Tweede zondag van Pasen

 1) Openingsvers Heer, open mijn lippen. En mijn mond zal uw lof verkondigen. 2) Uitnodiging Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.Juicht voor de Heer, aarde alom,dient de Heer met verblijden,komt voor zijn aanschijn met jubel. Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.Besef het: de Heer is God;Hij schiep ons, wij horen aan Hem,zijn volk, Hij weidt ons als schapen. Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.Treedt zijn poort in met een danklied,gaat met lofzang zijn voorhoven binnen,looft Hem, zegent zijn Naam. Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.Overvloed geeft Hij, de Heer.Tot in eeuwigheid is zijn genade,van geslacht tot geslacht is zijn trouw. Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia.Eer zij de heerlijkheid Gods:Vader, Zoon en heilige Geest.Zo was het in den beginne,zo zij het thans en voor immer,tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.Refr. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia. 3) Hymne O dag van de verrijzenis,de volken zijn verblijd.Christus, de Heer, is opgestaan,de vreugd’ der eeuwigheid. De steen in weggenomen,zijn graf werd ons een bron,hier zal het leven stromen,dat in de dood begon. Zo gaf Hij ons met groot gezageen nieuwe scheppingsdag:door ’t kruishout brak nieuw leven aan,met ongekende kracht. Het paaslicht is gekomen nu:de Heer, de grote zon!Hij is ons allen voorgegaan,ja, waarlijk opgestaan. Op deze overwinningsdagheft nu dit loflied aan:de Vader lof gegeven,voor deze dageraad. De Zoon die nu verrezen isen ons terzijde staat;de Geest, die ook geprezen is,die ons niet meer verlaat. 4) Lezingendienst Ik ben die is; Ik zoek geen raad bij goddelozen maar vind mijn geluk in ’s Heren wet. Alleluia. Psalm 1 Gelukkig de mens die weigert te doenwat goddelozen hem raden; Die niet de wegen der zondaars gaat,niet zit te midden der spotters; Maar die zijn geluk vindt in 's Heren wet,haar dag en nacht overweegt. Hij is als een boom, aan het water geplant,die vruchten draagt op zijn tijd; Des zomers verdorren zijn bladeren niet,maar al wat hij doet brengt hem voorspoed. De goddelozen vergaat het zo niet:de wind blaast hen weg als kaf. Geen goddeloze houdt stand in het oordeel,geen zondaar waar vromen bijeen zijn. De Heer immers kent de weg van de vromen,de weg van de zondaars loopt dood. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Ik ben die is; Ik zoek geen raad bij goddelozen maar vind mijn geluk in ’s Heren wet. Alleluia.*Ik heb mijn Vader gevraagd en Hij heeft mij de volken als erfdeel gegeven. Alleluia. Psalm 2 Waarom zijn de volken rumoerig,beramen de naties verzet? De heersers der aarde komen in opstand+de machthebbers vinden elkaartegen de Heer en zijn gezalfde. “Laat ons hun boeien verbreken,hun ketenen werpen wij af!” Die woont in de hemel, Hij lacht,de Heer drijft de spot met hen. Dan vaart Hij uit in zijn gramschapen slaat hen met schrik voor zijn toorn: “Ik zelf heb mijn koning aangesteldop Sion, mijn heilige berg.” Dit is het besluit van de Heer: +Hij sprak tot mij: “Gij zijt mijn zoon,Ik heb u heden verwekt. Vraag Mij, Ik geef u de volken als erfdeel,schenk u de aarde als eigendom. Breek hun verzet met ijzeren scepter,sla hen in stukken als potten van klei.” Weest nu verstandig, gij vorsten,heersers der aarde, weet wat ge doet! Dient de Heer met ontzag,kust Hem bevend de voeten. Wekt ge zijn toorn op dan zijt ge verloren,snel is zijn woede ontbrand. Gelukkig degenen die Hem vereren,hun toevlucht nemen tot Hem. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Ik heb mijn Vader gevraagd en Hij heeft mij de volken als erfdeel gegeven. Alleluia.*Ik ben gaan rusten en slapen en Ik ben weer opgestaan, want de Heer stond Mij bij. Alleluia. Psalm 3 Heer, hoe talrijk zijn zij die mij kwellen,dreigend komen zij op mij af. Overal hoor ik ze roepen:“Redding bij God vindt hij niet!” Toch zijt Gij, Heer, mijn schild,Gij geeft mij eer en aanzien. Altijd wanneer ik roep tot de Heer,antwoordt Hij mij van zijn heilige berg. Veilig kan ik gaan rusten en slapen,ik zal weer opstaan, want Hij staat mij bij. Duizenden vijanden zal ik niet vrezen,ook al dringen zij wild om mij heen. Heer, richt U op en kom nader,kom mij te hulp, mijn God! Gij die mijn vijand de kaak verbrijzelt,Gij die de tanden der zondaars breekt. Ja, bij de Heer is redding;zegen dan, Heer, uw volk. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Ik ben gaan rusten en slapen en Ik ben weer opgestaan, want de Heer stond Mij bij. Alleluia. De leerlingen waren vervuld van vreugde. Alleluia.Bij het zien van de Heer. Alleluia. 5) Lezing + stille tijd 6) Lofzang Te Deum U, God, loven wij.U, Heer, prijzen wij.Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.U, Vader, onmetelijk in majesteit.U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoogverheven.U, heilige Geest, de Vertrooster:U willen wij prijzen iedere dag.Uw Naam verheerlijken voor altijd.Op U, Heer, is onze hoop gevestigd,beschaam ons niet in eeuwigheid. 7) Morgengebed         Christus is verrezen. Zijn licht straalt over het volk dat Hij met zijn bloed heeft verlost. Alleluia. Psalm 63 (62) God, mijn God zijt Gij,ik zoek U reeds bij het ochtendgloren. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hartals dorre akkers naar regen. Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,beschouw ik uw macht en uw glorie. Meer waard dan het leven is mij uw genade,mijn mond verkondigt uw lof. Ik zal U prijzen zolang ik leef,mijn handen uitstrekken naar U. Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,mijn mond zal U jubelend danken. Wanneer ik op mijn bed aan U denk,dan blijf ik wakend over U peinzen. Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,ik koester mij onder uw vleugels. Met heel mijn hart houd ik vast aan U,het is uw hand die mij steunt. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Christus is verrezen. Zijn licht straalt over het volk dat Hij met zijn bloed heeft verlost. Alleluia.*Onze Verlosser is verrezen uit het graf. Zingen wij een loflied voor onze God. Alleluia. Lofzang Dan. 3, 57-88.56 Looft de Heer, alle schepselen Gods,prijst en verheft Hem eeuwig. Looft de Heer, hemelse sferen,boden des Heren, prijst Hem. Looft Hem, wateren boven de hemel,hemelse machten, prijst Hem. Looft de Heer, zon en maan,sterren des hemels, prijst Hem. Looft de Heer, regen en dauw,alle stormwinden, prijst Hem. Looft de Heer, vuur en hitte,koude en warmte, prijst Hem. Looft Hem, nevels en buien,hagel en vorst, prijst de Heer. Looft de Heer, ijs en sneeuw,nachten en dagen, prijst Hem. Looft de Heer, licht en donker,bliksem en wolken, prijst Hem. Loof de Heer, heel de aarde,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, bergen en heuvels,al wat daar groeit, prijs de Heer. Looft de Heer, zeeën en stromen,bronnen van water, prijst Hem. Looft de Heer, zeegedrochten, +alles wat leeft in het water,vogels des hemels, prijst Hem. Looft Hem, wilde en tamme dieren,mensenkinderen, prijst de Heer. Israël, loof de Heer,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, priesters des Heren,al zijn dienaren, prijst Hem. Looft Hem, geesten van de rechtvaardigen,vromen, ootmoedigen, prijst de Heer. Looft Hem, Ananja, Azarja, Misaël,prijst en verheft Hem eeuwig. Loven wij Vader en Zoon en Geest,laat ons Hem prijzen, verheffen voor eeuwig. Geprezen Gij, Heer, in de koepel des hemels,U komt de lof toe in alle eeuwen. Onze Verlosser is verrezen uit het graf. Zingen wij een loflied voor onze God. Alleluia.*Alleluia! De Heer is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Alleluia, alleluia. Psalm 149 Zingt voor de Heer een nieuw gezang,zijn lof weerklinke te midden der zijnen. Israël juiche zijn Schepper toe,laat Sions volk zijn koning begroeten. Looft zijn Naam in een heilige dans,bespeelt voor Hem tamboerijn en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint,omkranst de verdrukte met zegekransen. Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,viert feest in uw legerplaatsen. Gaat met het lied van God in uw mond,het vlijmscherpe zwaard in uw handen. Trekt met uw wraak door het heidense land,bestraft de vijandige volken. Neemt hun vorsten geboeid met u mee,hun leiders in ijzeren kluisters. Voltrekt aan hen het vonnis van God,glorievol is dit voor al zijn getrouwen. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Alleluia! De Heer is verrezen, zoals Hij gezegd heeft. Alleluia, alleluia. 8) Bijbellezing 9) PsalmrefreinDit is de dag die de Heer heeft gemaakt. Alleluia.Wij zullen hem vieren in blijdschap. Alleluia. 10) Lofzang uit het Evangelie Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig, maar gelovig. Geprezen zij de Heer, de God van Israël,omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt. Een redder heeft Hij ons verwektin het geslacht van David, zijn getrouwe; Zoals Hij reeds van oudsher had verklaardbij monde van zijn heilige profeten: Verlossing uit de macht van onze vijandenen uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworenons eenmaal te verlenen; Om aan de greep van vijanden ontruktHem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheidal onze dagen voor zijn aanschijn. En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen. Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengendoor de vergeving van hun zonden; Dank zij de innige barmhartigheid van onze God,die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan; Om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dooden onze voeten te geleiden op een weg van vrede. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig, maar gelovig. 11) Slotgebeden, Onze Vader, Zegen