SCIENCE AT THE FAIR | WETENSCHAP OP DE KERMIS:
DE VLAAMSE FOOR ALS ORGANISATIEKADER VOOR DE
ONTWIKKELING VAN DE VLAAMSE WIELERCULTUUR (DEEL 1: 1868-1870).
SCIENCE AT THE FAIR | WETENSCHAP OP DE KERMIS:
DE VLAAMSE FOOR ALS ORGANISATIEKADER VOOR DE
ONTWIKKELING VAN DE VLAAMSE WIELERCULTUUR (DEEL 1: 1868-1870).
Inleiding
De wielersport is in België -en in Vlaanderen in het bijzonder- door het overgrote aanbod aan wielerwedstrijden steeds zeer aanwezig geweest in het straatbeeld. Op elk tijdstip van de dag kom je -voornamelijk langs de stadsrand en op het platteland- wel enkele recreatieve wielrenners en mountainbikers tegen die hun wekelijkse kilometers afmalen. Wat het competitieve wielrennen betreft kan je, zowel bij de heren als bij de dames en in alle leeftijdreeksen, wekelijks en tijdens de zomermaanden zelfs bijna dagelijks meerdere wielerkoersen in de nabije omgeving bijwonen. Opvallend is daarbij dat deze wielerwedstrijden kermiskoersen genoemd worden en zeer regelmatig binnen de context van een dorps- of buurtkermis worden georganiseerd.
De logische vraag rijst dan hoe de historische relatie tussen de kermiscultuur en de wielersport tot stand is gekomen, en op welke manier dat deze symbiose invloed heeft gehad op de verdere evolutie van het wielrennen in Vlaanderen.
De eerste wielerwedstrijden
Na de eerste wielerwedstrijden in 1867 vond een jaar later de wielersport in Frankrijk een veilig onderkomen in de accommodaties en organisatiestructuur van de paardensport. Vanaf dan zien we dan ook dat een aanzienlijk deel van de officiële wielerwedstrijden bijna wekelijks doorgingen in de hippodromen als een soort van voorprogramma of animatie tussen verschillende paardenwedstrijden. De hippodromen boden ongetwijfeld de beste infrastructuur die toen voorhanden was voor de velocipedisten. De organisatie van de wedstrijden en de kosten voor de promotie in de media werden door de hippodromen gedragen en ook het prijzengeld voor de wielrenners werd er snel opgetrokken. De wielrenners droegen dezelfde kledij als de jockeys, bepaalde subdisciplines zoals de steeple chase die courses d’obstacles genoemd werden, werden nagebootst en de wedstrijdreglementen -waaronder bijvoorbeeld de afstanden (de furlong, een achtste van een mijl)- werden overgenomen van de paardenraces.
Een course d'obstacles op de hippodroom van Levallois-Parijs. (L'illustration, 21 augustus 1869)
In Groot-Brittannië werden de eerste wielerwedstrijden overwegend in de regio’s van de grote industriesteden Londen, Manchester en Liverpool georganiseerd. Opvallend is dat initieel het organisatiekader veel gevarieerder was dan in Frankrijk. Er werden velocipedewedstrijden georganiseerd voor allerhande evenementen en festiviteiten, zoals promowedstrijden door fietsfabrikanten en sportclubs, naar aanleiding van agrarische beurzen, gemeentelijke en religieuze feesten, en zelfs als propagandastunt voor een plaatselijke politieke partij.
Enkele jaren later werden omwille van praktische redenen meer en meer de sportterreinen van andere sportdisciplines opgezocht. Voornamelijk de atletiek- en cricketterreinen boden door hun aangelegde grasvelden en tribunes de ideale accommodaties voor langeafstandraces, zoals bijvoorbeeld tijdens de eerste wielerzesdaagsen die in navolging van de zesdaagse duurlopen vanaf halverwege de jaren zeventig steile opgang maakten.
In België verliep de evolutie van de competitieve wielersport enigszins anders. Sport had er zich nog niet dermate kunnen ontwikkelen als in Frankrijk en Groot-Brittannië. De atletieksport stond nog in haar kinderschoenen en beschikte nog niet over de nodige sportterreinen en accommodaties. De hippodromen lagen meestal in de residentiële buitenwijken of randgemeenten van de stad, in de onmiddellijke omgeving van de buitenverblijven van de rijke industriëlen en aristocratie. In tegenstelling tot de Franse renbanen die bedrijven waren, werden die in onze streken beheerd door elitaire paardenclubs. En die zagen de velocipedisten die doorgaans tot de middenklasse behoorden, liever niet op hun terreinen verschijnen. Bijgevolg moest de ontluikende wielersport in ons land op zoek naar andere partners om haar evenementen te organiseren en om zich als nieuwste sportattractie bij de brede bevolking in de kijker te rijden.
De Vlaamse kermis
De Vlaamse kermiscultuur vindt haar oorsprong in de middeleeuwse kerkmissen en jaarmarkten. De kerkmis was een jaarlijks religieus feest om de patroonheilige van de plaatselijke kerk, wijk of dorp te vieren, terwijl de jaarmarkten handelsmarkten waren die jaarlijks naar dezelfde plaats terugkeerden. Naderhand werden de kerkmissen en jaarmarkten met elkaar verweven en aangevuld met andere evenementen zoals gilde- en dekenijfeesten, (land)juwelen, riddertoernooien, plechtige intredes, vredes- en huwelijksfeesten. De kermissen evolueerden mettertijd tot volksfeesten, aangevuld met allerlei soorten van volksvermaak. Omwille van commerciële belangen en onder druk van de industriëlen, die ten gevolge van een hele resem religieuze en buurtfeesten tijdens de zomermaanden hun personeel op maandagochtend regelmatig niet zagen opdagen, besloten de stadsbesturen in de negentiende eeuw om de wildgroei van dergelijke festiviteiten samen onder de noemer van gemeentelijke feesten te brengen. Deze feesten werden georganiseerd en geleid door een feestcomité met het gemeentelijk bestuur als overkoepelend orgaan die de evenementen logistiek en financieel ondersteunde, de politiediensten liet instaan voor het handhaven van de openbare orde en het verzekeren van de veiligheid.
‘Spectacular science’ en ‘Charged objects’
Toen het aantal horeca- en handelszaken in de dorpskernen en steden toenam, kwam de nadruk in het kermisleven meer en meer op attracties te liggen. De kermissen evolueerden dus gaandeweg mee met de tijdsgeest, en onder de noemer van wetenschappelijke mirakels werden demonstraties van nieuwe technologieën en wetenschappelijke instrumenten tijdens de tweede industriële revolutie snel geïntegreerd in de kermiscultuur. In een sfeer van magie en mystiek werden de nieuwste technologieën gedemonstreerd zoals bijvoorbeeld fotografie, telefonie, en elektriciteit, en bij de vernieuwende apparatuur bevonden zich de toverlantaarn, de microscoop, de barometer, thermometer en nog tal van andere uitvindingen die men tegen betaling kon aanschouwen. De tweewielige velocipede, die tijdens dezelfde periode als de allernieuwste vorm van individuele en gemechaniseerde mobiliteit haar intrede deed, paste perfect in dit plaatje van wetenschap en innovatie. Meer nog, behalve in wetenschappelijke magazines werd er over de bovenstaande innovaties nauwelijks een woord geschreven, terwijl in de reguliere pers regelmatig artikelen over de velocipede verschenen.
Toen de eerste wielerclubs een organisatiekader zochten, werden zij door de gemeentelijke feestcomitées enthousiast onthaald. De kermissen, die steeds op zoek waren naar andere attracties om meer bezoekers te lokken, boden graag hun infrastructuur en organisatiekader aan om de mensen kennis te laten maken met deze nieuwe uitvinding. In de steden vormden de wielerwedstrijden een leuk alternatief voor de paardenwedrennen. De openbare weg werd de renbaan van de wielrenners, en bijgevolg werd deze nieuwe sportdiscipline door het gratis aanbod en haar laagdrempeligheid de eerste kijksport van de lagere sociale klassen. En die kwamen massaal opdagen om de velocipedisten met hun trapwagens aan het werk te zien. Zo werd naar aanleiding van de allereerste Gentse wielerwedstrijd op Paasmaandag 1869 de Begijnhoflaan aan het Rabot overrompeld door duizenden enthousiaste toeschouwers waardoor het evenement twee weken uitgesteld werd. (zie verder op de pagina Koersen met trapwagens op de Gentse Begijnenvest (1869))
Bovendien werden de velocipeden ook als technologische mirakels beschouwd. De mobiliteit en transport was immers gedurende duizenden jaren bepaald door scheepvaart en paardenkracht. Vijftig jaar voordien was de loopfiets wel uitgevonden, maar de meeste exemplaren waren reeds verdwenen. Voor de meeste mensen was het dus de eerste keer dat zij geconfronteerd werden met een velocipede. Dit liet veelal een diepe indruk na en resulteerde soms zelfs in hallucinerende waarnemingen: de voeten van de velocipedisten rustten op de pedalen en raakten de grond niet waardoor het leek alsof de rijders over de grond leken te zweven.
De reden voor deze mystificatie moet men zoeken in het feit dat men niet begreep dat het mogelijk was om zich op een dergelijke machine, bestaande uit een frame met twee wielen in lijn, te verplaatsen zonder het evenwicht te verliezen. Vandaar de enorme belangstelling voor de eerste wielerwedstrijden die op sommige plaatsen tot chaotische toestanden leidden. Door het enthousiasme van de toeschouwers en de ondersteuning van de gemeentelijke overheid was er een vlottere algemene erkenning van de velocipede als een nieuwe vorm van mobiliteit, en vond het wielrennen als nieuwe sportdiscipline snel een maatschappelijk draagvlak bij de bevolking.
De kermis als uitstalraam
Het organiseren van wielerwedstrijden tijdens gemeentelijke feesten was niet alleen een buitenkans voor de ontwikkeling van de wielersport, maar bood ook opportuniteiten voor de jonge fietsnijverheid om haar handelswaar aan het grote publiek voor te stellen. Verschillende smeden probeerden hun omzet te verhogen met het assembleren, verkopen en onderhouden van velocipeden. Zij stuurden hun zonen, die meestal tussen vijftien en vijfentwintig jaar oud waren, er op uit om deel te nemen aan wedstrijden met hun trapwagens. Sommige van die jongemannen reisden het land af van de ene kermis naar de andere waar koersen georganiseerd werden, om zich te meten met de plaatselijke wielervedetten. Ondertussen konden zij door hun rijkunsten de velocipeden promoten en fungeerden ze als een soort van proto-handelsvertegenwoordiger van het huismerk. Door hun taak als vertegenwoordiger en de sponsoring van een fietsmerk kunnen deze velocipedisten als een van de eerste (semi)professionele wielrenners beschouwd worden. Deze vorm van brand marketing vinden we ook nu nog terug in het hedendaags wielrennen. Professionele en semiprofessionele wielerteams worden meestal door een fietsconstructeur of een wielerzaak gesponsord met fietsen en materiaal. Naast een eventuele bijkomende financiële vergoeding wordt er verwacht dat het wielerteam het materiaal gebruikt tijdens training en wielercompetities met als doel de naambekendheid te vergroten, de goede werking en duurzaamheid van het merk en het materiaal te etaleren. Het kermiscircuit had dus niet alleen een groot aandeel in de ontwikkeling van de fietsmobiliteit en wielersport, maar fungeerde ook als een soort van publieke etalage voor de ontluikende fietseconomie.
Er waren dus duidelijke verschillen ten opzichte van onze buurlanden met betrekking tot het organisatorisch aspect van de evolutie van de wielersport. In Frankrijk en Groot-Brittannië waren de plaatsen waar wielerwedstrijden georganiseerd werden geconcentreerd en lagen aan de rand van de grootsteden. Wie een wielerwedstrijd wou zien diende zelf het initiatief te nemen om zich naar de hippodroom, het atletiek- of cricketterrein te begeven waar men eventueel ook toegangsgeld diende te betalen. In België daarentegen waren de wedstrijden verspreid over het land en met wat geluk reed de koers door jouw buurt of dorp. Doordat ze op de openbare weg doorgingen waren ze gratis bij te wonen en als kermisattractie werd er bovendien een extra-sportief, dus een groter en veel breder publiek bereikt. Hierdoor werd de koers gemeengoed, een deel van onze visuele cultuur en in een later stadium onze nationale sport.
De eerste wielerwedstrijden in België
De allereerste wielerwedstrijd op Belgische bodem voltrok zich tijdens de week van de gemeentefeesten op 20 juli 1868 op het Champs des Manoeuvres in Etterbeek bij Brussel, waar een tiental jaar later in opdracht van koning Leopold II het Jubelpark aangelegd werd. Tijdens deze week werden het Heilig Sacrament van Mirakel, de Ommegang, de Jubelfeesten en Nationale Feestdag naar aanleiding van de inauguratie van koning Leopold I op 21 juli in 1830 gevierd.
(zie verder op de pagina De allereerste Belgische wielerwedstrijd in het Brusselse Jubelpark (1868))
Affiche van de gemeentelijke feesten van 19 tot 26 juli 1868 te Brussel. (Archief Brussel)
Een jaar nadien was het hek van de dam en werden een dertigtal koersen op Belgische bodem georganiseerd, waarvan ruim twee derde in het kader van een religieus en/of gemeentelijk feest georganiseerd werd. Op de tabel hieronder volgt een opsomming van deze wielerwedstrijden.
29 maart 1869 Begijnhoflaan, Gent Paasmaandag (afgelast)
11 april 1869 Begijnhoflaan, Gent Zomerlief
23 mei 1869 Roeselare Krottegem kermis
30 mei 1869 Jean Vander Elstplein, Ukkel Gemeente Ukkel
10 juni 1869 Luik (Saint-Léonard) Fête de Sainte-Foy
20 juni 1869 Gavere Gavere kermis
20 juni 1869 Moorslede 2000 jaar Julius Caesar
5 juli 1869 Place Verte, Charleroi Fêtes communales
11 juli 1869 Hyon (Bergen) Commune de Hyon
11 juli 1869 Begijnhoflaan, Gent Gentse Feesten
18 juli 1869 Begijnhoflaan, Gent Gentse Feesten
18 juli 1869 Antwerpsesteenweg, Brussel Gemeentefeesten (afgelast)
25 juli 1869 Antwerpsesteenweg, Brussel Gemeentefeesten
25 juli 1869 Place Verte, Charleroi Commission des fêtes
15 augustus 1869 Avenue Delchambre, Huy Fêtes communales
23 augustus 1869 Zeedijk, Blankenberge Gemeente Blankenberge
23 augustus 1869 Turnhout (Herenthalsstraat) Turnhoutsche kermis
24 augustus 1869 Dendermonde Kermis van Dendermonde
28 augustus 1869 Torhout (Oostendestraat) Kermis van Torhout
20 september 1869 Boulevard de la Sauvenière, Luik Fêtes Liégeoises
27 september 1869 Langemark Kermis van Langemark
28 september 1869 Woumen Woumen Kermis
3 oktober 1869 Bewesterpoort, Veurne Gemeente Veurne
Conclusie
Er zijn ongetwijfeld nog andere aspecten die hebben bijgedragen tot de opkomst van de wielersport in onze kontreien, maar de kermiscultuur en de ondersteuning van de gemeentelijke overheid is als organisatorisch kader van onschatbare waarde geweest voor de gunstige ontwikkeling van het wielrennen in ons land. Terwijl de wielersport in het buitenland omwille van praktische en economische redenen de accommodaties en het daaraan gerelateerde organisatiekader van reeds bestaande sportdisciplines opzocht, verbond de wielrennerij in België haar lot met een belangrijk aspect van onze volkscultuur, de Vlaamse kermis. De sociale en culturele structuur van de kermissen werd het strijdtoneel van de wielersport en door haar laagdrempeligheid werd het wielrennen de kijksport van de lagere sociale klassen.
De Vlaamse kermis- en wielercultuur hadden hun lot aan elkaar verbonden en zouden hun succesformule tot op heden blijven koesteren. Het voortbestaan van de wielersport in België zou nog enkele keren onder druk komen te staan, maar het overkoepelend organisatiekader van de kermissen en gemeentelijke feesten zou haar steeds een vangnet bieden.
Kermis werd koers, en koers werd kermis: de kermiskoers.
Artikel 2026 © Filip Walenta
Project Karelvanwijnendaele.be
Volledig artikel (5000 woorden) met bronvermelding op aanvraag via het contactformulier.