Maandag 21 mei 2018

Niet alleen de supermarkten zijn hier tot laat open (in elke buurt zelfs wel een klokjerond) ook de boekwinkels sluiten niet om zes. Boven was er natuurlijk een cultureel iets. Mensen blijven hier niet thuis om tv te kijken en te klagen over de toeristenvergeven binnenstad: ze zorgen zelf dat die van hen blijft.

Hoe ik een bikinishow mistte

Ik ben dan toch nog de laatste dag van appartement gewisseld. Mijn eerste was echt een socialistische eenpersoonswooneenheid en daar heb ik niets tegen alleen het socialisme geloofde in de betere mens. En dat ben ik blijkbaar niet.

Die betere mens had denk ik drie handen, want zonder een extra hand kreeg ik iets profaan als de stoelgang niet voor elkaar. In het streven tot verheffing ging ik dan al zitten. Maar ook gezeten kwam ik met minder dan drie handen slechts provisorisch uit. Telkens bij het verrichten van noodzakelijke handelingen kwam de klep als een guillotine van Robespierre onverbiddelijk naar beneden gekletterd.

Hoezeer ik me ook wil aanpassen na een paar dagen is men deze trapeze-act moe.

Bij het vertrek stak de mevrouw van de aanpalende eenpersoonseenheid haar hoofd buiten de deur, dit deed ze wel meer om aanwijzingen te geven over bijvoorbeeld het gebruik van liftknopjes. Dat men erop moet drukken en niet vlak ernaast en zo. Ik gaf haar ten afscheid een zakje stroopwafels en legde geheel in lijn het gebruik ervan uit. Buurvrouw twee meldde zich daarop ook - ze heeft een heel paleiselijk interieur op haar wooneenheid verstouwd, haar hoofd eens buiten de deur houden moet een verademing zijn - en dus die gaf ik ook een zak. Dat leek me beter dan dat ze die ene zak deelden: ze hebben namelijk een vriendschap die op een gezamenlijke voorliefde voor afgunst is gebaseerd.

Aangekomen in mijn tweehonderd meter verderop gelegen nieuwe onderkomen deelde de verhuurster - een jonge dame met catwalkwaardige looks - me mede dat alles in de keuken click on click off is. Ik knikte maar wat schaapachtig mijn oog was onderwijl op de wc-bril gevallen die waarachtig fier omhoog stond.

Al had ze ondertussen een bikinishow gedaan, het zou me ontgaan zijn.

Zondag 20 mei 2018

Snippers

Waar ik vandaan kwam vroeg de kaartenverkoper en of ik wel wist wie dat was. Gavrillo Princip zei ik, alsof we op school nog de inktpot hadden gedeeld. De man waarvan gezegd wordt dat hij de Eerste Wereldoorlog startte. Nu is dat onzin natuurlijk, hij doodde een machthebber - Aartshertog Franz Ferdinand - wat de machthebbers een mooie aanleiding gaf om miljoenen mensen als Princip de dood in te jagen. Simpelweg omdat het om het principe gaat.

Op het plein voor Hotel Moskou, waar de kaartenverkoper zijn stal had, was me al enige malen een groep druk handelende mensen opgevallen. Het leek of de zwarte markt weer terug was: druk gingen er handel van hand tot hand, op lijstjes werd van alles bijgehouden. Op navraag bleek het om voetbalplaatjes te gaan van het komende wereldkampioenschap in Rusland. Logisch om dan voor Hotel Moskou een ruilbeurs te laten ontstaan.

Weet je overigens waar je een Oost-Europeaan verschilt van een Nederlander? Laat ze op een parkbank gaan zitten en je ziet het meteen: een Nederlander snelt op een lege bank af en gaat in het midden zitten, maakt zich zo breed mogelijk en zet zijn spullen naast zich op de bank. Alles moet gedaan worden om niemand op het idee te brengen erbij te gaan zitten: mijn bank! Een Oost-Europeaan niet, die weet dat een parkbank gemeenschappelijk bezit is en dat er altijd te weinig van zijn. Die gaat dus of helemaal links of helemaal rechts zitten. Met de spullen op de grond of op schoot. Zodat er nog iemand aan de andere kant kan en desnoods nog een in het midden.

En dat kan je in Nederland ook gerust doen (ik heb het me aangeleerd): Nederlanders komen toch nooit naast je zitten. Hooguit een verdwaalde Oost-Europeaan.

Duiven hebben er een handje (vleugel?) van grootste heroïek belachelijk te maken. Ze hebben letterlijk schijt aan alles. Vandaar dat de duif wel het symbool van de vrede zal zijn.

Overigens wijst hij ('kijk altijd naar waar beelden naar wijzen!') naar het nationale persbureau. Persvrijheid ligt altijd onder vuur.

Zemun zien en sterven

Ik nam de bus naar Zemun, een aan Nieuw Belgrado vastgegroeid Donaustadje. Voor de rust. Het openbaar vervoer in Belgrado is echter zoals iemand omschreef erger dan de Hel van Dante. Het feit dat de vriendelijke mevrouw van de toeristeninformatie me op het hart drukte vooral ver voor Zemun uit te stappen bij een niet te missen klont Stalinistisch beton, meende ik desondanks in de wind te kunnen slaan.

Het Belgraadse vervoersbedrijf kent geen verkeersinfopunt, overzichten met lijnen zijn er niet. Haltes geven slechts aan hoe de halte heet en de lijnen die er stoppen. Voor op de bus staat informatie waar je als vreemdeling niets mee kan, meestal Cyrrillisch en vaak niet kloppend: bussen in beide richtingen hebben hetzelfde doel. Het zou kunnen dat ze in een lus rijden, maar probeer er vooral geen logica op toe te passen. Laat alle hoop varen, gij die hier binnen gaat!

Welke bus je moet nemen is informatie die al generaties in de familie is en dit zal de reden zijn dat men geen verbeteringen toepast: familieverbanden zouden uitelkaar vallen. Het zijn geen buslijnen meer, het zijn levenslijnen.

Als een werkgever een andere bedrijfsruimte betrekt zoeken de werknemers een andere baan langs de vertrouwde buslijn. Verhuist familie kan dit een afscheid voor het leven zijn. Als een jongen een meisje leert kennen vraagt hij eerst aan welke lijn ze woont. Meestal wordt het dan niks.

Als je een gezin met drie kinderen een beetje verdwaald bij een bushalte ziet staan kan het best zijn dat er twee op die halte geboren zijn. Dat de ouders in de buurt van de halte een kostje bijelkaar scharrelen en één steeds de bussen in het oog houdt voor hun nummer.

Zo verging het mij ook. Toen ik Zemun na vreselijk verdwaald te zijn eenmaal gevonden had, had ik alleen maar oog voor hoe terug te komen bij de halte waar mijn 84 kwam. Terug in mijn buurtje voelde het als thuiskomen. Tegen de serveerster van het vertrouwde terras verzuchtte ik dat ik naar Zemun was geweest. 'Met de bus?' gilde ze en rende naar binnen voor water.

Zaterdag 19 mei 2018

Een fanfare vluchtend voor een plotselinge hevige maar korte bui.

Dan een demonstratie van enge types.

Een onverzettelijke mevrouw die het niet op de legbatterijen van kerk en sterke staat heeft.

In het vroegere Joegoslavische persbureau, tegenwoordig het Servische. In 1943 opgericht en Tito was er kind aan huis.

En op het eind van de avond protesteerde Anonymus tegen de varkensbioindustrie. De meneer links stond te schreeuwen dat hij best wilde ruilen met die varkens en de meneer rechts lijkt best wel op Anonymus zelf.

En ik was na dit alles (en dit is nog slechts een fractie van de dag die ik als rustdag in eigen buurt wilde besteden) zo moe dat ik de foto's niet meer upgeload kreeg maar ze maar van mijn beeldscherm opnieuw fotografeerde. Ziet er wel analoog uit vind ik.

Icoon

Tijdens de Kunstnacht die ik vandaag ook nog gedeeltelijk liep (in mijn eigen buurt) kwam ik ook terecht in een iconenwerkplaats. Op een aantal afbeeldingen zag ik een bepaalde oplossing om een boek te tekenen, qua perspectief geheel onjuist maar wel duidelijk. En aangezien tekenaars al vanaf de eerste grottekening dingen van elkaar hergebruiken maakte ik even snel een schetsje.

Totdat ik me bedacht dat ik dat niet te opvallend moest doen. Ik had die ochtend in een boekhandel naar aanleiding van een boekomslag met de maagd Maria die de lijkwade vasthoudt al wat icoontjes gekrabbeld. En stel ze zouden eens willen kijken.

Ik mag dan wel een blasfemist zijn, dat ben ik alleen tegen schijnheiligen. Mensen die devoot in stilte met hun werk bezig zijn verschoon ik daarvan.

Overigens was het goed dat ze zo met hun werk bezig waren. Er waren ook galeries waar de bewaking resoluut kleine kinderen en andere tere zielen weigerde.

Vrijdag 18 mei 2018

De oude klokkenmaker

Altijd had zijn klok de tijd aangegeven op het busstation en had alles op tijd gereden. Nu was er op de bussen geen verlet meer en rond zijn eens statige pand rezen zelfgetimmerde hokjes tevoor.

Vooral de man aan de overkant met zijn beduimelde vieze boekjes was hem een doorn in het oog, daar open en bloot naast de toiletten. Die mensen van snelle handel en nooit tijd en niet eens wonen boven hun eigen zaak.

Dan die plastic horloges die niet gemaakt waren voor de eeuwigheid. Wegwerp, alles was wegwerp. En als het weggeworpen was verkocht een ander het weer.

Maar de oude klokkenmaker hield stand: hij bleef de tijd repareren. Het liefst had hij alle klokken stil gezet.

Het is overal hetzelfde. Je wilt gewoon een eigen zelfstandige kat zijn en je eigen boontjes doppen en dan mag je er niet in...

... gelukkig leveren ze tegenwoordig ook aan de deur.

Donderdag 17 mei 2018

De mevrouw van het toerismebureau had me naar de burcht verwezen, waar de Sava in de Donau uitstroomt. Dat uitzicht. Dat dat mooi was. Ze had me namelijk gezegd dat ik geen smaak had en dat had ik ruimschoots toegegeven. Ik had haar gevraagd naar een gebouw dat ik vanuit de bus van het vliegveld in een flits had gezien en ik had het even voor haar getekend. 'Oh it is so ugly!' zei ze nog voordat de tekening goed en wel af was en ze meende het.

Ik liep dus maar braaf naar die burcht, voor de Donau even. En omdat ze me nadrukkelijk nakeek vast wetende dat ik zonder een beetje sturing thuisgekomen weer op vele vragen schaapachtig zal moeten kijken.

Die burcht was het bekende verhaal met zo'n vader des vaderlands op een paal. Meestal wijzen ze naar iets en het valt me op dat niemand ooit kijkt waar ze op wijzen want dan wordt het echt stompzinnig: aanbiedingen van damescorsetten of een ongeïnteresseerd neergezette bouwkeet, zulke dingen.

Dit was er een van de andere variant: het soort dat doordringend in de verte staat te staren. Ik volgde zijn blik en ja hoor daar stond ie: twee in betonrot uitgevoerde torenflats met een televisietoren ertegenaan geprakt. De schandvlek der natie.

Een mateloos mooi uitzicht inderdaad.

Het verdwijnen van de kruidendokter

In deze stadsjungle woonde Radovan Karadzic: Novi Belgrad aan de overkant van de Sava. Of beter gezegd Dragan Drabic, de kruidendokter. Een van de meest gezochte mannen ter wereld liet zijn baard staan, woonde gewoon tussen andere mensen in en begon een tweede carrière. En werd daarin ook nog min of meer bekend, hij bezocht als alternatief genezer zelfs buitenlandse congressen. Het verhaal van zijn arrestatie werd bekend maar voor de rest hoorde je er niet zoveel meer over.

Kijk ik kan met gemak verdwijnen, ik zou in die wijk kunnen gaan wonen, de buurt zou me leren kennen als die stille man die geen contact zoekt. Als je gezocht wordt is het begin natuurlijk moeilijk, je moet je uiterlijk veranderen, voedselbezorgservices waren er ook niet al eeuwig. Naar verloop van tijd moet je naar buiten, je spaargeld zal een keer op gaan. En je moet dingen regelen: een bankrekening want niet alles kan contant. Je moet een nieuwe identiteit. Als ik dat alles eenmaal rond zou hebben, zou ik mijn leven lang ongestoord in Novi Belgrad kunnen wonen. Bekenden zouden Belgrad kunnen bezoeken, maar niemand gaat naar Novi Belgrad. En als toch: ik zie er anders uit. Je spreekt geen vreemde aan die misschien vaag op iemand lijkt. En ik zie jou altijd eerder dan jij mij.

Met Karadzic lag dat anders. Dus deed hij beter zijn best: hij veranderde niet alleen zijn uiterlijk, hij nam ook een ander accent. Hij gebruikte zijn stem anders, ging anders bewegen. Hij bleek een method actor in huid en haar. En hij verstopte zich in de massa en dan ook nog eens in een groep waar men hem niet verwachtte. En bleef niet stil, nee hij viel op. Een waar Hollywooddrama eigenlijk.

Maar waarom viel hij dan door de mand? Simpelweg omdat het niet anders kan dat hij aan het begin hulp moet hebben gehad. En toen zijn uitlevering een onoverbrugbare politieke eis werd was het heel snel gedaan met de kruidendokter. En dat zal ook wel de reden zijn geweest dat het daarna stil bleef.

Ik loop nog even door de wijk, maar ik merk dat hoe onpersoonlijk het hier ook lijkt, een buitenstaander opvalt. Een jonge moeder en die oude meneer van een trappenhuis verder die even een praatje maken, kijken me nadrukkelijk na. Ik pluk maar wat weegbree, dat helpt tegen schichtigheid.

Woensdag 16 mei 2018

Ook in Belgrade protesteert men tegen de voorgenomen overname van de HEMA door de Belgen: 'HEMA [laat ik onvertaald]! Met je [laat ik zeker onvertaald]!' De woede zit zo diep omdat Belgrade nogal eens aangezien wordt voor de hoofdstad van België (Belg-rade) en ze vrezen dat er dan allemaal Nederlanders hier hun vette rookworsten en niet passende luierbroekjes komen ruilen.

Hoofdstation Belgrado

Dit is de centrale hal van het hoofdstation van Belgrado. Een miljoenenstad. Het is rond spitsuur. Het is godverlaten leeg. Achter een loket lag een medewerker te dutten.

In het andere gebouw, de entree tot het station - alwaar enige dichte informatiepunten gevestigd waren, probeerde een Albanees met zijn eigen valuta de koffieautomaat tot koffie te bewegen.

Op de perrons was het leeg. Toch komen hier nog 21 treinen op een dag. Alleen op het stationsterras in de schaduw zaten drie mannen aan het bier alsof dit al jaren hun eindstation was.

Toen ik naar buiten liep zag ik in de lokethal één wakkere mevrouw achter een raampje. Ze keek me aan met een blik die haar persoonlijk fotografeerverbod duidelijk onderstreepte. Zij was de controleur. Ze zat hier om toe te zien of alles goed ging.

En dat ging het. Geen twijfel over mogelijk.

Fonetisch [2]

Ik sloot gisteren af met het feit dat men toch niet zo heel snel de eigen achternaam fonetisch ging herspellen in Latijns schrift. Met de namen van anderen heeft men hier duidelijk minder moeite mee, zo zag ik Brus Springstin, Frenk Sinatra en Pikaso. De Nobelprijs voor de literatuur ging hier gewoon naar Bob Dilan en die werd opgehaald door Peti Smit (in andere Slavische talen zou dit toch echt Smithova zijn geweest). Lenard Koen overleed onlangs en Dzon F. Kenedi (sorry op die z had een hacek gemoeten om aan te geven dat die z als zj moet worden uitgesproken) is al langer dood. Majkl Vulf deed een boekje open over de huidige Amerikaanse president. En welke vier mannen uit Liverpool er met Bitsli werden bedoeld zag ik aan de foto.

Ik weet dat veel mensen zoiets verschrikkelijk vinden. Maar als je elkaar beter wilt leren begrijpen zul je op de regels van je eigen taal moeten willen inleveren.

Net zo vies beginnen mensen te kijken als ik een pleidooi voor interslavisch houd: een kunsttaal die begrijpelijk moet zijn voor alle Slavische taalgebruikers en - in een verdere variant - al het onbegrijpelijke voor een niet Slavisch sprekende weg moet halen. Dus alle charmante maar totaal overbodige grammaticale uitzonderingen wegslijpen.

Om diezelfde reden pleit ik er ook voor om het huidige Engels aan alle scholen af te schaffen. Die benepen Oxfordvariant dan. En te vervangen door een effectief Wereldengels zonder overbodigheden als shall of will en Shakespeare.

Villiam Shakesper in het Servisch overigens.

Dinsdag 15 mei 2018

Mijn uitzicht in Belgrado. Nog niet zo heel lang geleden vielen hier in het centrum bommen. En nu lijkt iedereen zonder scrupules de taal van de bommengooiers te spreken.

Opa schrijft zo gek

Het Servisch is de meest fonetisch geschreven taal ter wereld, verkondigt men hier. Alleen ze spreken heel anders fonetisch dan wij dat zouden doen.

Het doet me aan die stationschef op een klein buitenstationnetje van Praag denken die mij iets dergelijks over de Tsjechische taal vertelde. Tegen de tijd dat hij me rustig de vrouwelijke conjunctief zat uit te leggen had hij drie treinen niet door laten gaan (er kwamen er 7 per dag) en zag ik me daar nog voor vier dagen zitten.

Maar ik snap het wel ergens. Men zoekt aansluiting bij de rest van de wereld en heeft ingezien dat je dan beter het Cyrillisch schrift kunt vervangen door het Latijnse. En als je dat dan toch doet kan je het het beste maar zo fonetisch mogelijk doen, dat valt makkelijker te leren.

Dit gebruik van twee schriftwijzen heeft ook een voordeel. Ondanks dat het schrijven in het Latijnse schrift toegejuicht wordt, gebruikt de overheid nog steeds het Cyrillisch. Straatnamen zijn ook nog in het Cyrillisch, maar de plattegronden in het Latijnse schrift. Daar leer je dus van, als buitenstaander. Verpakkingen zijn bi-alfabetisch. Het voordeel ligt er hem in dat je direct een onderscheid tussen behoudende en progressieve Serven kunt maken. En verder is het wel rustgevend dat je de op de muur gekalkte parolen van reactionaire partijen niet kunt lezen.

Tot besluit zijn er dan nog de eigennamen: naast deurbellen staat steevast Cyrillisch. Je eigen achternaam fonetisch gaan uitspellen ligt toch nog iets moeilijk. Daar hoef je geen Tjehrrie Boedeht voor te heten.