D
D
GRIEKS/Latijn niets. erudiet=eer-u-diets !
d=t=en visa versa... tand-tongletters in uitspraak. bij t net iets buiten de tanden voelende... bij D binnensmond de tong tanden rakende... zo dicht leggen ze bij elkaar... toematen\doematos tandarts\dentest zie daar wat de engelse en wij wel of niet in uitspraak der klankletteren... en de zelfde betekenis bedoeld. Doch/toch. thin\dun etc... 1000 voudig verschil van dialekt-diets en toch zo dicht bijelkaar. Deut=Deuteronomium. diets-ter-en-noemen in namen en nummeren... en ook de richteren=rechteren... wie schreef eigelijk het oude en onvertrouwde testament?
Da capo-Dysgenesia
Da capo=de-kop-man.
D'accord=doe-ik-hoor-t'.. je hebt netjes gevraagd.
Dacty=tikt-al=take-it-al en dan doen we met onze vingers=vangers. Daedalus=deed-alles inderdaad-in-daad.
Daemon=die-mij-aan in goed of kwaad.
Dag=tik tak tak slaag.
Dalai lama=de-al-hai-lamme. de hooge lamme... daar in de mongoolsr kultuur werdenallen priesters enkoningen lam gemaakt om overlopen te voorkomen, want dan liepen er vele mee weg.
Dame=die-aan-mij.
Damia=doe-mee-ja feest voor jan en allemaal.
Damnatie=doem-en-nat zijn schuldig.
Damoiseau=dames-show... wel naar kijken maar aankomen niet. Danabrogs=deens-burgt.
Dandy=dan-die en dan deze....
Danno=gedaan-ho niet meer verder genoeg verloren... Daphromantie=dapper-om-handje vuurproef
Dapifer=dapper.
Dat=datum=day-te-noem dag van onthouden. Dateren=dag-ter-eren dan is het feest. Daturab=dood-u-rap gif.
Dauphin=doop-fijn. extra plechtig gedoopt en gezalfde prins.
De=te=tegen de-motiveren=tegen moeten-varen B.V. motiveren=moet-varen. dat ze graag wille gaan. diets is een zeemans en waterentaal.
Débandade=de-bende of juist de bende....want het betekend een zooitje ongeregeld...uit elkander loopen der soldaten: à la débandade, in de grootste wanorde. Debandement, het wegvlugten der soldaten, het uitrukken van hen in verstrooide hoopen. Debanderen, uit elkander loopen, zich verstrooijen. ontbinding=en-nie-binding.al dit soort worden sla ik over en het zijn er duizende... alleen de extra verduidlijkingen geef ik weer.
Debat=tegen-praat twistredenen, twistgesprekken, woordwisselingen, strijdigheden. Debatteren, verhandelen, woorden wisselen, mondeling twisten.
Debauchant en Débauché=in-de-buik en vam volvreten grootgebruik. wellusteling, zwelger, losbol, liederlijk mensch. Débauche, uitspatting, buitensporigheid, losse levenswijs, ontucht, liederlijkheid. Débauches, uitspattingen, buitensporigheden. Debaucheren, zwelgen. enz...
Debet=die-boet
Debiet=toe-bijt... afpakken.
Debil=tippel loslopen.
Debours=de-beurs trekken uitgetalen.
Début=de-beurt en nu jij!
Fr., het begin, de aanvang, de eerste optreding (in den schouwburg); de eerste rol, eerste redevoering. Débutant, débutante, hij, of zij, die iets voor het eerst doet. Debuteren, het begin maken, zich voor het eerst laten hooren; voor het eerst spelen of eene redevoering houden.
De but en blanc=blut-en blank
Décadence=dikke-dans waarvan weet niemand.
dekandent=dik-doenend.
Decadrië=de-ijk-houderij dat wat nagekeken en eenzings voorspelbaar in de natuur. Decamerone=de-kamer-runnen en daar door allerlei avonturen aangehoord en beleefd. in avonturen volksverhalen ter gelegenheid van tijdspasering verteld en opgetekend door... bocaccio=boekhoud-zie-je en zelf deze naam bij deze gelegenheid toepasselijk. Ferytales=ver-rij-tal-les door de koets-heer=coucher opgetekend van het zelfde.
Decanus=die-ijkt-en-us.
Decatoniseren=die-gaat-tongen-sieren mooi zingen of gaan vertellen Decederen=die-zie-de-heren naar peterus gaan...
December='T=is-umbe-jaar.zuiver oud dialektdiets dat daarna het tellen is uitgevonden is een tweede.
Decemvir=te-saam-vier. tien man is onmogelijk daar de natuur wet ongelijk in getal voorschreef om ten alle tijden tot beslissing te komen.
Décence=die-zend-onze
Deceptie=tegen-zuipt-die
Decerneren=die-is-er-niet-in-eren beschuldiging in uitspraak.
Decevant=die-ze-vond en zelfgevonde drogreden...
Dechalanderen=die-kalen-hand teren... met niets toch mee weten te vreten. Dechant=de-ijk-houdend.
Dechiffrabel=te-cijferen-af-al.het oplossen van een reken of taal probleem.Geheimschrift.
Decideren=die-ziet-daar-in de beslissing.
Decimaal=tig-maal... d=t c=g door Simon Stevin Heringevoerd 1583. Decipiéren=die-schept-je er in. Levend begraven. bedriegen, misleiden, in den tuin leiden.
Declamatie=de-galm-maat aanhouden in overeenstemming met je stem. Declareren=die-klaar-heren. alstublieft het werk is gedaan kunnen we vangen. Decolleté=dek-al-tieten.
Décompte=die-kompt-toe en gaat er niet vanaf.
Decorateur=de-keur-raad-heer die er voor zorgt dat alles er keurig uit komt te zien. Decor=afk.
Decouperen=de-kap-er-in van wat dan ook...
Decourt=die-kort niets er bij.
Découverte=die-ga-af-ver-toe en dan ontdek je altijd wel wat nieuws... Decreet=die-krijgt wat dan ook.meer of minder. ook nog eens van krijt, waarmee opschreven in het krijt staan.
Decrement=die-krijgt-min-uit.
Decrepitus=die-kruipt-dus en karpeert. een afgeleefde, wiens ligchaams- en geestkrachten heel afgesleten zijn.
Decrescendo=de-krasse-en-toe. vermindering van het snarenstrijken op het einde van muziek stuk.
Decretalen=die-krijgt-halen er als de kippen bij zijn.
Décrotteur=dek-rot-door schoenlapper.
Decubatio=de-ik-heb-beet-zie-je... het laten zien van je bruid aan de menigte. Decuria=de-keur-rij
Decurionen=de-keur-ioonen bewijs dat de romeinen van koloniale Griekse afkomst. Defaillance=te-faalt-onze.
Défaite=tegen-feiten.
Default=die-faalt
Defect=te-fikt ... moet weer gefikst en opgelapt.
Defendens=tegen-vijand-en-is. Het staat er helemaal.Zet er gewoon de klinkers weer tussen... dat mankeert aan alle oud talen, zelf helemaal zonder klinkers. Deference=die-effe-anders.
Deficit=die-af-is-uit....er ontbreekt; ook het ontbrekende, het te kort, of te kort schietende. Deficieren, ontbreken, niet hebben, het is er gewoon niet.
Défilé=de-fille nu nog steeds elke dag opnieuw.
Definiëren=die-fijn-in-eren precies zoals afgesproken korekt.
Deform=tegen-vorm misvormd.
Defraudant=die=er-af-houdend.
Defraijeren=de-vrije-heren die neits hoeven af te rekenen. dat is fraai=dat is vrij. Defricheren=te-vrij-us-heren. door ontginnig het in vrij en eigenbeheer te brengen.
Defrugeren=te-vroeg-keren het land door roofbouw stuk ploegen. Defunctus=die-vangt-is mannen komen van de thuis. Dégagé=die-ga-zo onbelast vrij.
Degarneren,
ontblooten, de versiering afdoen of aftornen.
Degeneratie,
degeneratio, Lat., ontaarding. Degenereren, ontaarden, slechter worden, verwilderen. Deglutitio impedita=die-glij-eet-toe in-bij-'t-eten. medische term slokdarmstoornis. Dégoôt=die-gooi-uit.
Degradatie=te-keer-uit-aktie.
De gustibus non est disputandum= de kost-hap-is neen is-'t die-spugt-ende-om. Over smaak valt niet te twisten... maar eigelijk direkt vertaald... het eten is er,neen-is-'t die spugt zijn eet-tijd is om. Nog beter, eten wat de pot schaft en het niet al van te voren uitkotsen.
Dehors=te-hou-er-us de meest kwetsbare gedeelte der buitenste veste. Dejectie=die-jaagt-uit-die.
Déjeuné=te-sjneie. limb de eerste af te snijden ontbijt=en-te-bijt boterhammen. Ook goede morgen. Brekfest=breek-vasten.
Deinzen=dansen op de golven.
Délabrement=die-al-opruimend.
Délai=te-lig ze gaan even ligggen. of het ligt stil voor een poos=pauze. Delectatie=die-likt-eete.
Delegatie==die-alle-gaat-zien.
Deleen of delihn=die alleen... on-neukbare vrouwen.
Delicaat=die-lik-kut
Délice=die-lik
Delicta=die-ligt-daar het lijk.
Delinquant=die-al-lang-gewent aan de misdaad.
Délivrance=die-laat-vrij-ons.
Delphinen=dol-fijn tol-fijn. woordbeeld dialekt-diets.
Delta=deel-aa daar waar het wate zich verdeelt. aa=water. Deluderen=die-luid-tieren.
Demagoog=die-mag-hoog door het volk op handen en ter hoogte gedragen om de macht.
Demanderen=doe-iemand-eren
Demarcatie=de-merk-houd-die-lijn.
Démarche=te-mars mars=om-reis een dag mars een dag om-reis. Demarqueren=tegen-merk-keren.
Demasqueren=de-masker-keren. masker=maak-sker=schrik-er. Bangmakerij. Démêlé=tegen-moelen. tegenspreken.
Demerente=die=meer-rente extra verdienen.
Demeter=die-mee-eet-er godin van de oogst. Demobiliseren=tegen-move-al-us-heren heren zijn de legers.
ontwapenen (van soldaten); op den voet van vrede brengen. Démoiselle=die-mij-gezelle.
Democraat=die-maakt-raad. die eigen raad maken. Door keus van het volk. demokraat, Gr., een volksvriend, vrijburger. Democratie, de volksheerschappij, volksregering. Democratisch, tot de volksheerschappij behoorende, vrijburgerlijk. Democratiseren, vrijburgerlijke gezindheden ademen, of koesteren en inboezemen, Democratismus, de vrijburgerzin.
Democritus-die-maakt-riet-us rit=lachen uitlachen je rij tanden laten zien. geef hem een riedel. Democriet, een oud wijsgeer, die altijd om de daden der menschen lachte. Demoliëren,=de-mol-er-in iets mollen vernielen. kapot malen. Denatureren=tegen-naturen
Denegatie=die-nie-gaat-niet.
Denier=dien-uur dinar=dien-uur want zoveel uren dienen zoveel dien-uur betaald. eene oude Romeinsche munt,kun je na gaan hoe oud dialekt-diets. Denominatie=de-noemen-niet-die.
De novo=doe-nieuwe
Dentist=tand-test.
Deodand=doden-hand die toch nog in staat om te geven...
Depart=te-paard...even mee asocieren tot dit dialekt-dietse woordbeeld. Alle mannen met paard wachten aan de poort tot dat de hoofman veschijnt... die roept den te-paard en een ieder stijgt op... bij aankost van de rit het zelfde... ieder blijft zitten tot de hoofdman roept er-af=arive. En zo gaat het ganse leven op en af. Depêcheren=die-pas-us-heren die overal voorbij mag als boodschapper der heren. Dependeren=de-bond-eren dependent=die-bindend independend=en-nie-die- bindend de eerste grootste leugen van de media die om de verdiense der reclame hun verhalen aanpassen om slamaar in alles die reclame werdeld te bevredigen...door vooral het volk dom te houden der instinkers hunner merk artikelen. Dépense=de-pinningen-zien. betalen van wat je gebruikt. Depeupleren=de=peupel=leren.... in de slechtse zin van dat woord... het gepeupel=gij- poep-al morris-leren. Piepelen de weteschap en zogenaamde gevestigde orde heeft vele vele denigrerende namen voor het volk klaar. Maar het volk nog duizend keer meer voor het smeerigste bedrijf ter wereld... religie en politiek. We komen ze allemaal tegen. Poep-al... keizer koning generaal popla=poep-laat gebruiken ze allemaal.
Dépit=te-spijt S. pitty=spijtig.
Déplaisance=die-beplast-onze.
De plano=de-plan-hou zoals gepland.
Depletie=te-pleite=bij-al-uite
Deplorabel=die-blere-op-al. pleur=blére.P=B.
Deployeren=tegen-plooi-er-in. en zo hebben ze ontelbare van die gemáákte of geforceerde woorden. In een uitgevonden systeem van voorvoeg woorden. Depoleren=tegen-poleren waarom zou je ?...een gepolijst ding den glans benemen. Deponeren=de-potten-er-in. depot=de-pot.alles in potten en kruiken.
Depopulariseren dat zo'n woor uberhaupt bestaat ?
aan de gunst van het volk onttrekken. Depopulatie, ontvolking. Depopuleren, zie depeupleren.hoe ze dat deden...kijk maar naar het volgende woord! Deportatie=de-poort-uit-die...
Dépositaire=die-past-te-eren. die op je spullen past.
Depraedatie=de-piraat-eet-u vreet u uit en berooft u met of zonder oorlog. depraedatio, Lat., berooving, plundering. Depraedatie-oorlog, waarbij het enkel en alleen of roof en plundering gemunt is.
Depravatie=de-braven-vat-U de positie van de goede verslechteren. B=P Deprecatie=de-preekatie... met preken iets bereiken. Deprehenderen=die-vrij-handen-er-aan... op heterdaad betrappen. Hoe langer het woord hoe meer zichtbaar de woordconstuktie.Mits je ook wel de betekenis kent, om te asocieren.
Depressie=diep-ruizie... met de toestand van deze wereld. depresief=die-prijs-af inplaats van aanprijzen.
Deputatie=die-buiten-eten en liever voorlopig niet thuis komen.
gezantschap, zending. Deputeren,
Déraison=tegen-reden.
Derelicta,=daar-al-ligte gevonden voorwerpen die van niemand schijnen te zijn... meenemen maar, in het dialekt-diets. Lat., onbeheerde dingen, welke geenen meester hebben. Derelictie, derelictio, Lat., verla-ting b.v. van zijnen eigendom. Derelinqueren, de weggeworpen of verstooten eigendom van iemand voor verloren of verlaten verklaren.
Derivatie=daar-af-vatte... het een van het ander afleiden.
Dermat=daar-mij-huid H. Mat=mij-huid en je kunt daar dus ook opliggen.13-12-2009. Derogatie=de-rug-gaat-u. verzwakking.
Déroute=tegen-route=er-uit-te... Kunt u mij zeggen hoe kom ik hier er-uite=route. rotterdam=route-ter-dam etc...
Dervische=der-wijze
Desabuseren=die-zo-best-eren...ten beste onderrigten, uit zijne dwaling helpen. Desaccorderen=tegen afk. 1000x
Desagreabel=die-us-grijp-al
Desanimeren=die-us-en-nie-manieren
Desapprobatie=die-is-af-proef-baat-zijn.
Desarcueren=die-us-er-keren... die van ons weglopen. verraden. Desaster='t-is-aus-daar. alles voorbij.s=t
Désavouer=die-is-af-u-eren... niet meer u vriend.
Desceveren=die-schuif-er-in... er tussen kruipen.
Describeren=de-schrijf-veren daar met de veer geschreven werd, v=b
Desert='t-is-hard woest leeg en dorstig verlaten. en keiharde droge grond. Deserteren=die-is-er-te-ren. Zou ik ook doen... weigerend=weg-gij-rent. Deservit=tusser-vat... tussenhandel.
Desespoire=die-is-speuren... vertwijfeld zoeken ne niets vinden. Desiderium=die-zie-daar-om velangen...
Désir=te-zie-er ik wens je zo té zie-er...
Desobediëren-tegen-so-bedien-heren... weigeren.ongehoorzaam. Desobediëntie, (daar staat de N er wel.)
Désobligeant=die-is-open-liegend.niet naar de zin der heren. Désoeuvré=die-is-over-vrij... zonder baan.De moeilijkste en door U nimmer gehoorde frans of latijnse woorden van oorsprong alles dialekt-diets...mits kennis van het
Fundamenteel dielaektisch spraakstelsel 360 klank-medeklinkers. in ons alfabet staan er maar 26.waarvan nog eens 8 niet van toepassingdoor onodige balast. Desolaat-die-zo-laat er weg gaan en er niet meer terug komen...
Désordre=tegen-orde. orde=hoor-die. waar naar alles luisterd. Desorganisatie=tegen-organisatie.
Desoriënteren=tegen... (zie orienteren)
Despect=tegen-bij-ons-acht. niet in achting staan.
Desperaat=tegen-paraat... niet langer klaar staan.
Despoot=die-spot=die-spugt met en op alles...een willekeurig vorst; eigendunkelijk heerscher; een heerschzuchtig man; ook de titel der vorsten van Moldavië, Wallachije, enz. Despotismus, eigenmagtige, onbeperkte, meestal strenge heerschappij. Despotisch, despotiek, willekeurig, eigenmagtig. Despotiseren, willekeurig heerschen. Despumatie=die-spuw-'m-eten... braakziek.
Dessein=das-sein. zoals dingen zijn of worden. ontwerp. Het zijn van die en die dingen kijkt u maar...
Dessert='t-is-hartig... iets hart-tegen de nasmaak etc...
Desuesceren-te-zo-als-geren... niet meer zoals je het graag hebt. Destillateur=die-stil-laat-heer... geruisloos drup by drop.
Destin='t-is-dien... en het dient tot wat het dient. destinée, noodlot, beschikking, besturing van God. Destinatio, bestemming, verordinering. Destineren, bestemmen, verordineren=voor-hoor-dien-eren.waar het ook toe dient dan ook. Destitueren=te-staat-u-weren.laat u het niet overkomen. Destructie=tegen-strikt-die... een constrktie=kunst-strikt van strikken, vebindingen maken met koorden,touwen,vellen in en uitspanning van voertuigen en bouwerken, zoals we zien een premitief gebeuren mee naar de toekomst der spreektaal doch in feiten lussen=lassen. en zo strikken we nog steeds het een en ander dagelijks onze schoenveters.
Desunie=tegen-unie.
Détacher=tegen-taak-keer... niet meer mee doen.
Détail=de-deel een deel maar soms erg belangrijk van het geheel.T=D.
De tempore=de-tijd-horen. wanner we het zullen doen.
Deteneren=de-tent-in-er-in en er voorlopig niet meer uit. detentie=te-tent-sta. militairistisch gevangene term.
Deterioratie=de-tereur-ratten=rotten.
Determinabel=de-termijn-af-al.eindbepalingen. Zoals volgende uitleg heeft het dialekt- diets dus niet van node... déterminable, Fr., bestembaar, betaalbaar. Determinabiliteit, bestembaarheid. Determinatie, determinatio. Lat., bepaling, bestemming, beschikking. Determinatief, nader bestemmend. Determineren, bestemmen, bepalen, besluiten. Determinismus, de leer der voorbeschikking, welke behelst, dat al wat geschiedt, te voren bepaald geweest is, of noodzakelijk zoo en niet anders moet plaats hebben. Determinist, een aanhanger dezer leer.
Determinismus=de-termijn-is-mee-us. de tijd is met ons... geloof, dat alles in de wereld naar vast bepaalde gronden en oorzaken geschiedt, en dat alles, wat gebeurt, het onvermij, delijk gevolg van iets anders is, of als oorzaak der toekomstige gevolgen geschieden moet.
Détestable=tegen-de-stapel=sta-op-al. hekel de gehoorzaamheid. Dethronisatie=tegen-troon-zetten. die! in iedergeval niet meer op de troon. Detorqueren=die-door-keren, de zaak omdraaien en jou de schuld geven. Detraheren=die-truckt-heren... list en bedrog.flessetrekkerij=verlies-in-trekken-rij. Detto=dit en dat.
Deuterocanoniek=duid-er-o-kennen-ijk. Heilige boeken der babbel. Deuteronomium=duid-er-en-namen-om.
Devalveren=de-val-voeren... zorgen dat het geld ontwaard. Devastatie=tegen-vast-staat... dus! de boel omver werpen. Développement=die-vouw-al-open-meent... het ontvouwen van plannen en idee. Deviatie=die-via-die dus den omweg volgen.
Devise=die wijze en luister daar nu maar naar.
Devolutieregt=te-vol-eten-recht.dat er niets veranderd na de dood van je echtgenoot. Dévot=te-voet... nederig en zonder prentie's.
Diabetes=die-ja-pet-is... p=b=pet=bat.
Diaconissa=die-ja-ouw-kennisen... ons kent ons. en dat zal altijd zo blijven. Diaeta=die-ja-eet en weet wat die ja eet...
Diagnosis=die-ja-kennis... die ja bekend is. genossen=ken-us-aan in slavisch en duits. Diagonaal=die-ja-gaan-al...ook alle hoeken kruisend.
Dialecten=die-al-lijkt-een... en dialkt is dan ook grenzeloos... ga van stad tot stad van dorp tot dorp en de wereld spreekt een taal...
Dialemm=die-lijmen... om dat het onverbrekelijk lijkt.
Dialoog=die-al-lokt... tot een diskusie of samen spraak... ter bepaalde weteschappen te ontdekken in leerzaamheid.
Diamant=die-je-mint... hebzuchtig behoudend bezit.
Diametraal=die-ja-meet-er-al.
Diana=die-jaagt-na jacht godin met vele vele bijnamen bij alle volkeren omdat de jacht het jagen-ja-gaan ja-achter=jacht-er... van levensbehoud.
Diarium=dag-rijm... dag-boek.Lat., een dagboek.
Diarrhea=die-ja-renne...
Diaschis=die-ja-schei-us
Diastaltisch=die-is-'t-al-diets... de zuiverste zangtaal der grieken. Diastema=de-stem-mee goede zangstem van zichzelve...
Dicasteriaal=die-kuist-er-al... schoonschip makende rechtbank. Hongaars.
Dicta sponsa=dekte-bij-onze... inverwachtig maar wel door ons gedekte maagd. dek=dik gemaakt.
Dictata=tekst-daad. voorzeggen en in daad naschrijven.
Dictator=drukt-dat-door.
Didactiek=de-acte-ijkt... nog eens nagegaan der stelling of ze wel klopt... maar meestal toch niet, daar ze niet met de tijd mee gaan en alles aan veanderingen onderhevig. Panta-rij=bont-rij.
Didaskalie=die-als-kal-u schrifttekens gelijk de spraak.
Didrachmus-te-draag-mee-us. joodse munt onder heerschapij der grieken. Drachma=draag-mee... mee bijdragen aan de kosten met ander woorden betalen. Didymus,
de stofbuidel of zaadhuisjes, die uit 2 aan elkander gelegde knoppen bestaan. Didynamisch,
die planten, welke twee lange en twee korte stofdraden hebben.
Diefsduim, (de)
duim van eenen gehangenen dief, welke, volgens de verbeelding van het gemeen, geluk aanbrengt.
Dieplood=diep-laat later tot lood daar het spul zo zwaarwegend... maar vroeger gewoon met palen-pijlen of anders tenen en stokken=staken=steken of stenen.tot het pijlen der diepgang van het schip of de boot.
Diffamatorisch=de-faam-stoor-is. iemand die andermans roem te grabbel gooit. Differentiaal=die-ver-rekend-al. maar je kunt het ook omslachtig zeggen=zo-eigen. rekening, welke leert, uit eene opgegevene eindige grootheid, eene oneindig kleine grootheid te vinden, welke, oneindige malen genomen, gelijk is aan de gegevene grootheid. Wanneer de oneindig kleine grootheid, als het onderscheid tusschen twee eindige grootheden beschouwd wordt, noemt men dezelve differentiaal. Differentiëren heet, de differentiaal vinden. Different, onderscheiden, ongelijk, verschillend, strijdig; ook een kleine twist. Differentie, verschil, onderscheid, oneenigheid. Differeren, afwijken, onderscheiden zijn; uitstellen, op de lange baan schuiven. Difficiel=tegen-vanzelf. (zie ficiel)
Diffidentie=die-af-dient-u. niet meer vertrouwd.
Digamie=die-ga-mee opnieuw trouwen.
Digniteit=die-ga-niet-eet... nooit haantje de voorste.
Dijambus=die-ja-aan-beste... de maathouden van vier regels in het refrein=re-vier-in telkens terugkerend verstmaat bij herhaling.... jambe.afk.
Dii majorum gentium=die-majoor-rum-kent-hem... majoor=meiere-meester. die door de meester groemd overal bekend... slijmen.
Dikdaalder=dek-daalder die alles dekt. Spaanschezilvermunt, van 40 tot 45 Hollandsche stuivers waarde.
Dilatatie=die-laat-dat-zijn... ontspanning. Dilettant=die-legt-de-hand... je beste vriend. Diligence=te-lig-ons... slaappostkoets. Dilucidatie=die-licht-dat-toe verduidelijk dat. Dildo=duw-al-door... sexspeeltuig.
Dimensie=die-men-zie en daarin verschillende die-men-zie... Dimidia=de-midden-ja.
Diné van dinner=dien-uur dat het eten opgediend. duidelijker kan het niet dialekt-diets. Dinheiro=dienuren geld ter zoveel dienuren uit te betalen.
Diöces=die-us-huis.
Dioecia,
Diogenes=die-ja-gene-is die niemand wilde zijn dan alleen zichzelve. Dionysus=die-ja-nice-is. nice-naai-us lekker geneukt worden. of Bacchus=buk-ons. van achteren op zijn grieks.en zo niet ... wij waren er nooit geboren. Dionysus,een der gewoonste bijnamen van Bacchus.
Diophantus=die-ja-vond-uit. s=t. van Alexandrië,schrijver van het oudste tot op ons gekomen werk over de Algebra=al-ge-berekend. afk.
Diorthosis=die-hoort-hoe-als-is. het zetten of weder inbrengen van ontwrichte ledematen.
Diphthongus=diep-tong-is meer dan een bloote klank... maar medekinker. tweeklank, eene uit twee vokalen of klinkletters zamengestelde, of zamengetrokkene dubbele klinkletter.
Diploma=die-pluime kreeg je op je hoed en dan was het goed... een pluimpje. Thans verworden tot vaak de grootste aanstellerij om de maatschapij willens en wetens te besodemieteren... dwangmiddel tot verplicht funktioneren... als ik mijn diploma maar heb... de rest doet er niet toe. Draagt ten hoogste bij aan de vervalsing van de mensheid.
vrijheidsbrief; acte van aanstelling; oorkonde. Diplomaat, een oorkonden-kenner, een gezantschapskundige. Diplomatica, diplomatie, de oorkondenleer, gezantschapskunst. Corps diplomatique, Fr., de leden van het staatsbestuur, ministers en hooge ambtenaren, welke aan het hoofd der landsregering staan, of als afgezanten van andere mogendheden aan het hof resideren. Diplomatisch, uit oorkonden afgeleid, ook hetgene tot het ambt en tot de werkzaamheden van eenen afgezant behoort. Diplopia=dubbel-open-ja dubbelzien. kijk uit je doppen=doe-open.
Direct=die-recht. op zijn doel af.
Diribitoren=die-er-bij-het-horen... mochten er bij horen mits....
Dis=die-is.... dood. die is er geweest.
Discant=die-zangt-zingt sanctus-zing-te-us.
Discederen=die-scheid-daar-aan. weggaan.
Disceptatie=die-schept-eten... zorgt dat er hoe dan ook binnen komt Discipel=die-zuip-al suporter=zuip-hard-door allemaal waar wat te halen valt en meedoen en als ze niets krijgen zijn het slechte verliezers ... holigans=is-hou-al-liggens. Discipline=die-is-op-een-lijn... met de regels der tucht en orde... De lijn niet voor niets getrokken.
Disconter=die-schoont-er die schoont en vereffend de rekening.
aftrekken, afrekenen. Disconto, aftrek van op eene somma te veel betaalde gelden; ook het aftrekken van provisiegelden; zie rabat; ook wisselhandel, wisseldisconto, met aftrek van zekere procenten.
Disconveniëntie=die-is=gaan-fijn-niet-hier. iemand die zich alles denkt te verooloven. Discoureren='t-eens-keuren... nakijken en tot gesprekstof komen die onderhoudend de loop der dingen bespreken kan... cursus=keur-zo-is en alle ander leergangen dien aangaande.
spreken, in gesprek zijn, zich onderhouden. Discours, gesprek, zamenspraak; redevoering.
Discrediet=tegen... krie-'de-'t of krie-de-'t niet dat is pas krediet. Discreet=die-is-geere-heet... maar daar praat je niet over. geere=graag. doet het zo graag.
Discrepant=tussen-kruipend... voorgaan en voorblijven. Discriminatie='t-is-kromme-in-natie dat is van slechte afkomst krimineel=krom-in-al... niets mee te beginnen
Discus=de-schijf-is zoals de disk afk. disc-jochie die de platen=platten schijven uitkiest. disco=disk-show et... schijf=schuif het ding schuift als het ware door de lucht.
Discussie=die-IS-keuze-U... de zaak=keuze bekijken en bespreken wat en hoe ? case=keuze.
onderzoeking, wederlegging; uitelkanderzetting, overweging. Discutiëren, overwegen, navorschen, doorgronden, uitpluizen.
Disgusteren=die-us-kotst-er in.
Disharmonie=tegen-us-harmonie.
Disject='t-is-jaagt weggejaagd.
Dispareren=die-speuren die zoeken naar iets of iemand. diaspora=die-ja-speuren naar het verdwenen volk.
Dispendieux=die-spent-dik. van spenderen=us-bende-teren... de hele bende. Dispermus=die-paar-mee-is samen klaarkomen... sperma==is-paar-mij. een paar is een paar maar niet altijd samen klaar . de duizenddichter.
Dispoost=die-is-post... wel op zijn plaats
Dispuut=tegen-sput=sputteren
Disquireren='t-is-keur-raar-aan... zeldzaam onderzoeken. Dissertatie==die-us-heer-daad-zien bewijzen dat je er bent en hoeerje bent. Dissident=die-is-zieden... woest en ontevreden=en-niet-te-vreten. Dissolubel='t-is-zo-loop-al het gaat zo als het gaat vanzelf.
Dissolventia='t-is-al-vind-ja... het is al gevonden de oplosing daar. alles terug naar een taal... het onbegrenzde dialekt-diets.
Dissonant='t-is-zo-nie-end. zo klopt het niet.
Distantie=te-staand-op-zij.
Distel-orde=de-stille-orde niemand wist wat ze deden. nu nog niet. en zich wederom roert in de nieuwe weredlorde.
door Lodewijk XI., hertog van Bourbon, in 1405 gesticht, is weder vervallen; ook een door Jacob V. van Schotland, in het jaar 1542, gestichte orde, welke 200 jaren daarna door koning George II. van Engeland vernieuwd is geworden.
Distilleren=test-al-leren het leren van samenstellngen in de chemie of drank uitvindingen.
Distorqueren=die-stoor-ik-keren de zaken omdraaien zoals ze zijn. Distribueren=die-us-ter-U-buren... de buurten voorzien naar behoren.
verdeelen, uitdeelen. Distributeur, Fr., distribuant, uitdeeler, verdeeler. Distributie, de uitdeeling, verdeeling oplossing van een begrip of denkbeeld (in de redekunst). Distributief,, uit- of toedeelend. Distributrice, Fr., eene uitdeelster, verdeelster. District=die-us-streek=onze trek; die zich uitstrekt en waar men trekt... in het t'rijk=trek want door trekken is de hele wereld veroverd en niet door stammen verspreiding, die meer als bende en ovevallers te keer zijn gegaan... maar rustig aan der eeuwen de grote trek en door getrokken tot alles bezet.
Dithyrambus=diet-hoor-rijm-pas... de hoogste dichterlijke graad in het bereiken van spraak-kunst. hoogste dichterlijke geestvervoering.
Divagatie=tegen-weg-gaat-U de andere kant op.
Divan-begui=dief-vang buig U. straf krijgn rechtspraak.
Diverse=die-voor-zien en dat zijn er soms vele...
Diverteren=die-verteren... opmaken in lust en joleit.
Dividend=die-ver-diend.
Divin=die-fijn 0f...de wijn.
Divortie=die-voor-die partnerruil
Divulgatie=die-wel-gaat-U vermeerdering van zaken.
Diwit-dar=die-weet-er die alles opschrijft.
Doblas=dubbel-is
Doblon=dubbel-loon
eene Spaansche gouden munt van omstreeks 5 gulden. doblon-Fencillo zijn er van 2, van 4 en van 8 escudos, ter waarde van omtrent 91⁄2, 19 en 38 gulden. Doctor=doekt-heer uit de doeken doen en op lappen zie esculaap. Document=toe-komend
Dog=te-hok... en daar waakt ze en daar is haar plaats.
Doge=de-hoge in vele vele talen achterhaalbaar tot in Japan en den haag=dehage=de- hooge heren...Dogma=toch-moet oook al is het anders dochmatisch=toch-moet-is Dok='t-hok want ook dat is beschut in werkplaats. drijvend-dok drijvend-hok Dolce=doe-likke. leche=lessen=likken
Dollar=daalder
Dolorosa=de-oude-rust-zacht. oude=olle.
Dom=de-home kerk home gebouw moederkerk.
Domeinen=te-om-heinen staats toezicht.
Domesticatie=te-home-us-sta-kauwt-die.
Domiciliëren=te-home-us-al-leren. daar wij tenslotte thuis horen.
Dominant=door-mijn hand en eten uit mijn hand.
Domine=de-home-mijnheer. afk. Lat., heer, mijnheer!
Domheer-de-home-heer
Dominikanen=de-home-monniken.
Domitius=te-home-met-us aanroeping om thuis te komen...
Don=dom m=n de home heer.
Donaat=doen-eet van wat dan ook kan ook schools zijn..
Donalma=doen-al-mee buurtfeest.
Donaria=doen-ere-ja dankbetuiging.
Donateur=doen-uit-eer Had Hietbrink er maar slechts een en de goede!
Don gratuit=doen-krijgt-uit
Don quichote=don-gij-schutte... la pancha=laad de pens = buik.
eigennaam van den dolenden ridder van La Mancha; een zeer beroemde roman van den beroemdsten Spaanschen schrijver, Miguel de Cervantes Saavedra, in de zestiende eeuw, waarin hij de toenmalige ridderschap even zoo zeer, als de zucht naar ridderromans belagchelijk maakt; een werk dat, door waarheid, diepe menschenkennis en geestrijke luim, de algemeene goedkeuring heeft weggedragen. - Voorts wordt die naamook gebezigd voor eenen zwervenden ridder, voor eenen gelukzoeker. Dorbar=de-opper staatsraad in Indië.
Dorophagus=dorp-hoog-is die niets doet
Dosis=tas-is kopje of glaasje medicijn.
Dosonisch=doe-zo-en-niets... alles beloven niets doen.
Dottore=dot-horen iemand die de boel staat te bedotten in kluchtspelen. Anekdotes...
Douane=doe-vangen dubbel op zij willen je geld vangen... en zij moeten smokkelaars vangen. Hiervoorbeeld U=V=W. in de oude schrijftaal, kwamen de V eW pas veel later. Doubla=dubbele waarde.
Doublette=dubbel-eten daar munten voeren de mond.
Draak=der-eek van ekel haft en akelig.
Drachma=draag-mee bij aan de daagelijkse onkosten de naam van de munt. Drag=trek lanbouwerktuig egge=haake.
Dragoman=trouw-goed-man turkse tolk
Dragonder=draag-houdender familie van tilmans en sjors de sjouwer.
Dracula=dr.acula dokter akkelig.
Drama=treur-mee.
Draperie=de-repen-rij van sjerpen=sier-repen etc...
Drastisch=door-raast-is en niet ophoudend.
Dreg-trek dreggen uit het water trekken hoe dan ook.
Dresseren=trouw-us-zeer-aan het tam maken van wat en wie dan ook. Drilboor=tril-boor
Drillen=doe-rillen door bangmakerij doel bereiken. thriller=te-ril-er Droguet=draag-goed kledingstukken in welke taal dan ook.
Drolerie=ter-lollerij lol maken.
Dromedaris=ter-omme-door-reis in een karavaan-keer-af-en-aan. Maar... heeft ie nu een of twee bulten ? de man uit 1743 weet het niet ? eene soort van kameel met twee bulten op den rug; de andere met eenen bult wordt enkel kameel genoemd. Droogisterij=droog-kisten-op-rij daar in drogen de kruiden... drogen van was = ter- hogen=drogen. ter-hoog-hang.
Dropacismus,
Drosche=door-rossen en snel rijtuigje.
Drost=trouw-us-toe. de vertrouweling.een overheidspersoon in eenige streken van het noordelijk Duitschland, die over een landsdistrict gesteld is. Bestaat zijn gebied uit meer dan één district, zoo heet hij landdrost. Ook in de Nederlanden had men, onder de regering van Lodewijk Napoleon, landdrosten, die daarna door prefecten vervangen en eindelijk door de tegenwoordige gouverneurs der provincien opgevolgd werden.
Drud=de-rode roodharige priesters der druden=de-rooden.
druides, Lat., priesters, leeraars, artsen, regters en toovenaars der oude Celten en Galliërs. en niet te vergeten vooral koningen. Prinsen van oranje want rood haar bstaat niet.
keizerinnen gebouwde tempels.
Dschandala rischa=die-schandalen-rij-us-ga! door de rijken tot zeer laag behandelde kaste. sankriet.
Dschelebkachan=die-zullen-leef-koken... wet dat het volk het leger te eten moest maken. leeftocht of leefkost.
Dschiherdschis, waarom we dát moeten weten ? en waarom de albanezen? en waarom de katten? en waarom lever? Tradietie=trouw-diet-zijn.
Albaniers, die in Konstantinopel levers verkoopen, waarmede de vromen onder de Turken de rondloopende katten voeren.
Dualis=twee-al-is
Dubio=dubieus=doubt=dubben=dobben=te-hopen. H. alleen woordbeeld in diets! Duc=die-eikt... en controleert.
Duel=duw-al vroeger nog gewoon met trekken en duwen... later op de sabel en het pistool...al die gekken.
Fr., een tweegevecht. Duellant, of duellist, hij, die een tweegevecht aangaat. Duelleren=doe-wel-leren een tweegevecht aangaan,vechten.
Duinen=de-hunnen daar hielde de hunnen zich eeuwen lang op... vanuit zee en zo verder ongestoord aan de plunder. en... sommige namen taak je in eeuwen niet kwijt....de vandalen... etc...
Duitsche orde=dietse-orde die eeuwen lang tot en met aan de paaldietse=paal-dietse staten=baltische staaten het voor het zeggen hadden. Ze zaten eigelijk overal en Transilvanie was hun hoofdgebied.
eene geestelijke ridderorde, die ook Mariane-orde of orde der broeders van het Duitsche huis Onzer Lieve Vrouw van Jeruzalem heet, werd in het jaar 1191 ingesteld, zijnde daarvan de voornaamste gelofte, oorlog tegen de ongeloovigen. De zetel der orde was aanvankelijk te Acra in Syrië; dan, nadat de orde uit het Oosten verdreven was, werd die
naar Mariënburg in Pruissen verlegd. Zweden, Rusland en Polen bemagtigden allengs de landen der orde in Lijfland, Esthland en Pruissen, welke de ridders te voren in hunne beöorloging der Heidenen in die landen bekomen hadden, en de heerschappij der orde hield eindelijk geheel en al op, toen de grootmeester, Markgraaf Albrecht, te Brandenburg de Evangelische godsdienst aannam, en in 1525 door den koning van Polen de bezittingen der orde alleen in eenige landerijen, in onderscheidene kreitsen van Duitschland verspreid, bestaande, onder den titel van Hertogdom, als erfelijk leen ontving.
Dukdalf=duw-ik-al-af de domme etymologen hebben er Duc de alva van gemaakt, terwijl Alva watervrezend nooit op het water zat.
Dult=deelt het verdelen op jaarmarkten van goederen.
Dunalma=doen-alle-mee weer ergens een turks feest!!!
Dung=de-hang tegengewicht van de weegmaat.
Dupe=duw-oppe zo maar iemand er op duwen die voor handen is. duperen=duw-op- er-in
Duplikaat=dubbel-ik-het.
Dusak=tussen-hak hoe je het schrijft doet er niet toe; maar de spreektaal dialekt-diets geeft uitkomst...
tusak, tesak, thiesak, een kort, breed en eenigzins gekromd zwaard, dat, in plaats van het hecht, eene greep aan de kling of eene oorvormige opening als handvatsel heeft. Het was eertijds een zwaard der vechters.
Dynamic=die-neem-ik voortstuwende krachten, van wind en water... Dynasty=die-na-us-sta.
Dyschezia='t-is-scheise-ja. moeilijke en vervelende stoelgang. Dyschroead=die-is-schurend huid ziekte. Griekse woorden hebben vaak drieklanken. Dyseleia=tegen-helen-ja het niet helen der wonden of zweren=zo-weren.
Dysgenesia=tegen-genezen-ja ziekelijk blijven.