DE TELEGRAAF-SPORTWERELD: VAN SPORTJOURNALIST TOT OORLOGSCORRESPONDENT (1914)
DE TELEGRAAF-SPORTWERELD: VAN SPORTJOURNALIST TOT OORLOGSCORRESPONDENT (1914)
De Eerste Wereldoorlog is al uitgebreid bestudeerd, in het bijzonder de heroïsche veldslagen en de loopgravenoorlog, zoals deze in Ieper, Passendale en vele andere. En enkele jaren terug tijdens de honderdjarige herdenkingsperiode tussen 2014 en 2018 stond de Groote Oorlog in het middelpunt van de belangstelling. Maar er zijn nog heel wat aspecten over het leven achter de frontlinies die moeten onderzocht worden, alhoewel ook hier dankzij de verhoogde interesse al heel wat nieuwe informatie is vrijgekomen.
In dit artikel onderzoeken we de rol dat de toenmalig bekendste sportkrant Sportwereld speelde tijdens de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog, en de verborgen talenten van de sportjournalisten.
Inleiding
Op zondag 28 juni 1914 weerklonken twee pistoolschoten. Met het eerste schot werd in Parijs de twaalfde editie van de Ronde van Frankrijk op gang geschoten, terwijl in Sarajevo de jonge Servische nationalist Gavrilo Princip zijn pistool richtte op aartshertog Franz Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn echtgenote prinses Sophie Chotek. De aanslag kostte beiden het leven en leidde na een opeenvolgende reeks gebeurtenissen tot de aanzet van de Eerste Wereldoorlog.
Twee weken voordien was er in de Conduitstraat 10 te Gent een bijeenkomst in het huis van Albert Berten Carlier, waar alle medewerkers van Sportwereld aanwezig waren om een balans op te maken en het grote succes van de jonge sportkrant te vieren. Sinds haar oprichting in september 1912 was de oplage van achttienhonderd kranten in nog geen twee jaar pijlsnel de hoogte ingeschoten tot meer dan dertien duizend exemplaren per week.
In de Ronde van Frankrijk had Philippe Thys door winst tijdens de eerste etappe van Parijs naar Le Havre de leidersplaats opgeëist en zou die tot in Parijs door zijn slimme manier van koersen niet meer afstaan. Op zondag 2 augustus 1914 werd de Anderlechtenaar na zijn tweede opeenvolgende eindoverwinning door een enthousiaste menigte wielerfanaten opgewacht in het Brusselse Noordstation, terwijl op hetzelfde moment tweehonderd kilometer verderop Duitse troepen het neutrale Luxemburg binnenvielen. De maandag voordien had de gemeenteraad van Anderlecht reeds beslist een toelage ter beschikking te houden voor het feestcomité om Thys een passend eerbetoon aan te bieden. De velodroom van ’t Karreveld in Molenbeek had hem, samen met andere renners die hadden deelgenomen aan de Tour aangeworven voor een drie-urenwedstrijd. En de dag nadien was er een meeting van twee uren in de velodroom van Mariakerke (Gent) met een internationaal deelnemersveld gepland, maar door de toenemende oorlogsdreiging waren de meeste wielrenners onder de wapens geroepen en werden de beide evenementen afgelast.
De aankomst van Maurice Brocco, Philippe Thys en Henri Pélissier tijdens de laatste etappe van de Ronde van Frankrijk in 1914 op de Buffalo-velodroom te Parijs.
De oorlogsdreiging
Op maandag 3 augustus, de dag voor de Duitse invasie in België, richtte de hoofdredactie van Sportwereld zich met een speciaal artikel op de frontpagina naar haar lezers. “Aan onze Lezers:
Sinds een paar dagen is gemoederentoestand erg gespannen, en heeft de levensgang een andere wending genomen. Heel België staat overeind, en aller aandacht is gevestigd op den politieken toestand van Europa. De Maatschappij is ongerust, is gejaagd; de natie is beroerd en heeft nog enkellijk oog en oor voor zijn behoud, voor zijn bestaan.
In deze benarde oogenblikken moet het sport, dat toch niets meer is voor het volk dan ontspanning en liefhebberij, noodzakelijk van zijne aantrekkingskracht verliezen, en plaats maken voorheftiger gevoelens van vaderlandsliefde en plichtbesef. En 't is daarom dat, in overeenstemming met den gemoedtoestand van het volk, Sportwereld zulkdanige maatregelen zal nemen als noodig en billijk is.
Op Sportgebied hebben wij altijd onze plicht gedaan, zoo onder opzicht van inlichting, als op voet van bespreking der gebeurtenissen; getuige daarvan zijn de duizende en duizende lezers die Sportwereld zich, in zulke korte tijdspanne wist aan te schaffen. En nu dat de aandacht van gansch België gericht is op de grenzen, en op de groote gebeurtenissen die aanstaande zijn, zullen wij onzen plicht niet vergeten.
Heden Maandag morgen vergadert de Opstelraad van Sportwereld, en zal onderzoeken, met betrek tot den toestand, in welke mate wij voldoening aan onze lezers kunnen geven. Lees in ons volgend nummer alle beslissingen diesaangaande.
De Opstelraad.”
… en op pagina 2 stond …
De directeur van Sportwereld, Leon Van Den Haute, vertelde in een ander artikel op de frontpagina zijn wedervaren toen hij de week voordien Wallonië had doorkruist in het kader van de voorbereidingen van de Ronde van België voor onafhankelijken. Hij meldde dat bij het verlaten van Brussel op donderdagochtend in de streek van Leuven en Tienen nog niets te bemerken viel, en ook in de landelijke streken langs de Duitse grens was het rustig. Daarentegen heerste er in de steden Verviers en Luik een onbehaaglijke gejaagdheid alsof er een storm verwacht werd.
Op vrijdagochtend was Leon in het Luikse getuige van de paarden en honden die door de soldaten opgevorderd en meegenomen werden. En blijkbaar waren de mobilisatieformulieren bij de bestemmelingen toegekomen want overal zag men gezinnen die hun zonen naar de kazernes brachten. Van Den Haute besefte meer en meer dat er nu belangrijker zaken voor de bevolking waren in plaats van sport en vermakelijkheden.
Sportwereld, 3 augustus 1914.
De hamsterwoede van voedsel bij de lokale bevolking kenmerkte de toenemende vrees voor oorlogsschaarste toen algemeen bekend werd dat Rusland haar legers had gemobiliseerd en een confrontatie met Duitsland nakende was. Bouillon lag er als een spookstad verlaten bij, het toerisme was er volledig stilgevallen. Zaterdag werden in Namen steeds meer opgevorderde paarden en voertuigen binnengebracht en plaatselijk had men check-points opgericht om de Franse en Duitse voertuigen uit de garnizoensstad te weren. Aan het station was het een gewriemel van militairen, en de versieringen die in de straten waren aangebracht ter gelegenheid van het bezoek van het koningspaar op zondag werden terug afgebroken omdat het evenement afgelast was. De zwaargeladen wagens brachten materiaal en kanonnen naar de forten die de stad omringden.
Tegen de avond kwam Leon terug te Brussel waar hem een telegram opwachtte met de melding dat zijn begeleider zich dringend met de firmawagen in de kazerne van Gent moest aanmelden.
Deze vorm van journalistiek door correspondenten die ter plaatste verslag uitbrengen van de gebeurtenissen zou het verdere verloop van Sportwereld tijdens de Duitse invasie in België bepalen.
De Telegraaf-Sportwereld
Twee dagen later, toen de Duitsers reeds de Oostkantons waren binnengevallen, werden de beslissingen van de redactie over de houding die zij ten opzichte van haar lezers zou aannemen terug op de voorpagina vermeld. Sportwereld zou in twee delen opgesplitst worden. Het eerste deel kreeg de naam De Telegraaf, en zou zich toespitsen op de oorlogsgebeurtenissen in al haar aspecten, de internationale politiek en diplomatische ontwikkelingen in het bijzonder. Bovendien zouden er in het geval van belangrijke gebeurtenissen medewerkers naar de frontlinie gestuurd worden om rechtstreeks verslag uit te brengen van de schermutselingen. Behalve de gewone uitgaven zouden er in Gent en Antwerpen op de middag extra edities verschijnen met bijkomend nieuws van de gebeurtenissen van de vorige nacht en ochtend.
Het nieuwe logo op de frontpagina van De Telegraaf-Sportwereld.
De redactie schreef dat het tweede gedeelte de naam Sportwereld kreeg want “Die name mag niet verdwijnen. Hij moet blijven, daar hij zit te diepe vergroeid is met de gedachten en dagelijksche bekommernissen van het vlaamsche volk”. In werkelijkheid was het ongetwijfeld de bedoeling om het marktaandeel bij haar lezers en abonnees te beschermen door de linken met de sportkrant aan te halen.
De sportverslaggeving in het tweede gedeelte werd gelimiteerd want het oorlogsgebeuren was natuurlijk van veel groter belang. En bij gebrek aan sportresultaten zouden er, als positieve noot in deze donkere periode, artikels met levensbeschrijvingen over de sportvedetten gepubliceerd worden. En ondanks haar strijd voor gelijkberechtiging van de Vlaamse taal betuigde De Telegraaf-Sportwereld toch haar toegewijde steun aan het koningshuis, het Belgische vaderland en haar dappere zonen die het opnamen tegen de Duitse agressor.
Een opmerkelijk feit is dat de journalisten van Sportwereld begonnen te opereren als oorlogscorrespondenten. Behalve hun verslaggeving over de oprukkende Duitse troepen op Belgisch grondgebied beschreven ze ook de ontwikkelingen in het diplomatieke veld. De teksten waren in dezelfde stijl geschreven als hun sportartikels: postromantisch en bombastisch, vol van metaforen en bijna lyrisch met veel gevoel van medeleven voor diegenen die de oorlogsgruwel moesten ondergaan en op een verbeeldende manier dat de lezer zich een beeld voor de ogen kon vormen.
Als aanhef voor zijn eerste artikel over de oorlogsgebeurtenissen schreef hoofdredacteur Karel Van Wijnendaele bescheiden:
“Het is dus bepaald beslist, dat Sportwereld versmelt met De Telegraaf en dit voor zolang de oorlog duurt, en alle nieuws diesaangaande zal mededeelen. Vooraleer wij dit nieuw terrein betreden, gaan wij er even een algemeenen kijk op werpen, en trachten klaar te maken hoe de toestand werkelijk ineen zit. Immers, sinds eenige dagen worden dorpen en steden bestormd door gazetverkoopers, met allerhande bijzondere uitgaven, waarin het laatste nieuws het eerste tegenspreekt.
'k Ben precies niet, noch 'k begeer het niet te zijn, de apostel van het licht, te meer dat ik een nieuw terrein betreed, waarop ik nog veel te leeren heb maar 'k heb de laatste gebeurtenissen aandachtig gevolgd, en 'k ga ze trachten te rangschikken, meer niet.”
Daarop volgde een gevatte analyse over het conflict tussen Oostenrijk en Servië dat met de aanslag op aartshertog Franz Ferdinand op 28 juni in een stroomversnelling gekomen was. Het onderzoek bracht aan het licht dat Oostenrijk de moord op haar wettige troonopvolger interpreteerde als een aanslag op het keizerlijk instituut en bijgevolg dus op het keizerrijk zelf. Maar was deze interpretatie van Oostenrijk terecht of werd het slechts gebruikt als een voorwendsel om de wapens te kunnen opnemen tegen haar opstandige buur?
Door de escalatie waarbij Rusland en Frankrijk in het conflict betrokken raakten werd enkele dagen nadien België ook meegesleurd. Duitsland wou het Von Schlieffenplan uitvoeren en negeerde de neutraliteit van België met de eis tot een vrije doortocht door het land voor haar troepen en de hulp van 250.000 Belgische manschappen om Frankrijk aan te vallen. Refererend naar haar neutraliteit en de resolute weigering om een bevriend land aan te vallen kon de Belgische staat niets anders dan de eis van Duitsland te verwerpen. Daarop verklaarde Duitsland België de oorlog en vielen Duitse troepen het land binnen tijdens de vroege ochtend van dinsdag 4 augustus.
"De Duitschers rond Visé. – Een rustuur der Uhlanen. Het kamp van hooggeplaatste officieren. Bij al de wreedheden, die ze in ons land begaan hebben schijnen ze hun lachlust niet vergeten te zijn”. (Ons volk ontwaakt, 8 augustus 1914)
De toestand
Het eerste verslag van Karel Van Wijnendaele over de toestand in de oorlogszone verscheen in De Telegraaf-Sportwereld van donderdag 6 augustus. Toen twee dagen voordien tijdens de voormiddag de oorlogsverklaring van Duitsland aan België bekend gemaakt werd had hij het initiatief genomen om van Brussel naar Luik te reizen. Op weg naar het Noordstation werd hij geconfronteerd met een woedende menigte die Duitse winkels en koffiehuizen kort en klein sloegen. Eenmaal in Luik aangekomen werd hem verteld dat er geen treinen richting de Duitse grens meer reden, en bekloeg hij zich dat hij zijn fiets niet had meegenomen om verder naar het oosten te rijden. Daarop liep Van Wijnendaele maar naar het centrum van de stad om wat meer informatie over de oorlogsperikelen te weten te komen. Daar vernam hij dat het Duitse legerkorps van Eupen -dat toen nog Duits grondsgebied was- zich in de richting van de Belgische grens bewoog. De garnizoenscommandant van Luik had daarop een vliegtuig en een escadron lansiers met een verkenningsopdracht belast, en het 12de Linie Regiment uitgezonden om de Duitse troepen in de streek van Visé, Herves en Verviers op te houden en tijd te winnen om de defensieve stellingen rond Luik te optimaliseren. Tijdens de namiddag kreeg hij bijzonder interessante informatie van een officier over de vermoedelijke bewegingen van de Duitse troepen op Belgisch grondgebied. Die stelde dat de Duitsers waarschijnlijk via Luik, Tienen, Nijvel en Doornik richting Frankrijk wilden trekken. Daarbij zou er een rondtrekkende beweging rond Luik gemaakt worden om een confrontatie met de omliggende forten te vermijden. De Frans-Duitse grens was immers te sterk gefortificeerd, en de uiteindelijke bedoeling van de Duitse troepen was om Frankrijk langs haar minder versterkte noordelijke flank aan te vallen. Ten gevolge van het oponthoud door het weerwerk van de Belgen zouden de Engelse en Franse troepen ter hulp komen en zou de definitieve veldslag zich terug ten zuiden van Brussel kunnen voltrekken, net zoals de Slag bij Waterloo een eeuw voordien. Na het interessante gesprek keerde Van Wijnendaele ‘s avonds terug naar de hoofdstad.
In de aanhef van een volgend artikel enkele dagen nadien blikte hij nog even terug op de belevenissen van die dag.
“Een onvergetelijke dag.
Nooit, nooit in mijn leven vergeet ik den 8 Oogst 1914, omdat ik het veld gezien heb waar het monsterachtig gedrag van den oorlog, zijne woede bot vierde, waar ellende en miserie zicht uitzetten in al hun gruwelijkheid. Niet langer dan gisteren schreef ik, noch de warmte van den strijd, noch het gevaar van kanonvuur doorstaan te hebben, maar de laatste 24 uren heb ik doorgebracht, en sedert enkele dagen de heele beschaafde wereld bezig houdt.
'k Heb Luik gezien, met zijne heldhaftige, nooit volprezen troepje soldaten, die de stad dagen lang beschermd hebben, tegen een tien maal sterkeren vijand; de bevolking die angstig en gejaagd door de straten loopt; gekwetste soldaten die een verminkt been slepen, of verbonden handen dragen; 'k heb bommen zien ontploffen, kanonnen hooren bulderen, en boven dat alles vijf, tien vliegmachienen gezien, die met ronkend gerucht de stad rondvlogen, lijk roofdieren om een prooi!
Ha! Neen, nooit, nooit vergeet ik dien dag.”
In de zaterdageditie besprak Karel de gebeurtenissen die donderdagnamiddag hadden plaatsgevonden. Hij was niet tot in Luik geraakt maar kon een gewond soldaat interviewen die getuige was geweest van de eerste zware Duitse aanval. Na een derde afwijzing van generaal Leman om de stad over te leveren waren de bombardementen door de Duitse artillerie begonnen. “Bommen vielen en ontploften; huizen scheurden open, stortten in of schoten in brand. Bruggen sprongen, muren werden omgeworpen en daken afgerukt. De mensen vluchtten; mannen, vrouwen, kinderen al dooreen, roepend schreeuwend. ... Droevig! Droevig schouwspel.”
Een bezoek aan het Slagveld
Met deze titel begon Van Wijnendaele het artikel over zijn tweede bezoek aan Luik op vrijdagavond 7 augustus, drie dagen na de de Duitse inval.
Vanuit het Noordstation nam hij terug de trein, vergezeld van een menigte vrijwilligers die naar Tienen trokken. Na bijna drie uur reistijd stopte de trein te Borgworm, wat Karel deed vermoeden dat de situatie in het Luikse verslechterd was. Samen met een koppel vatte hij de voettocht van vijfentwintig kilometer aan langs de spoorweg richting Luik. Onderweg kwamen ze meerdere groepjes soldaten tegen die hen tot voorzichtigheid aanmaanden voor Belgische troepen die begonnen terug te trekken, “want in tijd van oorlog zijn de kogels goedkoop”. In Bierset aangekomen hoorden ze voor het eerst het gebulder van kanonnen. Na een kop koffie in een herberg naast het station vervolgden ze hun weg om tegen de ochtend in Ans aan te komen. Vanaf Ans vervolgde Karel zijn weg naar het Fort van Loncin waar hij ondanks zijn perskaart toch nog de nodige diplomatie aan de dag moest leggen om zich verder naar de stad te kunnen begeven. Aan de rand van de Luikse binnenstad stelde hij vast dat de Duitse troepen de stad hadden ingenomen, maar dat de tien omringende forten nog steeds in Belgische handen was.
Kort na de middag besliste Van Wijnendaele om de terugreis naar Brussel aan te vatten. Op het dorpsplein van Ans werd hij aangehouden door enkele Duitse soldaten die hem prompt terugstuurden richting Luik, want niemand mocht de stad verlaten. Gelukkig toonde een herbergier hem een wandelpad dat nog niet verkend was door de Duitse troepen waardoor hij langs het station van Ans zijn tocht verder kon zetten tot in Borgworm. Onderweg moest hij zich op verschillende treinen wriemelen tussen de duizenden soldaten die op weg waren naar Tienen of het dichtstbijzijnde hospitaal. Tegen de avond arriveerde hij moe in het station van Brussel.
Na dagelijks de toestand op te volgen, de Europese oorlogsperikelen te analyseren en de internationale diplomatieke situatie te bestuderen en te becommentariëren schreef hij een week later de visionaire woorden:
“De werkelijke toestand
Voor ons Belgen, is de hoofdzaak te onderzoeken hoe Duitschland staat, in verhouding met Frankrijk, Engeland en België. Voor ons hangt alles af op de (front)lijn die gaat van Belfort tot aan Luik. De lijn is nagenoeg 400 klm lang, en men mag schatten op minstens 2.000.000 soldaten die tegenover elkaar zullen staan.
De oorlog zal dus lange duren, vooreerst omdat de oppervlakte van het vechtterrein groot is, en ook nog uit hoofde der reuzenmassa van volk die zich verplaatsen moet, vooraleer men feitelijk op een uitslag zal kunnen wijzen.”
... en verder ...
"De Rol van België
Zooals ge ziet, wanneer we de toestand op zijn geheel beschouwen, dan keert alles zich tegen Duitschland en Oostenrijk. Niet alleenlijk de feitelijke legerkracht van Europa, maar zelfs de openbare meening van de geheele beschaafde wereld is tegen de overweldigers gekant. En het kleine België vormt een groote schakel, in dien keten der internationale strijdverwikkelingen, vooreerst omdat het, door zijn kranig optreden, zich opgedrongen heeft als eene militaire macht van waarde, en vooral omdat het lot van België zelf zal beslecht worden, naar den afloop van den algemeenen oorlog. België immers, door zijn optreden, heeft post gevat in het internationaal geschil en zal noodzakelijk den weg zijner bondgenooten opgaan.
Dat het den weg der Victorie zal zijn, laat geen twijfel, maar voorlopig dringt de vraag zich op, welke rol wij werkelijk nog te vervullen hebben in heel het geschil.”
De Telegraaf-Sportwereld in Gent
Twee dagen later op maandag 20 september capituleerde de Belgische hoofdstad en moesten de medewerkers van Sportwereld hals over kop de burelen in Brussel ontvluchtten. Tussen Denderleeuw en Aalst was de treinverbinding blijkbaar verbroken, want in Het Rijke Vlaamsche wielerleven schrijft Karel dat hij ‘s avonds te voet door Erembodegem trok en zag hoe de mensen aan een kapelletje zaten te bidden om gespaard te blijven van de oorlogsgruwel. Directeur Leon Van Den Haute, die destijds in de Vlaanderenstraat woonde, had beslist dat De Telegraaf-Sportwereld tijdelijk in Gent gedrukt werd. De redactie van de krant bevond zich in de drukkerij van Karel Vandeweghe in de Kortrijksestraat.
Van Wijnendaele’s laatste artikel over de oorlog op zee verscheen op zondag 19 augustus 1914, nadien werden de uitgebreide artikels door Oktaaf Free Steghers geschreven. Waarschijnlijk werd Karel door zijn familie naar huis geroepen om zijn stiefvader in zijn laatste levensdagen bij te staan. Enkele dagen later overleed Richard Defreyne op zesenvijftigjarige leeftijd. Karel Van Wijnendaele zou de volgende vier jaar ten gevolge van de Duitse verordeningen Torhout niet kunnen verlaten. De stad lag tijdens de oorlog immers in Operationsgebiet en was tevens een belangrijke garnizoensstad die onder een streng regime gecontroleerd werd door de Duitse troepen.
Foto: drukkerij Karel Vandeweghe in de Kortrijksestraat te Gent.
De Telegraaf-Sportwereld zou trouwens ook geen lang leven meer beschoren zijn. De andere lokale kranten uit Gent waren immers niet opgezet met de komst van De Telegraaf-Sportwereld, een journalist van Vooruit schreef zijn jaloerse afkeuring in een artikel op 6 oktober 1914:
"Ander en Beter?
Wij hadden al, met den oorlog, de Sportwereld die zich herdoopte in De Telegraaf. Sedert eergisteren hebben wij nu ook De Telegram.
Het spijt ons aan die gelegenheids-sensatiebladen geen lang leven te kunnen wenschen."
Daarop antwoordde De Telegam-Sportwereld enkele dagen later gevat:
“De strijd om het leven
Sinds De Telegraaf in Gent gedrukt wordt, heeft hij al heel wat beroering gebracht in de gazettenwereld der Arteveldestad! Zonder nog te gewagen van een geesteskind, dat bij de geboorte een naam kreeg, die danig wel aan den onzen geleek, worden we sinds enkele dagen regelmatig over 't muurke genomen, bij oudere en zeer gedaagde konfrater!
En 't gaat dan van: “gelegenheidsblaadjes die geld willen kloppen, en sensatienieuws uitstrooien!”
Dat die bijval van De Telegraaf hen wat in de weg staat, valt te begrijpen, en we zouden hun heel geerne den troost gelaten hebben, van ongestoord hun hert uit te spreken, ware 't niet dat we twee dingen in 't klaar willen trekken.
Vooreerst hebben we de eer onze geachte konfraters van Gent ter kennis te brengen dat De Telegraaf, dien ze regelmatig betitelen met de naam van gelegenheidsblaadje, vast besloten is zijn heerlijk bestaan voort te leven. Sinds dagen en weken is 't beslist dat De Telegraaf dagblad wordt, dat ook na den oorlog verschijnen zal. Mocht het hen soms niet te best bevallen, dat die gewaardeerde konfraters zich getroosten, 't is de eeuwige strijd om 't leven!
Het tweede voor Le Bien Public die met de zinspeling op sensatienieuws, onzen titel bedoelt: “Men vreest het ergste voor Antwerpen!” Voorlopig zullen we 't zaakje maar zoo laten, doch als 't oogenblik zal gekomen zijn, zullen we herinneren aan Le Bien Public waarom wij in ons nummer van 10 October zegden: “Men vreest het ergste voor Antwerpen!”
De Telegraaf.”
Het artikel stond in de laatste editie van De Telegraaf-Sportwereld. De Duitse troepen rukten steeds verder op naar het westen waarbij Antwerpen zwaar onder vuur werd genomen en de gevechten in de streek van Melle steeds meer slachtoffers eiste. Na onderhandelingen met burgemeester Emile Braun werd Gent op 12 oktober 1914 zonder slag of stoot door de Duitse troepen ingenomen en voor vier jaar bezet. Diezelfde voormiddag rolde de laatste De Telegraaf-Sportwereld van de pers.
Artikel 2017 © Filip Walenta
Project Karelvanwijnendaele.be
Volledig artikel met bronvermelding op aanvraag via het contactformulier.