Feest van de Doop van de Heer

 1) Openingsvers Heer, open mijn lippen. En mijn mond zal uw lof verkondigen. 2) Uitnodiging Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden.Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten,juichen wij toe de Rots van ons heil.Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,Hem met liederen eren. Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden.Een machtige God immers is de Heer,koning is Hij over alle goden.De aarde ligt uitgespreid in zijn hand, +aan Hem behoren de toppen der bergen.De zee is van Hem, Hij heeft haar gemaakt  +zo goed als het land door zijn handen gevormd. Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden.Komt, werpen wij ons aanbiddend ter aarde,knielen wij neer voor Hem die ons schiep.Hij is onze God en wij zijn volk,Hij is de herder en wij zijn kudde. Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden.Luistert heden dan naar zijn stem. +“Weest niet halsstarrig als eens in Meriba,zoals in Massa in de woestijn;waar uw vaderen Mij wilden tartenofschoon zij mijn daden hadden gezien.” Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden. “Veertig jaar stond dit volk mij tegen;Ik sprak: ze zijn toch een dolend volk +zij kennen mijn wegen niet.Daarom heb Ik in mijn gramschap gezworen:nimmer vinden zij rust bij Mij.” Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden.Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest.Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen.Refr.: Christus, de welbeminde Zoon, in Wie de Vader zijn welbehagen heeft gesteld,komt, laat ons Hem aanbidden. 3) Hymne
Des Vader Zoon van eeuwigheid,het Kind der Maagd in deze tijd,die door de doop zijt ingewijd,die ons door het geloof bevrijdt. Uit hoge hemelen gegaan,neemt Gij het mensenlichaam aan,hebt dood en duister weggedaan,schenkt eeuwig licht aan ons bestaan. Tot U, Verlosser, bidden wij,kom haastig, sta uw kind’ren bij,maak onze harten klaar en blijdoor ’t zonlicht van uw heerschappij. Blijf bij ons, Heer, in uw geduld,verdrijf de nacht die ons omhult,genees ons, reinig ons van schuld,dan zijn wij diep van U vervuld. U, Christus, zij de lof gewijd,die waarheid, weg en leven zijt.Gij zijt met Geest en Vader één,het hemels licht straalt om U heen. 4) Lezingendienst De stem van de Heer schalt over het water, Gods majesteit roept van over de zee. Psalm 29 (28) Huldigt de Heer, alle kinderen Gods,huldigt de Heer om zijn glorie en macht. Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam,knielt voor Hem neer om zijn heilige luister. De stem van de Heer schalt over het water,Gods majesteit roept van over de zee. De stem van de Heer met dreunend geweld,de stem van de Heer, ontzagwekkend! De stem van de Heer scheurt ceders uiteen,versplintert de Libanon-reuzen. De Libanon danst als een schrikachtig kalf,de Sirjon springt als een jonge buffel. De stem van de Heer spuwt vlammen van vuur,+de stem van de Heer doet de steppen rillen,de Kades-woestijn beeft van angst voor Hem. De stem van de Heer doet de hinden werpen,+ontbladert het dichte woud;zijn tempel weergalmt van zijn glorie. De Heer troont boven het firmament,daar zetelt Hij eeuwig als koning. De Heer vermeerdert de kracht van zijn volk,Hij zegent zijn volk met vrede. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. De stem van de Heer schalt over het water, Gods majesteit roept van over de zee.*Heel de aarde moet U aanbidden, Heer, en juichen van vreugde, want Gij zijt verschenen: een nieuw licht voor alle tijden. Psalm 66 (65) I Jubelt voor God, alle landen der aarde,bezingt de heerlijkheid van zijn Naam. Brengt Hem uw hulde en zegt tot uw God:‘Verbijsterend zijn al uw daden. Zelfs uw vijanden moeten U eren,want groot is uw wondere macht. Heel de aarde moet U aanbidden,bezingen uw heilige Naam.’ Komt en aanschouwt wat God heeft verricht,ontstellende daden onder de mensen. Hij maakte de zee tot een droge vallei,zij gingen te voet door de bedding. Laten wij juichen van vreugde om Hemdie eeuwig regeert door zijn macht. Altijd houdt Hij de volken in ’t oog,dat geen opstandige zich kan verheffen. Prijst, alle volken, nu onze God,verkondigt de faam van zijn daden. Hij is het die ons nieuw leven gaf,voor struikelen ons behoedde. Nu stelt Gij ons op de proef, o God,wij worden als zilver gelouterd. Nu hebt Gij ons in een vangnet verstrikt,een zware last legt Gij ons op de schouders. Iedereen loopt maar over ons heen,+ons pad gaat door water en vuur,maar Gij brengt ons telkens verlichting. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Heel de aarde moet U aanbidden, Heer, en juichen van vreugde, want Gij zijt verschenen: een nieuw licht voor alle tijden.*God zij geprezen, Hij is het die mij nieuw leven gaf en mij verlichting bracht. Psalm 66 (65) II Daarom bezoek ik met offers uw huisen kom ik aan U mijn geloften volbrengen: Al wat mijn mond U al eerder gaf,mijn lippen beloofden toen ik in nood was. Schapen en rammen verbrand ik voor U,ik slacht voor U stieren en bokken. Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij,ik zal verhalen wat Hij mij gedaan heeft. Hem heeft mijn mond steeds om hulp gevraagd,mijn tong heeft Hem altijd geprezen. Was het verkeerd wat mijn hart begeerde,dan zou de Heer mij niet hebben verhoord. God echter luisterde naar mijn gebed,Hij gaf gehoor aan mijn smeken. God zij geprezen, Hij wees mij niet af,onthield mij niet zijn erbarmen. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. God zij geprezen, Hij is het die mij nieuw leven gaf en mij verlichting bracht. Dit is mijn Zoon, de Welbeminde.Luistert naar Hem. 5) Schriftlezing + stille tijd 6) Lofzang Te Deum U, God, loven wij.U, Heer, prijzen wij.Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.U, Vader, onmetelijk in majesteit.U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoogverheven.U, heilige Geest, de Vertrooster:U willen wij prijzen iedere dag.Uw Naam verheerlijken voor altijd.Op U, Heer, is onze hoop gevestigd,beschaam ons niet in eeuwigheid. 7) Morgengebed         Een stem uit de hemel sprak: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in Wie ik welbehagen heb.’ Psalm 63 (62) God, mijn God zijt Gij,ik zoek U reeds bij het ochtendgloren. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hartals dorre akkers naar regen. Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,beschouw ik uw macht en uw glorie. Meer waard dan het leven is mij uw genade,mijn mond verkondigt uw lof. Ik zal U prijzen zolang ik leef,mijn handen uitstrekken naar U. Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,mijn mond zal U jubelend danken. Wanneer ik op mijn bed aan U denk,dan blijf ik wakend over U peinzen. Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,ik koester mij onder uw vleugels. Met heel mijn hart houd ik vast aan U,het is uw hand die mij steunt. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Een stem uit de hemel sprak: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in Wie ik welbehagen heb.’*Zeeën en stromen, looft de Heer, bronnen, zingt Hem een loflied. Alleluia. Lofzang Dan. 3, 57-88.56 Looft de Heer, alle schepselen Gods,prijst en verheft Hem eeuwig. Looft de Heer, hemelse sferen,boden des Heren, prijst Hem. Looft Hem, wateren boven de hemel,hemelse machten, prijst Hem. Looft de Heer, zon en maan,sterren des hemels, prijst Hem. Looft de Heer, regen en dauw,alle stormwinden, prijst Hem. Looft de Heer, vuur en hitte,koude en warmte, prijst Hem. Looft Hem, nevels en buien,hagel en vorst, prijst de Heer. Looft de Heer, ijs en sneeuw,nachten en dagen, prijst Hem. Looft de Heer, licht en donker,bliksem en wolken, prijst Hem. Loof de Heer, heel de aarde,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, bergen en heuvels,al wat daar groeit, prijs de Heer. Looft de Heer, zeeën en stromen,bronnen van water, prijst Hem. Looft de Heer, zeegedrochten, +alles wat leeft in het water,vogels des hemels, prijst Hem. Looft Hem, wilde en tamme dieren,mensenkinderen, prijst de Heer. Israël, loof de Heer,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, priesters des Heren,al zijn dienaren, prijst Hem. Looft Hem, geesten van de rechtvaardigen,vromen, ootmoedigen, prijst de Heer. Looft Hem, Ananja, Azarja, Misaël,prijst en verheft Hem eeuwig. Loven wij Vader en Zoon en Geest,laat ons Hem prijzen, verheffen voor eeuwig. Geprezen Gij, Heer, in de koepel des hemels,U komt de lof toe in alle eeuwen. Zeeën en stromen, looft de Heer, bronnen, zingt Hem een loflied. Alleluia.*In Geest en vuur reinigt Gij de mens van zijn smetten. God en Verlosser, U prijzen en verheffen wij allen. Psalm 149 Zingt voor de Heer een nieuw gezang,zijn lof weerklinke te midden der zijnen. Israël juiche zijn Schepper toe,laat Sions volk zijn koning begroeten. Looft zijn Naam in een heilige dans,bespeelt voor Hem tamboerijn en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint,omkranst de verdrukte met zegekransen. Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,viert feest in uw legerplaatsen. Gaat met het lied van God in uw mond,het vlijmscherpe zwaard in uw handen. Trekt met uw wraak door het heidense land,bestraft de vijandige volken. Neemt hun vorsten geboeid met u mee,hun leiders in ijzeren kluisters. Voltrekt aan hen het vonnis van God,glorievol is dit voor al zijn getrouwen. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. In Geest en vuur reinigt Gij de mens van zijn smetten. God en Verlosser, U prijzen en verheffen wij allen. 8) Bijbellezing 9) Beurtzang Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over onsGij die vandaag verschenen zijt.Ontferm U over ons.Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over ons 10) Lofzang uit het Evangelie ***antifoon van de dag*** Geprezen zij de Heer, de God van Israël,omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt. Een redder heeft Hij ons verwektin het geslacht van David, zijn getrouwe; Zoals Hij reeds van oudsher had verklaardbij monde van zijn heilige profeten: Verlossing uit de macht van onze vijandenen uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworenons eenmaal te verlenen; Om aan de greep van vijanden ontruktHem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheidal onze dagen voor zijn aanschijn. En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen. Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengendoor de vergeving van hun zonden; Dank zij de innige barmhartigheid van onze God,die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan; Om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dooden onze voeten te geleiden op een weg van vrede. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. ***antifoon van de dag*** 11) Slotgebeden, Onze Vader, Zegen