https://sites.google.com/view/linguarium
Under construction
https://sites.google.com/view/linguarium
Under construction
De gaven van de geest
De gaven van de geest.
Gedachten bij Paulus van Tarsus 1 Korinthiërs 12
Gedachtenexperiment.
Wij hebben aan de heilige geest verschillenfe soorten gaven toegeschreven. Maar ze komen allemaal van ons. En er zijn verschillende soorten taken. Maar ze komen allemaal van ons. En er zijn verschillende manieren waarop de geest kan werken. Maar ze komen van ons.
Het lichaam heeft die gaven ban de geest in zich.
De heilige geest zegt niets, maar leeft fysiek in ons, zij weet precies wat er in ons omgaat, wat wij denken en wat wij graag willen. De heilige geest is in ons op de vele plekken waar wij zijn, en zij reist met ons mee en daardoor kan zij op op elke plek tegenwoordig zijn.
zintuiglijke ervaringen proprioceptie (weten waar ons lichaam zich in de ruimte bevindt) en interoceptie ( het waarnemen van interne lichamelijke sensaties, zoals honger of dorst ) zijn twee vormen van inwendige perceptie.
Exteroceptie: uitwendige perceptie, waarneming van de externe omgeving, het vermogen van vijf zintuigen om te horen, zien, proeven, betasten of ruiken, wat zich buiten onszelf bevindt.
Exteroceptie functioneert fysiologisch hetzelfde als interoceptie.
Het externe milieu en het interne milieu van het lichaam bevinden zich in een en dezelfde ruimte.
Interoceptie en exteroceptie zijn beide belangrijk voor het in stand houden van homeostase in het lichaam. Homeostase is het vermogen van het lichaam om je gezondheid te bewaken door constant het inwendige of interne milieu in balans te houden en te herstellen.
Zo zien sommige mensen (boodschappers, die het goede nieuws moeten vertellen aan de mensen, In de tweede plaats profeten. In de derde plaats leraren. Verder mensen die wonderen doen, daarna mensen die gaven hebben om anderen te genezen, of de gave hebben om de leiders te helpen, of om leiding te geven, of om verschillende talen van de Geest te spreken. ) hun speciale taak in de gemeente als een geschenk van de heilige geest, maar is het niet juist andersom die eigen speciale taken bij zichzelf ontdekken en schenken aan de geest? In de eerste plaats schrijven
Wij kunnen de gaven van de geest toeschrijven aan zowel inwendige als uitwendige percepties.
Impositio manuum / (epithesis cheiron, Ac 8:18; 1Ti 4:14; 2Ti 1:6; Heb 6:2) Opleggen van handen, handen opleggen,
het opleggen van handen bij het zegenen; bij het offerritueel (handen van de offeraar op het hoofd van het slachtoffer gelegd; bij het afleggen van getuigenis bij halsmisdrijven.
Handoplegging is (onder voorwaarden) een taalhandeling (een gevoelstaal)
Een dialoog tussen de tastlichaampjes van de hand en de huid.
Met gevoelstaal wordt het taalgebruik aangeduid.
Degene die de hand oplegt, fungeert alleen als
doorgeefluik. Het is de ontvanger van deze taal die, zij het onbewust, het werk verricht.
Handoplegging in het judaïsme (in het Hebreeuws סמיכה, semikhah) Het doel kan variëren van wijding of het overdragen van autoriteit, tot het geven van een zegen of een wonderbaarlijke genezing.
De Hebreeuwse Bijbel gebruikt twee verschillende uitdrukkingen voor handoplegging: het eenvoudig leggen van de handen op iemand en het drukken van de handen op iemand. In de Septuagint (de Griekse vertaling) worden beide met hetzelfde woord vertaald, dus alleen in de Hebreeuwse brontekst is het onderscheid duidelijk.
Het eenvoudig leggen van de handen op iemand is een gebaar waardoor die persoon aangewezen wordt.
Het drukken van de handen op iemand wordt gebruikt om zowel iemand aan te wijzen als ook de overdracht van iets op die persoon te benadrukken.
In het Nieuwe Testament vindt men in de Handelingen van de Apostelen deze passage: "Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ Maar Petrus zei tegen hem: ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht. Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of hij u uw slechte gedachten wil vergeven, want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.’ Toen zei Simon: ‘Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd'."
De hersenstam verbindt het ruggenmerg met de hoger gelegen hersenen. Door de hersenstam heen strekt zich de reticulaire formatie uit, waarin descenderende en ascenderende invloeden overheersen.
Een ascenderende invloed kan het brein wekken of doen inslapen, een descenderende invloed kan de waakzaamheid remmen of stimuleren.
De slaapwaakcyclus heeft een circadisch ritme, dit is een periodiciteit van een etmaal. Het verschil tussen waken en slapen kan worden geregistreerd in een electro- encefalogram (EEG).
De slaap wordt verdeeld in periodes, waarin hoge, en periodes, waarin lage EEG- frequenties gemeten worden.
Tijdens een periode met hoge frequenties heeft een mens dromen, vijf of zes keer per nacht. Vanwege het feit, dat de ogen daarbij snelle bewegingen maken achter de gesloten oogleden, wordt dit ook wel rapid-eye-movement-slaap (REM-slaap) genoemd.
Een droomloze periode met lage frequenties, of diepe slaap, wordt non-rapid-eye- movement-slaap (NREM-slaap) genoemd.
Er zijn vier graden van helderheid: de droomloze slaap, de droomslaap (paradoxale slaap), de waakdroom (paradoxale waaktoestand) en de waaktoestand.
Een bepaalde graad van helderheid emergeert uit het zenuwstelsel.
De slaapwaakcyclus maakt het mogelijk geestesgaven te ontvangen.
De geestesgaven worden ook wel wonderbaarlijke krachten of geesten genoemd.
Door de Hindoes worden de gaven opgesomd als wonderbaarlijke krachten: goddelijk gezicht, goddelijk gehoor, toegang hebben tot de gedachten van een ander en kennis van vorige levens.
De geesten zijn, volgens Jesaja, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en godsvrucht en de vrees voor Jahweh.
Een bijzondere gave van de geest is de glossolalie, het in talen spreken.
Uit de eerste brief aan de Korinthiërs van Paulus blijkt, dat het in talen spreken van het begin af voor verwarring tijdens de bijeenkomsten heeft gezorgd.
Hij, die in talen spreekt, moet bidden, dat hij ook vertolken kan, aldus Paulus.
Aan de vaardigheden, die tot de theologische opleiding horen, zal de gave van vertolking, zoals door Paulus bedoeld, kunnen worden toegevoegd.
In de fysiotheologie zal tevens de interpretatie van de fysiologie van de geestesgaven een plaats kunnen hebben.
Structuur van de tastorganen
De organen van de tastzin zijn receptoren: ze nemen prikkels als aanraking, pijn en temperatuur waar. Ook het zich bewust zijn van de lichaamshouding is te danken aan deze gespecialiseerde orgaantjes. Deze receptoren bevinden zich in de huid, het bindweefsel en de slijmvliezen. Er zijn verschillende typen; al naar gelang de aard van wat ze waarnemen is er sprake van tactiele receptoren (aanraking), nociceptoren (pijn), thermoreceptoren (temperatuur) en proprioceptoren (positie).
Zoals de woordtaal woordsoorten kent (zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord, etcetera), zo kent de voeltaal soorten van gevoelens / voelwoorden (aanraking, pijn, temperatuur, positie / beweging / houding, [en ook] geur, smaak, gehoor, gezicht). Zoals woorden een zin kunnen vormen, zo kunnen gevoelens een reeks vormen. Een reeks is bijvoorbeeld een verandering van positie als gevolg van pijn na aanraking bij een bepaalde temperatuur. reeks / gevoelens die op elkaar volgen.
Behalve de tastorganen spelen ook zenuwuiteinden die zich los in de weefsels bevinden een rol bij de geleiding van gevoelswaarnemingen; dit zijn de vrije zenuwuiteinden.
Plaats van de tastorganen in het menselijk lichaam
De receptoren die gevoelig zijn voor aanraking bevinden zich onder meer in de huid. Receptoren voor temperatuur en pijn bevinden zich in de vrije zenuwuiteinden die verspreid door het lichaam voorkomen. Proprioceptoren, ofwel de receptoren voor de positie van de eigen lichaamsdelen, bevinden zich in de skeletspieren, de pezen en de gewrichtskapsels.
De lichaampjes van Meissner, Golgi, Vater-Pacini, Ruffini en Krause.
Vijf handelingen
Afdekken Vouwen Dragen Bewegen Opleggen
De hand stilhouden, [geen massage] lichte druk, de handpalm / handkom omsluit (omgeeft sluitend) contigu /continu het zachte weefsel
Het doel is niet therapeutisch. Het doel is communicatie.
Jezelf behandelen
Rûaḥ ist weiblich und soll ein onomatopoietisches Wort sein, welches das Geräusch des Windes oder des Atmens nachahmt.
Hebreeuws Ruach, Aramees Rucha
onomatopee, zoals Nederlands Roekoe, klinkt als het ruisen van de wind (een sterke wind) of het koeren van een duif.
Gurren Roekoe Reiki
Er zijn twee manieren voor zelfbehandeling. De eerste is de volledige zelfbehandeling met de bijbehorende handposities. De tweede manier is je handen op een bepaalde plaats van je lichaam neer te leggen.
De kunst is om met de juiste “touch” aan te raken om het lichaam uit te nodigen om spanning los te laten.
De juiste aanraking.
Structuur en functie van de tastorganen Bij veel gewaarwordingen spelen
verschillende receptoren een rol. Tot de receptoren voor aanraking behoren gespecialiseerde orgaantjes als de tastlichaampjes van Meissner. De tastlichaampjes van Meissner zijn eivormige receptoren. Er zitten veel van deze tastlichaampjes in de huid van de vingertoppen, de handpalmen, de voetzolen, de oogleden, de tepels en het puntje van de tong en in de diepere weefsels van het lichaam.
Tot de proprioceptoren behoren de spierspoelen, de peessensoren en de gewrichtssensoren. Spierspoelen zijn gespecialiseerde groepen spiervezels in een skeletspier. Peessensoren zijn aanwezig bij de overgang van een pees in een spier. Gewrichtssensoren bevinden zich in en rond het gewrichtskapsel en het botvlies.
De spierspoelen reageren op het strekken van de spieren. Als de spier wordt
gestrekt, worden ook de spiervezels van de spierspoel gestrekt, waardoor de sensibele zenuwuiteinden worden geactiveerd. Als reactie hierop worden signalen naar de spiervezels gestuurd via de zenuw die motorische prikkels overbrengt. Deze motorische prikkels wekken een spiersamentrekking op; zo wordt een evenwicht in stand gehouden. Er zitten talrijke spierspoelen in de intrinsieke spieren van de hand en de spieren rondom het oog, waar fijne, precieze bewegingen zijn vereist.
Lichaampjes van Golgi
Ook de lichaampjes van Golgi werken als proprioceptoren en registreren beweging en positie van de pezen. Daarnaast bepalen ze de spanning tijdens het strekken van de pezen. De lichaampjes van Golgi zijn te vinden in het gebied tussen pezen en spieren.
Lichaampjes van Vater-Pacini
De lichaampjes van Vater-Pacini zijn zintuigreceptoren die druk, ruwe aanraking, trilling en spanning waarnemen; ze hebben een groot waarnemingsbereik. Ze bevinden zich in de handpalmen, de voetzolen, de ligamenten, de genitaliën, de gewrichtskapsels, bepaalde vliezen en de inwendige organen.
Lichaampjes van Ruffini en lichaampjes van Krause
De lichaampjes van Ruffini en de lichaampjes van Krause zijn complexe receptoren in de lederhuid en het onderhuidse weefsel, in het bijzonder die van de voetzolen en de vingertoppen. Het zijn mechanoreceptoren die gevoelig zijn voor aanraking en druk.
Soorten tactiele prikkels
Er is een indeling in vier soorten tactiele prikkels te maken, die alle vier ook gespecialiseerde receptoren in de huid kennen.
Lichte aanraking wordt op de onbehaarde huiddelen gedetecteerd door het tastlichaampje van Meissner. Dit betreft prikkels die onder meer verwerkt worden bij het uitoefenen van fijnmotorische taken door het organisme. De fijne tastzin kan getest worden door met een plukje watten zachtjes over de huid te strijken. De persoon dient de ogen te sluiten en de aanraking te bevestigen.
Aanhoudende aanraking komt als prikkel binnen via de zogenoemde schijf van Merkel. Tactiele zenuwuiteinden van dit type zijn langzaam adaptief, dat wil zeggen dat ze hun pulsen nog lang blijven afvuren naar de hersenen nadat de aanraking begon.
Vibraties en snelle variaties in druk worden verwerkt door het druklichaampje van Vater-Pacini. Hiermee kan een organisme bijvoorbeeld de trillingen van een aardbeving voelen. De mens bemerkt hiermee in de huid bijvoorbeeld de trillingen van de bas van een hard vibrerende muziekinstallatie. Deze lichaampjes bevinden zich in de handpalmen, voetzolen, geslachtsorganen en tepels, wat suggereert dat ze ook een belangrijke rol spelen bij de seksuele stimulatie en bij het zogen. Verder komen deze lichaampjes ook veel voor bij inwendige organen en in het bindweefsel rondom gewrichten en spieren, waar ze snelle veranderingen en vibraties registreren en betrokken zijn bij de proprioceptie.
Bestreken huid wordt geregistreerd door de peritrichale zenuwen. Dit zijn zenuwuiteinden die om de haarfollikels gedraaid zitten. Het gevoel dat deze peritrichale zenuwen veroorzaken is duidelijk op te wekken door tegen de natuurlijke stand van de hoofdharen in te strijken.
Mechanische/Tastreceptoren
Onze huid bevat verschillende receptoren die ons helpen de wereld via tast te kunnen ontdekken. Er zitten vier zogeheten tastreceptoren in onze huid:
Schijf van Merkel
Deze schijfvormige receptoren zitten vlakbij de grens tussen de opper- en lederhuid. Zij zijn gevoelig voor een lage prikkel frequentie en voornamelijk verantwoordelijk voor de waarneming van druk op de huid.
Lichaampje van Meissner
Deze groep van platte cellen bevindt zich in de lederhuid en is verantwoordelijkheid voor de waarneming van lichte/vluchtige aanraking van de huid.
Ruffini cilinder
Deze receptor bestaat uit een bundel vezels die zich binnen een cilindervormige capsule bevinden en neemt de sensatie van strekken waar.
Lichaampje van Pacini
Deze receptor bestaat uit een gelaagde capsule die om een zenuw vezel is geplaatst en zit diep in de huid. Deze receptor is onder andere verantwoordelijk voor de waarneming van structuren.
Gevoelszintuigen
Gevoelszintuigen komen overal in de huid van de meeste dieren voor. Tast en druk worden waargenomen door mechano-receptoren, warmte en koude door thermos-receptoren en pijn door noci-receptoren.
De plaats van een mechano-receptor is mede bepalend voor de aard van de opgevangen prikkel. Een receptor die in het bovenste gedeelte van de lederhuid ligt is voor het tastzintuig. Wanneer de receptor dieper in de huid ligt zal het alleen grovere veranderingen opmerken. Dus druk. In het lichaampje van Vater-Pacini liggen de mechano-receptoren voor de druk. Dit wordt dus een druk-zintuigorgaantje genoemd. Deze komen behalve in de huid ook nog op vele andere plaatsen in het lichaam voor. bijvoorbeeld in het bindweefsel rond spieren en pezen en onder de slijmvliezen. Het lichaampje wordt omringd door een structuur in de vorm van een uieschil. Deze bestaat waarschijnlijk uit cellen die afkomstig zijn uit dekweefsel met bindweefsel ertussen. De zenuwcel loopt van het ene einde naar het midden en stopt daar. Wanneer er druk op het lichaampje van Vater-Pacini wordt uitgeoefend rekt het lichaampje wat uit. Dat wordt doorgegeven aan de zenuw. De zintuigorgaantjes die de tast verzorgen zijn de lichaampjes van Meisner. Ze bevinden zich in de uitstulpingen van de lederhuid vlak onder de opperhuid. Ze komen het meest voor op de vingertoppen, de lippen, de oogleden, de tepels en de uitwendige geslachtsorganen. De lichaampjes van Meisner hebben de vorm van een ei waarin zich een zenuweinde vertakt. Een ander tastlichaampje is genoemd naar de Duitse anatoom Merkel. Deze lichaampjes hebben de vorm van een schijf. De zenuwuiteinden bevinden zich tussen de cellen van de opperhuid. Dit tastzintuig treedt in werking wanneer de huid wordt vervormd.
Warmte en koude worden waargenomen door twee zintuigorgaantjes die zijn vernoemd naar de Italiaanse anatoom Ruffini en de Duitse anatoom Krause. De lichaampjes van Ruffini liggen diep in het onderhuids bindweefsel. De lichaampjes van Krause liggen op het bindvlies van het oog, het slijmvlies van de tong en in de huid van de uitwendige geslachtsorganen.
Het pijnzintuig bestaat uit een zeer fijn vertakt netwerk van zenuwcellen die zich tussen de cellen van de opperhuid vertakken. Deze zenuwcellen reageren op allerlei prikkels als ze maar sterk genoeg zijn. Bij een prikkel wordt er weefsel beschadigd. Dit zorgt ervoor dat er stoffen vrij komen of worden geactiveerd die de vrije uiteinden van de zenuwen prikkelen.
De tastzin zit in de hand en ook in de huid. Hun ontmoeting is te vergelijken met ogen die elkaar aankijken.
1 Ik wil dat jullie ook meer weten over de geestelijke gaven, broeders en zusters. 2Vroeger aanbaden jullie afgoden. Want dat hadden jullie zo geleerd. Jullie wisten niet beter. Dat waren goden die niet eens kunnen spreken. 3 Daarom wil ik dat jullie weten, dat niemand door Gods Geest Jezus kan vervloeken. Ook kan iemand alleen door de Heilige Geest zeggen dat Jezus de Heer is.
4 God geeft in zijn liefdevolle goedheid verschillende soorten gaven aan ons. Maar ze komen allemaal van dezelfde Geest. 5 En er zijn verschillende soorten taken. Maar ze komen van dezelfde Heer. 6 En er zijn verschillende manieren waarop de Geest kan werken. Maar ze komen van dezelfde God, die al die dingen in de mensen doet. 7 Maar iedereen krijgt deze dingen van de Heilige Geest om er de ándere mensen mee te dienen.
8 Aan de één geeft Hij de gave om met wijsheid te spreken. Aan iemand anders geeft diezelfde Geest de gave om dingen te weten. 9 Aan weer iemand anders geeft diezelfde Geest de gave van bijzonder geloof. En aan wéér een ander geeft diezelfde Geest gaven om mensen te genezen. 10 De één krijgt de gave om wonderen te doen. Een ander de gave om te profeteren. De één krijgt de gave om de geesten te herkennen. Iemand anders de gave om verschillende talen van de Geest te spreken. Weer een ander krijgt de gave om die talen van de Geest uit te leggen. 11 Maar al deze gaven komen van één en dezelfde Geest. En Hij geeft aan iedereen wat Hij wil en op de manier die Hij wil.
12 Want een lichaam is één geheel, maar bestaat wel uit verschillende lichaamsdelen. Al die lichaamsdelen vormen samen één lichaam. Zo is het ook met Christus. 13 Want we zijn allemaal in één Geest ondergedompeld, zodat we samen één Lichaam werden. Het maakt niet uit of we Joden zijn of van een ander volk zijn. Het maakt ook niet uit of we slaven zijn of vrije mensen. We zijn allemaal vol van dezelfde Geest.
14 Een lichaam bestaat toch ook niet uit één lichaamsdeel, maar uit een groot aantal lichaamsdelen? 15 Als één van de voeten zou zeggen: "Omdat ik geen hand ben, hoor ik niet bij het lichaam," heeft hij dan gelijk? 16 En als een oor zou zeggen: "Omdat ik geen oog ben, hoor ik niet bij het lichaam," heeft het dan gelijk? 17 Want hoe kan een lichaam horen als het alleen uit ogen zou bestaan? En hoe kan het ruiken als het alleen uit oren zou bestaan? 18Maar God heeft aan iedereen zijn eigen, speciale plaats in het Lichaam gegeven, daar waar Hij het wil. 19 Als we met z'n allen één lichaamsdeel zouden zijn, dan zou er toch geen Lichaam zijn? 20 Maar nu zijn er wel veel lichaamsdélen, maar is er maar één Lichaam.
21 Een oog kan niet tegen een hand zeggen: "Ik heb jou niet nodig." En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: "Ik heb jullie niet nodig." 22Nee, juist de delen van het lichaam die het meest kwetsbaar lijken, zijn het meest nodig. 23 En de delen van het lichaam die we niet graag laten zien, kleden we juist mooi aan. De lichaamsdelen die niet geschikt zijn om getoond te worden, houden we bedekt. 24 Maar de lichaamsdelen die we gewoon kunnen laten zien, hebben dat niet nodig. En God heeft het Lichaam zó gemaakt, dat Hij aan de delen die onbelangrijk lijken een belangrijke taak heeft gegeven. 25Zo komt er geen verdeeldheid in het Lichaam en zorgen alle leden even goed voor elkaar. 26Als één lid verdriet heeft, leven alle anderen met hem mee. Als één lid wordt geprezen, genieten alle anderen daarvan mee. 27 Jullie zijn dus samen het Lichaam van Christus. En ieder van jullie is een lichaamsdeel van dat Lichaam.
28 Zo geeft God ook aan een aantal mensen een speciale taak in de gemeente. In de eerste plaats geeft Hij boodschappers die het goede nieuws moeten vertellen aan de mensen. In de tweede plaats profeten. In de derde plaats leraren. Verder mensen die wonderen doen, daarna mensen die gaven hebben om anderen te genezen, of de gave hebben om de leiders te helpen, of om leiding te geven, of om verschillende talen van de Geest te spreken. 29 Toch niet iedereen is boodschapper van God? Of profeet? Of leraar? Of wonderdoener? 30 Toch niet iedereen heeft de bijzondere gave om mensen te genezen? Of om in verschillende talen van de Geest te spreken? Of om de talen van de Geest uit te leggen?
31 Probeer de belangrijkste gaven te ontvangen. En ik zal jullie nu iets laten zien wat nog veel belangrijker is.
1 Doe je uiterste best om vol te zijn van deze liefde. Verlang ook naar de gaven van de Geest. Vooral naar het profeteren. 2 Want als je in een taal van de Geest spreekt, praat je niet tegen mensen, maar tegen God. Want niemand begrijpt het. Door de Geest spreek je verborgen dingen. 3 Maar als je profeteert, zeg je dingen die het geloof van de mensen opbouwen. Het moedigt hen aan en spreekt hun moed in. 4Als je in een taal van de Geest spreekt, bouw je jezelf op. Maar als je profeteert, bouw je de gemeente op. 5 Ik wil graag dat jullie allemaal in talen van de Geest spreken. Maar ik wil nog veel liever dat jullie profeteren. Want als iemand profeteert, is dat op dat moment nuttiger en belangrijker dan een boodschap in een taal van de Geest. Maar als iemand die in een taal van de Geest spreekt ook uitlegt wat hij zegt, is dat ook goed. Want dan bouwt het ook de gemeente op.
6 Stel, broeders en zusters, dat ik bij jullie op bezoek kom en tegen jullie alleen in een taal van de Geest spreek. Wat hebben jullie daaraan? Want jullie verstaan het niet. Het is toch beter als ik jullie iets vertel wat God mij pas heeft laten zien, of jullie dingen leer die jullie nog niet weten, of voor jullie profeteer, of les geef over het Woord? 7 Het is net als bij muziekinstrumenten. Stel dat bijvoorbeeld een fluit en een harp hetzelfde geluid maken. Hoe kun je dan weten wat er op de fluit en wat er op de harp gespeeld wordt? 8 En stel dat de trompet een onduidelijk geluid maakt. Dan maakt niemand zich klaar voor de strijd. 9 Zo is het ook met jullie. Als jullie in talen van de Geest onbegrijpelijke dingen zeggen, heeft niemand er iets aan. Dan zou het zijn alsof jullie zomaar wat in de lucht staan te praten.
10 Er zijn heel veel soorten talen in de wereld. Niemand weet hoeveel er zijn. En elke taal heeft zijn eigen woorden. 11 Als ik de woorden van iemands taal niet ken, zal ik een vreemdeling zijn voor de persoon die spreekt. En de spreker zal voor mij een vreemdeling zijn. Want we begrijpen elkaar niet. 12 Jullie verlangen naar geestelijke gaven. Maar probeer dan zoveel mogelijk díe gaven te gebruiken die het geloof van de gemeente opbouwen. 13 Iemand die tegen de gemeente in een taal van de Geest spreekt, moet dus ook bidden dat hij het zal kunnen uitleggen. 14 Want als ik in een taal van de Geest spreek, bidt mijn geest wel, maar mijn verstand heeft er niets aan. 15 Wat moet ik dus doen? Ik moet bidden met mijn geest, maar ook bidden met mijn verstand. Ik moet God prijzen met liederen van mijn geest, maar Hem ook prijzen met liederen van mijn verstand. 16Want stel dat jullie God danken in een taal van de Geest. Hoe kan dan iemand anders die daar is er "Amen! Zo is het!" op zeggen? Hij weet immers niet wat er gezegd is! 17 Want jullie danken dan wel op een goede manier, maar de anderen hebben er niets aan. 18 Ik dank God dat ik meer dan jullie allemaal in talen van de Geest spreek. 19 Maar in de gemeente wil ik liever vijf woorden met mijn verstand spreken zodat ook anderen er iets aan hebben, dan duizenden woorden in een taal van de Geest.
20 Broeders en zusters, wees niet onvolwassen in je denken. Wees wél onervaren in het doen van slechte dingen. 21 In de Boeken staat: "Door mensen met een andere taal en door de mond van vreemdelingen zal Ik tot dit volk spreken. Maar toch zullen ze niet naar Mij luisteren, zegt de Heer." 22 Dus de talen van de Geest zijn een teken. Niet voor de mensen die al geloven, maar voor de ongelovigen. Maar profetie is niet voor de ongelovigen, maar voor de gelovigen.
23 Aan de andere kant: stel dat er in een bijeenkomst van de gemeente ongelovige mensen binnen komen. Als ze iedereen dan alleen in talen van de Geest horen spreken, zullen ze denken dat jullie gek zijn. 24 Maar stel dat iedereen profeteert en er komt een ongelovige binnen. Dan wordt hij er door die mensen van overtuigd dat hij een schuldig mens is en zal hij tot geloof komen. 25 Want zijn diepste geheimen komen aan het licht. En hij zal zich op zijn knieën laten vallen en God aanbidden. Hij zal zeggen dat God inderdaad bij jullie aanwezig is.
26 Wat moeten jullie dus doen, broeders en zusters? Elke keer als jullie samenkomen, hebben jullie allemaal iets van de Heer gekregen om met de andere mensen te delen. De één komt met een lied. Een ander legt iets uit over het Woord. Weer een ander vertelt iets wat God hem heeft laten zien. En weer een ander spreekt in een taal van de Geest en legt uit wat hij zegt. Maar alles moet zó gebeuren, dat de anderen er iets aan hebben.
27 Als mensen iets in een taal van de Geest willen zeggen, mogen dat er maar twee of drie zijn. Ze moeten om de beurt spreken. En iemand moet het uitleggen. 28 Als er niemand is die het kan uitleggen, moeten ze ook niet tegen de gemeente in talen van de Geest spreken. Ze mogen dan wel voor zichzelf tegen God in een taal van de Geest spreken.
29 Wat betreft de profeten: twee of drie mogen profeteren tot de gemeente. De anderen moeten nagaan of het klopt. 30 Maar als God aan iemand anders die daar is plotseling iets laat zien, moeten de anderen hun mond houden. 31 Op die manier kunnen jullie allemaal één voor één profeteren. Dan hebben alle mensen er iets aan en worden ze erdoor aangemoedigd en opgebouwd. 32 De profeten zijn de baas over hun eigen geest, dus ze kunnen zwijgen als dat nodig is. 33 Want God is geen God van wanorde, maar van vrede.
34 Zoals ook in alle andere gemeenten moeten de vrouwen hun mond houden in de dienst. Ze mogen niet zitten praten. Ze moeten gehoorzaam en bescheiden blijven tegenover hun man, want hij is het hoofd, zoals dat in de Romeinse wet staat. 35 En als ze iets willen weten, moeten ze het thuis aan hun man vragen. Want het is niet netjes voor een vrouw om in de dienst te zitten praten.
36 Broeders en zusters, het woord van God is toch niet bij jullie in Korinte begonnen? En het is toch niet alleen voor júllie? 37 Vinden jullie van jezelf dat jullie profeten en geestelijke mensen zijn? Goed, dan zullen jullie ook kunnen inzien dat wat ik hier zeg een bevel van de Heer is. 38Maar als mensen dit niet serieus nemen, hoeven wij hen ook niet serieus te nemen. Dan zijn ze dwaas bezig.
39 Dus, broeders en zusters, verlang ernaar om te profeteren. Houd het spreken in talen van de Geest niet tegen. 40 Maar zorg er wel voor dat alles rustig en ordelijk gebeurt.