Op de zoekkaart zie je schematische tekeningen van de hommel, bij, wesp en zweefvlieg. In de wolkjes zie je kenmerken.
Hommels zijn bijen, maar dan met een dikke vacht.
Bijen hebben vier vleugels en zijn deels harig. De achterpoten hebben vaak lange haren met bolletjes stuifmeel. Een bij vangt geen prooien, maar leeft van nectar en stuifmeel van bloemen.
Zweefvliegen doen aan mimicry. Het zijn vliegen in een bijenpakje!
Zweefvliegen hebben twee vleugels. Ze hebben veel kortere antennes en kunnen niet steken. Zweefvliegen hangen stil in de lucht als ze vliegen.
Wespen zijn felgeel en zwart gestreept. Ze zijn veel kaler dan de meeste bijen. Het middel is heel smal.
Werksters vangen prooien voor de larven. De larven geven dan suiker. Nadat larven uitvliegen, blijven werksters verlangen naar zoetigheid. Hierom kunnen limonadewespen in augustus agressief zoeken naar zoet eten/drinken.
7 De zoekkaart staat op je werkblad met lege wolkjes. Schrijf de woorden van hiernaast op je eigen werkblad.
Hiernaast zie je 13 soorten bijen die je in de tuin of op je balkon kan vinden. Voor de Nationale Bijentelling in april staat online nog meer informatie. Dat is voor een andere keer.
Ga verder met de gele knop.