Waarom deze wandeling ?
Q & A
Q & A
Een vertelwandeling op 11.11.2O26 georganiseerd door Dekoloniseer Halle roept vanzelf vragen op. Terechte vragen.
We vinden het belangrijk om daar vooraf helder over te zijn.
Daarom: 25 vragen en antwoorden over de achtergrond, bedoeling en aanpak van deze wandeling.
→ LEES HIERONDER DE 25 VRAGEN EN ANTWOORDEN
"Herdenken is nooit eenvoudig. Herdenkingen brengen herinneringen, verhalen, verlies en emoties samen. Verschillende mensen en gemeenschappen kunnen bovendien vanuit een verschillende geschiedenis naar dezelfde gebeurtenissen kijken.
Met deze 25 vragen en antwoorden willen we vooraf helder maken waarom we deze vertelwandeling organiseren, welke plaats ze inneemt naast de bestaande herdenkingen en wat we ermee willen bereiken.
De antwoorden zijn geen poging om een complexe geschiedenis in 25 korte antwoorden te vatten. Ze zijn vooral bedoeld als uitnodiging om verder te kijken, te luisteren en met elkaar in gesprek te blijven."
Omdat herdenken ook betekent dat we blijven nadenken over wat we herdenken en welke verhalen daarbij verteld worden.
De bestaande 11-novemberherdenkingen zijn waardevol.
Wij willen ze niet vervangen of bekritiseren. We willen er een extra laag aan toevoegen.
De wereldoorlogen waren immers geen gebeurtenissen die zich uitsluitend in Europa afspeelden.
Ze hadden gevolgen tot ver buiten Europa. Ook de koloniale wereld was bij deze conflicten betrokken.
Met onze vertelwandeling willen we een aantal verhalen zichtbaar maken die minder vaak aan bod komen bij plechtigheden.
Deze wandeling maakt de brug tussen 11 november en de November Wereldmaand 2026.
11 november is in België een belangrijk moment waarop we samen stilstaan bij oorlog, geweld, verlies en vrede.
Juist daarom vinden we het een betekenisvolle dag om ook vragen te stellen over de bredere historische context.
Wie waren betrokken bij de oorlogen? Wie droeg de gevolgen? Welke verhalen zijn in onze herinneringscultuur sterk aanwezig en welke zijn minder zichtbaar?
Door die vragen te stellen, willen we de bestaande herdenkingen niet kleiner maken, maar juist verbreden.
"Nooit meer oorlog" is een krachtige wens die verbonden is met de geschiedenis van 11 november.
Maar het vraagteken is bewust.
Want hoe zorgen we er daadwerkelijk voor dat oorlog niet opnieuw vanzelfsprekend wordt? Wat leren we uit de geschiedenis? Welke mechanismen van uitsluiting, ontmenselijking, racisme, ongelijkheid en machtsmisbruik moeten we herkennen?
Een herdenking kan daarom niet alleen terugkijken. Ze kan ons ook uitnodigen om na te denken over het heden en de toekomst.
Niet noodzakelijk verhalen die letterlijk door iedereen vergeten zijn.
We bedoelen vooral verhalen die in onze publieke herinnering minder zichtbaar zijn geworden.
Wanneer we aan de Eerste Wereldoorlog denken, denken we bijvoorbeeld aan de IJzer, de loopgraven, de verwoesting van België en de enorme menselijke tol.
Maar de Eerste Wereldoorlog was een mondiaal conflict. Er waren ook gevechten in Afrika en Congolese militairen werden ingezet.
Dat verhaal maakt deel uit van onze geschiedenis, maar is bij veel mensen minder bekend.
Omdat geschiedenis niet alleen uit jaartallen en feiten bestaat.
Een plek kan herinneringen oproepen. Een straat, een monument of een gebouw kan een aanleiding zijn om een verhaal te vertellen dat anders misschien verborgen blijft.
Door letterlijk samen door Halle te wandelen, willen we geschiedenis verbinden met de stad waarin we vandaag leven.
De wandeling is daarom geen klassieke geschiedenisles. Het is een uitnodiging om samen te kijken, te luisteren en verbanden te leggen.
Meer dan we soms denken.
De Eerste Wereldoorlog was een wereldconflict. België vocht niet alleen aan het westfront, maar was ook militair actief in Centraal-Afrika.
Congolese militairen en dragers werden daarbij ingezet. Het War Heritage Institute heeft onder meer met de tentoonstelling Congo aan de IJzer aandacht besteed aan de aanwezigheid van Congolezen in het Belgische leger tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Dat verhaal hoort bij de Belgische oorlogsgeschiedenis.
Maar voor ons gaat het ook om de bredere vraag waarom sommige verhalen veel sterker aanwezig zijn in onze herinneringscultuur dan andere.
Het zwaartepunt van de oorlog lag inderdaad in Europa, en België heeft daar zwaar onder geleden.
Maar het was tegelijk een mondiaal conflict waarbij ook gebieden buiten Europa betrokken waren.
Koloniale gebieden leverden mensen, grondstoffen en militaire ondersteuning. De oorlog had ook daar gevolgen.
Dat bredere perspectief maakt het Belgische verhaal niet minder belangrijk. Het maakt het vollediger.
Congo maakte als Belgische kolonie deel uit van een koloniale machtsstructuur en werd tijdens beide wereldoorlogen betrokken bij de oorlogsinspanningen.
Congolese mensen werden ingezet als militairen, dragers en arbeidskrachten. De Belgische overheid benadrukt vandaag ook zelf dat Congolese mensen een aanzienlijke bijdrage leverden tijdens de twee wereldoorlogen.
Het is belangrijk om daar niet alleen een voetnoot van te maken.
Als we spreken over de Belgische oorlogsgeschiedenis, horen ook deze ervaringen erbij.
Dat is geen eenvoudige vraag waarop één antwoord bestaat.
Onze herinneringscultuur is historisch gegroeid. Bepaalde verhalen kregen monumenten, plechtigheden en een vaste plaats in het onderwijs en het publieke geheugen.
Andere verhalen werden minder vaak verteld of vanuit een ander perspectief bekeken.
Dat betekent niet noodzakelijk dat iemand bewust heeft beslist om ze te verzwijgen.
Maar het resultaat is wel dat sommige delen van onze geschiedenis veel bekender zijn dan andere.
Daar willen wij met deze wandeling aandacht voor vragen.
België was tijdens de wereldoorlogen niet alleen een Europese staat. Het was ook een koloniale macht.
Dat gegeven beïnvloedde de verhouding tussen België en Congo en bepaalde mee wie macht had, wie beslissingen nam en wie de lasten droeg.
Wanneer we de Belgische geschiedenis van die periode vertellen, vinden wij het daarom belangrijk om die context niet buiten beeld te laten.
Dat is iets anders dan alles wat tijdens de wereldoorlogen gebeurde uitsluitend vanuit kolonialisme verklaren.
Het gaat om context, niet om een nieuwe eenzijdigheid.
Omdat geschiedenis niet ophoudt op het moment dat een kolonie onafhankelijk wordt.
Het koloniale verleden heeft België mee gevormd. Het heeft invloed gehad op economische verhoudingen, instellingen, collecties, publieke ruimte, kennis en menselijke relaties.
De Belgische overheid erkent vandaag zelf dat het koloniale regime gebaseerd was op een verhouding van ongelijkheid en gekenmerkt werd door onder meer paternalisme, discriminatie en racisme.
Als we willen begrijpen hoe België geworden is wat het vandaag is, hoort die geschiedenis daarbij.
Het Belgische koloniale systeem bestaat niet meer zoals het vroeger bestond. België heeft geen kolonie meer.
Maar een verleden kan wel blijven doorwerken.
De gevolgen van historische machtsverhoudingen verdwijnen niet automatisch op het moment dat een politiek systeem eindigt.
Daarom vinden we het belangrijk om te onderzoeken welke sporen van dat verleden vandaag nog zichtbaar zijn.
Zonder te doen alsof alles wat vandaag gebeurt rechtstreeks door het kolonialisme wordt veroorzaakt.
Nee.
Dat zou juist een te eenvoudige manier zijn om met geschiedenis om te gaan.
Niet elk hedendaags maatschappelijk probleem heeft zijn oorsprong in het kolonialisme.
Maar het omgekeerde is ook niet houdbaar: doen alsof kolonialisme geen enkele invloed heeft gehad op de wereld waarin wij vandaag leven.
Kolonialisme heeft de wereldorde gevormd en houdt ongelijkheden in stand.
Voor ons gaat het om historische kennis en context. Die kunnen helpen om het heden beter te begrijpen.
Omdat koloniale geschiedenis niet alleen de geschiedenis is van mensen met een Congolese of andere Afrikaanse achtergrond.
Het is ook Belgische geschiedenis.
Wanneer we spreken over Congo, hebben we het over een deel van de geschiedenis van België. De gevolgen ervan zijn verbonden met onze samenleving als geheel.
Je hoeft dus geen persoonlijke of familiale band met Congo te hebben om deze geschiedenis te kennen of erover na te denken.
Dat is precies wat we met de wandeling verkennen.
Koloniale geschiedenis speelt zich niet alleen af in Brussel of Antwerpen en evenmin alleen in Congo.
Ook lokale gemeenschappen maken deel uit van die geschiedenis.
Halle heeft haar eigen inwoners, verenigingen, monumenten, archieven, verhalen en verbindingen met de wereld buiten de stad.
We willen daarom niet alleen een groot nationaal verhaal vertellen, maar ook kijken welke sporen en verhalen in onze eigen stad aanwezig zijn.
Niet in de eerste plaats.
Onze bedoeling is niet om plechtigheden en een bestaande traditie af te schaffen of te vervangen.
Wij willen aanvullen.
Tradities hebben betekenis voor mensen. Dat respecteren we.
Maar tradities kunnen ook groeien. Nieuwe verhalen kunnen naast bestaande verhalen komen te staan.
Een bredere herinnering hoeft de bestaande herinnering niet weg te nemen.
Nee.
Integendeel: wij erkennen dat verenigingen, oudstrijdersverenigingen, lokale besturen en vele anderen al jarenlang werk maken van het herdenken van oorlog en slachtoffers.
Onze wandeling is niet bedoeld als afwijzing van hun engagement.
We willen juist het gesprek aangaan over hoe we samen de herinnering kunnen blijven verdiepen.
Dat moet kunnen.
Mensen kunnen dezelfde historische gebeurtenis vanuit verschillende ervaringen bekijken.
Een oorlog kan bijvoorbeeld tegelijkertijd een verhaal van verzet, verlies, bevrijding en trauma zijn.
Dat betekent niet dat alle interpretaties automatisch even juist zijn. Historische feiten blijven belangrijk.
Maar binnen die feiten kunnen verschillende menselijke ervaringen bestaan.
Een samenleving hoeft niet één herinnering te hebben om samen te kunnen herdenken.
Met respect.
Herdenken gaat over mensen. Over levens die verloren gingen, families die uit elkaar werden gerukt, angst, geweld en soms trauma's die generaties lang worden doorgegeven.
Wanneer je daar nieuwe verhalen aan toevoegt, kan dat soms ongemak veroorzaken.
Dat ongemak willen we niet bewust opzoeken, maar we willen het ook niet vermijden wanneer een eerlijk gesprek erdoor moeilijker wordt.
Herdenken is nooit gemakkelijk. Het is een ingewikkeld proces.
Samen herdenken betekent ook samen nadenken over moeilijke en soms confronterende vragen.
We willen mensen vooral uitnodigen om na te denken.
Natuurlijk maken we keuzes in de verhalen die we vertellen. Een vertelwandeling kan nooit alles vertellen.
Maar we willen geen deelnemers naar huis sturen met het idee dat ze een examen over de juiste visie op geschiedenis hebben afgelegd.
We hopen eerder dat mensen nieuwe informatie hebben gehoord, misschien een ander perspectief hebben ontdekt en met elkaar verder praten.
Elke keuze over wat we samen herdenken heeft natuurlijk een maatschappelijke betekenis.
We willen historische verhalen vertellen, bronnen en perspectieven samenbrengen en vragen stellen.
We vinden het belangrijk om daarbij zo zorgvuldig mogelijk met feiten en verschillende ervaringen om te gaan.
Een samenleving die over haar geschiedenis kan spreken, ook wanneer dat ongemakkelijk is, legt de basis voor openheid, groei en diepgaand wederzijds begrip. Het helpt om fouten uit het verleden te erkennen en samen een wijzer en eerlijkere toekomst op te bouwen.
22. Willen jullie mensen een schuldgevoel geven ?
Nee.
Wij vinden het weinig zinvol om mensen vandaag persoonlijk verantwoordelijk te maken voor wat generaties geleden is gebeurd.
Maar er is een verschil tussen schuld en verantwoordelijkheid.
We kunnen het verleden niet veranderen. We kunnen wel verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop we ermee omgaan: door het te kennen, er eerlijk over te spreken en te vermijden dat bepaalde verhalen opnieuw onzichtbaar worden.
Nee.
Kritisch kijken naar onderdelen van de Belgische geschiedenis betekent niet dat je tegen België bent.
Een volwassen samenleving moet haar geschiedenis kunnen onderzoeken : niet alleen de mooie kanten willen zien, ook de schaduwzijden durven onder ogen zien.
Je hoeft je verleden niet mooier te maken dan het was om vandaag samen aan de toekomst te kunnen werken.
Dat zou inderdaad een probleem zijn.
Wij willen geen nieuwe eenzijdigheid creëren.
Een dekoloniale benadering betekent voor ons juist dat we proberen meerdere perspectieven zichtbaar te maken.
Het gaat dus niet om één nieuwe bril waarmee we voortaan alles moeten bekijken.
Het gaat erom een perspectief dat lange tijd onvoldoende aandacht kreeg, opnieuw mee in beeld te brengen.
Daarna blijft het aan ons allemaal om kritisch te kijken, vragen te stellen en verbanden te onderzoeken.
Niet noodzakelijk een kant-en-klaar antwoord.
We zouden het mooi vinden als mensen naar huis gaan met een paar nieuwe inzichten en misschien één of twee vragen die ze zich voordien niet stelden.
Wie hebben we eigenlijk niet gehoord in onze herdenkingen?
Welke verhalen kennen we nog niet?
Hoe verhouden oorlog, macht, kolonialisme, ongelijkheid en vrede zich tot elkaar?
En misschien vooral: wat kunnen we vandaag leren uit de verhalen van toen?
Als de wandeling ertoe leidt dat mensen daarover verder praten — met familie, vrienden, buren, verenigingen of elkaar — dan heeft ze voor ons iets bereikt.
TOT SLOT
"Een vertelwandeling is geen gesloten verhaal.
De geschiedenis die we samen herinneren, bestaat uit vele verhalen. Sommige zijn bekend en vertrouwd, andere zijn minder zichtbaar. Soms sluiten herinneringen mooi op elkaar aan.
Soms botsen ze.
Dat kan ongemakkelijk zijn.
Maar misschien is dat ook precies waarom herdenken belangrijk blijft.
Zodat we het verleden beter leren kennen.
Niet om één verhaal te vervangen door een ander, maar om het geheel vollediger te maken. En niet alleen om terug te kijken, maar om samen na te denken over de vraag hoe we oorlog, uitsluiting en ontmenselijking in de toekomst kunnen voorkomen.
Dat is de bedoeling van de vertelwandeling 'Nooit meer oorlog? De vergeten verhalen' op 11 november."