L
L
De L van spellen=bi-el-in....
Als baby de voor laatste letter die onder controle komt de laatste is R en ook deze letter verwarrend der ganse mensheid wel te verstaan en ratelend te riedelen... Dat in Azië de mensen lembland van lijn zeggen inplaats van Rembrand van rijn komt omdat R en L het volgende doen. Zegt u maar bloot L en bemerk dat Uw tong iets bijterig de L tussen de tanden blijft steken. De R daarintegen RRRR toe maar! De tong gaat naar achter tegen het geheemelte boven kan ze zelfs rollen en dat nu juist hebben vele vele volkeren niet in hun spraakleerprograama geleerd en daarom verwisselen ze voor het gemak gewoon de ER voor een EL en dat begint al bij de Portugezen. Het is een kwestie van weten en dan vallen ook op schrift vele woorden terug naar het dailekt-diets. Adoptie chineese kinderen in Nederland hebben daar wel nergens last van. Zo een bewijs dat het toch geheel aan de taal zelve ligt. "het verhaal van een kleuter" van de Jesuiet van Ginniken hoogleeraar te nijmegen 1935 schreef er een boek over maar... verknoeid het zijn verhaal als zelf geen oorgetuigen, van derde gekregen verzint hij er van alles niet toe dienende bij, tot 200 pagina’s terwijl het slechts om tien pagina’s letteruitspraken gaat een voor een vanuit de wieg, dien den moeder op zekere volgorde ter oren kwam en bijgehouden. Daar in de L en de R ook als laatste. Het kind hoort en de moeder corrieert in dien nodig. Dus vanzelf gaat dat allemaal ook niet.
Er bestaan ook boeken van in andere talen, en dat is natuurlijk allemaal verschillend in landelijke uitspraken. Eigelijk moet je van 100 kinderen zo iets dergelijks ineens opnemen wil je het echt als wetenschappelijk bestempelen. Mensen die te veel praten lullen. Dronken mensen lallen, die veel lachen lollen... kein geloel zei trainer Ernst Happel onder de training tegen zijn spelers. Spellen en spelen moet het zelfde zijn, anders krijg je het spul niet goed uit je mond gespoeld. Dan nog te vermelden dat de H. als eerste letter weg valt. De R als 2e en de L als derde. De T als 4e in uitspraak niet zo zwaar telt. Hiebrink zegt men in maastricht, ook staat de T er voor D. lachde, werkde, raapde etc... Maar dat is ter dialekt-diets duizendvoudig verschillend en dat maakt taal en vooral woorden dus zo anders, in spreektaal/schrijftaal.
Laag-Lytierse
Laag=lig=leeg want ligt dicht bij de grond. Leeg om dat de kar uitgeladen.
eene rij naast of op elkander liggende dingen, als eene laag steen, kaas, enz.; inzonderheid een aantal stukken geschut, langs de beide zijden van een oorlogsschip, op ieder verdek. De grootste schepen hebben drie lagen. Ook noemt men al de stukken, aan de eene zijde van een schip, eene laag: den vijand de volle laag geven=de volle leeg geven van leeg schieten.
Laarzen=leer-zien.
Labbei=lippen nooit opelkaar.
klappei, snapster. Labbeijen, snappen.
Labben=lappen=lippen liberij=lippen-rij. Daar bij sommige mensen de lippen mee bewegen als ze een boek lezen. klappen, overbrieven. (Schaamlappen.) Labiaal=lippen-haal de klinkers v=f=b=p=w en die verwisselen allemaal.de M staat daar los van.
hetgeen tot de lippen behoort; labiaal-letters, in de spraakk., lipletters, die met de lippen uitgesproken worden, als:
b, m, p, f, v, w. Labiüm=lip-heem.
Labirint=loop-er-rond.
vinden; een doolhof; fig., eene verwarde zaak, welker zamenhang en uitkomst men niet ligt bespeuren kan.
uitdeeling van het avondmaal, aan de leeken brood en wijn tevens uitgedeeld wordt. Labor=laat-gebeuren.
Lat., labeur, Fr., labeur. Labeuren vlaams.
Lack of lak=laag hoeveele lagen 2x.
Laconiec=lachen-ik.
Lacrymae Christi=laat-cremrenzalf of balsem, creme.van oorsprong thans verbranden doch in India met creme.
(Kijk! in dit soort super onzin staat er ook nog bij....)het meeste laten we weg!!! kleine traanfleschjes, waarin de tranen aan het graf gezameld werden. Lacune=langs-kunnen mooi Hé!
Fr., opening, gaping, open vak, bijzonder schriftuitlating. Lacuneux, gapend, met gapingen.
Ladieladen.
eene soort van schepen op het meer van Constanz.
Lady=leg-die.
Eng., eene voorname vrouw of jonkvrouw; eene Engelsche dame.
Laen=loon
eene Chinesche munt, welke omtrent met eenen dukaat overeenstemt. Laetitia=likt-tiete-ja.
bij de oude Romeinen de Godin der vrolijkheid, welke nu eens met eene krans of tak, dan met eenen diadeem in de regteren een scheepsroer=roede in de linkerhand voorgesteld werd.
Lagneuma=lig-neem-mij.
de zaadstorting, bijzonder in het bijslapen; ook oneigenlijk van Lagnia, Lagneia, eene groote neiging tot zaadstorting, geilheid.
Lagthing=leg-ding in ding liggen.
wetgevend ligchaam der Noorweegsche rijksvergadering.
Lagunen=laag-gaan.
ondiepten en eilanden in de Adriatische Zee; tusschen wateren in Venetië. Laïcus=leek-is. =laag geen van alles vinzende hoogleeraar.
Lat., laie, Fr., een leek, oningewijde, wereldlijke.
Laird=lieg-hard.
titel van den hoogen Schotschen adel.
Lakkei=likke de hiele likkers thans regerings beambte.
laquais, Fr., een looper, voet- of lijfknecht.
Lakritze=lekker-eet-ze.
(eigenlijk Laquiritia of Glycyrrhiza) het zoethout, de zoethoutswortel of zoethoutsplant. Lakritzesap, zoethoutsap, uit welks vermenging met suiker en Arabische gom de bruine reglise gemaakt wordt.
Lakrissie=lekker-is-ie.
Là là=laat-laat ik doe het zelf wel.
Fr., zoo zoo, middelmatig.
Lama=lamme.
Chinesche, Tartaarsche of Kalmuksche priester. De groote Lama, de opperpriester der Tartaren. Lama, Llama, Peruaansch schaap.
Lambrisering=al-om-be-siering. houten beschot voor muren, paneelwerk. Lamentabel=lam-aantafel reeds bezopen.
lamentable, Fr., beklagenswaardig, erbarmelijk, droevig, Lamentatie, wee- of jammerklagt. Lamenteren=lam-in-teren=volverten. Lampadariüs=lampen-door-reis. Het heilg voor van plaats tot plaats.
een lampen- of lantaarndrager, een Grieksche geestelijke, welke het opzigt over de lampen heeft.
Lampion=lamp-ioonse vinding.
Lancet=langs-het.
lancette, Fr., laatvlijm, tweesnijdend mesje der wondheelers, om eene kleine opening te maken.
Landauer=lang-duur-er reiskoets voor lange afstanden.
een reiswagen voor 4 personen.
Lans=lang-is.speer, spies=spits. Lansier, lancier, Fr., lansdrager, speerruiter. Lansquenet=langs-ken-niet Frans kinder vangspelletje.
Lanterfant=land-te-vind-er zoeken naar iets eetbaars inplaats van werken. Wat is daar mis mee?
lediglooper, straatslijper. Lanterfanten, straatslijpen.
Laos=los ongebonde leefgemeenschap.
Lapidaarschrift=al-kappen-te-eer-schrift.
steenschrift, in steen geschreven letters, tot opschriften op gedenkteekens. Lappa=lopen lekking.
Lapsus=lopen-is. vergetelheid.
Laptot=loopt-te-uit
vrijgelaten Negers.
Larderen, larder=al-hard., Fr., bespekken, met spekreepjes opvullen..
Larven=al-erven de eitjes van wie dan ook uitkomend als erfenis van het leven.... Mooier kan niet.
Lasagne=lust-en-ja. Lasanja.
eene soort van macaroni in Italië.
Lascief=laat-schuif. Laat die maar schuiven.
weelderig, ontuchtig, wellustig.
Lateraan=laat-tranen oorspronkelijk kerk van den weenende madonna. Romen. Lantaarn=lont-er-aan.
Latobiüs=laat-U-bij-ons.
eene gezondheidsgodheid der oude Romeinen, dan worden wij niet ziek. Laudat=luid-het verkondigen dat...
Laureaat=leer-uit klaar met studie.
bekroond of gelauwerd dichter.
Lava=laag-vast onbewegbare laag nadat het gestold is. Strombolie=stroomt-al-lie. li=licht.
Lavage=laat-vegen.
het wasschen, afwasschen,
Lavendel=love-handel.
naam eener plant, met welriekende bloemen.
Laveren=laat-vieren.
bij tegenwind heen en weer opzeilen; in gevaar, bedachtzaam vertragen; wasschen (eene teekening), de kleuren met water verlichten. Lavoir, waschbekken, waschplaats.
Lavine=al-af-in-eene. Ravijn=er-af-in etc... Lawine, in Zwitserland, een van de bergen afgescheurde en afrollende sneeuwklomp, sneeuwval. F=w. Lawanzen=laat-woon-zijn daar er anders oorlog.
naam, door de Hongaren aan de Duitschers somtijds gegeven.
Lazaret=lig-zeer-uit. Beter worden.,
eigenlijk een gebouw, waar besmette kranken bezorgd worden.
Legaal=leeg-haal. Alleen door de wet en politie bevoegde.
wettig, geregtelijk. Legalisatie, de regtsbekrachtiging, geregtelijke of wettige bevestiging. Legaliseren, wettig maken, geregtelijk bekrachtigen. Legaliteit, de wettigheid.
Legaat=leg-uit.
eene erfmaking, eene gift, schenking bij uitersten wil. Legaat, legatus, een pauselijk gezant; legatus a latere, een kardinaal, dien de paus tot zijnen gezant benoemt. Legatariüs, legataris, medeërfgenaam, een begiftigde. Legatie, gezantschap. Legateren, bespreken, bij uitersten wil maken. Legator, legateur, erfmaker.
Legaal=leeg-haal illigaal=al-leeg-haal.
Legende=liegende en dat is wel 99% van alles wat er ooit opgeschreven.
eene levensbeschrijving van eenen heilige, heiligengeschiedenis; wonderverhaal, sage. Ook randschrift rondom eene munt.
Leges=leg-us eerst geld op tafel en dan...
Lat., wetten, verordeningen; insgelijks, bepaalde verdiensten voor zekere werkzaamheden. Zie verder Lex.
Legio=legioen=leger.
Legislatie=liggen-slaat-U alleen volgens de wet mag alles
legislatio, Lat., de wetgeving, wetgevende magt. Legislator, législateur, Fr., wetgever. Legislatuur, de wetgevende vergadering, het wetgevend ligchaam. Legist, een doctor in de regten, een regtsgeleerde. Legitiem, légitime, Fr., wettig, regtmatig; légitime portie, wettig erfdeel. Legitimatie, legitimatio, Lat., echtverklaring; volmagts-erkenning. Legitimeren, voor echt verklaren, wettigen.
Legitimiteit=leg-u time en tijd het vastellen van U geboorte. wettigheid; eerlijke geboorte.Ja! ja! Je moet eerlijk geboren zijn bij de letter van de wet beschreven. Leipyrie=leipe-rij gekte.
Lek=leeg daar het loopt leeg.K=G
eene scheur of een gat in eenig ding, waardoor het water indringt. Lekkaadje=lek-gaatje.
het verlies, dat men aan vloeistoffen, door het uitlekken, lijdt. Lentement=langt-saam-aan zien we de totale verbastering hier.
Lente=lengte de dagen lengen.
Leopard=loop-hard de latijen menen het een leeuw te zijn. Kun je nagaan wat zij er een zooitje van gemaakt.
Lepaditen=al-opend-eten. Meteen te eten.
Lestrigonen=al-us-strikken-gaan
barbaren, wreedaards; menschenëters.
Letaal=lijd-al
doodelijk (wonde of ziekte).
Lethargie=laat-er-gaan wat kan ons dat schelen.
de slaapzucht; zorgeloosheid, ongevoeligheid. Lethargisch, slaapzuchtig; zorgeloos, gevoelloos.
Lethe=laten.
de hellevloed, wiens wateren hem, die er van dronk, alle herinnering van het verledene benamen. Vloed der vergetelheid.
Lettre=al-heet-er. Dit en dat van wat jij mede te delen hebt. Al-heet-er-in=letteren je noemt en benoemt al wat jou willen en heten.
Fr., letter, brief. Lettre de cachet,
Leur=al-heuren=horen of ze nog iets te verkopen.... Oud ijzer of vodden etc... Levant=leef-van-’t den handel in leef-hant... geef-hand. Samerkant=zomerkant en coromandel=ga-er-om-handel... daar was tot laat in deze tijen alleen maar ruilhandel mogelijk. Dan had je altijd wel te eten...
Leveller=laat-vel-er of villen...zou je ze soms ook niet?
in Engeland, onruststichters, de misnoegden met de regering, die alles gelijk willen maken.
Lever=leveren handel.
Fr., de morgenopwachting bij aanzienlijken en vorsten.
Leverancie=lever-onze.
levering, aflevering. Leverancier, leveraar; hof-leverancier, die het hof van waren voor- ziet.
Levieten=leef-wetten hem de leef-wetten lezen.
het derde boek van Mozes, waarin de regten en pligten der Leviten=leef-wetten beschreven worden.
Lex=leg-ze. En niets anders dan alles wat je hebt neerleggen voor je uitbuiters de overheid.
Lat., wet, verordening, voorschrift. Lex fundamentalis, Lat., loi fondamentale, Fr., de grondwet. Ex lege, onder beding, op voorwaarde. Lex duodecim tabularum, Lat., de wet der twaalf tafelen, bevattende die wetten, welke in twaalf tafelen vervat, en door tien van de Romeinen daartoe aangestelde mannen vervaardigd zijn.
Liaison=lig-aai-ons.
band, verbindtenis, gemeenschap, bijzonder van geliefden.
Lianen-leg-aan werden ook als touwen en verbindings stukken gebruikt
Libel=licht-bel
Liberaal=loop-er-al.
milddadig, gastvrij; onbevooroordeeld
Libertas=liever-thuis. Dan in de bak.
Zwarte Zee, vervaardigd.
Licent=leg-cent en dan krijg je wat je behoeft... mischien?
Eng., tol, accijns, belasting op uitgaande waren. Licentie, licence. Lieutenant=lieden-benoemt. Hoog duits leute-benant.
Liflaf=lik-af-al-af.
Onsmakelijk.
Liga=al-eige...
Ligustischezee=lig-kust-dietse-zee.
het gedeelte der Middellandsche Zee bij Genua. Ook toscane = deutskant der longobarden=langebaartden van duitese oorsprong.
Lijfeigenen=leef-eigen-aan. Kan dus wel zijn maar ze leefde wel hun eigen leven....
die onderdanen, welke noch eigendoms- noch erfregt aan de goederen hebben, welke zij bebouwen, maar zoowel met hun persoon als familie aan den landheer in eigendom toebehooren.
Lilith=al-haal-uit...
Lilis=al-haal-us. naam des doodsengels, bij de Joden, een vrouwelijk spook, hetwelk gezegd wordt, de kleine kinderen te rooven, of om te brengen.
Lilliput=al-iel-peuter.
Limoniade=limon-houdend.
Linea=lijn
Linellus=leen-al-us lenen=al-henen want meestal krijg je het nooit terug. Lingam=leng-hem tot in mijn bek.
de mannelijke geslachtsdeel of de teelen geboorteleden, in Egypte Phallus=paal-lust genoemd; een voorwerp van goddelijke vereering bij eenige oude volkeren. En trouwens nu nog...
Linguïst=lange-gij-wist... maar ze weten niets. Lange=tong limb.
een taalkundige, kenner van talen. Linguïstiek, de algemeene taalkennis. Liqueur=lekker.
Fr., fijne brandewijn; geestrijke drank.
Liquidatie=lijk-kwijt-uit-die.
Lira=leer ruilhandel naam mee overgegaan op muntgeld.
lire, een pond; eene Italiaansche munt, ruim een frank waard.
Litanie=lied-aan-een en heel langdradig.
Fr., litanij, eene soort van bepaald ootmoedig gebed; ook een smeekgezang, ter afwending van algemeene zonden; insgelijks eene lange, vervelende klagt of verhaal. Liturgie=liederen-orgie
kerkformulier, kerkplegtigheid. Liturgiek, leer der inrigting van de openbare godsdienst. Llanos=land-us land van ons.
benaming van de ver uitgestrekte Zuid-Amerikaansche vlakten, meestal zonder boomen en heuvels.
Locaal=lok-al afsluitbaar.
eene plaats, begrensde ruimte; ook plaatselijk. Localiseren, op de behoorlijke plaats stellen; de behoorlijke plaats aanwijzen. Localiteit, plaatselijkheid, plaatsgesteldheid. Loco=luik-op op sluiten. Gek.
Loef=lauf=loop iemand de loop afsteken H/D.
de eene helft van het schip, naar de lengte; de zijde, waar de wind van daan komt. De loef hebben, het voordeel van den wind hebben. De loef afsteken, den bovenwind van een ander schip krijgen; fig. iemand te boven gaan. Loef houden, bij den wind zeilen. Voorts eene Esth- en Lijflandsche korenmaat, waarvan er 72 te Reval een last uitmaken. Loensch=lens heel sterke dikke lenzen.
eenigzins scheel.
Lofn of Loebna=liefde russisch.lobj love etc...
de Godin der huwelijkseendragt, de 8ste uit het geslacht Asen.
Loge=al-hooge daar zitten ze dus!
Fr., loggia, Ital., stoel, zetel; zekere afgesloten zitplaats in den schouwburg. Logeüm=al-hoge-heim dan haag den hooge.
bij de Grieken en Romeinen, eene verhevene plaats, van waar de redevoeringen gehouden werden.
Logica=al-oog-ik dat wat je werkelijk ziet en niets anders dat is het.
Lat., logiek=al-oog-ik.
Logman=al-hoog-man.
de naam der beide voornaamste regters in Ysland, onder den Gouverneur staande. Onder hen staan de Sysle-man, of provinciale regters, wier bijzitters Logrittuman heeten. Logos=gelijk-is.
woord, rede; ook iemand, die met bekwaamheid van iets weet te spreken. Longrines=lang-grenen-is.
de legbalken, sterke stukken hout, een deel van den vloer der sluizen uitmakende. Lord=al-hoort met de rechten ieder te horen en overhoren...
titel van den hoogen adel in Engeland. Lord-luitenant, titel van den onderkoning van Ierland. Lord mayor, titel van den burgemeester van Londen. Lorrendraaijen=loeren-draaier
sluikhandel drijven; met draaijerijen omgaan, misleiden, bedriegen.
Lotto=loten
Lotus=laat-us
een boom met bladeren, als netels, wiens vrucht, volgens Ovidius, vergeetachtig zoude maken. Lotophagen, een volk in Azië, dat de vrucht van den lotusboom gebruikte. Loup=loer-op
Louvre=loop-vrij iederren mocht komen kijken.
Low-boek=al-eeuw boek ora linda boek ook in het fries de wet ... allles wat en eeuw gewoonte was werd wet.
een Jutlandsch wetboek, waarin de Deensche regten bevat zijn.
Loyaal=al-hou-ja-al alles voor jou om te houden.
Lucifer=lu-zie-vuur
Lucratief=lik-er-het-af.
Lucretia=lik-reed-ja
eene kuische vrouw. Zo kun het ook zien... dieren likken daar ook alles schoon.... Dan is dit een erg oud gebruik.
Luctor et emergo, ik worstel en kom uit zee op, dat is, ik ontworstel mij aan de baren, (op het Zeeuwsche wapen); waarvoor, bij vervalsching, op Zeeuwsche munten gezet werd: luctor et ementor.
Lucullus=lik-alles dekadent.
een Romeinsch veldheer, minder beroemd door zijne krijgsdaden dan door zijne weelderige levenswijze. Lucullisch, overdadig, weelderig. Ludificatie=lieden-die-fuck-dat.
fopperij, bespotting.
Lugastonen=lieg-us-tongen
eene soort van priesters en waarzeggers der oud-Heidensche Pruissen. Luguber=lijk-open-er
Luitenant=lieden-benoemd leute benant.
Lullische=lul-koek. of Lullistische kunst,
eene hersenschim of kwakzalverij, van Lullus of Lullius, in Majorca, omstreeks het jaar 1300. Hij gaf voor, door middel van cirkels, waarin de kunstwoorden der wetenschappen gerangschikt werden, in den tijd van 3 maanden uit ongeleerden de geleerdste mannen te vormen. De Jacotot van dien tijd.
Lummel=lam-al.
een lang, lomp manspersoon: een lummel van eenen jongen.
Luna-licht-nacht.
Luxus=lik-us
Lat., luxe, Fr., pracht, overvloed, weelderigheid, verkwisting. Luxuriëus, Iuxurieux, Fr., weelderig; ontuchtig.
Lyceüm=lees of lesheim.
Lat., lycée, Fr., eene beroemde school bij Athene, waar Aristoteles de wijsbegeerte onderwees; thans een hooger gymnasiüm, waar de jonge lieden tot geleerden opgeleid worden.
Lyna, Hlyn, helena ook grieks en heil brengende godin van zeeland
de 12de godin uit het geslacht Asen, vriendin van Frigga, bestemd, om de menschen tegen gevaren in bescherming te nemen.
Lyncaeus=aleen-ga-aus.
een der 50 zonen van Egyptus, de eenige, die bij den moord door de Danaïden aan zijne broeders gepleegd, door Hypermnestra, zijne gemalin, verschoond werd. Lyssa=al-eisen
de woede, dochter des Nachts, bij sommigen de 4de furie.
Lytierse=lied-te-eer-ze oogstlied
gezang der maaijers, bij de oude Grieken.