DE ALLEREERSTE ZESDAAGSE VAN GENT TIJDENS DE GROOTE OORLOG (1915)
DE ALLEREERSTE ZESDAAGSE VAN GENT TIJDENS DE GROOTE OORLOG (1915)
Inleiding
Tijdens de herfst wordt het weer wat guurder terwijl de dagen korten. Op dat moment van het jaar komen de modderspecialisten van het veld in beeld en volgt de ene cyclo-crosswedstrijd de andere op in een snel tempo. Maar het is ook de periode dat we de baanvirtuozen aan het werk kunnen zien.
Traditioneel kijken de Belgische en ook heel wat buitenlandse wielerfans reikhalzend uit naar het indoor wielerevenement van het winterseizoen, de Zesdaagse van Gent. Dan ontwaakt in november het desolate Kuipke in het Citadelpark uit haar zomerslaap en maakt zich klaar om duizenden enthousiaste toeschouwers te ontvangen en om ’s werelds beste baanwielrenners met elkaar te zien wedijveren voor de fel betwiste eindoverwinning.
In 2022 werd de honderdste verjaardag van de Gentse Zesdaagse gevierd, daar algemeen aangenomen wordt dat de eerste editie in 1922 doorging. Maar was deze … is deze datum wel correct?
Recent sporthistorisch onderzoek heeft aangetoond dat de allereerste Zesdaagse zeven jaar eerder in volle oorlogsperiode georganiseerd werd.
De eerste plannen
Na het grandioos succes van de eerste Zesdaagse van Brussel in 1912 in de velodroom van Elsene en de constructie van het Sportpaleis in Schaarbeek eind 1913 dacht men in Antwerpen en Gent dat ze niet konden achterblijven en tevens een overdekte wielerpiste dienden op te bouwen voor het organiseren van zesdaagse wielerwedstrijden. In Antwerpen kreeg Ceurremans, de bestuurder van de piste van Zurenborg, eind juni 1914 groen licht van de Belgische Wielerbond om een wintervelodroom op te richten. De constructie zou net naast de bestaande velodroom geplaatst worden. Maar een dikke maand later zouden Duitse troepen een stokje in de koerswielen steken.
Ook in het Gentse waren er plannen om in het Feestpaleis van het Citadelpark een overdekte velodroom op te richten. Tijdens de lente van 1914 schreef de sportjournalist Albert ‘Berten’ Carlier in Sportwereld dat hij uit goede bron vernomen had “dat er sprake was een houten velodrom af te breken en gedeeltelijk in het Feestpaleis op te bouwen; dat een paar Gentsche velodrombestuurders, een befaamde renner en een tweetal andere sportmannen de zaak in handen zouden genomen hebben”. Die twee bestuurders waren ongetwijfeld Oscar Braeckman, beheerder van de wielerpiste van Mariakerke en het latere Kuipke, en Berten Carlier zelf, auteur van het artikel en bestuurder van de betonnen piste van ’t Arsenaal in Gentbrugge. En de houten velodroom die zou worden afgebroken was hoogstwaarschijnlijk die van Mariakerke. Maar ook hier belandden de plannen door de Duitse invasie voor enkele jaren in de prullenbak.
Etappengebiet en Generalgouvernement
Na de verwoestende doortocht van de Duitse troepen door België tijdens de late zomer en herfst van 1914 kwam het front tot stilstand in de Westhoek en Noord-Frankrijk, en de bewegingsoorlog werd een loopgravenoorlog. De frontale zone en de kust werden Operationsgebiet genoemd, de provincie Oost-Vlaanderen werd grotendeels een militaire administratieve en logistieke zone, het Etappengebiet, en de rest van het land viel gedurende vier jaar als Generalgouvernement onder Duits burgerlijk bestuur. In het Operationsgebiet en het Etappengebiet kreeg de lokale bevolking gedurende vier jaar met een bijzonder streng regime te maken om enerzijds het risico op aanslagen, sabotage en spionage te onderdrukken, en anderzijds om een vlotte aan- en afvoer van manschappen, voertuigen, wapens en munitie, enzoverder te verzekeren. In de praktijk betekende dit dat alle samenscholingen en vermakelijkheden op de openbare weg verboden waren. Ook de wielerwedstrijden op de weg werden verboden waardoor de coureurs genoodzaakt waren om een alternatief te zoeken voor het beoefenen van hun sport.
De velodroom van Evergem. (stafkaart 1910)
Drie Gentse velodromen
Na de restauratie van de oorlogsschade tijdens de lente van 1915 kwam de sportbeleving aarzelend terug tot leven. Zoals vermeld waren sport- en andere evenementen op de openbare weg en plaatsen verboden. Hetzelfde gold voor wielerwedstrijden, waardoor de organisatoren voor het organiseren van hun evenementen de toevlucht namen tot de velodromen die de Duitse invasie hadden overleefd.
Zo werden de drie wielerpistes van Evergem, Mariakerke en Gentbrugge tijdens de oorlogsperiode het decor voor tal van sportevenementen. Ook de klassiekers werden op de piste betwist, met onder meer de Ronde van Vlaanderen van 1915 op de velodroom van Evergem en die van 1916 in Gentbrugge.
In het najaar stond de Zesdaagse van Brussel op het programma, die zou van 3 tot 10 oktober op de velodroom van ’t Karreveld in Molenbeek doorgaan. Tussen de vele aankondigingen verscheen plots op donderdag 30 september in Het Volk een artikeltje dat meldde dat de volgende zondag een Zesdaagse in Gent zou georganiseerd worden.
De Gentse Zesdaagse van 1915
De eerste Zesdaagse van Gent ging net als in Brussel op zondag 3 oktober van start, maar de wedstrijd werd verdeeld over de drie Gentse velodromen die elk twee dagen toegewezen kregen: die van Evergem, Mariakerke en Gentbrugge. De eerste twee dagen van de Zesdaagse vonden plaats op zondag 3 en maandag 4 oktober in Evergem, Mariakerke kreeg donderdag 7 en zondag 10 oktober toegewezen, en Gentbrugge mocht op vrijdag 8 en de finale op maandag 11 oktober organiseren. De andere dagen waren rustdagen om het nodige materiaal van de renners naar de andere locatie te verhuizen. Door de avondklok werd op zondag om 15u00 en tijdens de weekdagen om 14u00 gestart.
Achttien wielrenners werden verdeeld over negen ploegen:
1. Pol Verstraeten (Evergem) – Van Rentergem (Lovendegem)
2. Aloïs Persyn (Aalst) – Aviel Cocquyt (Mariakerke)
3. Hudsyn (Brussel) – Deleener (Brussel)
4. Fernand Martens (Gent) – Leon Buysse (Tielt)
5. Raphael Fonteyne (Eine) – Emile Reyniers (Evergem)
6. Georges Vermeersch (Gent) – René Van Waes (Langerbrugge)
7. Jules D’hondt (Gent) – A. Vercauter (Gent)
8. Bauwens (Wetteren) – Weewauters
9. A. Pattyn (Lembeke) – De Dappere
Na heel wat schermutselingen en verschillende ploegen aan de leiding tijdens de week viel op maandag op de velodroom van ‘t Arsenaal de beslissing. Evergemnaar Pol Verstraete en Jules Van Renterghem uit Ursel konden de overwinning naar zich toe trekken voor Aloïs Persijn uit Nazareth en Avile Cocquyt van Mariakerke.
Foto: De winnaar van de Zesdaagse van Gent 1915, Evergemnaar Paul Verstraeten.
Een echte zesdaagse ... of niet?
Opvallend is het concept van drie velodromen die betrokken werden in een zesdaagse wielerwedstrijd, terwijl die in normale omstandigheden op één en dezelfde plaats moet doorgaan. De mogelijkheid bestaat echter dat de Duitse autoriteiten de organisatie van een wielerevenement van meerdere dagen op één plaats hadden verboden. Alle vormen van samenscholingen die tot subversieve handelingen zoals protest, oproer en revolte konden leiden tegen de Duitse bezetting moesten immers ten allen tijde vermeden worden. Anderzijds is het ook waarschijnlijk dat de beheerders van de drie velodromen solidair met elkaar overeengekomen waren om het evenement gezamenlijk te organiseren. Met de winsten kon men het dure onderhoud bekostigen en de wielerpistes in leven houden. Het was trouwens niet de eerste keer dat de drie velodromen nauw samenwerkten: in 1913 hadden ze tijdens de periode van de Wereldtentoonstelling in Gent ook een overeenkomst gesloten om beurtelings evenementen te organiseren zodat er elke week wel ergens een wielermeeting te beleven viel.
De veronderstelling dat een wielerzesdaagse in één velodroom moet doorgaan leidt dan ook tot de discussie of de Gentse editie van 1915 al dan niet als een volwaardige zesdaagse kan gecatalogeerd worden. Velen vinden van niet omwille van de drie verschillende locaties. Maar dan kan je je ook afvragen of men de zesdaagsen zoals we ze nu kennen ook wel echte zesdaagsen kan noemen, want honderd jaar geleden werd er gedurende zes dagen continu gereden en nu rijden de deelnemers hooguit zes uur per wedstrijddag.
De Zesdaagse benaderen vanuit een juridisch perspectief kan uitkomst bieden voor het beantwoorden van deze probleemstelling. De drie beheerders van de velodromen van Evergem, Gentbrugge en Mariakerke kenden elkaar zeer goed, zij waren allen immers betrokken bij de eerste edities van de grootste wielerkoers in de streek, de Ronde van Vlaanderen. De heren Desiré Vanderpoorten, Oscar Braeckman en Albert Carlier namen destijds het initiatief om een meerdaags wielerevenement op poten te zetten en doopten het de Zesdagen van Gent. De naamgeving was hun uitvinding en bijgevolg konden zij tevens aanspraak maken op de merknaam Zesdagen van Gent als hun intellectuele eigendom. Het staat iedereen vrij om vanuit sportief of organisatorisch oogpunt de geldigheid van de Zesdaagse van Gent van 1915 al dan niet in vraag te stellen. Maar de initiatiefnemers het eigendomsrecht van hun merknaam ontzeggen en bijgevolg de legitimiteit van hun evenement in vraag stellen is wel een brug te ver.
En dan is er nog het volgende: tijdens de jaren van Duitse bezetting werden heel wat evenementen op de velodroom van Gentbrugge ingericht en gesponsord door Sportwereld. In augustus 1915 werd bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderen in de velodroom van Evergem georganiseerd, en in juli 1916 in Gentbrugge. Het kan dus bijna niet anders dan dat de beheerders van de twee velodromen de toestemming van Sportwereld hadden gekregen om de merknaam van de Ronde te gebruiken. Dit en de initiatieven van Albert Carlier om een overdekte wielerpiste te bouwen net voor het uitbreken van de Groote Oorlog, doen dan ook vermoeden dat de overkoepelende leiding van de Zesdaagse in handen was van Sportwereld, met aan het hoofd directeur Leon Van Den Haute die tijdens de Eerste Wereldoorlog in Gent verbleef.
Samenvattend kunnen we stellen dat in 2022 niet de honderdste verjaardag van de Zesdaagse van Gent gevierd werd, maar wel de honderdste verjaardag van de Zesdaagse in het Kuipke.
Onder de wielerradar
Het is ook verrassend te moeten vaststellen dat de Gentse Zesdaagse van 1915 meer dan honderd jaar onder de wielerradar is kunnen blijven. Daarvoor zijn meerdere redenen te vinden.
De wedstrijd werd slechts enkele dagen voor de start van het evenement aangekondigd, en dan nog hoofdzakelijk in de lokale Gentse kranten zoals Le Bien Public, Het Volk en Vooruit. In de kranten die in het Generalgouvernement verschenen was er bijna geen informatie over de Zesdaagse te vinden, waarschijnlijk te wijten aan de Duitse censuur die weinig nieuws uit het Etappengebiet toeliet in de rest van het land. In totaal zijn er tot op heden slechts een dertigtal kleine artikels gevonden. Daarentegen werd aan de Zesdaagse van Brussel, die op een sterker deelnemersveld kon rekenen en op dezelfde dag van start ging, veel vroeger en meer persaandacht besteed.
De organisatie van de Gentse Zesdaagse werd natuurlijk op een overweldigende manier overschaduwd door het oorlogsgebeuren, en later ging bijgevolg dus ook alle aandacht en research van historici in die richting. Daarbij komt nog dat de artikels pas enkele jaren geleden werden gevonden na specifiek doorgedreven onderzoek met behulp van een zoekfunctie in het online krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek dat sinds 2015 vrij te raadplegen is.
Er dient bijkomend opgemerkt te worden dat het historisch onderzoek van sport en vrijetijdsbesteding in de Lage Landen nog steeds in de kinderschoenen staat. Behalve enkele witte raven en lokale projecten was het sporthistorisch onderzoek lang beperkt tot amateuristische en individuele initiatieven. De situatie is pas sedert enkele jaren enigszins verbeterd door een verhoogde interesse van cultuurhistorici en antropologen die de historische leefomstandigheden van jan met de pet onderzoeken.
Nochtans kan in dit geval sporthistorisch onderzoek een breder perspectief bieden over de manier waarop de lokale bevolking zich bezighield tijdens de Eerste Wereldoorlog, en de impact van het Duits regime in het Etappengebiet en Generalgouvernement op het verenigingsleven en hun overkoepelende structuren.
Artikel 2025 © Filip Walenta
Project Karelvanwijnendaele.be
Volledig artikel met bronvermelding op aanvraag via het contactformulier.