Een molenaar heeft een mooie dochter, ze heet Barbe. In die tijd proberen veel ijzerbewerkers molenaars over te halen hun molens om te vormen zodanig dat ze geschikt zijn om er andere dingen mee te doen dan het malen van graan, bijvoorbeeld het smelten, hameren en snijden van metaal om er spijkers van te maken.
De molenaar ziet dat niet graag gebeuren, hij wil dat de molen, die hij in 1540 heeft gebouwd, blijft doen wat hij altijd al doet, namelijk graan malen. Toch wil hij zijn dochter zelf laten kiezen, en daarom laat hij vaak de waarschuwing horen: je mag trouwen met wie je wil, maar liever niet met de zoon van de smid. Als een molenaarszoon uit een ander dorp om haar hand komt vragen, verwacht haar vader dan ook, dat ze daar blij mee is. Maar Barbe wil daar niets van weten. Ze leert namelijk net iemand anders kennen, uitgerekend de zoon van de smid, die gevoelens in haar wakker maakt. Wat moet ze doen?
Jean is de zoon van de smid. Hij leert van zijn vader, Gilles, hoe men uit ijzeren staven spijkers maakt. Om een spijker te maken, neemt zijn vader een ijzeren staaf en verwarmt die aan een uiteinde in de oven. Daarna vormt hij met een hamer de steel van de spijker op het aambeeld. Vervolgens snijdt hij de spijker met de hamer af op de ciseau. Hij plaatst de afgesneden spijker met de scherpe punt in de cloyère en maakt er met hamerslagen een kop aan. Zo vervaardigt hij spijkers met verloren kop voor meubelwerk, die slechts 1,2 gram wegen, tot spijkers met een lengte van 37 cm voor de bouw van schepen. Hij doet er 2 dagen over om een partij staven om te vormen tot ongeveer 2500 middelgrote spijkers. Wanneer ze gewogen moeten worden, ziet men onmiddellijk: dit zijn spijkers van Grisar.
Jean rijdt op een paard. Het paard buigt af waar het zelf wil. Hij ziet een huis, een molen, en achter het raam een rond gezicht, dat van een jonge vrouw blijkt te zijn.
JEAN Vertel eerst eens hoe je heet.
BARBE Een man noemt zijn naam het eerst bij het voorstellen.
JEAN Ik ben Jean.
BARBE Ik ben Barbe, de dochter van de molenaar.
JEAN En ik ben de zoon van de smid.
BARBE Spreek mij niet van de zoon van de smid. De zoon van de smid, zwart bij zijn blaasbalg, is zo weerzinwekkend om te zien. Maar jij ziet er niet uit als een smid.
JEAN Ben je misschien in goud geïnteresseerd?
BARBE Hoezo?
JEAN Ik kan goud uit ijzer maken.
Als Barbe Rigaut, de dochter van de molenaar, in 1620 trouwt met Jean Grisar wordt de molen getransformeerd in een ijzerhamerfabriek. Het water van de Ourthe wordt nu gebruikt om een hamer in beweging te brengen. Het doet de grote blaasbalgen en de ontzaglijke beukhamers bewegen: het vuur van de houtskolen, die er ook bereid worden, is verschrikkelijk, en men is verwonderd dat mensen het lang daarbij kunnen uithouden.
Het duurt niet lang of er worden meer ijzerfabrieken opgericht. Ze gaan het beeld van het landschap bepalen. Aan alle kanten ziet men een woud van schoorstenen. Rode vlammen stijgen op uit de pletterijen en gieterijen. Het geklop van de hamers, het gestamp van de machines verstoort de stilte en de rust van het landschap.
Op de kennis van het vormen van ijzeren staven voor de vervaardiging van spijkers krijgt de familie Grisar in 1667 een Luiks patent. Dit maakt hen tot begeerde vaklieden en partners van grootindustriëlen. Hoogtepunt in de maatschappelijke erkenning is de verheffing van een Grisar in de adelstand. En daarmee wordt bevestigd wat zijn voorvader ooit heeft gezegd, dat je uit ijzer goud kunt maken.
Bron: Gerhard H. Hufnagel, Die Geschichte der Familie Grisar aus dem Fürstbistum Lüttich.