Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

De Eutropolitaan vult de ruimte onder de grond. Hij heeft de vorm van een slang en is zo lang dat het einde niet zichtbaar is. Hij komt uit Luik en vermoedelijk gaat hij naar Aken. De slang raast voort door zijn enge ruimte, remt af om te stoppen bij een halte. Hier ben ik, fluister ik tegen elke halte die me voor de voeten komt. Wandre, Herstal, hier ben ik, Cheratte, Blegny, Dalhem, hier ben ik, Visé, Eijsden, Maastricht, hier ben ik. Verder gaat de reis. Cadier en Keer, Margraten, Wylre, Voerendaal, Kerkrade. Dan gebeurt iets vreemds. De Eutropolitaan stopt voor een smalle gang, waar mijnwerkers hurken. Een van hen mompelt onafgebroken, maar ik luister er niet naar, omdat ik niet versta wat de mijnwerker zegt. Niettemin klinkt me nu en dan iets bekends in de oren. Dan begin ik te luisteren, en het lijkt alsof de ondergrondse man net op dat ogenblik echt begint te spreken. Denk niet dat we je zomaar hier hebben laten komen, wie je ook denkt dat je bent, we willen je iets laten zien. We roepen jou niet zonder reden hier, we willen sommige mensen toch wat van onze levensomstandigheden laten zien. Kijk eens hoe wij hier bezig zijn, wat zouden de mensen denken, als ze gedwongen worden zo’n werk te doen? Probeer maar eens of je zo wil werken, ja, een uur of een paar uur misschien, maar wat zeg je van 30 jaar? Je wordt er ziek van en lijdt net zoals wij aan stoflongen, kortademigheid en droge hoest, koude lucht, droge lucht, vochtige lucht, geen enkele lucht kun je nog verdragen, zwarte ogen, oogsidderen, duizeligheid, kruipknieën, en ga zo maar door. De politici hebben het besluit genomen, het gaat hun niet om ons, maar om de steenkool. De handelaren zien er winst in, de ingenieurs bedenken de machines, de architecten ontwerpen de mijngangen. Onder de grond, kathedralen met hun torens omlaag gericht, de gebouwen en de steenbergen boven de grond, waardoor het groene landschap uit het zicht verdwijnt, de spoorlijnen die de steenkool naar de Maashavens brengen. Zij hebben niets met ons gemeen, wij worden er alleen maar bij gehaald om het werk te doen, wij halen de steenkool uit de grond. We hebben jou geroepen, zodat je onze verworpen toestand ziet. We willen dat je aan anderen overbrengt wat je hier ziet. Door jou zullen duizenden anderen onze boodschap horen.
Ik wil niet meer naar de mijnwerker luisteren, het verhaal wordt me teveel, bovendien komt het me bekend voor. Ik heb het al vaker gehoord. Ik heb er geen behoefte aan nog eens het verhaal over de zielige mijnwerkers te horen. Ik verlaat deze ondergrondse plek en sta onmiddellijk daarna op het aardoppervlak. Daar zie ik de mijnwerker weer. Deze wenkt me vanaf een klein gebouw, dat in een kaal landschap staat. Alsof er geen onderbreking is geweest, vervolgt de mijnwerker zijn verhaal.

Enkele jaren na de sluiting van de mijnen ga ik, Martin Herbergs, met mijn zoon naar het mijnterrein van de voormalige staatsmijn Wilhelmina om mijn zoon te laten zien waar ik meer dan 12 jaar heb gewerkt voordat ik overgeplaatst word naar de Staatsmijn Emma. Er is niets meer te zien. Alles is gesloopt. Alleen de steenberg is er nog. Wandelend in de richting van de steenberg stoot ik op het voormalige lijkenhuisje. Vanaf die dag loop ik rond met het idee dit gebouw te herstellen en er een functie aan te geven. Zo rijpt bij mij het plan om er een herdenkingskapel van te maken voor de omgekomen mijnwerkers. In 2002 wordt mijn droom verwezenlijkt. 

Met de gedachteniskapel van de voormalige staatsmijn Wilhelmina willen wij niet alleen de herinnering aan ons, mijnwerkers, levend houden, maar ook inzicht verschaffen in de aard van ons werk en het sociale landschap rondom de mijnen. De gedenkplaten, die je hier ziet, onthullen de namen van alle verongelukte mijnwerkers, zowel ondergronds als bovengronds. Wij komen overal vandaan, van hier en van elders, uit het oosten en zuiden van Europa. Hier in de ondergrondse metropool leven de naties broederlijk naast elkaar. Nu, zoveel jaren later, is de herinnering aan die vreemde herkomst verdwenen, alleen onze namen herinneren er nog aan. Ja, en misschien veranderen wij ook wel de volksaard. Zeker is dat het landschap verandert. Door ons veranderen de dorpen in kleine steden, die aan elkaar groeien en samen een metropool vormen, zoals hier eerder nooit is gezien. 

Ik vind dat de mijnwerker het nu goed heeft gezegd. Ik wil graag meer hierover horen, maar hij gaat niet verder met zijn verhaal.

http://www.ibeta.eu/pdf/Eutropolitan.pdf
https://mua.myportfolio.com/eutropolis-2007 

https://sites.google.com/view/linguarium 

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse