K
K
(*) Wat niet met K te vinden is, zoeke men onder de C.
Aanmerking Hietbrink: Deze eeuwige verwarring straks een eind. Daar in het Fundamenteel dialekt-dietse spraakstelsel de letter C niet meer in zwang. Even als de au en ij/Y Q en X. Daar voor in de plaats alle 360 klankeenheden die de menselijke stem vermag te maken. Ons Huidige Alfabet is slechts een overblijfsel, als het ware een ruïne=ruw-wonen... der fundamenten in het Fundamenteel dialekt-diets spraakstels 360 * op nieuw gelegd en het werelds spraakgebouw hersteld, opgetrokken. Tot genoegen der eksakte taalwetenschappen. Een leven lang door berend willem bestudeerd en op natuurlijke=naakt-eerlijk wijze op kaart gezet.
Kaai-Kwinkslag
Kaai=kei laden en lossen op de keien anders wordt het een en al modderbad.
ka, kade, muurwerk langs een water, aan eene haven enz., voor het laden en lossen der schepen.
Kaam=schim van schuim en schimmel.
een bederfelijk aanzetsel in wijn, bier, azijn of andere vloeistoffen.
Kaan=kaantjes=de kantjes.
het vliezige overblijfsel van uitgesmolten spek. Kaankoek.
Kaapstander=kopstaander.
Kaawi=kouwen zoals al het voedsel. Kiwie van het zelfde.
Kabaal=kap-al het kappen en daar vallen de klappen.
Kabaan=ga-baan en veerpont=vaar-punt die de oversteek van een tussen liggende baan regelt.
Kabadion=keep-de-ioon... uitvinders en via pape jan=ioon de meest ijverige geloofsvespreiders ooit bestaan.
een lange overrok, welken de Grieksche wereldgeestelijken over de gewone kleeding dragen, of als eenen mantel omhangen.
Kabak=kouw-pak.
drinkhuis, waar wijn, bier, enz. verkocht wordt, in Rusland.
Kabas=koop-us waar je boodschappen in. eene biezen tasch. Kabaseren=kaap-us-heren. mensen kapers heeten in Guinea onderbeambten, die, met den Broffo=proeven de heerschappij, in naam van den vorst, uitoefenen; Kabassen=kaap-essen=eten.
behendiglijk stelen.
van het verledene en toekomstige zou verkregen worden.
Kachef=kauw-chef die ook het beheer voedsel regeld, in Egypte de hoofden der dorpen en vlekken=plekken.
Kadar=ga-door met alles wat je doen wil en aan het doen bent goed of kwaad. Geen goed zonder kwaad... geen kwaad zonder goed... wat moet. Moet.
eene sekte onder de Turken, welke gelooft, dat de mensch, in het bedrijven van goed en kwaad, zijne vrijheid heeft. Van het woord kadar, dat een vermogen, om iets te doen, aantoont.
Kadeschgaat-es voor het eten bidden der joden.
Kaffer=ga-af-er een overal weggejaagde neger ras.
Kajak=ga-jaag.... K=g.
een klein Groenlandsch vaartuig, ter vischvangst en waterjagt geschikt. Het vaartuig, hetwelk de vrouwen tot dat einde gebruiken, heet umiak. Kajapoetölie=ga-ja-boet-olie... er preisters voorgeschreven als boeten pligt.
uit de bladeren van den kajapoetboom bereid wordt: (Toon Hermans) Kaicke=ga-jacht.... Handel.
zekere op de Zwarte Zee en den Dnieper gebruikelijke kozakkenschuiten, welke met vellen van dieren bedekt en met 50 à 60 koppen bemand zijn.
Kaik=ga-jacht... alles kajak etc.
kleine ligte roeivaartuigen, welke lang en smal zijn, en waarvan men zich te Konstantinopel bedient.
Kaikschis,de roeijers op de kaiken. d
Kaisteen=kei-steen.
Kakkerlakken=kaker-al-like... alles vreters met hun kaken.
Kakketoe=kijke-toe of kakken de boel helemaal toe. Parkvogel die de bezoekers beschijten.
Kakocholie=kakko olie en ook daar ga je goed van.
Kakodaemon=kak-uit-dom-man
booze geest der grieken.
Kakogamie=kakke-ga-mee een klote huwelijk waarmee je gaat. Kakopathie=kak-op-eten vele dieren doen dat. onpasselijkheid. Kakophonie=kakke-bonje
Kalambach=kalm-pak rustgevende en reuk boom medicijn.
Kalamella=ga-mee-allen... Leger fluit ter waarschuwing van vertrekken. Kalamitis=ga-al-met-ons... even als de galmeien=ga-al-me-ja fluit bevels instrumenten. Kalebas=ik-hale-baas
een drinkwater hetwelk de Mooren halen, In opdracht van hun baas. Kalefas=ik-hale-vast de touwen en koorden steeds na moet lopen...
een scheepsbediende, die het schip alle morgens en avonden naziet, of er ook eenig gebrek aan te herstellen v
Kalefateren=kalen-vet-teren met vet en teer de boel dich smeren.
(zeev.) de gaten en reten van een schip digt maken; ook verhelpen, lappen. Kaleidoskoop=kleur-te-schouw-op
vertooner van schoone beelden, een door D. Brewster in Edenburg uitgevonden schoonheidskijker.
Kaliber=gat-loop-er munitie dat door het gat van den geweerloop past.
Kalif=kal-lief lief tegen hem kallen hij zal voor U lief wezen.
Kaliol=koel-ja-al.
een rond ijzer aan eenen steel, met welken het eenen hoek maakt, dienende om, voor het gieten van koperwerk, het schuim van het vloeijend metaal af te nemen. Kalk=kaal-ik. Schijnbaar uit het niets is het toch een zéér wonderlijk iets. Een boom drinkt louter water en niets zo stevig staat-er. Vreet je botten kaal wat overblijft is kalk. De wolken het is drijvende de kalk. Sneeuw het zijn vlokken kalk. Melk het is vloeibaar kalk. Kalk aanslag en het mag en moet overal aanslaan want het der schepping dan wel een kale boel... doch hoofd-bestand-deel van al het naturlijke=naakt-eerlijke in lichaamsbouw. Vele vele geleerde uit vroegr tijden in afbeelding met een doodshoofd... Alleen waar is al dat menselijk verstand gebleven ? Wat zal-ik zonder kalk ?
DE duizenddichter 22-12-2009. Het kalk-kastanje plein amsterdam. Kalka-sultan=kouw-al-kouw: samkelijk eten zeker weten.
de oppersteveldheer der Tartaren.
welke men van ijzervitriool gedisteleerd heeft.
Kalla=ga-halen dit woord in deze betekenis in heel veel talen... (Hebr.) eene bruid.
Kallemooi=ga-halen mooi. een mooi wijf bedoeld. op de wadden eilanden jaarlijks met pinkster traditie... en zit men de ongetrouwde vrouwen achterna. Met of zonder afspraak. De haan als symbool van kipptejes vruchtbaarheden ook in het spel. Kalliope=kelen open... diets in zang en daad.
eene der negen zanggodinnen, en wel die des heldendichts.
Kallisto=ga-hale-us-toe Nimf=neem-even en dan weer de volgende...
eene nimf van Diana=die-jaagt-na.
Kallugier=kal-lieg-er de naam van een zeer bijbelvaste sekte.
Kalm=ga-al-mee we zullen je niets doen.
Kalokagathie=ga-lok-eigen-gaatje.
zedelijke schoonheid, goedheid des harten die je moet zien te veroveren. Kalypso=ka-lief-zo en daardoor versierde zij alle mannen.
halfgodin en bewoneres van een eiland, waarop Ulysses door schipbreuk geworpen werd. Ook hier Kal vrouwelijk in het woord, zoals van over de ganse wereld is vast gesteld door Richard Fester: "Sprache der eiszeite 1970" Kamachier-baschi=kamer-heer-baasie
aan het Turksche hof de voornaamste in de 4de kamer der Pages=pak-us. En ze mochten zomaar alles pakken die heren. En ze lieten zich pakken die pages. 4e kamer=vier-ter-kamer groepssex.
Kamea=ga-mee-ja! En dat staat allemaal in den babbel.
bij de Joden, een perkament, hetwelk men met een tooverformulier in de Chaldeeuwsche taal beschrijft, en als amulet tegen schrik en ziekten om den hals hangt. Kameel=ga-mee-haal een dier uitgevonden alleen om te halen en te brengen. Kameleon=ga-mee-allen... past zich als geen tweede aan, aan zijn omgeving ... kleurenkoning der dieren.
eene soort van kleine hagedis, zich op boomen ophoudende. Men geloofde eertijds, dat dit dier allerhande kleuren, naar mate der voorwerpen, waarop het lag, aannam, en dat het van de lucht leefde. Beide is door natuuronderzoekers valsch bevonden; het vangt, met zijne lange tong, gekorvene diertjes, die het tot voedsel verstrekken, en de verscheidenheid van kleuren ontstaat uit de onderscheidene gesteldheid zijner driften. Fig. wordt ook een mensch, die zich onder allerlei gedaanten vertoont, en die dan deze en dan gene partij of meening is toegedaan, al naar mate zijn belang het vordert, een kameleon=ga-met-allen-aan. genoemd.
Kamelot=kameel-huid. H.
Kammeling=kammen-lang... zoals het woord zegt juist andersom als hier volgend getseld.
korte uitgekamde wol.
Kanaal=ga-en-haal-A-al. Kanalen gegraven om het water en zo den handel dichter bij te halen.
Kanalje=knal-ja... af knallen die lui.
Kanarie=kan-aria dat is heel mooi zingen. En ze zijn
Kanefas=kanvas=kam=vast en onkreukbaar.
soort van ruw, ongebleekt lijnwaad; ook geweven katoen met verhevene strepen. Kansel=kan-zie-al maar ze kijken over alle heen.
een spreekgestoelte, preekstoel, waarvan redevoeringen tot het volk gehouden worden.
Kanselier=konings-gezel-heer. Daar ze automatisch gezellig gegijzeld waren... Kapasion=kee-als-ioon. Capison Limb. Regenjas.
de kap van den Griekschen Patriarch, zijnde violetkleurig, met een lichtblaauw kruis, waaruit op beide zijden 2 breede snoeren of linten over de schouders hangen. Kapel=kap-halletje althans het dak.
Kapellaan=kapel-aan.
Kaper=kap-er de touwen.
Kapitaa=ik-heb-‘t-al,
Kapitein=keep-pet-aan dat slaat op zijn uniform. Kapittel=kop-titel.
Kapot=kap-hout en nergens anders meer voor geschikt.
Kabbab=ik-heb-hap
Karaat=keur-het.
Kaeabijn-karabijn=ga-rap-bij-een U bent allemaal aangehouden. Onder schot. Karaïten=keur-eten op kosjher=kost-sure=zeker. Joden warenwet. Karakter=keur-ijkt-er.
Karambol=keer-om-bal-bal als je het goed kunst is het bal-ja-art... of balletjespart- biljart. En die J staat er tussen om dat het uit de Russische taal komt. Karamel=koe-room-al met...
donkerbruine kandijsuiker.
Karavaan=keer-af-en-aan.
Karbats,=keer-U-bats en dan pats pats. Op die batsen... Maastrichts. Karwarts=keer-achter-waarts. eene lederen zweep, eene gevlochten rijzweep. Kardeel=kwart-deel
quartel, Fr., zooveel als vierendeel.
Karillon==kar-rij-loon voorloper van het draaiorgel al waar de muzikanten hun loon verdiende. Later over geaan op klokken om de mensen te lokken. Karinpeirt=kar-en-paard. Turks warenvervoers bedrijf. Naar wel uit vroegere eeuwen. Karnkrone=keur-en-kroone alles in dienst voor de Perzische kroon.
in Ispahan een gebouw, waarin zich vele fabrijken met hare arbeiders bevinden, welke den koning van Perzië toebehooren, en waarin tapijten en andere stoffen, zoo als ook metaalwerk, vervaardigd worden.
Karlberg=karels-burght thans biermerk.
Karnuffelen=keer-en-roffelen spitsroede lopen...
karnoffelen, met vuisten of stokken slaan, zoodat de huid gekwetst wordt Karonje=kreng.
carogne, Fr., een lage scheldnaam, beest, kreng.
Kartel=keer-tel van den kerfstok.
Karveel=kar-veel zoveel karrenvrachten.
Karviel=keer-wiel
blok van het touwwerk aan het groote marszeil.
Karwei=kar-weg op de kar-weg op karwei.
Kasche=kost je koopt het er voor, waar dan ook. eene Chinesche munt.
Kaschmir=kaza-muur ik ga-huize=kaza.
Kasikad=kus-u-kut.
vrouwen, welke op de bruiloften der Esthen en Lithauwers voor de bruid liederen zingen, en naar de dikwerf daarin voorkomende woorden Kaslike=kus-lik en Kanlike=gaan-likken en dat is, lief poesje... kat=kut, poesje=pusch-ja. Eindelij we
komen weer klaar via taal.
Kaskient=kuis-kind.
een pronkjak met eenen langen schoot, onder de Noord-hollandsche boerinnen in gebruik. Kientje vlaams.
Katagorie=ga-te-goede-rij... in deling der Griekse priesters. Katakeleusmos=god-take-alles-met-ons.
Overwinnings aanbidding der grieken.
Katakoemesis=kut-o-kom-eens...
Katakoemetikon=kut-o-kom-mij-dikke. onder de bruiloftsliederen der Grieken, datgene, hetwelk gezongen werd, wanneer het jonge paar zich te slapen legde. (Ik geloof het echt.)
Katapulten=ga-te-pull-het. Pull=paal zo wel trekken of stoten.
oorlogswerktuigen der Ouden.
Katevhismus=ga-te-kuis-mij-eens het leren biechtn en belijden der zonden. Kategorie=gaat-ter-rij.
zonder omwegen, van daar: een kategorisch antwoord.
Katern=gaat-er-in extra bijlage=bijliggen...
eenige geschrevene of gedrukte bladen in elkander gelegd of ineen geschoven. Diallekt-diets. Vragen-geen vragen.
Katholicken=kut-hol-likken en zeg eens dat het niet waar is.
Kut=gat van voren of achteren geen verschil is dat. K=g. Schatje=us-gaatje. Zo zit macht en overmacht nu eenmaal in elkaar... dat een oorspronkelijke naam alles overwoekerd tot onschuldig begip en trots der kerk die eeuwen later pas excuus gaat aanbieden voor al wat ooit heeft misdaan...te laaat!!!!!!.
DE kerk het betere werk; het is en blijft gewoon eeuwige handel.Aan de domheid van het volk verdiend.
Katokamilauchion,
de onderste kap of kuif, die een Grieksche patriarch op het hoofd draagt. Katoptrica=kaats-op-en-terug.
Katopntriek, de leer van de terugkaatsing der lichtstralen. K=g. Daarmee is ook de uitvinding van het brandglas of de brandspiegels verklaard... die met zoveel hitte- spiegels in het zonlicht terugkaatsend, schepen konden doen vlam vatten. De beroemde slag bij leapanto=loop-eind-toe... werd gewonnen omdat deze zeearm op het einde toe-loopt en alle schepen in de val zaten... werd door de Laaglanders voor karel de 5e gewonnen. En is een der beroemste zeeslagen in de geschiedenis. Okt. 1571.
Katoptromatie=kaats-terug-op-mijn-handje.... de spiegelwaarzeggerij. De moeilijkste en door U nog nooit gehoorde woorden alles dialekt-diets en daar haal je niet eens de krant mee om dat 100% onzin voorang.
Dus spiegel in het grieks Kats=kaats om dat zij gewoon het beeld weerkaatst.... Beeldsprekende woorden.
Kaukasische=koude-azische=oostzijde Kelt=kalt. een der vijf vermoedelijke hoofdtakken van het menschelijk geslacht, zijnde de voornaamste en schoonste van allen.
Kauris=kouw-er-us schilling=schelp en ook de shell verdiende er zijn geld aan. Koris of Kowris of Simbipouri=zo-om-bij-poeri=arm, mosselmunt, Guinesche munt. Het zijn kleine schelpen, welke bij de Malediven gevischt worden, en minder dan 2 stuivers het pond gelden; terwijl zij op de kust van Guinea voor 17 stuivers in betaling gegeven worden.
Kauscher=kosjer-kouw-sure...
Koscher, bij de Joden, beteekent geöorloofd, rein, zuiver, bruikbaar; van daar de uitdrinking: iets kauscher of zuiver maken, namelijk die levensmiddelen of dat keukengereedschap, welke door Christen handen verontreinigd zijn, in overeenstemming met hunne godsdienstwetten. Lust je nog peultjes? Kavalje=kouw-val-ja die alleen nog maar eten en omvallen kan.
eigenlijk een oud paard, een knol; ook elk oud, romslompig, niets waardig ding. Kavelen=kauf-velden van kavel H/D.
eigenlijk door het lot verdeelen; van hier kiezen of kavelen, dat is kiezen of bij het lot verdeelen. Ook een geheel tot kleine gedeelten maken, om die zoo te verkoopen. Kaveling, niet alleen de daad van verdeelen, maar ook het deel of de partij zelve; zekere waren bij kavelingen, bij partijen, verkoopen.
Kaviaar=kauf-eier de eieren van deze vis. caviar, Fr., ingezouten steurkuit; vooral eene Russische lekkernij.
Khaviste=ik-hou-vaste. Als u het beter weet mag u het zeggen...
bij de verwers (volgens het Italiaansche woord Caviccio), een sterke houten spijker op de tafel, waarop de zijde uitgedraaid wordt.
Kawaan=kouw-aan soort schilpad der galagapagos=ga-halen-pak-kost. Zo genoemd omdat daar al het vleugelloos gevogelte en kruipgedierte natuurvijandenloos in ontelbare aantallen aanwezig en... ga halen-pak-kost daar paradijselijk was. Kazerzi-baschi=keizerij-baasie.
‘Hietbrink... O! dat lezen we niet!’ de overheidse gedachten: We zien hem niet we horen hem niet. De taal sunamie.
Keblers=kibbelaars der soenieten=zoen-niet. Die zich met niemand verzoende... en thans nog, zich nergens laten plaatsen.
eene godsdienstige sekte in Perzië.
Keel=kiel=kuil het diepste punt van het schip.
Keet=ik-eet in de keet.
bijzonder eene plaats, waar men het ruwe zout kookt en zuivert, (raffineert=van-ruw- fijnert). Eene zoutkeet.Klopt! Vroeger stond zo een bouwtje op de zoutkeetsgracht, thans einde van lijn 3.
Keg=schei-ik daar mee men hout en zelfs stenen splijt.
kegge, eene wig; een langwerpig, dun, scherp stuk hout of ijzer.
Keel=kuil en ook daar diepgang.
de ingang van enkele vestingwerken. De keel van een bolwerk, is de wijdte der opening tusschen de beide hoeken, welke de naburige flanken met de courtinen vormen. De keel van een ravelijn=er-af-val-lijn waar men de stenen,pek en ander gevaar naar beneden donderde. Vooral Kinderkopjes=kinder-kapjes die door kinderen gekapt... in vredstijd bestrating, in oorlogs tijd door kinderen naar boven op de muur gedragen. En zo had het nog een dubbelfunktie.Klinker=klein-keier.
Kiezelsteentjes=kei-zeil-steentjes die zo mooi over het water ketsen of stuiteren. Keilen=kei-halen en dan pas kun je ook werpen. Voor; Willem Kars, bestelde 500 boeken Kwispelen met taal 1993 1e druk.Willem Haagmans Avokaat Rotterdam Kocht er 1000, ik heb de geode man nog nooit gezien...nog wel bedankt, bij deze. Kelb=kouw-al-op hond in vele talen.
Keleck=kiel-lek zinkend vaartuig.
Kellner=kelder-heer daar lagen de dranken ter koeling en rijping. Ober=opper. Winkel=wijn-kuil=wijn-kelder=koel-daar en absoluut dialekt-diets woordbeeldsprekend geen romeins woord.
Kennewe=gewennen we en dan nog met een ring in de neus zeer zeker.
een houten ring om den hals van beesten, in de weide.
Kenteren=kantelen R=L zie je wel.
Kantelen-kant bij kant halen maar dus niet kunnen rollen.
Kepenek=keep-in-nek
Ker=keer...
verpersoonlijkt wezen, onder welke benaming de Ouden zich de naaste aanleiding tot den dood vooorstelden.
Kerfstok=krijg-er-af stok. hoeveel je er nog af of aan kreeg.
Schreum; zeggen ze in limburg...daar met het kaarten der soldaten men een echte schram kreeg over de arm van je opperhuid. Dat kon natuurlijk niet missen. Kijk! dat waren nog eens leuke dingen voor de mensen. (pAul van vliet)
Kern=keer-in.
in het algemeen, de keur, het beste en fijnste eener zaak.Kerrenas=keer-in-huis trompet stoot der indiaenen. Het eten was klaar. Heerlijk premitief... voorwaarde om woorden te kunnem. Herleiden...
een trompet der Indianen, welke 15 voet lang is; intreseert u den lengte dan nog? Kereengij=keer-in-gij was nog zo’n intrument voor dat doeleinde.
Kersey=keer-zijde de ander kant van het doek. (Karsaai) Kirsey, Eng.
Kerspel=keers-palen en achtkerspelen de gemeente grenzende wel aan zovele keer- palen den grenshoudende. En... al 1000 jaren en niemand weet het nog... doch de dialekt diets woorden zijn woordbeelden.
eene kerkgemeente, een kerkdorp.
Keschitah=kost-eet-ik
Kesitah, Keshta, de oudste vermelding van eene munt bij de Israëliten (Genesis XXXIII vs. 19), een stuk metaal, hetwelk de waarde van een schaap had. Ook een Joodsch zilvergewigt. En die schaap werd dan opgegeten voor dat zelfde muntstuk. Ketege-cur-ichise=ik-hou-tegen-keer-en-schiet. Had ook pijl en boog.
de Perzische hofbediende, die den koning den sabel achterna draagt. Ging goed tot dat de koning er zelf een slag mee in zijn nek.
Ketter=ik-haat-er H. dat hebben ze wel gemerkt.
Keub=kub=koop die hoeveelheid afgebonden en al, kocht men in een koop heet dat, geloof ik.
eene lengtemaat in Siam, vann omtrent 3⁄4 voet.
Kharadschi=karachi=keer-uit-schei daar waar de slaven gesoorteerd werden en gekeurd en gescheiden. hoofdstad der gezantschappen.
in Turkije diegenen, welke bij de gezantschappen behooren, alsmede alle andere Christenen, die van het hoofdgeld bevrijd zijn. Daar stond een prijs op ieders hoofd. Khirkaik-scherif=keur-ik-ijk-schrijf.
... kaik=ik-ijk=kijk.de mantel van Mahomed wordt in de schatkamer des Turkschen keizers als het grootste heiligdom bewaard, en door indooping van eene slip daarvan jaarlijks, op den 16den dag des Ramassans=rammedan eene soort van wijwater gemaakt, hetwelk als een geschenk des keizers aan de voornaamsten des Rijks gezonden en met groote godsdienstigheid gedronken wordt. En dat werd toen 1543 allemaal plechtig verzonnen en uitgedacht. Maar is de huidige soap=zap op tv dan beter?
Ki=kei=sleutel en die had hij!
is in sommige Oostersche talen een koning of keizer en wordt voor den naam des beheerschers geplaatst. Kye=kei... daar deze, werd als sluiting van binnen gewoon ‘snachts aan de binnen kant voor de deur gerold. Dont forget the key=doe-niet-vergeet- de-kei; was toen onmogelijk... je kon hem gewoon niet verliezen.
Kiatibi=klei-tabletti.
in het algemeen, schrijvers; in het bijzonder, de schrijvers in den Divan te Konstantinopel.
Kielek=kiele-kiele want ze lekte van alle kanten... maar het was toch hout en hout houd. vierkante vlotten, met welke alleen de Tiger bevaren kon worden.
Kikokoo=kikokoo. Daar moeten we van af blijven.
afgod der zwarten in Lovango=liefde vangen.
Kikriki=kijk-rijke. en zij liet gaarne zien wat ze had...
een keizerlijk slot bij St. Petersburg, hetwelk Catharina de Tweede, ter gedachtenis van de in 1770 op de Turksche vloot behaalde zege bij Tschesme, in tegenwoordigheid van Jozef den Tweeden, in 1780, Tschesme genoemd werd.
Kila=kilo. De korels ongeteld.
eene Hongaarsche korenmaat.
Kilar=kelner.
de keldermeester des Turkschen keizers; Kilar-Baschi=kelder-baasie de opziener daarover.
Kilarheshudasi=kelder-huis-haalt-esse=eten.
de onderkeldermeester, onder wien ook de koks staan.
Kildevill=keel-de-duivel.Eng., rum, sterke brandewijn. Maar je keelt je zelf. Killag=gil-lach en ze konden er niet genoeg van krijgen...
een smakelijke drank van de bewoners der Moluksche eilanden, welke uit kruiden, suiker en water gemaakt wordt.
Kill-devil. Als voorgaande.
een drank uit rijst en kokossap, welke door de Engelschen, bij gebreke van brandewijn, op het eiland Barbados, gemaakt wordt, en den sterksten brandewijn nabijkomt. Kilolitre. IK kan het niet bevatten.
Kilo=gehelen=kilo verbasterd. of had u liever een halve... dus! gehele staat tegen halve. Ja, de latijnen hebben dat verbasterd. Want... je hebt ook kilometer. Kilogram=kilo- kruimels dat kan als duivenvoer. K=H=G kilo=gehilo en dat is 100.000 x 1 graansilo. 1000 litres, kann. of kopp., 10 Nederl. vaten of mudden. Zie Litre.
Kilomètre,
1000 mètres of Nederl. ellen, 1 mijl. Zie Mètre. Kilostère,
1000 wissen of cubieke Nederl. ellen. Zie Stère. alles sal reg komme. Kindar-baschi=kinder-baasje. op-pas of op-passen?
King’s-Bench=konnigs-bank. De limb. Rechtsspraak in vroegere eeuwen liep via de schepenbanken en de hoofdbank. vlees haalde je van de vleesbank en de bank-eet verkocht banket.
Eng., een hooger geregtshof te Londen, hetwelk over hoofdmisdaden, en zaken de kroon betreffende, uitspraak doet; ook eene gevangenis voor schuldenaars aldaar. Geef mij maar de bank in het stadspark.
Kink=knik in de kabel.
of draai in eenig touwwerk.
Kiosk=kiek-huuske. Waar van alles te kijk en te koop.
Kirchers brandspiegel of Malteser brandspiegel,
een brandspiegel, door den Jezuit Athanasius Kircher uitgevonden, die op 100 voet afstand eene groote uitwerking voortbragt. Den tweeden naam draagt hij, dewijl de uitvinder de eerste proef er mede op het eiland Malta nam.
Hallo! Was al 1000 jaren in gebruik bij de Grieken en Kircher ging op malta kijken hoe ze het deden. Ik vind uit wat jij hebt uitgevonden.
Kis=kuis overdreven kuis zelfs.
de naam der 400 blanke en zwarte gesnedenen in den Harem des Turkschen keizers. Kismeth=kies-mij-uit
het onveranderlijke en onvermijdelijke lot der Turken die allen vooraan stat om der daad tot eeuwige roem te volvoerde.
Kittesan=kaats-zon.
in Oost-Indië een zonnescherm.
Ketsjup=koud-sap.
Klad=kal-uit en daarna pas opschrijven.
Klakkeloos=gelik-al-los onglikte dier dat wordt verstoten.
Mooi hé na eeuwen zulke diealekt-dietse woorden weer terug op hun paats Klameijen=klem=houden.
stukken hout, welke in de lengte van het schip van den eenen balk tot den anderen reiken, en tot ondersteuning der ribben en tot stevigheid van het verdek dienen. Klappei=klappen die zijn klep niet houd. eene klapachtige, praat-zuchtige vrouw. Klarein=klaaroen=klaar-rein. Klarinet=klaar-en-net. thans. Klavecimbel=klank-veer-simpel van oorsprong een snaar en antwerpse vinding clavecin, Fr., clavicembalo, Ital., een klavier. Zie Claves.
Kleinood=klein-hou-‘t. toch een kadootje.
Klerk=ik-leer-ik vlaams 2x ik in een zin of woord is normaal.
een schrijver, kantoorbediende.
Klete=ga-haal-eten.
in Lijf- en Esthland een gebouw, tot bewaring van het koren en andere dingen, een entrepôt.
Kleumsch=klemmen klem-us. vast aan een ander om ook vandaar warmte te verkrijgen. En het is nog liefde ook.
wordt zoodanig iemand genoemd, die niet veel koude verdragen kan, en daarom digt bij het vuur kruipt.
Klif=klip=klappen. P=F.
eigenlijk, de steile buitenkant van het land, waartegen de zee aanslaat; ook de afgang eener steilte.
Klijf=kleef-kruid.
klemmerkruid, klimop.
Klimaat=klim-uit der zon naarmate hooger op laager haar uitklimmen. Klinkdicht=klank-gedicht ? klink klinkt zo dichtgeklonken.
eene sonnette, soort van gedicht, uit 14 regels hestaande. en ook dat is onzin... de duizddichters klankdicht over de regen heeft wel 100 regels ...hier na volgend....Klankdicht met vóór rijm, tussenrijm en eindrijm aller woorden....
"Regen zoals wij allen van de regen van de regen... over duizende jaren komen we elkaar weer tegen... "het Peutert ‘t stamelt en wuift en ‘t wolkt, t leutert ’t zamelt en ’t stuift en ‘t kolkt... ’t rommelt ’t waaiert ’t grouwt en ‘t grijst ‘stommelt ‘t baaiert brouwt en ’t krijst... (nog af te maken....)
Klinker=klein-keier Lmb.
kleine zeer hard gebakken steen, welke, bij het slaan, eenen klank van zich geeft. Welke klank dan? Ha Ha ! ik geloof dat alles bij het slaan klanken geeft... Ha Ha! Klisteer=ik-los-teer=voedsel van teren en tering naar de nering...
klijsteer, lavement, darmbespuiting.
Klits=klats aleen als ze aan de klats is... loops=loop-ze Limb.
eene teef, het wijfje van eenen hond
teefje=’t wijfje. De W. weg.
Klungel=ga-lang-al dat is een lange slungel.
Klub=klap en kleppen waar veel achter klap=klup.
een gesloten gezelschap. Zie Clubb.
Klucht=iklacht.
kluchtspel, zekere soort van blijspel, farce.
Knees=kennis macenas=mij-kennis.
knezi, knias, Russ., een persoon van hoogen adel, een Russische vorst. Knie-vers=ken-U-vers.
een vers, dat men op de knie, en dus in haast, vervaardigde; zoo als de oude rederijkers dikwerf deden.
Knight=knie-acht buigzaam in dienstverelnig.
Knoet=knots later ook riemen etc...
knoete, eene Russische zweep, bestaande uit harde juft riemen, aan eenen steel vastgemaakt; eene straf, welke met die zweep in Rusland aan de misdadigers op den blooten rug wordt toegediend; ook een bovenlander, mof; lomperd.
Knijf=knijp-af... als snoeimens bedoeld maar er wordt ook misbruik van gemaakt. een lang puntig mes of ponjaard; ook een knipmes.
Kobeill=kop-palen Hoofd van het af-gepaalde gebied... paal=grens. (Kobelje), de naam van het opperhoofd der Nomadische Arabieren in het Marokkaansche.
Kodaka=goed-teken d/t juist omdat het getekend is.
de schriftelijke huwelijks-kontracten der Marokkaners. Koejonneren=kwaaje-jongen-heren helemaal maastrichts. 100% dialekt-diets. Kwajongens daarvan afgeleid.
coïonneren, smadelijk bejegenen.
Koejmiss=koe-mest.
Koeterwaalsch=kout-er-vals.
gebroken Neder- of Hoogduitsch. Koeterwalen, op die wijze spreken. Kofschip=kaufschip=koopschip
Kogge=gehooge gehoogd om dat ze dan moeilijker te enteren waren...
een soort van schepen, welke van voren en achteren eenigzins rond zijn, en eertijds in den oorlog gebruikt werden.
Kola, kul=kuil van cule=kont zulk een vernederende namen hadden ze te ondergaan. Dus een konte bonken maatschapij.
beteekent in het Turksch een slaaf, en is de algemeene naam, dien de onderdanen des Turkschen keizers, van den laagsten tot den hoogsten, bekomen.
Kolder=ga-hol-door
eene ziekte der paarden, welke in stillen en dollen kolder verdeeld wordt. Kolk=kuil-ligt veradelijke waadplaats.,
eene diepe plas of poel.
Kolommen=klimmen. De zulke stonden langs wegen om als uitkijk te fungeen. Kombuis=kamp-huis tot scheepsterm verworden.
eene scheepskeuken.
Komeet=klomp-heet. L.
eene staartster.
Komma=kromme.
Kompas=kom-pas. Op de kom passen, een iemand moest dat dan doen. Om de goede varrichting aan te houden. In het water dref een half doorgesnede rietje met een gemagetiseerd draad of staafje. Later verbeterd in uitvoring. Tot eene windroos, magneet houdertje.
Konkel=gekonkel=kan-kal. Praat in de koffie-kannen-kamer. Speciaal door journalisten uit verveling de kan-kamertijd=komkommertijd. Kletspraat maar toch kwamen er de kranten mee vol. Het geheim van de beroeps leugenaars.
Koog=ga-hoog eilanden of zandbanken.
Koor=gehoor zang.
Kopa=kopen.
eene Poolsche munt, iets meer dan 2 Poolsche guldens doende.
Kopeke=kopp-ikke
zie Copek.
Kopij=koper van die platen etsten men getekende groeven die door de inkt werden gekopieerd.
een afschrift; ook eene schilderij, naar een oorspronkelijk stuk vervaardigd; insgelijks bij de boekdrukkers, het schrift, waarnaar men de letters zet. Zie Copia.
Kora=gehoor-U
het voornaamste bedehuis der Mahomedanen.
Koraal=gehoor-hal
zangwijze, naar welke de godsdienstige gezangen.
Koraalsteen=keur-al eene schoone bonte agaat met roode koraalachtige strepen. Koran=keuren
het Turksche wet- en gods-dienstboek. Zie Alcoran.
Korsban=koers baan de hoofdwegen in het banen en wegenstelsel al van de oudste tijden.
Kosaken=dikke-zakken volgevreten bende van een los zooitje manschappen van russische afkomst.
kasaken, kosakken. kozakken. Met dezen algemeenen naam worden de volksstammen bestempeld, welke de zuidelijkste en oostelijkste gedeelten van Rusland, Polen, de Ukraine, enz. bewonen. Zij zijn aan geene eigenlijke schattingen onderworpen, maar moeten daarvoor in den krijg dienen, en de onafmetelijke grenzen des Russischen rijks bewaren.
Korporaal=keur-op-al.
een onderofficier bij het voetvolk
Kous=kou-is en dan trek je sokken aan ?
Koyemdouk=gooi-im-t’hok.
op de Antilles, kleine kisten, die uit groote kalebassen vervaardigd en tot den vervoer van goederen, die men goed bewaren wil, gebruikt worden.
Kraal=keur-hal ook voor beesten.
aan de Kaap de Goede Hoop, een aantal Hottentotsche huisgezinnen, die met elkander een district bewonen; een dorp der Hottentotten.
Kraauwaadje=krab-u-wat-ja
jeukerige zweren; schurft.
Kramp=kermp van kermen.
eene snelle en geweldige zamentrekking van eene of meer spieren in het dierlijke ligchaam.
Kreek=krij-ik water ook kruik. Limb.
crèque, Fr., eene kleine, door de natuur gevormde zeehaven; een inham langs de kusten, waar kleine schepen, bij storm enz., veilig kunnen liggen.
Kregel=krijg-al ook al weet je niet precies wat?
kriegel, onbuigzaam, hardnekkig, ligtgeraakt.
Krek=keur-recht.
(krekt), juist, naauwkeurig, net: een krekt man; krek twintig centen. Eene zamentrekking uit het Fransche correct.
Krethi en Plethi=krijgt-die en pleite die.... Straf of geen straf.
eigenlijk scherpregters en loopers, de lijfwacht van koning David (2 Sam. XV vs. 18); ook, schertsend, een gemengd gezelschap, alles dooreen.
Kretscham=krijgt-schuim.
Slavonisch woord voor herberg, kroeg, op sommige plaatsen in Duitschland nog gebruikelijk; alwaar dan de waard kretschmar heet.
Krevel=kriebel. B=v.
(kriewel), eigenlijk, eene wemelende beweging, en voorts de jeukte, daardoor veroorzaakt: krevel hebben. Van hier krevelen, kriewelen, jeukte,
Krieken=kraai-ik de haan.
het doorbreken der eerste stralen van het morgenlicht aan den gezigteinder: bij het krieken van den dag.
Kritiek=krijg-tik.
zie Critiek.
Kronijk=kroon-ijk. Door de kroon goedgekeurde alamanakken etc...
eene tijdgeschiedenis, tijdboek, waarin de voornaamste gebeurtenissen, naar volgorde van tijd, beknoptelijk staan opgesomd of vermeld. Zie Chronica.
Kruijer=ik-rij-er. Of rij jij?
benaming der pakkedragers in Amsterdam.
Kubiek=kap-ek 4 hoeken.
teerlingvormig. Zie verder Cubus.
Kuhreihen=koe-rijen daar wordt men vrolijk van.
Kuhreigen, ranz des vaches, Fr., het volksgezang der Alpenherders.
Kuischen=kussen gebeurde met likken de dieren doen dat nog
Kulle=koel
kleine, uit Nilthon vervaardigde, en in de zon gedroogde, drinkvaten, waarin de Egyptenaars het water altijd frisch bewaren.
Kutubuth=koud-buiten.
bij de Arabieren eene soort van krankzinnigheid, welke voornamelijk in Februarij heerscht. De lijders loopen, zonder te weten waarheen zij willen, van de eene plaats naar de andere, en hebben nergens rust.want ze hebben het koud... het is febrarie. Kwansuis=gewoon-zo-is.
kwanswijs, geveinsdelijk, naar den schijn.
Kwartier=kwart-uur.
quartier, Fr., eene plaats, waar men zich eene wijl ophoudt; bijzonder van soldaten, eene woning, waar zij hun verblijf hebben, in tegenstelling van het verblijf onder legertenten. In den krijg neemt men kwartier ook voor lijfsgenade: geen kwartier geven. Kwibus=ik-wip-‘ns
Kwinkslag=ik-wenk-slag. Wenkgevende grap.een onverwacht kluchtig gezegde.