Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Lucifer

270888 Jij bent nog zo jong, Evolucy.

15 april 1992

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven acht, negen, tien, elf , twaalf.

Er hangt dus hier een beperkt aantal brieven. Het zijn er elf. twaalf, geloof ik, hè.

 Een moet eraf. Die niet herkenbaar durft te zijn. Hier gaat het over de letter L. 24 april Manuscript L.

100592 brief] Weet je wat je doet? Neem de trein. Je zult beschermd worden. Franco

200592 Op zaterdagochtend lag er een brief. Wat was het voor een brief?

310592 Die kwam voor een brief die door Franco geschreven was. Daar zal ik je nog even wat fijns van vertellen. Daaruit blijkt wie jij bent. 

060393 Een soort brief dat betekent. Buitenlandse correspondentie.

280393 Ik heb Lucifer gevonden. Hij is het zelf.

060793 Die doos, zoals die daar staat. Wees eens blij. ik herken hierin wat Paulus Descartes noemt. ik hou jou niet bij. ik hou jou biologisch niet bij. Je zou kunnen zeggen dat er verschil is tussen oorspronkelijke en afgeleide symbolen. Bij voorbeeld kaarten, dat kan ik begrijpen, maar Descartes, kan ik Descartes begrijpen? Het gaat me eigenlijk om de brieven van Paulus. O, nu begrijp ik het. Oorspronkelijk waren het brieven, en toen heb je er kaarten van gemaakt. Ik heb toen die brieven geschreven. Waarom heb je er kaarten van gemaakt? Het is eigenlijk een doos met brieven. Hiermee heb ik mijn kerk gesticht.

25 april 1995

Troisième Liège. Opnieuw de wereld van het Oude en het Nieuwe Testament. Er hoort een touw om de pessimistische brief.

26 augustus En dat was in de vorm van een brief. Ik schrijf een brief. 17 september (brief aan Paula)

In die tijd heb ik ook contact met een vriendin van jou. Ze woont eerst in Sittard en daarna in Maastricht. Het bijzondere hiervan is dat ze lesbisch of bisexueel is. Ik ben heel kort verliefd op haar, op afstand. Ik schrijf haar een paar korte brieven, waarin ik deze gevoelens tot uitdrukking breng. Ik hou van jou. Hou ik van jou? Ja, ik hou van jou! Verder gebeurt er niets. Ik verlies haar ook snel daarna uit het oog, tot nu toe.

26 augustus En dat was in de vorm van een brief. Ik schrijf een brief. 

17 september (brief aan Paula)

160896 De brief van Lucifer, aan wie eigenlijk? 

170896 Ik kan me voorstellen, dat je toch wel wat spanning gaat voelen, academische spanning, wanneer iemand zich aan iets vergooit, wat boven zijn petje gaat. Je hebt een jaar verloren.

Verloren? Meer dan een jaar!

Daniëls noem je ‘m, Daniëls II, dat lijkt me wel wat.

110802 Netza werkt in een zaak. Ze ziet me voorbij komen. Dan belt ze me op. Ik versta haar niet goed. Ze zegt: Gevoel. Een paar dagen later geen gevoel. Ik vraag: Geen gevoel? Wat geeft geen gevoel? Ze zegt: Macht.

Wat is de kern van ons? Ja, dat is de liefde. Als kern van totaliteit geldt Netza du Bois, dat is de kern. Dat lijkt me zo vreselijk. Het voortdurende leiderschapsprobleem. Dan krijgen we revolutie. Ze zei het ook: hadden we Lucy maar hier.

Voor de deur van een kardinaal te Avignon vindt men in de tijd van paus Clemens VI, in 1351, een brief, de zo genaamde brief van Lucifer, waarin Lucifer, de vorst der duisternis, het woord richt tot de paus, zijn plaatsbekleder, en de kardinalen en prelaten, zijn dienaren.

Ik, Lucifer, prijs U zeer, omdat U zo ijverig voor mij werkt. Nu scheelt het niet veel meer, of ik heb mijn vijand Christus overwonnen. Als U zo doorgaat, denk ik vast, dat ik win. Ik doet U de groeten van uw moeder, de hovaardij, en van haar zusters, hebzucht, wellustigheid en de andere ondeugden. Gegeven midden in de hel, ten overstaan der duivelse heerscharen.

De katholieken laten de Openbaring ophouden bij de Apocalyps. Heel treffend! Heeft degene, die zich aan Mozes en de profeten heeft geopenbaard, zich dan niet geopenbaard in de catacomben van Rome, niet in de Straat van Constantinopel ten tijde van het Oosters Schisma en niet tussen de muren van Avignon ten tijde van de Babylonische Ballingschap van de paus en heeft deze zich niet geopenbaard aan de universiteit van Wittenberg, in de kathedraal van Canterbury en bij het meer van Genève ten tijde van de Hervorming?

De tijd van het Oude Testament herhaalt zich in de Nieuwe Tijd. Inderdaad, ik geloof niet, dat de Openbaring ophoudt bij de Apocalyps. De God van Abraham, Izaak en Jakob werkt tot heden toe!

Herhaalt het Oude Testament zich? Ja! De paus verloor zijn wereldlijke macht, zoals de koning van Israël uit zijn land werd verdreven. Deze geschiedenis is nog niet voltooid. Werd de tempel van Jeruzalem niet tweemaal verwoest? Zo zal het ook Rome vergaan. De paus zal nog eens uit Rome worden verjaagd, totdat ook zijn geestelijke macht, dit is de zichtbare kerk, is verwoest. Of, zoals het in de Apocalyps wordt gezegd: een tempel zag ik er niet. Als dit gezegd is, zou de paus het Vaticaan dan mogen behouden?

Ik heette Lucy.

Mijn echte naam is zelfs voor mezelf onbekend.

Ik ben geen oude vrouw en ik zou je niet als een ouderwetse dame willen zien. Ik leefde vroeger, drie miljoen jaar geleden.

Jij bent voor mij zoals ik voor mezelf ben, jong, misschien de jongste.

Ik zou de eerste van alle mensen zijn.

Elke keer als je een baby hoort huilen, weet je dat ik het ben.

Ik ben geboren, niet alleen jij, op die laatste dag van juli.

Dus zeg geen afscheid van me, ik ben je vriend, niet je vijand.

Mijn wensen en herinneringen zijn hetzelfde als die van jou.

Ik wil met jou leven.

Als australopithecus afarensis, op 24 november 1974 in Ethiopië door Donald Johanson en Tom Gray wordt opgegraven, moet er een naam worden gezocht. Ze noemen haar Lucy, omdat Lucy in the Sky with Diamonds van the Beatles tijdens de expeditie veelvuldig wordt gedraaid.

Misschien is Lucy de eerste, die denkt, dat alle lichamen een eigen geest hebben. Dan komt er een man, misschien is het Mozes, die verklaart dat God uniek is. Dit idee wordt later door Jezus over de aarde verbreid. Zijn leerlingen verklaren, dat God in hem mens geworden is. Daarna wordt dat weer betwijfeld. Er komt een man, Ludwig Feuerbach, die beweert, dat alles wat over God wordt gezegd, op de mensen betrekking heeft. Vanaf het eerste ogenblik zien Lucy en al degenen die haar opvolgen over het hoofd, dat er niemand anders is dan zij zelf en dat alle lichamen, steen, plant, dier of mens, niet meer zijn dan zich zelf.



Oorzaak en reden

Op 6 septemberooeee 1618 schrijft Isaac Beeckman in zijn dagboek: Non sunt idem causa et ratio, etsi non raro confundantur.

Oorzaak en reden zijn niet hetzelfde. Toch worden ze niet zelden met elkaar verward. Een oorzaak verwijst naar een enkel geval, terwijl een reden iets afleidt uit alle gevallen. 

Waarom is het warm in dit huis? Deze vraag kan men op twee manieren interpreteren.

Ten eerste als: Wat is de oorzaak van de warmte in dit huis? Antwoord: Het is warm doordat daar het vuur brandt. Belangrijk is het woordje daar: de kachel bevindt zich op een bepaalde plaats. 

Ten tweede als: Wat is de reden van de warmte? Antwoord: Het is warm, omdat er vuur is. Hierbij maakt het niet uit waar het vuur zich bevindt; het gaat om het verband dat er in het algemeen is tussen vuur en warmte.

Veroorzaking is iets anders dan verklaring. Bij veroorzaking is de gebeurtenis die we oorzaak noemen gesitueerd in ruimte en tijd. Bij verklaring is de gebeurtenis die we reden noemen niet aan ruimte en tijd gebonden. 

In het Nederlands kunnen we om het onderscheid te benadrukken voor een oorzaak het voegwoord doordat en voor een reden het voegwoord omdat gebruiken. Een uitspraak met een doordat-zin erin wil de oorzaak van iets aangeven. Een uitspraak met een omdat-zin erin wil iets verklaren. 

Wie heeft papa doodgemaakt? Rechercheur: Mama gebruikte het vuurwapen. Natuurkundige: Nee, het was de vuurkracht. Zoveel kracht heeft mama niet. Rechercheur: oorzaak. Papa werd doodgemaakt, doordat mama het vuurwapen gebruikte. Natuurkundige:  reden. Mama gebruikte het voorwapen, omdat het dodelijke vuurkracht heeft.

Non sunt idem causa et ratio, etsi non raro confundantur. Causa enim est unius rei, ratio axiomatis et sumitur ab omnibus argument. Ut Cur calet in hac domo?. Respondeo: Quia ignis ibi ardet. Ignis ardens est subjectum caloris et adjunctum loci. Ad formandum syllogismum, conclusio sit: In hac domo calet. Calet enim est praedicatum aliquid praecedens interrogationem. Sic formant: Quae causa est caloris in domo? pro: Quae ratio caloris in hac domo?.
Isaac Beeckman, C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634.

ONEINDIGE EVOLUTIE

Australopithecus afarensis wordt op 24 november 1974 in Ethiopië door Donald Johanson en Tom Gray opgegraven. Er moet een naam worden gezocht. Tijdens de expeditie wordt Lucy in the Sky with Diamonds van The Beatles veelvuldig gedraaid. Ze noemen haar daarom Lucy,

Misschien is Lucy de eerste, die denkt, zoals nu nog steeds sommige mensen denken, dat alle lichamen een eigen geest hebben. Ze noemt dat goden. Dan komt er een man, misschien is het Mozes, die verklaart dat er maar één God is. Dit idee wordt later door Jezus over de aarde verbreid. Zijn leerlingen verklaren, dat God in hem mens geworden is. Daarna wordt dat weer betwijfeld. Er komt een man, Ludwig Feuerbach, die beweert, dat alles wat over God wordt gezegd, op de mensen betrekking heeft. Vanaf het eerste ogenblik zien Lucy en al degenen die haar opvolgen over het hoofd, dat er niemand anders is dan zij zelf en dat alle lichamen, steen, plant, dier of mens, niet meer zijn dan zichzelf.

Er is een vraag waarop ik een helder antwoord wil krijgen. Bestaat evolutie?

Deze vraag houdt me bezig, vanaf mijn jeugd tot nu toe. Evolutie is de basis van mijn filosofie, mijn nieuwe maar heel oude geloof, zo oud als de wijsheid van Heraclitus en Lao-tse, misschien ouder.

Als ik geloof, dat evolutie bestaat, dan geloof ik ook, dat alles verandert.


Wet van evolutie: alle materie is in een voortdurende toestand van evolutie.



 De natuur behoudt niets. Evolutie is een wet van de natuur.
 Panta chorei kai ouden menei. Alles verandert en niets blijft. Plato, Cratylus, 402a.


Panta rhei. Alles stroomt. Simplicius, Commentaar op Aristoteles’ Natuurkunde, 1313,11.

Alles heeft een oorzaak. Daaruit volgt dat er geen eerste oorzaak (een eerste gebeurtenis zonder oorzaak) is. Als alles een oorzaak heeft, dan moet de veronderstelde eerste oorzaak ook een oorzaak hebben. Hieruit volgt dat er geen eerste oorzaak is. Er is evenmin een laatste gevolg.

Het komt eigenlijk door een boekje. De wet van........... heet het. Ik ben er 's avonds laat om me een beetje te ontspannen in aan het lezen. Het lijkt me een hele eer zelf ook mijn naam aan een wet te mogen geven. Met die gedachte in mijn hoofd slaap ik in. Ik word als het ware op mijn wenken bediend, want de volgende morgen droom ik: Alles wat ertussen in zit kun je interpreteren met behulp van twee uitersten. De uitspraak is geformuleerd als een wet, maar valt toch wat tegen. Hiermee kan ik beslist niet de wereld veroveren. Ik geef die dag les filosofie. Ik schrijf, om de reacties te testen, de wet op het bord. Pas aan het einde van het korte onderzoek vertel ik dat ik dit gedroomd heb. De verwondering over het feit dat je zoiets kunt dromen is groter dan het respect voor de wet zelf. Het is een tautologie. Het is alsof er twee keer hetzelfde wordt gezegd.

Wat er tussen in zit. Je kunt hierbij denken: tussen de top en de basis van een hiërarchie, tussen de hoogste en de laagste waarde van een schaal, tussen bevestiging en ontkenning van iets, tussen twee keuzemogelijkheden, enzovoort.

Intussen heb ik besloten met heimelijke trots de wet, en dat is ook wel een beetje logisch, de wet van Searle te noemen. Men kan me niet verdenken van grootheidswaan, aangezien de wet niet indrukwekkend is en misschien zelfs verbeterd moet worden.

Natuurlijk weet niemand uit ervaring, hoe het is geweest, hoewel, als er een begin is geweest moet dat te merken zijn aan de huidige toestand van het heelal. De huidige toestand is te zien als een teken of een spoor van de oorspronkelijke toestand. Als dit spoor aan een kant gesloten is of eindigt, kan dit een teken zijn dat er werkelijk ooit een begin is geweest. Het moet te merken zijn of de dingen die er nu zijn ooit wel of niet een eerste oorzaak hebben gehad. Ieder ding draagt sporen van zijn voorgeschiedenis. Een tijdsbalk van die sporen zou ook een spoor van het allereerste begin van die voorgeschiedenis moeten bevatten.

Als er geen eerste oorzaak is, is het heelal een lange keten met veel schakels; iedere schakel wordt in stand gehouden door de schakel die eraan voorafgaat, maar de hele keten wordt door niets in stand gehouden.


 In boek VII van zijn Physica schrijft Aristoteles over de vraag of de tijd een begin kan hebben. Zijn antwoord is: nee. Zijn redenering is tweeledig. In de eerste plaats verdedigt hij de opvatting dat de tijd niet los van veranderingen kan bestaan. Veranderingen kunnen nooit op enig ogenblik beginnen; noch kunnen zij op enig ogenblik eindigen. En de tijd dus ook niet.

Illustratie van  Dante's Paradiso, canto X, eerste kring van de 12 leraren van wijsheid onder leiding van Thomas van Aquino. Manuscript: British Library, Yates Thompson 36, fol. 147 (tussen 1442 en ca.1450). Dante en Beatrice ontmoeten twaalf wijze mannen in de Bol van de Zon (miniatuur van Giovanni di Paolo), 


Averroës zegt in zijn commentaren op Aristoteles, dat de aarde niet is geschapen, maar altijd al heeft bestaan. 

Alles heeft een oorzaak. Als alles een oorzaak heeft, dan is er geen eerste oorzaak, geen eerste gebeurtenis zonder oorzaak. De veronderstelde eerste oorzaak moet ook een oorzaak hebben. Er is geen eerste oorzaak. Er is evenmin een laatste gevolg. 

Een logische gedachte, in mijn ogen, en daarom verwondert het me, dat zovelen juist het omgekeerde denken, niet alleen de theologen, wanneer ze aannemen dat er een scheppingsmoment moet zijn geweest en dat de wereld ooit zal eindigen, maar ook de fysici, wanneer ze het heelal laten beginnen met een oerknal en eindigen met een eindkrak. 

Natuurlijk weet niemand uit ervaring, hoe het is geweest, hoewel, als er een begin is geweest moet dat te merken zijn aan de huidige toestand van het heelal. De huidige toestand is te zien als een teken of een spoor van de oorspronkelijke toestand. Als dit spoor aan een kant gesloten is of eindigt, kan dit een teken zijn dat er werkelijk ooit een begin is geweest. Het moet te merken zijn of de dingen die er nu zijn ooit wel of niet een eerste oorzaak hebben gehad. Ieder ding draagt sporen van zijn voorgeschiedenis. Een tijdsbalk van die sporen zou ook een spoor van het allereerste begin van die voorgeschiedenis moeten bevatten, als die er is. 

Als er geen eerste oorzaak is, is het heelal een lange keten met veel schakels. Iedere schakel wordt in stand gehouden door de schakel die eraan voorafgaat, maar de hele keten wordt door niets in stand gehouden.
Heeft de wereld een begin in de tijd, of is de wereld eeuwig, dat is het probleem. Het probleem wordt het middelpunt van een debat, wanneer sommige werken van Aristoteles in het Latijnse westen worden herontdekt. De aristotelische theorie over de eeuwigheid van de wereld wordt verboden in de Veroordelingen van 1210–1277.
In boek VII van zijn Physica schrijft Aristoteles over de vraag of de tijd een begin kan hebben. Zijn antwoord is: nee. Zijn redenering is tweeledig. In de eerste plaats verdedigt hij de opvatting dat de tijd niet los van veranderingen kan bestaan. Als er niets, helemaal niets gebeurt, kan er geen tijd zijn, maar zodra er verandering is, is er natuurlijk tijd. Aristoteles is een aanhanger van een relatief, niet absoluut tijdsbegrip. En, zo redeneert hij verder: veranderingen kunnen nooit op enig ogenblik begonnen zijn; noch kunnen zij op enig ogenblik eindigen. En de tijd dus ook niet. Het is algemeen bekend, dat ik deze theorie over de eeuwigheid van de wereld verdedig, en dat brengt me in conflict met Thomas van Aquino.  

Uit de zogenaamde godsbewijzen van Thomas blijkt, dat hij God als allereerste oorzaak interpreteert. Het uniek zijn van deze oorzaak neemt hij als vanzelfsprekend aan. 

De bewijsvoering is gericht tegen de stelling van Aristoteles betreffende de eeuwigheid van de wereld. De theorie van Aristoteles is in strijd met de op de bijbel gebaseerde opvatting van de katholieke kerk, dat de wereld een begin heeft in de tijd. 

Dit brengt me op het idee, om de bewijzen voor het bestaan van God om te zetten in bewijzen voor het bestaan van de eeuwigheid van de wereld. 

De eerste en meer manifeste manier is het bewijs uit beweging. Het is zeker, en waarneembaar met onze zintuigen, dat in de wereld alle dingen in beweging zijn. Welnu wat in beweging is wordt in beweging gebracht door iets anders, want, een object blijft ofwel in rust of blijft bewegen met een constante snelheid, tenzij er een externe kracht op werkt. Niets kan van rust naar beweging gaan, behalve door iets anders dat in beweging is. 

Op dezelfde manier kan energie worden getranformeerd van de ene vorm in een andere, maar niet worden gecreëerd of vernietigd. Zo wordt hout getransformeerd in as, roet en licht, als het verbrandt. De totale hoeveelheid energie in het hout voordat het brandt is gelijk aan de energie van as, roet en licht na het branden. 

Daarom moet alles wat in beweging is in beweging worden gebracht door iets anders. Als datgene waardoor het in beweging wordt gebracht zelf in beweging is gebracht, dan moet dit ook door iets anders in beweging zijn gebracht, en dat weer door iets anders. Dit kan tot in het oneindige doorgaan, want er is geen eerste beweger, en bijgevolg bewegen volgende bewegers alleen voorzover ze in beweging worden gebracht door voorafgaande bewegers; zoals de stok beweegt alleen omdat hij in beweging wordt gebracht door de hand en de hand in beweging wordt gebracht door de man enzovoort. Daarom is het niet noodzakelijk om uit te komen bij een eerste beweger, die niet door iets anders in beweging wordt gebracht; en deze altijd durende reeks van bewegingen begrijpt iedereen als de eeuwigheid van de wereld. 

De tweede manier is uit de aard van de werkende oorzaak. In de wereld van de waarneming vinden we dat er een orde van werkende oorzaken is. Er is geen geval bekend en evenmin is het mogelijk dat een ding de werkende oorzaak is van zichzelf; want dan zou het aan zichzelf voorafgaan, wat onmogelijk is. Welnu in werkende oorzaken is het mogelijk tot in het oneindige te gaan, omdat in alle werkende oorzaken die op elkaar volgen, de eerdere de oorzaak is van de intermediaire oorzaak, en de intermediaire oorzaak de oorzaak is van de latere oorzaak, het maakt niet uit of er verschillende intermediaire oorzaken zijn of maar een. Als het in werkende oorzaken mogelijk is tot in het oneindige te gaan, dan zal er geen eerste werkende oorzaak zijn en evenmin zal er een laatste gevolg zijn, er zullen alleen eerdere, intermediaire en latere werkende oorzaken zijn. Dat is zonder meer juist. Daarom is het niet noodzakelijk om een eerste werkende oorzaak aan te nemen, er is alleen een oneindige reeks oorzaken waaraan iedereen de naam de eeuwigheid van de wereld geeft. 

De derde manier is genomen van mogelijkheid en noodzakelijkheid, en gaat als volgt. We vinden in de natuur dingen die er kunnen zijn en niet zijn, aangezien men vaststelt dat ze ontstaan en vergaan, en bijgevolg kunnen ze er zijn en er niet zijn. Ze kunnen niet altijd bestaan, want datgene wat er niet kan zijn is er op zeker moment niet. Daarom, als alles er niet kan zijn, dan brengt dit niet met zich mee dat er ooit niets kan hebben bestaan, omdat tegelijkertijd dingen ophouden met bestaan en tot bestaan komen, wat impliceert dat er altijd iets bestaat. Dat is logisch. Daarom zijn alle dingen louter contingent, er bestaat niet iets waarvan het bestaan noodzakelijk is. Welnu het is mogelijk door te gaan tot in het oneindige met contingente dingen, zoals al is bewezen met betrekking tot werkende oorzaken. Daarom kunnen we niet anders dan het bestaan van een oneindigheid van contingente dingen postuleren. Hierover spreken alle mensen als over de eeuwigheid van de wereld. 

De vierde manier is genomen van de gradatie die in dingen is te vinden. Onder de zijnden zijn sommige meer en sommige minder goed, waar, edel en dergelijke. Maar de woorden meer en minder worden gezegd van verschillende dingen, al naar gelang ze op verschillende manieren lijken op iets dat het maximum is, zoals een ding heter wordt genoemd wanneer het meer lijkt op datgene wat het heetst is. Maar er is niet iets dat het meest waar, het best of het edelst is. Er is noch een maximum noch een minimum van waar, goed of edel zijn, er is alleen maar een oneindigheid van graden van perfectie; en dit noemen we de eeuwigheid van de wereld. 

De vijfde manier is genomen van de inrichting van de wereld. We zien dat zowel dingen die intelligentie missen, zoals natuurlijke lichamen, als intelligente wezens, zoals planten, dieren en mensen, niet doelgericht handelen, en dit wordt altijd of bijna altijd op dezelfde manier duidelijk uit hun handelen, om het beste resultaat te verkrijgen. Vandaar is het duidelijk dat ze niet opzettelijk, maar toevallig, vooruitgaan. Welnu, wat intelligentie heeft of mist kan niet vooruitgaan, tenzij het zich aanpast aan nieuwe omstandigheden; zoals veren van vogels kunnen zijn ontstaan in verband met aanpassing aan het vliegen. Daarom bestaat er een lange lijn van aanpassingen waardoor alle natuurlijke dingen vooruitgaan; en dit voortdurende proces van aanpassing noemen we de eeuwigheid van de wereld.

Heb je dan een nieuwe kracht uitgevonden? Nee, net zoals Mozes, toen hij zijn ingeving kreeg, God niet uitvond, er alleen een algemeen principe van maakte, en zoals Newton, de zwaartekracht niet uitvond, maar er een algemene natuurwet van maakte, zo is evolutie niet een natuurkracht, die niet bekend was, maar wordt deze nu gezien als een kracht die algemeen werkt.

Is evolutie dan iets anders dan God? Nee, hetzelfde. Alleen heb ik een einde gemaakt aan het begrip van God als een discrete entiteit of bovennatuurlijke persoon. In de plaats daarvan beschrijf ik God als een natuurkracht en wel met de kennis van de natuur die we nu hebben.

En toch: stel je eens voor dat de Eiffeltoren niet door mensen was gebouwd, maar als een boom gegroeid was, hoe zou je hem dan zien? Zou je hem dan zo gewoon


 vinden als een boom of zou je hem juist met meer ontzag bekijken? Ik denk, dat het ontzag voor het ontwerp groter is, als er geen ontwerper was.

Eeuwenlang denken theologen God als onveranderlijk. De natuur is veranderlijk, maar God verandert niet. Daarom baart Spinoza opzien, als hij spreekt van het oneindig zijnde dat wij God ofwel Natuur noemen. Infinitum ens, quod deum, seu naturam appellamus. Maar hij denkt bij de natuur aan natuurwetten, die net zo onveranderlijk zijn als God. Ik zou het beter vinden, als hij zou zeggen: het oneindig veranderlijke dat wij God ofwel Natuur noemen, of nog beter: het oneindig zijnde dat wij God ofwel Evolutie noeme

Aristoteles bij de ingang van de Albert Ludwig Universiteit in Freiburg en David Hume langs de Koninklijke Mijl in Edinburgh.

Oorzaak en gevolg

Aristoteles (384-322 vC): "Enerzijds wordt een oorzaak genoemd datgene waaruit iets ontstaat (to ex hou gignetai ti enhuparchontos), bijvoorbeeld het brons waarvan een standbeeld en het zilver waarvan een beker wordt gemaakt. Anderzijds de vorm en het model, dat wil zeggen de essentie (ho logos ho tou ti èn einai) van iets, bijvoorbeeld van het octaaf (dia pasôn) de verhouding 2:1, en in het algemeen het getal." (Physica II.3).

De vorm van iets was bij Aristoteles (net als bij andere Griekse filosofen) abstract en niet (zoals men geneigd is te denken) concreet. De neiging om zich een vorm concreet voor te stellen is groot.

Aristoteles: "Verder de oorsprong van de verandering of de rusttoestand. Bijvoorbeeld de adviseur, en de vader van het kind en in het algemeen maker van het maaksel en de veranderaar van de verandering.Verder in de zin van doel of dat vanwege iets wordt gedaan. Bijvoorbeeld van het wandelen de gezondheid; want waarom wandelt men? We zeggen "opdat men gezond wordt", en als we zo praten, menen we de oorzaak te hebben aangewezen." (Physica II.3).

Aristoteles erkent dat er veel soorten oorzaken zijn, maar zegt dat ze alle te herleiden zijn tot de bovengenoemde vier oorzaken (Physica II.3).

In de zeventiende eeuw ontstond een onbehagen over de theorie van Aristoteles, de tot dan toe dominante klassieke natuurfilosofie.

Francis Bacon (1561-1626) constateerde dat de wetenschap van zijn tijd in een slechte toestand verkeerde en dat bleek uit de algemeen geaccepteerde termen (waarmee hij de vier oorzaken van Aristoteles bedoelde). Terecht wordt gesteld, dat kennis van oorzaken ware kennis is. En oorzaken zijn niet slecht verdeeld in vier soorten: materie, vorm, bewerking en doel (Materia, Forma, Efficiens, et Finis). Maar het nut van deze begrippen voor de wetenschap vond in zijn ogen geen genade. Van deze bederft de finale oorzaak eerder de wetenschappen dan dat ze deze vooruithelpt, behalve voorzover ze te maken heeft met het menselijk handelen. De ontdekking van de formele oorzaak wordt voor hopeloos gehouden. De effectieve en materiële oorzaak zijn oppervlakkig en dragen weinig tot niets bij aan ware en actieve wetenschap. Novum Organum, Liber secundus, Aphorismus II, 1620.

Tot aan de zeventiende eeuw zaten natuurfilosofie en metafysica aan elkaar vast als een Siamese tweeling. In de zeventiende eeuw werd de weg vrijgemaakt voor hun scheiding.

Francis Bacon vond dat het onderzoek van de formele oorzaken, die hij als eeuwig en onveranderlijk beschouwde, niet tot het terrein van de fysica hoorde, maar van de metafysica . De fysica moest zich bezig houden met het onderzoek van de stof en de beweging (die alle betrekking hebben op de gewone en ordelijke loop van de natuur, niet op haar fundamentele en eeuwige wetten). Hieruit volgde een verdeling van de wetenschappen. Bij beide hoorden twee praktische wetenschappen die er ondergeschikt aan waren: voor de fysica was dat de mechanica en voor de de metafysica was dat de magie (in de pure zin van het woord). Novum Organum, Liber secundus, Aphorismus IX, 1620.


David Hume maakte een definitief einde aan het schema van Aristoteles: "Alle oorzaken zijn van dezelfde soort, en er is geen speciale reden voor dat onderscheid dat we soms maken tussen efficiënte oorzaken en oorzaken sine qua non; of tussen efficiënte oorzaken en formele en materiële en exemplarische en finale oorzaken. Want de oorzaak is efficiënt, omdat ons idee van efficiëntie wordt afgeleid van de constante conjunctie van twee objecten; en waar hij het niet is, kan er geen oorzaak van welke soort dan ook zijn."

(In navolging van Seneca geeft hij vijf oorzaken.) Kortom, hij hield een enkele oorzaak over, de efficiënte oorzaak, door eenvoudigweg vier andere oorzaken te verwijderen.

Daar komt bij, dat hij de efficiënte oorzaak definieerde als "afgeleid van de constante conjunctie van twee objecten", wat ik eerder als een definitie van een formele oorzaak zou willen beschouwen. Anders gezegd: Hume haalde "reden" (formele oorzaak) en "oorzaak" (efficiënte oorzaak) door elkaar.

Hume kwam met een nieuw schema, dat maatgevend zou zijn voor de volgende eeuwen.

David Hume: We kunnen een oorzaak definiëren als een object voorafgaand aan en contigu met een ander, en waar alle objecten die lijken op de eerste worden gezet in gelijke relaties van prioriteit and contiguïteit tot die objecten die lijken op de laatste.

Wat bedoelen we als we zeggen, dat dit dat veroorzaakt?

Dit veroorzaakt dat, dan en alleen dan als (i) dit onmiddellijk wordt gevolgd door dat; (ii) dit eerder gebeurt dan dat; (iii) dit altijd wordt gevolgd door dat.

ikk

250488

Cynifer, je hoeft mijn vriendje niet te zijn. Als je volwassen bent, dan ga je net zo vrijuit als mijn eigen zoon.

270888Jij bent nog zo jong, Evolucy.

15 april 1992

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven acht, negen, tien, elf , twaalf.

Er hangt dus hier een beperkt aantal brieven. Het zijn er elf. twaalf, geloof ik, hè.

 Een moet eraf. Die niet herkenbaar durft te zijn. Hier gaat het over de letter L. 24 april Manuscript L.

100592 brief] Weet je wat je doet? Neem de trein. Je zult beschermd worden. Franco

200592 Op zaterdagochtend lag er een brief. Wat was het voor een brief?

310592 Die kwam voor een brief die door Franco geschreven was. Daar zal ik je nog even wat fijns van vertellen. Daaruit blijkt wie jij bent. 

060393 Een soort brief dat betekent. Buitenlandse correspondentie.

280393 Ik heb Lucifer gevonden. Hij is het zelf.

060793 Die doos, zoals die daar staat. Wees eens blij. ik herken hierin wat Paulus Descartes noemt. ik hou jou niet bij. ik hou jou biologisch niet bij. Je zou kunnen zeggen dat er verschil is tussen oorspronkelijke en afgeleide symbolen. Bij voorbeeld kaarten, dat kan ik begrijpen, maar Descartes, kan ik Descartes begrijpen? Het gaat me eigenlijk om de brieven van Paulus. O, nu begrijp ik het. Oorspronkelijk waren het brieven, en toen heb je er kaarten van gemaakt. Ik heb toen die brieven geschreven. Waarom heb je er kaarten van gemaakt? Het is eigenlijk een doos met brieven. Hiermee heb ik mijn kerk gesticht.

25 april 1995

Troisième Liège. Opnieuw de wereld van het Oude en het Nieuwe Testament. Er hoort een touw om de pessimistische brief.

26 augustus En dat was in de vorm van een brief. Ik schrijf een brief. 17 september (brief aan Paula)

In die tijd heb ik ook contact met een vriendin van jou. Ze woont eerst in Sittard en daarna in Maastricht. Het bijzondere hiervan is dat ze lesbisch of bisexueel is. Ik ben heel kort verliefd op haar, op afstand. Ik schrijf haar een paar korte brieven, waarin ik deze gevoelens tot uitdrukking breng. Ik hou van jou. Hou ik van jou? Ja, ik hou van jou! Verder gebeurt er niets. Ik verlies haar ook snel daarna uit het oog, tot nu toe.

26 augustus En dat was in de vorm van een brief. Ik schrijf een brief. 

17 september (brief aan Paula)

160896 De brief van Lucifer, aan wie eigenlijk? 

170896 Ik kan me voorstellen, dat je toch wel wat spanning gaat voelen, academische spanning, wanneer iemand zich aan iets vergooit, wat boven zijn petje gaat. Je hebt een jaar verloren.

Verloren? Meer dan een jaar!

Daniëls noem je ‘m, Daniëls II, dat lijkt me wel wat.

110802 Netza werkt in een zaak. Ze ziet me voorbij komen. Dan belt ze me op. Ik versta haar niet goed. Ze zegt: Gevoel. Een paar dagen later geen gevoel. Ik vraag: Geen gevoel? Wat geeft geen gevoel? Ze zegt: Macht.

Wat is de kern van ons? Ja, dat is de liefde. Als kern van totaliteit geldt Netza du Bois, dat is de kern. Dat lijkt me zo vreselijk. Het voortdurende leiderschapsprobleem. Dan krijgen we revolutie. Ze zei het ook: hadden we Lucy maar hier.

Voor de deur van een kardinaal te Avignon vindt men in de tijd van paus Clemens VI, in 1351, een brief, de zo genaamde brief van Lucifer, waarin Lucifer, de vorst der duisternis, het woord richt tot de paus, zijn plaatsbekleder, en de kardinalen en prelaten, zijn dienaren.

Ik, Lucifer, prijs U zeer, omdat U zo ijverig voor mij werkt. Nu scheelt het niet veel meer, of ik heb mijn vijand Christus overwonnen. Als U zo doorgaat, denk ik vast, dat ik win. Ik doet U de groeten van uw moeder, de hovaardij, en van haar zusters, hebzucht, wellustigheid en de andere ondeugden. Gegeven midden in de hel, ten overstaan der duivelse heerscharen.

De katholieken laten de Openbaring ophouden bij de Apocalyps. Heel treffend! Heeft degene, die zich aan Mozes en de profeten heeft geopenbaard, zich dan niet geopenbaard in de catacomben van Rome, niet in de Straat van Constantinopel ten tijde van het Oosters Schisma en niet tussen de muren van Avignon ten tijde van de Babylonische Ballingschap van de paus en heeft deze zich niet geopenbaard aan de universiteit van Wittenberg, in de kathedraal van Canterbury en bij het meer van Genève ten tijde van de Hervorming?

De tijd van het Oude Testament herhaalt zich in de Nieuwe Tijd. Inderdaad, ik geloof niet, dat de Openbaring ophoudt bij de Apocalyps. De God van Abraham, Izaak en Jakob werkt tot heden toe!

Herhaalt het Oude Testament zich? Ja! De paus verloor zijn wereldlijke macht, zoals de koning van Israël uit zijn land werd verdreven. Deze geschiedenis is nog niet voltooid. Werd de tempel van Jeruzalem niet tweemaal verwoest? Zo zal het ook Rome vergaan. De paus zal nog eens uit Rome worden verjaagd, totdat ook zijn geestelijke macht, dit is de zichtbare kerk, is verwoest. Of, zoals het in de Apocalyps wordt gezegd: een tempel zag ik er niet. Als dit gezegd is, zou de paus het Vaticaan dan mogen behouden?

Ik heette Lucy.

Mijn echte naam is zelfs voor mezelf onbekend.

Ik ben geen oude vrouw en ik zou je niet als een ouderwetse dame willen zien. Ik leefde vroeger, drie miljoen jaar geleden.

Jij bent voor mij zoals ik voor mezelf ben, jong, misschien de jongste.

Ik zou de eerste van alle mensen zijn.

Elke keer als je een baby hoort huilen, weet je dat ik het ben.

Ik ben geboren, niet alleen jij, op die laatste dag van juli.

Dus zeg geen afscheid van me, ik ben je vriend, niet je vijand.

Mijn wensen en herinneringen zijn hetzelfde als die van jou.

Ik wil met jou leven.

 Toen Australopithecus afarensis, op 24 november 1974 in Ethiopië door Donald Johanson en Tom Gray werd opgegraven, moest er een naam worden gezocht. Ze noemden haar Lucy, omdat Lucy in the Sky with Diamonds van The Beatles tijdens de expeditie veelvuldig werd gedraaid. Misschien was Lucy de eerste, die dacht, zoals nu nog steeds sommige mensen denken, dat alle lichamen een eigen geest hadden. Toen kwam er een man, misschien was het Mozes, die verklaarde dat de geest uniek was. Dit idee werd later door Jezus over de aarde verbreid. Zijn leerlingen verklaarden, dat de geest in hem mens geworden was. Daarna werd dat weer betwijfeld. Er komt een man, Ludwig Feuerbach, die beweert, dat alles wat over God wordt gezegd, op de mensen betrekking heeft. Vanaf het eerste ogenblik zien Lucy en al degenen die haar opvolgen over het hoofd, dat er niemand anders is dan zij zelf en dat alle lichamen, steen, plant, dier of mens, niet meer zijn dan zich zelf.

Ik geloofde al in de evolutie toen ik nog heel jong was en daarna ging ik theologie studeren. Waarmee is dat begonnen? Ik denk: Teilhard de Chardin (theoloog en paleontoloog). .

Onder de platonisten vindt men twee soorten: de ene soort is van beneden af naar boven gericht, de andere van boven naar beneden. Teilhard de Chardin behoorde tot de tweede soort. Ik merkte toen al dat ik meer gecharmeerd was van zijn belangstelling voor de stof dan in zijn neo- platonische achtergrond.

Teilhard verenigde de christelijke liefde en het natuurwetenschappelijk optimisme in zich, (maar hij werd noch door de christenen noch door de natuurwetenschappers geaccepteerd.)

Er is een vraag waarop ik een helder antwoord wil krijgen. Bestaat evolutie?

Deze vraag heeft me beziggehouden, vanaf mijn jeugd tot nu toe. Ik heb filosofen en geleerden geraadpleegd, die deze vraag door de eeuwen heen verschillend hebben beantwoord.

Op de middelbare school las ik de werken van Teilhard de Chardin, en daardoor heb ik intuïtief (niet op grond van redenering maar van geloof of gevoel) beslist: evolutie bestaat.

Evolutie is de basis van mijn filosofie, mijn nieuwe maar heel oude geloof, zo oud als de wijsheid van Heraclitus en Lao-tse, misschien ouder.

Als ik geloof, dat evolutie bestaat, dan geloof ik ook, dat alles verandert.

Wet van evolutie: alle materie is in een voortdurende toestand van verandering.

De natuur behoudt niets. Verandering is een wet van de natuur.

Panta chorei kai ouden menei. Alles verandert en niets blijft. Plato, Cratylus, 402a.

Panta rhei. Alles stroomt. Simplicius, Commentaar op Aristoteles’ Natuurkunde, 1313,11. Eeuwenlang hebben theologen de geest gedacht als onveranderlijk. De natuur was veranderlijk, maar de geest veranderde niet.

Daarom baarde Spinoza opzien, toen hij sprak van het oneindig zijnde dat wij G ofwel de natuur noemen.

Infinitum ens, quod deum, seu naturam appellamus.

Maar hij dacht bij de natuur aan natuurwetten, die net zo onveranderlijk zijn als de geest.

Ik zou het beter gevonden hebben, als hij had gezegd: het oneindig veranderlijke dat wij de geest ofwel de natuur noemen, of nog beter: het oneindig zijnde dat wij de geest ofwel de evolutie noemen.

Michel Heijdra | 5 oktober 2009

EVOLUTIE

Om Darwins theorie toe te passen buiten de biologie moet je eerst goed kijken hoe zijn drie basisprincipes buiten de biologie gebruikt kunnen worden. Een voorstel daarvoor doet de zogenaamde dual-inheritance theorie, de dubbele overervingstheorie. Deze beschouwt de evolutie van culturele fenomenen (de overdracht van cultuur van generatie op generatie) in samenhang met de biologische evolutie van organismen. De evolutie van taal is daardoor goed met deze theorie te bekijken: het ontstaan van taal was een samenspel van de biologische evolutie van ons taalvermogen en de culturele evolutie van de taalvormen. Door de ontwikkeling van onze spraakorganen, gehoororganen en hersenen kon de mens steeds meer verschillende klanken produceren en waarnemen, en deze gebruiken voor communicatieve doeleinden met betekenissen en grammatica’s.

Interessant is dat bij taal de evolutie van taalvormen voorafgaat en de aanzet geeft tot de evolutie van taalvermogens. Evolutie kijkt immers niet vooruit, zodat niet eerst taalorganen hebben kunnen ontstaan die vervolgens gebruikt gaan worden voor communicatie. Het is precies omgekeerd: er zullen eerst primitieve kreten moeten zijn, voordat er selectiedruk ontstaat op taalvermogens om complexere taalvormen te kunnen voortbrengen.

Michel Heijdra verdedigde 1 oktober aan de Vrije Universiteit Amsterdam zijn proefschrift Darwinian explanations of the Origin of Language.

Evolutio artis magistra.

Natuurlijke selectie was het mechanisme dat Darwin aanvoerde om te verklaren hoe soorten konden veranderen. Ik kwam na het lezen van De oorsprong der soorten (een boek van Richard E. Leakey over het boek van Darwin met dezelfde titel), op het idee van natuurlijke selectie van kunstwerken: er zou een selectie kunnen bestaan tussen de kunstwerken voor wat betreft de vraag, welke succes hebben en welke niet. Aangezien de individuele beoefenaars van een bepaalde kunst kleine variaties vertonen, zullen die kunstenaars die bepaalde eigenschappen bezitten, waardoor ze in het voordeel zijn wat betreft bijvoorbeeld het verkrijgen van opdrachten, meer kans hebben om hun kunstwerken te doen overleven en navolgers te krijgen. Uitgaande van deze variaties, kan natuurlijke selectie de oorzaak zijn van de evolutie van de kunst.

Natuurlijke selectie houdt in dat kunst die beter in de omgeving past, meer kans heeft om te overleven en zich voort te zetten dan minder goed aangepaste kunst. Hierdoor zal het type van de best aangepaste kunst beter overleven en steeds meer de overhand nemen.

Gesteld wordt dat de selectie op een natuurlijke wijze plaatsvindt. Het is geen kunstmatige selectie. Een gebruikelijke definitie van kunst is: bewust (kunstmatig) door mensen ontworpen dingen. Deze verander ik in: op natuurlijke wijze (blind, toevallig) door mensen ontworpen dingen. Zoals we niet zeggen, dat vogels hun vleugels hebben ontworpen, zo zouden we ook niet moeten zeggen, dat mensen hun kunstwerken hebben ontworpen. Als de omgevingsfactoren veranderen, zorgt de natuurlijke selectie ervoor dat bepaalde eigenschappen bevoordeeld worden.

De veronderstelling dat stedelijke gebouwen en de kunstwerken waarmee deze worden verfraaid door natuurlijke selectie zouden zijn ontstaan, lijkt absurd. Wil het denkbaar zijn, dat de stad door natuurlijke selectie is gevormd, dan moet kunnen worden aangetoond, dat een stad via geleidelijke overgangen is ontstaan en dat er vele gradaties bestaan van een simpele tot een ingewikkelde stad, waarbij elke tussenstap nuttig is.

Aangezien natuurlijke selectie werkt via overleven of uitsterven, vind ik het soms moeilijk te begrijpen, hoe minder belangrijke stedelijke functies gevormd kunnen zijn. De hoogte van een kerktoren bijvoorbeeld. Een toren is een hoop nutteloze ruimte. Sommigen maken bezwaar tegen de leer, dat elk detail van de stadsbouw gemaakt is voor het nut van de stad en haar bewoners. Zij geloven dat veel stadsdelen (zoals een hoge toren) uitsluitend zijn gemaakt om door hun schoonheid de mens een plezier te doen of alleen om meer variatie te scheppen. Ik geef toe dat de hoogte van de toren geen direct nut meer heeft en geen nauw verband meer heeft met de huidige levenswijze. Voor degenen die de toren hebben gebouwd, was de hoogte ervan zeker wel nuttig.

Bijna niemand is geneigd aan te nemen, dat de individuele bijen de uitvinders zijn van de bijenzwerm, is het dan niet vreemd dat vrijwel iedereen gelooft spontaan, dat mensen hun nederzettingen zelf bedacht en gebouwd hebben?

Vraagt u eens aan vier mensen wat er na hun laatste zucht met hen gebeurt. Er zullen er misschien drie zijn, die daarna nog iets verwachten. Ze zeggen dan: Ik kom terug in een ander leven. Of: Ik zal opstaan uit mijn graf. Of: Ik leef door mijn kinderen. En wat zal de vierde zeggen? Hierna is er niets. Geen van deze uitspraken is helemaal juist.

Reïncarnatie of terugkeer van de ziel. Ik kom terug in een ander leven, maar ben ik dat?

Volgens een boeddhist zullen we, als wij hangen aan het ego, niet ontsnappen aan geboorte, ziekte, ouderdom en dood, maar waarom zou degene die zelfloos is, daar wel aan ontsnappen? De leer van karma is (in het boeddhisme) onbetwist, maar de theorie van het ego heeft geen grondslag. Waarom is het karma onbetwist? Zo sterk als de ervaring of illusie van het ego is, zo zwak is de ervaring van karma. Iedereen ervaart zijn leven als een begin zonder voorgeschiedenis. De normale ervaring is dus: dat je een ego bent en niets of weinig weet van anderen die jou gemaakt hebben.

Onsterfelijkheid van de ziel. Ik zal opstaan of verrijzen uit mijn graf, als dezelfde stof of in dezelfde fysieke hoedanigheid?

Ik leef door mijn kinderen. Met dezelfde genen?

Voortplanting: opnieuw geboren worden in een kind van jou en mij. Het kind is het resultaat van beide ouders en nooit van een van de ouders.

Hierna is er niets. Ontkenning van regeneratie.

Wat gebeurt precies nadat iemand is overleden?

Ik weet het niet. Ik geloof, dat er hierna iets is, maar weet niet wat.

Hoe kunt u in iets geloven, zonder te weten wat het is?

Nou ja, ik geloof het gewoon.

Vraagt u eens aan vier mensen wat er na hun laatste zucht met hen gebeurt. Er zullen er misschien vier zijn, die daarna nog iets verwachten. Ze zeggen dan: Ik kom terug in een ander leven. Of: Ik zal opstaan uit mijn graf. Of: Ik leef door mijn kinderen. Of: Ik overleef in mijn producten. En wat zal de vijfde zeggen? Hierna is er niets.

Ik heb zo’n vijf opvattingen over reproductie van het leven gevonden die ook daadwerkelijk worden geloofd, in het kort: reïncarnatie, opstanding, voortplanting, overleven in producten, hierna is er niets. Er is echter nog een andere opvatting mogelijk, die een combinatie is van twee van die opvattingen, namelijk voortplanting en overleven in producten.

Is dat een bijbelse opvatting?

Deze opvatting is al in de bijbel terug te vinden, ook al is dit geen enkele theoloog opgevallen, zodat er in de literatuur niets over te vinden is.

Waar in de bijbel is dat dan te vinden?

 De belangrijkste, maar niet de enige, tekst is die van Johannes waar hij het gesprek van de christus met de bijbelgeleerde Nicodemus heeft beschreven.

Het gesprek met Nicodemus ging over wedergeboorte, dat is iets anders dan de combinatie van opvattingen waar u het zojuist over had.

Hoe moet de wedergeboorte volgens u geïnterpreteerd worden?

Het begrip wedergeboorte heeft in dat gesprek een uitzonderlijke betekenis. Het is duidelijk, dat het niet gaat over reïncarnatie, het gaat ook niet over leven na de dood, verrijzenis of hemelvaart, maar over een tweede geboorte tijdens het leven. De meest gangbare theologische interpretatie is, dat wedergeboorte hier betrekking heeft op bekering al of niet door de doop. Of zoals het in de tekst staat: geboren worden uit water en geest.

Dat is juist, water staat voor doop of onderdompeling in water, maar let op: water en geest is een stijlfiguur: een hendiadys. Door water en geest aan elkaar te koppelen krijgt het de betekenis van geestelijk water. De toevoeging van geest betekent dat het een geestelijk proces is, het is iets dat zich in het bewustzijn afspeelt.

Er staat eigenlijk niet: wedergeboren worden, maar: van boven af geboren worden. Van bovenaf, dat wil zeggen: uit de hemel. Spreekt hij verderop niet van hemelse dingen, en zet hij die niet tegenover aardse dingen?

Inderdaad, de evangelist gebruikt die tegenstelling. Ik denk dat de aardse dingen betrekking hebben op de fysieke geboorte of de voortplantingsorganen en de hemelse dingen op wedergeboorte, dat wil zeggen een geestelijk proces, een bewustzijnsproces in de hersenen.

Is een bewustzijnsproces iets dat geboren wordt?

Ja, in zekere zin wel, maar misschien moeten we dat iets nauwkeuriger omschrijven. We weten nu dat niet het moment van de geboorte maar de conceptie bepalend is voor de voortplanting. In plaats van wedergeboorte kunnen we beter zeggen tweede conceptie of tweede voortplanting, namelijk voortplanting via de hersenen.

Kunnen hersenen zich voortplanten?

De voortplanting betreft niet de reproductie van de hersenen, maar van wat daarin omgaat: overdracht of communicatie van gedachten en gevoelens.

Werkt overdracht of communicatie net zo als voortplanting? Is dat niet een vreemde gedachte? Niet zo vreemd als hij lijkt. Ik heb zelf de mementheorie bedacht. Memen zijn tekens (ideeën, gedragingen of stijlen), die mensen met elkaar uitwisselen. Memen verspreiden zich van persoon tot persoon binnen een cultuur. Zoals genen zich uitbreiden door van de ouders naar het kind over te springen, zo planten memen zich voort door van brein naar brein te springen. Anders gezegd: zoals volgens de christus de wedergeboorte werkt als een geboorte, zo werken volgens mij de memen als genen.

Is het juist om de christus te vergelijken met een atheïst en bestrijder van het geloof zoals u, Richard Dawkins?

In dit geval is dat wel gerechtvaardigd, omdat de mementheorie in de lijn ligt van de wedergeboortetheorie. In beide theorieën zit de gedachte opgesloten, dat mensen hun aanleg niet alleen kunnen doorgeven door zich voort te planten, maar ook een alternatief hebben: namelijk communicatie of opvoeding, dat wil zeggen de reproductie van hun geest of bewustzijn in andere mensen.

In hoeverre kan men bij het doorgeven van erfelijke aanleg en opvoeding spreken van parallelle fenomenen? Is de onderlinge gelijkenis toevallig, of hebben ze echt iets met elkaar te maken?

Dat is een goeie vraag. Vaak wordt als vanzelfsprekend aangenomen, dat erfelijke aanleg en opvoeding altijd met elkaar in betrekking staan en slechts met elkaar. Dat houdt in, dat de opvoeding van een kind voor zijn instandhouding afhankelijk is van de vruchtbaarheid van het kind. Het kind, volwassen geworden, krijgt zelf kinderen. Het idee bestaat dat de opvoeding van een kind als het later kinderloos overlijdt verloren gaat. Ik denk, dat dit niet het geval is. Genen en memen zijn twee verschillende soorten replicators, die onafhankelijk van elkaar doorgegeven worden. Dus ook degenen die kinderloos overlijden doen mee aan de evolutie.

Ik geloof, dat ik het begin te begrijpen. Het gaat erom, dat we twee dingen met elkaar verbinden. Het ene is de opdracht die de god gaf aan Adam en Eva: Gaat heen en vermenigvuldigt u. Het andere is de opdracht van de christus aan zijn leerlingen: Ga heen en onderwijs alle volken. Het ene is de boodschap van de genen, het andere die van de memen, en ze zeggen allebei hetzelfde: kopieer ons, imiteer ons.

Overleven wil niet zeggen, dat je niet sterft. Het wil zeggen: je sterft niet uit.

Marcus Aurelius wist dit al.

Zie hoe alles voortdurend uit verandering ontstaat en gewen u aan de gedachte dat de natuur van alle dingen niets zo gaarne doet als de bestaande dingen te veranderen en nieuwe variaties op

 hetzelfde thema te maken. Want al wat bestaat is in zekere zin het zaad van hetgeen eruit zal voortkomen. Maar in uw ogen is zaad alleen datgene wat in de aarde of in de moederschoot terechtkomt; en dat is een zienswijze die van volstrekte onwetendheid getuigt.

Marcus Aurelius, Overpeinzingen, IV, 36.


https://sites.google.com/view/linguarium 

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse