Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Op pene van afgebrant te worden 

Brandschatting 

Ervaring met vreemde legers (oorlogsbeden). De oorlogsschulden. 

Pijls schrijft: 

Nadat toch de ingezetenen alle geld is afgeperst om de aanhoudende krijgslasten, beden en brandschattingen te kunnen betalen, moet bij elders wonende, gegoede en welwillende mensen, vaak onder zeer bezwarende omstandigheden, geld worden geleend meestal om te voorkomen, dat het dorp wordt uitgeplunderd en de huizen worden afgebrand. Dit is een bewijs, dat de inwoners van Schinnen door al de oorlogsbelastingen en geldafpersingen zodanig verarmd zijn, dat zij niets meer te missen hebben.

Bijdrage tot de geschiedenis van de Voormalige heerlijkheid Schinnen, H. Pijls, 1928


Stammen brandt in 1686 af volgens Henri Pijls.

Blijkens het jaartal boven de deur van de ingang van de woning is deze herbouwd in 1696. Sporen van afbranding zijn voor de laatste verbouwing (1910) nog te zien.

Pijls vermoedt dat er een ondergrondse geheime toevluchtsplaats is geweest bij Stammen

Op 2 augustus 1685 wordt Mehove aangekocht door Johan Willem van Schellaert. In verband met de brand van Stammen?


Je weet niet wat er is gebeurd, maar misschien kun je bedenken hoe het gebeurd kan zijn.

Onder voorwendsel dat Spanje het traktaat van Nijmegen (1678) niet naleeft, zendt Lodewijk XIV in augustus 1683 een leger, onder maarschalk d’ Humières, naar de Zuidelijke Nederlanden. Omdat de Spaanse gouverneur, markies de Grana, daar niets tegenover kan stellen, wordt het grootste gedeelte van de Zuidelijke Nederlanden in weinige dagen door de Fransen bezet.

Reeds op 30 augustus legt Lodewijk XIV het land een zware krijgsbelasting op, die over alle steden, dorpen en kloosters wordt verdeeld. Deze sommen moeten zonder uitstel betaald worden, zo niet stelt het in gebreke gebleven dorp zich bloot aan militaire executie.

Vermits het geld nog net op tijd betaald wordt, blijftf het dorp voorlopig gespaard van branden, plunderingen en alle gewone militaire uitspattingen.

Eind december 1683 besluit Spanje eindelijk om op te treden en verklaart het de oorlog aan Frankrijk dat, begin januari 1684, met een nog veel zwaardere oorlogsbelasting reageert. 

Op 4 juni 1684 moet de stad Luxemburg zich na een beleg van 26 dagen aan de Fransen overgeven. Op 15 augustus wordt, door tussenkomst van Holland te Regensburg tussen Spanje, Frankrijk en Duitsland een wapenstilstand van 20 jaren gesloten. De Fransen trekken zich terug, maar mogen voor hun moeite Luxemburg, Beaumont en Chimay behouden (evenals Straatsburg trouwens).


In 1687 wordt Mertin Kisters pachter van Stammen.

Hij is getrouwd met Paschasia (Peusken) Demacker (Groetenraedt), vroedvrouw,

Op l Mei 1698 verpandt Walraaf Theodoor van Schellardt van Obbendorf het land bij de Swarbele Coul aan Merten Kisters voor 200 pattacons.

Op 14 mei 1698 leent Marten Kisters, gehuwd met Paschen de Macker, 800 gulden van Maria Moors van Maastricht. Bij de realisatie op 14 juni 1698 worden als onderpanden gespecificeerd een huis, hof en weide te Sweijkhuizen aan de Dorpstraat tussen Jacob Fransen en Dirck Vroemen, alsmede een huis met hof en weide, eveneens aan de Dorpstraat, tussen Peter Gielen en Fred. Hagens.

Kisters is overleden op 27 april 1702 in Sweikhuizen, hij is dan 60 jaar oud.

Van Pieter Ecrevisse is een verhaal (uit een latere tijd) bekend dat wellicht van toepassing is op wat er zich op Stammen kan hebben afgespeeld. Hier volgt het met de nodige aanpassingen gereproduceerde verhaal van Pieter Ecrevisse.

's Morgens vroeg begeven Jan Hermans en Ageeth Gielen zich op weg, en komen om negen uur al te Schinnen aan, waar het bedrijf van Ageeths vader tien jaar eerder lag. Weldra komen bij hen de jeugdherinneringen naar boven; de bomen, waaronder ze vroeger hebben gespeeld, herkennen ze, maar de woning kunnen ze niet meer herkennen. Jan besluit naar binnen te gaan; maar nauwelijks heeft Jan de klink uit haar groef doen springen en de deur geopend, of een vrouw staat op om hem een stoel aan te bieden. Maar dan vallen haar ogen op Ageeth, die achter haar man naar binnen komt, en Paschen, zo heet de vrouw, verbleekt en stoot een luide gil uit.

Jan en Ageeth staan hevig ontsteld wegens het voorval, ze weten niet waaraan het toe te schrijven; toch duurt hun onwetendheid niet lang; want nauwelijks heeft Mertin tot zijn vrouw met een soort van liefderijke berisping gezegd: Nou, Paschen, je zou ons toch doen schrikken, en dat juist op het ogenblik dat twee vreemde personen ons komen bezoeken! Paschen kijkt nog eens naar Ageeth en zegt: Nee, ik vergis me toch niet, het is Ageeth levend en wel. Mertin, komen dan de doden terug?

Wat spreek je van doden, vrouw, het zijn levende personen die voor je staan. Wat wil je zeggen met je doden?

Maar manlief, herken je dan mijn speelmakkers niet: je weet wel de kleine Ageeth van Stammen, welke wij omgekomen geloven te zijn in het huis, toen de Fransen het in brand staken, tien jaar geleden?

By deze woorden werpt ook Mertin een onderzoekende blik op de vreemdelingen!

Jan en Ageeth maken zich bekend. Ageeth vertelt in weinige woorden, hoe zij aan de brand en aan het levensgevaar ontsnapt is; voegt eraan toe, dat wijlen haar vader enige zogenaamde Fransen heeft herkend onder hun vermommingen; dat dit ruchtbaar is geworden en men daarom besloten heeft, met de dood van Gerard Gielen en zijn vrouw Marie Rameckers, het geheim te begraven.

Op die wijze verklaart zij de wraakzucht van de bende en het schrift op de deur: Zo behandelen de Fransen de verraders en lafaards!

Op pene van afgebrant te worden 

https://sites.google.com/view/linguarium 


Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse