Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Bokkenrijders

Henricus Petri is gedoopt op 29 september 1701 in Ville Du Bois bij Vielsalm. Hij woonde samen met zijn vrouw Marieke Schutgens en kinderen in een boerderij (witte boerderij links op de foto) in het Straatje te Puth. In 1750 werd hij overvallen in deze boerderij te Puth door een bende Bokkenrijders.

https://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-petri/I59.php 

Corpus Delicti overval op Petri In Puth

Schinnen 4/5 maart 1750 RHCL in Maastricht - LvO 2024

Wij onderschreven Schepenen der Heerlicheijt Schinnen declareeren ende attesteeren, dat wij ons op den 6den martii Leslleeden  hebben getransporteert ten huijse van Henric Petri alwaer wij hebben bevonden in eene' wandt een gebroockene gatt waerdoor de dieven souden ingebrooken sijn aen' een kleen kamerken neffens den nehten aen de straet. Aldus gedeclareert den 26 maij 1750 onderstont Quod attestamur. was geteeckent Daem Gielen, Derck Coumans

Specificatie van gelt ende andersints wegens den diefstal begaen ten huijse van Henric

Petri in de nacht tusschen den vierden ende vijfden martij 1750.

1/mo Voor den eersten heeft den gemelden Henric Petri verclaert dat doens van hem ende uijt sijnen huijse door de dieven en knevelaers gestolen ende Eweghgevoert is sestigh à seventigh ducaten nochtans niet wetende precieselijck ofte het seventigh ducaten souden sijn geweest Evenwel boven de sestigh

2/do Vier Cruijtze Pattacons

3/tio een Croonstuck

4/to  dertigh blaumuser

5/to  een Copstuck Gulix gelt

6/to  een spaensche Ducaton

7/mo ende eenige andere specien van gelt gelijck als boterclaeskens, vettmannekens, Luijxe orden buijsschen etc.

8/vo alnoch veel lijnwant ende van het selve eenigh geteekent

9/no een silveren doosken om slagh ofte Catarre waeter daerinne te doen

10/mo den gouden Trouw Rinck

11/mo eenen bruijnen rock met een swart damaste Camisol als oock sijne andere kleederen welcke hij Daegelijcks was draegende

12/do    de Cleedren van sijne vrouwe gelijck als Cappoutien rocken, voorschoten, treckmutzen kleeren plaggen en andersints,

Aldus gedeclareert voor ons schepenen beneffens den Secretaris heden den 6 martij 1750 (onderstondt) Quod attestamur (was geteekent) Daem Gielen, Derck Koumans ende J.H. Dullens Secretaris.

Concordatiam cum suo Originale

Attestor J.H. Dullens Secretaris in Schinnen

Eedelijcke informatie genomen over den diefstal, knevelerije ende inbreuck begaen aen den huijse ende aen de xxx persoonen van Henric Petri ende sijne huijsvrouwe in de nacht tusschen den vierden en vijfden martij 1750 tot Puth onder dese Heerligheijt

Schinnen. Coram scabinis

Gielen en Coumans beneffens den secretaris heden den  6.martij 1750

Henric Petri oudt ontrent de vijftigh jaeren, inwoonder deser heerligheijt verclaert onder Eede (welcken hij ten sijnen huijse in handen van onsen secretaris gepresteert, ende wij dijeshalven door ordre van den Heere schouteth getransporteert),

Hoe dat hij in de nacht tusschen den vierden en vijfden martij lestleden op sijn bedde in de kamer liggende neffens sijne vrouwe en eenige discoursen met haer houdende, ontrent tusschen ellif à twelf uijren heeft eene deure hooren opgaen in de keucken, meijnende nochtans dat het sijne soone welcken s'morgens moeste uijtvaeren t'selve gedaen soude hebben.

Evenwel noch een weenigh beijdende, zijde hij deponent tot sijne vrouwe "O Heer wat is dat" ende instantelijck daer naer hoorde hij eene  stimme his verbis "Wij sullen digh nu hebben".

Dat doens gelijck eenen kort van persoon, swart bruijn gecrolt haijr, blauw gekleedt op sijne bedde gesprongen sonder naerlaetenop sijne vrouwe met een instrument, sonder te weten wat voor een, nochtans met eenigh ijser ofte koper, daer aen rabbelende geslagen heeft.

Dat ondertusschen vier andere quaedtdoenders hem deponent fellijck aengrijpende en op sijne bedde handen ende beenen gekneveld en gebonden hebbende, eenige der selve hem met de haijren van sijne bedde afgesleept hebben, ter aerden geworpen oock, op hem deponent sonder ophouden met eenen ijseren boom geslagen.

Addeerende in de wijle dat die knevelaers aen hem deponent  te binden waeren eenen der selve drij à viermael naer sijnen hals was stekenede, Edoch in sijne armen getroffen heetf, te weten in den lincken drij steeken ende in sijnen Rechter eenen.

Dat onder dese die hem deponent met sijne haijren ende andersints hem getormenteert hebbende onder andere gekent heeft Anthon Hamers, woonende op de Winterraeck, als oock van aengesight gekent hebbende  den oudsten soon van Martin Latin welcken met eenen kraem over landt gaet ende Jacque de Jardin genaemt den keuckelaer, woonende tot Hommert. Den selve sijne flint gevisiteert hebbende, heeft in den hals gehangen ende mede Ewegh gevoert.

Waer ontrent den deponent sijn hooft onder de bedtstaedt salveerende, veel meer andere in sijne kamer, huijs ende solder hoorde, waervan eenige van tijdt tot tijdt naer ondersoekinge van gelt ende andere Effecten tot hem gereverteert sijnde hem meijnende doodt te wesen.

Als wanneer des deponents vrouwe vraeghde met stille woorden 'Henric leeft gij noch' tot twee à drijmael toe, waer op hij niet en derfde andtwoorden om redenen dat die quaede gesellen noch van hem het leven gehoort hebbende vermoort ofte doodtgeslagen souden hebben.

Alsdoen quaem eenen , wederom hoorende des deponents vrouwe spreecken en heeft deselve wederom sonder ophouden soodaenigh met voeten gestooten dat de selve haer niet meer en koste beweegen, alsdoen naer het uijtblaesen der lighten vertrocken sijn.

Addeerende hij deponent verders dat als hij ter aerde lagh eenen der voors. gesellen tot hem is gekomen met vier ofte light hem aen sijne schaemelheijt gebrandt tot hij sijn laeste gelt moeste designeeren.

Quibus prælectis persitit et scribere nesciens cruce subsignavit (was gehandtmerckt)

Dit is de + merck van Henric Petri, verclaerende niet te konnen schrijven

(onderstondt) Quod attestamur

en was geteekent Daem Gielen, Derck Koumans ende J.H. Dullens Secretarius

Maria Schuttgens oudt ontrent de twee en vijftigh jaeren, geêdt ende geëxamineert deponeert dat sij deponente niemandt der knevelaers of quaedtdoenders gekent heeft.

Om dieswille dat eenige der gesellen haer op haer aengesight met gewelt hebben geworpen ende door de alteratie der continueele slaegen met doodende instrumenten, stooten ende andersints getracteert sijnde eenigen tijdt van haer selve heeft gelegen.

Maer bij haer selfs komende heeft aen haeren man gevraeght of hij noch leefde, heeft geen antwoordt bekomen, als wanneer eenen der gesellen haer deponente wederom heeft aengevat en soodaenigh met voeten gestooten dat sij deponente wederom van haer selven of buijten kennisse was liggende.

Soo dat deselve in't uijtgaen van die voors. quaedtdoenders niets en koste sien, maer eenige woorden hoorde, welcke niet precieselijck weet te nomineeren.

Ende bij haer selven komende heeft haeren man hooren roepen, Marie leeft gij noch, heeft geantwoordt 'jae'.

Als wanneer haeren man de stricken van sijne armen losgemaekt hebbende, heeft oock haer deponente haere armen ende benen ontbonden.

Ende dese haer voorgelesen sijnde  heeft daer bij gepersisteert ende Eijgenhandig onderteeckent (was geteeckent) Maria Scheuttes

(onderstondt) quod attestamur

en was geteeckent, Daem Gielen, Dirck Koumans ende J.H. Dullens Secretarius

Pro Copia Concordante J.H. Dullens  Secretarius

Eedelijcke Recollitie over de Declaratiën bij informatie  gegeven door de naervolgende getuijgen gedaen opt’huijs ter Borgh heden den 30. maij 1750

Henric Petri herdaeght, geEedt ende gerecolleert over sijne Declaratie gegeven den sesden martij lestleden, addeert als volght het welck hij doens door de groote alteratie soo precieselijck niet en heeft konnen seggen:

Dat primo als wanneer hem aen sijne schamelheijt het vier was gesteecken worden, sulx door dese quaedtdoenders geschiet moeste sijn om te bemercken of hij noch leefde. En dat hij Petri sigh daer op still gehouden heeft ende gefingeert of hij doodt was, waer op sij hem deponent dan oock niet meer aengetast en hebben.

Verders addeerende seght dat alswanneer hij in t'beginsel op die woorden die hij deponent seijde "Wer is daer", Anthon Hamers van de Winterraeck met eenen tegens hem deponent seijde "Heb ick dich, ich sal dich desen keer nu hebben". Dat het oock is geweest denselven Anthon welcken hem deponent met de haijren gegreepen ende van sijn bedde afgetrocken heeft.

Ende dese hem voorgelesen sijnde regereert hem wijders bij sijne voorgaende depositie ende verclaert alsnu over al te persisteeren ende ten dijen Eijnde gehandtmerckt (Was gehandtmerckt)

Dit is het merck van + Henric Petri verclaerende niet te konnen schrijven

(Onderstondt) Quod attestamur

was geteeckent Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henric Pijls, Derck Koumans ende J.H. Dullens  Secretarius

Marie Schutgens herdaeght, geëedt ende gerecolleert over haere gegevene Declaratie bij informatie genoen den 6. martij lestleden, addeert

Dat in t'beginsel alswanneer die quaedtdoenders op haer bedde springende om haeren man met haer te knevelen onder andere eenen der selve gesien heeft met blauw gekleedt en hebbende swarte crouse haijren, middelmaetigh van Postuijr, rondt en bruijn van aengesight.

Wijders verclaert sij deponente dat sij haeren man oock heeft hooren roepen "Wer Daer", waer op instantelijck die quaedtdoenders in haere kamer sijn ingevallen. Dat onder andere eenen der selve doens geseijt heeft, "Hij heb ich dich" gelijck men hier te lande spreekt. Dat volgens haer deponente duncken dese woorden soude gesproocken hebben Anthon Hamers van de Winterraeck.

Dat verders de voors. gesellen in de kamer komende onder hun de spraeck vermaeckden in hooghduijtsch.

Ende finalijck, doens de selve alles bij malkanderen gepackt hadden, hebben op haer deponente alles noch vindtbaer van stoelen, houten en andersints geworpen.

Wijders haer refereerende bij haere voorige depositie, verclaert naer voorgaende prælecture over all alsnu te persisteeren ende ten dijen Eijnde Eijgenhandigh onderteekent

(Onderstondt) en was geteekent Marija Schuttens,

Quod attestamur, en geteekent,

Paes Limpens, Nijcolas Campo, Derck Koumans, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Walraeff Knooren herdaeght geEedt ende gerecolleert over sijnen gegevene Declaratie bij informatie genomen den 14. april lestleden ende de selve aen hem wel duijdelijck voorgelesen sijnde, heeft daer bij gepersisteert ende Eijgenhandigh dese onderteeckent.

Was geteekent Walraff Knooren

(onderstondt) Quod attestamur en was geteekent

Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretarius

Mevis Paulsen herdaeght geEedt ende gerecolleert sijnde over sijne gegevene Declaratie in dato den 21. martij 1750 verclaert naer voorgaende prælecture over al daer bij te persisteeren ende ten dijen Eijnde Eijgenhandigh dese onderteekent

(was geteekent) Mevis Polssen

(onderstondt) quod attestamur

(was geteekent) Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Gielis Roox

herdaeght geEedt ende gerecolleert over sijnen gegevene Declaratie de dato den 10. april lestleden ende de selve aen hem wel duijdelijck van woorde tot woorde voorgelesen sijnde, heeft daer bij gepersisteert ende dese Eijgenhandigh gehandtmerckt (was gehandtmerckt)

dit is de merck + van Gielis Roox, verclaerende niet te konnen schrijven

(onderstondt) Quod attestamur en was geteekent Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretarius


Maria Dederen weduwe wijlen Walraff Trijpels herdaeght geEedt ende gerecolleert sijnde over haere Declaratie bij Informatie gegeven den 18. april lestleden, verclaert naer voorgaende prælecture daer bij te persisteeren ende heeft dese Eijgenhandigh onderteekent

(was geteekent) Maria Dederen

(onderstondt) quod attestamur

en geteekent Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Alwelcke getuijgen in presentie van beijde gedetineerde separatim den Eede hebben geswooren

(onderstont) Qud Attestamur

en geteekent Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Pro Copia

J.H. Dullens Scretarius

https://johnve.home.xs4all.nl/docop/proc0/proc_A11.html#312

Burgemeester H. Pijls van Schinnen schrijft in zijn boek De Bokkenrijders met de Dode Hand het volgende verhaal, over de diefstal bij Hendrick Petri te Puth o.a.

Het mikpunt van het rooversplan was daaromtrent gelegen woonhuis van Hendrick Petri genaamd "De Waal "(het huis in het Straatje te Puth). Volgens verklaringen op het einde van het jaar 1750 en begin 1751 van Nol C., W.W.Antoon. H.gl, M.O en andere voor het schepen-recht op ter Borg in Schinnen en voor het schepengerecht Jansgeleen was het verloop van de ondeneming als vogt:

De kapitein N.N. zette posten uit Willem C. Joes en Peter H. Franciscus H. werden gesteld bij het kruis onder de boomen tegenover het huis van Willem Rameackers (thans huis Peerenboom). Richters Noltjens en Scerpkens Rutt aan het huis van de Schepenen Hendrick Pijls (thans huis Wed. M. Janssen). De kapitein Peter op het Eijnde van Geleen, waar Nol dikwijls een stuk brood bedelde en zich warmde, plaatste dezen aan het het van Daniel Meijers zeggende: "Blief hier staen mantjen du suls ouch wat kriegen". Toen nog willende wegloopen trokken de kapitein en Antoon H. de messen en dreigde hem tesullen vermoorden zoo hij weg zoo loopen. Hem werd bevolen te fluiten als hij onraad zou horen. Als hij zoo fluiten zonder iets te horen, zouden ze hem doodsteeken. het was ongeveer 12 uur. Geerlinghs Daniels, Antoon W. en Francis en Antoon H. braken een gat in de muur naar de kant van de weide, waardoor ze naar binnen kropen en vele andere volgden. nauwelijks binnen of Nol hoorde roepen "Jesus Maria" hoorde veel robbelen en deuren slaan toen willende vluchten dreigde Scherpkens Rutt hem met een bijl neerteslaan. De Keukelaar kwam kort daarop naer buiten met eene tobbe bier en eene snelle (maat) en eene vlaije, waarmede hij de wachtende op en afwandelend tracteerde. De vlaaije werd door N.O en Nol C. opgegeten.Intusschen speelde zich binnenhuis volgens getuigenis van Petri en zijn vrouw Maria Schutgens voor de schout en schepenen op 6 maart 1750 het volgende gruwelijke toneel af. Toen petri met zijn vrouw te bed lag, de deur hoorde open gaan, meeende dat zijne zoon Joannes was welke 's-morgens vroeg met de kar naar de coel (kolenmijn) moest om kolen te halen riep hij: "Jan bist du dat". waarop tijgelijk vijf mannen binnen stormden.

Op Petri's hulpkreet "O Heer wat is dat"riep een der inbrekers: "Wir sullen dich noe hebben". Een korte persoon blauw gekleed met bruin haar sprong op hun bed en sloeg Petri's vrouw met eene ijzeren staaf zoodanig, dat zij bewusteloos bleef liggen, terwijl de vier andere Petri aangrepen, zijn handen en beenen knevelde en eene hunner met een mes herhaalde malen naar zijn hals stak en petri drie steekwonden in den linker en rechter schouder kreeg. Antoon H. van de Winteraak, welke hij kende, had intussen hem met zijn haren van het bed afgetrokken en met een ijzere boom herhaaldelijk zoodanig geslagen, dat het zeker de bedoeling was hem te dooden. Hij had het geluk zijn hoofd tekunnen "salveeren"onder het bed, waaraan hij zijn leven tedanken had. Daar liggende hield een der bandieten eene brandende kaars op zijne achterdelen hem dwingende te zeggen, waar overal het geld lag. Maar petri deed alsof hij stervende was. Van de inbrekers verklaarde Petri nog te hebben gekend den oudste zoon van Martin L. welke met spenselen over het land gaat, alsmede Jacques Dujardin van Hommert genaamd "Den Keukelaar ". Welke alleen behagen scheen tehebben in het op de slaapkamer hangende geweer, hetgeen hij zich, na het zelve onderzocht tehebben om de hals hing en dan naar buiten ging. Petri hoorde vele andere binnen komen en in alle vertrekken zoekend.

Van de dieven hadden eenige het aangezicht zwart gemaakt en alle spraken fingeerd hoogduitsch. Petri en zijn vrouw waande men beide dood. meenende alleen te zijn vroeg de vrouw fluisteren 2-3 maal "Henri leeft gij nog "waarop Petri niet durfde te antwoorden. Toen zulks echter gehoord werd, heeft een hunner de vrouw zoolang met de voeten bewerkt, dat hij thans zeker meende haar afgemaakt tehebben. Volgens getuigenis van Antoon H. dronken intusschen andere in de keuken op hun gemak een glas bier. Terwijl Henri uit Geleen, G. Daniels en de twee van Broeksittard, welke kort van postuijr en waarvan de eene rond en de andere lang van aangezicht was en beide blauwe kielen droegen, bezig met kisten en laden open te breken. Getuigen Antoon H. verklaarde verder, dat G.Daniels P.Sch. den de twee uit Broeksittard Petri van het bed afsleepten na gruwelijk geslagen en getrapt tehebben wierpen zij een bed op hem en lieten hem liggen. Het gestolende bestond in geld, kleedingstukken, linnen en wollen goederen en vleesch. De pakken werden uitgedragen door Geerlinghs Daniels, Meulejan, Antoon van Nagelbeek, Michel Hennix, Nol C. en de twee van Broeksittard N.N. van Geleen had "een cleen Packsken"onder de arm. Nadat alles gestolen was kwam een in Petri's kamer het licht uitblazen en allen trokken af.

De vrouw van Petri Maria Schutgens verklaarde niemand te hebben gekend. Zij werd van het bed met geweld op den grond gesmeten en geweldig gruwelijk aanhoudend met een ijzer geslagen gestooten, totdat zij bewusteloos werd. Tot haar bewustzijn gekomen vroeg zij haren man of hij nog leefd, waarop een van de bandieten haar zoolang met de voeten stampte, dat zij andermaal het bewustzijn en buiten kennis rakte. Tot haar zelve gekome hoorde zij haar man roepen "Marie leef gij nog"waarop zij natuurlijk "ja"antwoorde. Petri had zich ondertusschen weten teondoen van zijn banden om zijn armen en beenen en bijvrijde daarna zijn vrouw van de striemde bindels. De Keukelaar heel deftig op jagers-manier met de gestolene flint op zijn rug, kwam de wachters aan het kruis het einde van de diefstal aankondigen. zeggende "dat Petri doodt en kapot is ende de dat dien vrouwe oock niet meer den dagh sal leven" De vereeling van getolen goederen had onmiddellijk plaats Henri G. en LaumCr. kregen ieder een pak. M. Hennix kreeg een pak om te huize onder Spaubeekers te verdeelen M. O. kreeg 3 ellen doek, 2 vouwenhemden en een mannehemd. Eenige pakken gingen naar Geleen en Munstergeleen terwijl de Crijn uit Amstenrade door Nol beschreven werd als "van Bedaegden ouderdom een weingh nard de aarde duikende, wonende aan een heijbergh aldaer" een pak meekreeg.

Bron: Bijdrage tot de geschiedenis Heerlijkheid Schinnen H.Pijls blz. 32

Peter Diederen en zijn zwager Henri Petri die gehuwd was met Marieke Schutgens een zuster van zijn vrouw Ida Schutgens trekken zich het lot aan van de 6 weeskinderen Schutgens. Henri Petri is het schrijven niet machtig gezien hij een rekening voor landbouw-werkzaamheden voor de 6 weeskinderen Schutgens met een kruisje ondertekend. Verder betaald Henri Petri de zesweken dienst van zijn schoonmoeder Ida Vromen die gehuwd was met Johannes Schutgens. De kosten worden evenredig betaald over drie partijen Peter Diederen, hemzelfs en de weeskinderen Schutgens.

Bron: RA-Maastricht Landen van Overmaas nr. 2048.

Opmerking: in 1746 had de veldwachter van Schinnen, Theuwis Claessen bij Henri Petri een uitzetting moeten doen in een voogdijzaak en had Petri volgens Theuwis de gehele justitie uitgekreten voor schelmen".Bron: in het boek van Francois van Gehuchten.

Bron: https://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-petri/I59.php 

Zie ook: dbnl Het laatste lied van de Speelman, in: Limburg aan de galg. De legende van de Bokkerijders en de geschiedenis van hun lot(1966)–Frans van Oldenburg Ermke 

https://sites.google.com/view/linguarium 


Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse