezen en de algemeene eigenschappen der dingen in het algemeen, en ook van God, de wereld en de ziel handelt. Metaphysisch, de bovennatuurkunde betreffende, bovenzinnelijk.
Meter=mee-eter bedoeld de tafel gedekt zoveel meter zoveel mee-eters.
Methode=met-hoe-doen. de handel- of leerwijze, orde in het voordragen van leer en regelen. Methodisch, ordelijk, regelmatig. Methodisten, een soort van dweepende Christensekte (Piëtisten), die 1730 zich bijeenvoegden en, naar de door hen gebruikte uitdrukking, methode van het ware Christendom, spotswijze aldus benoemd werden. Methodologie, methodiek, de voordragtsleer, de aanwijzing tot de doelmatige voordragt eener wetenschap.
Métier=mee-eet-er wat doe jij er voor mee eet-er. Fr., handwerk, hantering, bedrijf, beroep.
Metragyrit=mee-draag-er-uit eene soort van bedelmonniken die zich aan bieden om klusjes te doen. Metropole=mee-eet-er-op-allen. Waar alles en iederen zijn kosteje probeert te verdienen in de dagelijksr drukte.
Mette=mee-eten na het zingen de kerk uit. matutina, Lat., morgengezang, in de Roomsch-Katholijke kerk; vroegmetten, vroegtijdige, nachtelijke godsdienstvieriring.
Metworst=mee-eet-worst soms wel van een meter lang.
Meute=mee-eten wie niet! een hoop honden van 50 à 60 stuks, op
Michieletta=mag-al-eten. eene Venetiaansche noodmunt.
Microbe=mee-kruipen.
Microphoon, 1806 schreef men... hetgeen de stem of den klank altijd vermindert. Ja! En tegenwoordig zelfs alleen maar vermeerdert.
Mignarderen=mij-eigen-art-eren. vroeger woord voor eige-tripperij. vertroetelen, verteederen; ook aan taal en stijl te zeer peuzelen. Mignardise, Fr., aardigheid, fijnheid, teederheid, bijzonder van de gelaatstrekken; de gekunsteldheid in manieren, spraak en stijl.
Migraine=mee-kreunen van de... Fr., schele hoofdpijn, ongewone sterke hoofdpijn aan de eene zijde des hoofds.
Militair=mee-lid-heer heer is de heer van en in het leger. krijgsman, soldaat; ook wat tot den krijgsmansstand of het krijgswezen betrekking heeft; militaire akademie, school voor de vorming van officieren. Militairement, op soldatenwijs; ordelijk, stipt.
Milliard=mille-jaar limb. Uitspraak.
Mimetulieten=mime-toe-laten... in allerlei gedaante der optochten... zekere orde van Turksche monniken, wier voornaamste bezigheid is, Gods lof in Arabische verzen te bezingen.
Minaret=meen-en-hoor-het. Ook... Toren=toe-horen waar van geestelijke hun stem verheffen en het volk oproepen.
Minatzim=mid-nacht-zie-hem. de sterrekundige des konings van Perzië.
Minerva=mijn-erven. Beroemste zeeuwse godin volgens het onvolpreze oeralinda boek.
Minister-mijn-eerster... maar moet eigelijk de laatste zijn.
Minn=mee-inne lekker samen met zijn twee.(oudduitsch), liefde, vriendschap,
Minus=min-is en de hele rest van de minima man. min, minder, het tegendeel van plus, meer; een minus, een te kort; het minusteeken, in de stelkunst of algebra, uitgedrukt door een dwarsstreepje. Minutiën, kleinigheden. Minutiëus, op kleinigheden gesteld; kleingeestig, onbeduidend.
Minuut-mee-in-uit.... Dat is de oorsprong van de haast die de minuut voorsteld in de oudheid. Wacht even en... mee-in-uit. De rest is later bij gehaald. het 60ste deel van een uur, graad; dit laatste echter volgens de oude of nonagesimale verdeeling, daar hij de nieuwe of centesimale verdeeling de regte hoek in 100 graden, de graad in 100 minuten, de minuut in 100 seconden enz. verdeeld is.
Miquelets=maak-al-eet-us zorgen dat ze hoe dan ook te vreten kregen en wie niet.... Dat is het nadeel van dit leven dat we moeten eten en wat is dan roof een roofzuchtig volk in het Pyrenesche gebergte.
Mirakel=mee-raak-al. Hoe het komt weet men niet... maar die vent gooit alles raak. Oorspronkelijk jacht of sport term. een wonderwerk, iets ongemeen zeldzaams. Miraculeus, miraculeus, Fr., wondervol, wonderbaar.
Mirmidon=immer-mee-doen. een neuswijs irnensch, die anderen altoos onderrigten wil;
Mis=mee-es=eet. Het laatste avondmaal, verworden tot de grootste flauwekul allertijden, onder dwang.Wie het niet ghelooft leest onderstaande. zoo werd, aanvankelijk, in de Latijnsche kerk, de viering des avondmaals genoemd, welke men op de algemeene godsdienstoefening liet volgen. Om nu, na het eindigen daarvan, ieder, die aan het avondmaal geen deel zou nemen, dit aan te kondigen, riep een kerkedienaar, met luider stem; ite, missa est! (namelijk ecclesia of concio) gaat, de vergadering is geëindigd. Door een misverstand werd nu de daarop volgende avond- maalsviering zelve missa, en daarna de mis genoemd. Wijders dat deel van de godsdienst in de Roomsch-Katholijke kerk, waarbij de priester den ouwel, of het ligchaam van Christus, zelf geniet, terwijl daarentegen het genot van het avondmaal door anderen, in die kerk, de communie heet. De mis lezen is dat deel van de eeredienst, door voorlezing van het voorgeschreven formulier, waarnemen; terwijl daarentegen op hooge feestdagen zulk eene mis gezongen wordt, die hooge of groote mis genoemd wondt. Misklok, eensdeels de klok, waarmede ter misse geluid wordt; anderdeels het kleine klokje, waarmede den toehoorders het teeken der plaats gehad hebbende verandering van den ouwel in het ligchaam van Christus, door de mis, gegeven wordt. Misoffer, die soort van Godsvereering der Roomsch-Katholijken, bij welke een priester, na onderscheidene verrigte gebeden en plegtigheden, eene hostie wijdt, of in het ligchaam van Christus, verandert, en daarna nuttigt. Missa, missaal, een misboek, waaruit de Roomschgezinde geestelijken de mis lezen.
Miserabel=mis-er-op-al. misérable, Fr., ellendig, jammerlijk. beklagenswaardig. Misère, Fr., miseria, Lat., ellende; ook in het bostonspel, wanneer men speelt om niet eenen trek te maken. Miserere=mis-heren alles mis.
Miskraam=mis in het krampbed. ontijdige bevalling. Misocalus=mis-school-alles. Hietbrink. een verachter van het schoone en goede. Misogamus=mis-ga,mee-huis. een huwelijkshater, een oude vrijer.
Mitella=mee-tillen arm of been. een band, waarin een gewonde arm gedragen wordt.
Mithra=met-ra alleen de zon aanbiddend Mithras, naam der Zon, als eene Godin, bij de oude Perzen; ook priester der zon; desgelijks mijter, bisschopshoed. Mithrax, zonnesteen (een edelgesteente).
Mneme=mee-nemen je neemt er wat van mee. het geheugen, de herinnering. Mnemoniek, mnemotechniek, de herinneringskunst, de wetenschap van het geheugen, of de leer der regelen, volgens welke het geheugen de willekeurige en ordelijke terugroeping der voormalige indrukken bewerkt. Deze reeds den Romeinen bekende kunst heeft echter nimmer iets belangrijks, in dit opzigt, aangebragt; en alle diegenen, welke zich door een buitengewoon gelukkig geheugen hebben onderscheiden, hadden dit niet aan eene kunstmatige leerwijs, maar alleen aan de natuur en de oefening te danken.
Mobiel=move-al
Mode=mee-houde.
Modisch, naar de mode of het gebruik van den dag.
Modern=moet-er-in. moderne, Fr., hedendaagsch, van onzen tijd, nieuw, nieuwerwetsch, in tegenstelling van antiek, A la moderne, naar den nieuwsten smaak of stijl, Moderniseren, naar den nieuwsten smaak of stijl inrigten.
Modus=moet-dus. de wijs of manier eener zaak; de vorm of wijze van een werkwoord, b.v. modus indicativus, de aantoonende wijs enz.
Moeras=moord-us.
Molecul=maal-ik-al. Al het gruis en ander gespuis ondeelbaar deelbaar.
Molesteren=allemaal luisteren. bezwaren, ongelegenheid of moeite aandoen, kwellen.
Molla=moele= praten etc...
Mollah, een Turksch opperregter, andere zwetser.
Moment=maar-hou-mond ik zal je eens wat anders vertellen. Fr., momentum, Lat., een oogenblik, tijdpunt; de waarde, het gewigt eener zaak; de hoofd-omstandigheid. Momentaneel, momentané, Fr., oogenblikkelijk, wat slechts een oogenblik duurt, ras voorbijgaand.
Momus=mom-us maskers op en vermommen. Carnavalsvereniging. Monaden=mee-in-houden. Ook wel mee-in-eten... de neten=in-eten. eenheden, geheel eenvoudige en ondeelbare bestanddeelen der ligchamen, waaruit, volgens Willem Leibnitz, alle ligchamen zamengesteld zijn; desgelijks zeer kleine in de vloeistoffen zich bevindende diertjes, die slechts door de sterkste vergrootglazen kunnen ontdekt worden. Monadologie, leer der monaden. In iedergeval dat alles met alle afbraak en opbouw eeuwig door... dood bestaat niet dood voed nieuw leven... zonder het een niet het ander. Dit is heel goed bestudeers en uitgezocht en ook door Bilderdijk behandeld... maar de erkenning is achterwegen gebleven. Antonie van Leeuwenhoek bracht een en ander in praktijk en had meer sukses.
Monarch=maar-een-eer-ik. regeerder, alleenheerscher, bestuurder. Monarchaal, alleenheerschend, den monarch of der monarchale regering toegedaan. Monarchie, onbeperkte heerschappij, alleenheersching. Monarchomachiten’.
Monarchiten=monarch-heten.
Mondain=mee-en-doen. Fr., een wereldling, mensch naar de wereld. Mondaniteit.
Moneta=mijn-eten en dat met alle munten=mond-in voedsel. Hietbrink heet 1000 afleidingen van munten weggelaten omdat er al een boek van hem hier over in de omloop... "het bedrag van maastricht" 1999 dankzijn Casper van Zandtwijk 10.000 stuks.
Monisten=monny-lusten
Monogamie=maar-eene-ga-mee.
Monopoli=monny-op-halen en heb je de handel als enige hoeft men niets anders te doen.... Maar is corupt en politieke gunsten bepaalend.
Monopoliüm, Lat., alleenhandel, uitsluitende handel, een toegekend voorregt, volgens hetwelk geen ander in eenen staat met zekere waren handelen, of zeker bedrijf uitoefenen mag. Monopolist, alleenhandelaar.
Monos=maar-een-is. een alleen.
Monositia=maar-eens-eten. Kijk eens! hoe alles verbasted en onze wortelwoorden toch alemaal in het latijn of grieks aanwezig. het eenmaal daags eten (en wel tegen den avond, de hoofdmaaltijd der Ouden); het alleen eten.
Monospermus=maar-eens=paar-mee-us sperma. eenzadig, slechts met éénen zaadkorrel. van schipbruggen bedienden.
Monseigneur=mijn-us-eigen-heer.
Monsieur=mijn-us-heer Fr., mijnheer; ook de vroegere titel, welken de broeder des konings van Frankrijk droeg.
Monster=mond-staart, als een slang die toch hele lichamen kan verslinden. monstre, Fr., momstrum, Lat., gedrogt, wanschepsel, misgeboorte. Monstruëust, monstreus, monstrueux, Fr., monsterachtig, gedrogtelijk.
Monster=mee-en-stuur. Om te zien of je er wat mee kunt. staal, proef.
Monsteren, toonen; wapenschouw houden. Monstering, tooning, vergelijking;
Monsteren=man-sturen die mee aan monstert op een schip.
Monstrans=met-ons-stralend... symbool van zonaanbidding mee naar de kerk overgenomen. monstrantie, Lat., de naar eene zon gelijkende vaas, waarin, bij de Roomsch-gezinden, de hostie, of het venerabile, bewaard, en zoo aan het volk getoond wordt.
Montant=mond-hand. Fr., het bedrag, de waarde van iets; het beloop eener rekening.
Monteren=monturen maken. Van wat dan ook.
Montuur, zie Monteren.
Monument=mee-nemend... iets uit vroeger tijden bewaren en meenemen voor het nageslacht. openbaar gedenkteeken, gedenkstuk, gedenkzuil; aandenken.
Mooren=mee-horen. slaven en in slavernij vervoerde... de bewoners van Noord-Afrika, van eene zwartbruine kleur, met schoone oogen en tanden.
Moraal=mee-hoor-al. Een zeer fasistische opvatting. de zedeleer, leer der gedragsregeling van den mensch. Moralisatie, invoering van goede zeden. Moralisch, zedelijk, maatschappelijke, tot de maatschappelijke betrekkingen behoorende. Moraliseren, levenspligten voordragen en inprenten, zedepreken; zedelijke beschouwingen maken. Moralist, deugdleeraar, zedepreker. Moraliteit, zedelijkheid, de waarde der daad of het zedelijk goede.
Morabiten=mee-horen-hap-eten... verwant aan de moren, doch beter behandeld. een eigene Arabische stam, die eene bijzondere klasse van het Moorsche volk uitmaakt. Zij alleen kunnen lezen en schrijven, en zijn uitleggers der wetten, priesters, geneesheeren en kooplieden.
Morbleu=maar-bleut=bloot H/D een Fransche vloek; zoo veel als drommels! verduiveld!
Mordant=mordend
Mordio=moord-jou. moordgeschreeuw: moord! moord!
Mores=mee-hoor-eens leren. Lat., de zeden; iemand mores leeren, iemand te regt zetten, hem leeren, vaak nog aan de oren getrokken ook nog.
Moord=im-hart. De trefzekerste plek.
Morendo=moord-end.
Morgana=ommer-gaan. een verschijnsel, het meest in de straat van Messina plaats hebbende, daarin bestaande, dat, door middel eener bijzondere straalbreking op zee, in de lucht allerlei gedaanten, als: van steden, boomen, menschen, enz ontstaan, maar spoedig weder verdwijnen.
Morgen=om-er-gaan oude om- ploegenmaat, de rondjes die het paard en werktuig gedraaid. eene oud-Nederlandsche vlaktemaat, 600 vierkante Rijnlandsche roeden groot. Morbide=moord-bijten iemand bijten of laten doodbijten.
Morpheus=meuren-vast diets! God van den slaap; de slaap zelf.
Mors=meur-is. dochter van den Slaap en den Nacht, de onverbiddelijkste der Godinnen. Mors=moord=im-hart afk. dood; morsdood, ontwijfelbaar of plotseling dood. Meer-als dood kan dus niet.
Mortaliteit=moord-alle-U-tijd. sterfelijkheid, sterfte, Mortifiant, beschamend, vernederd. Mortificatie, dooding; kastijding of tuchtiging van het ligchaam, onderdrukking der begeerten; ook een vernederend verwijt of eene andere grievende behandeling.
Mortificeren, eigenl. dooden, oneigenl. opheffen, vernietigen, voor ongeldig of nietig verklaren.
Mortuariüm, manus mortua, Lat., de doode hand, het te beurt vallen van zeker door den dood ontruimd goed aan de doode hand, dat is, aan de kerk of een geestelijk gesticht.
Mortuus, dood.
Mortier=moord-er.
Mosaïk=mooie-zaak. mosaïsch werk, ingelegd, werk; ook een uit gekleurde steenen, glas, hout, enz. Moskee=mooi-huuske. Turksche tempel of bedehuis.
Moslem=maal-ezelman=muil-ezelman=musselman=moslim afk. geloovige, regtgeloovige; bij de Turken, een aanhanger van Mahomed. Hiervan het meervoud moslemim, en bij verbastering muselman, muzelman.
Mothar=moet-horen volgens de beruchte spartaanse dwang bij de Spartanen, een knecht, die met de zonen van zijnen heer opgevoed werd.
Mouchard=smoes-hoort. Die zelfs het smoesen afluisterd, smous=jood. Fr., een bespieder, aanbrenger, verklikker, politie-spion.
Moustache=moi-stak=mij-steekt prikkelbaar behaard. een knevel, snorrebaard.
Moyen=mee-houden handvaten.
Mozarabers=mozes-arabieren eigenlijk vreemdelingen onder de Arabieren, onechte Arabieren; de van de Mooren en Saracenen afstammende Christenen in Spanje, ten tijde der Arabische heerschappij.
Mufti=mee-hoofd-U de Turksche opperpriester en regtspreker; de opperpriester van het gansche Turksche rijk.
Mulatten=mee-laten... kinderen, van eenen Europeaan en eene negerin voortgesproten.
Multeka=moeltaak uitvoerend wetboek dat zegt wat er gedaan wordt. Turksch wetboek,
Multiplex=maal-tien-plak-ze.
Mumie=mammie je leive oude moeder.
Mummien, gebalsemde en gedroogde doode ligchamen of lijken, bij de oude Egyptenaren, die daardoor voor verrotting beveiligd werden.
Municipaal=mijn-eigen-paal. Van bepalen. de gemeente of de stadsregering betreffende, ook een stedelijk overheidspersoon, in de Fransche omwenteling. Municipaalsteden, die steden, welke geene vrije rijksteden zijn. Municipaliteit, de stedelijke of plaatselijke regering.
Munitie=mijn-eten... van oorsprong een jacht term. krijgsvoorraad, als kruid en lood; munition d'amour, Fr., blanketsel, en wat dies meer is.
Muradin=om-hoor-en-dien. de voorzitter in de Tartaarsche landgerigten.
Murre=smurrie in Tyrol, eene soort van lavine, als eene menigte van zand en steenen van de bergen afrolt, en het land bedekt.
Museüm=muze-heim later tot allerlei kunstenmakerij instellingen. een muzentempel, eene plaats, aan de schoone kunsten en wetenschappen gewijd, waar geleerden plegen te vergaderen; ook een kunstkabinet; insgelijks eene studeerkamer.
Musica=mee-zing-ja. N. Lat., muzijk, toonkunst, zangkunst, speelkunst op instrumenten. Musiceren, muzijk maken, kunsttoonen voortbrengen, spelen. Musicus, een toonkunstenaar.
Musket=mes-schiet vroeger mes-schiet, alleen nog in cirkus. een vuurroer, oud geweer.
Musketier=mes-schieter.
Mutback=moet-bakken opperkeukenmeester
Mutdwelli=moet-dwijlen schoonmakers der moskee.
Mutin=muiten=mee-eten. Wie niet? Fr., wederspannig, halsstarrig, hoofdig, oproerig. Mutineren, muiten, oproerig worden, eenen opstand verwekken, zich weerspannig gedragen. Mutinerie, muiterij, opstand, oproer. Mutiniers, onruststokers, oproermakers.
Muzijk=mee-zing zank limb. zie Musica. Muzikaal, toonkunstig; welklinkend. Muzikant, muzijkspeler, speelman.
Myomantie=muis-op-mijn-handje. Mys=muis. waarzeggerij door middel van muizen.
Myriade=mee-raden een getal van tien duizend; ook eene ontelbare menigte. Dus... raden maar.
Mysterie=mist-in-raai... raad het dan maar. mystère, Fr., mysteriüm, Lat., geheimenis, verborgenheid in de godsdienst. Mysteriëus, mysterieux, Fr., geheimzinnig, verborgen, raadselachtig. Mystiek, mystique, Fr., leer der geheimen, bijzonder de leer der verborgene vereeniging van de ziel met het goddelijke wezen; ook de navorsching van den verborgen zin der heilige schrift. Mysticismus, het geloof in zulk eene leer der verborgenheden, ook in bovennatuurlijke ingevingen; eene dweepachtige neiging tot wondergeloof.
Mythe=mee-heten iets er bij verzinnen en noemen of heten dat meestal ongeloofwaardig is. mythos, mythus, Gr. en Lat., verhaal, volksoverlevering, verdichtsel, inzonderheid omtrent de godenleer der Ouden; beeldrijk verdichtsel aangaande de godheden en helden der Ouden.
Mythisch, verdicht, fabelachtig.
Mythologie, de leer der oude verdichtselen, bijzonder betreffende de heidensche godenleer, de fabelachtige godsdienst der Ouden; de fabelleer (eene gelukkige uitvinding en onuitputbare bron voor dichters en beeldende kunstenaars.
Mythologisch, hetgeen tot de fabel- of godenleer betrekking heeft.