01/11 – Hoogfeest van Allerheiligen
1) Openingsvers Heer, open mijn lippen. En mijn mond zal uw lof verkondigen. 2) Uitnodiging Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen.Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten,juichen wij toe de Rots van ons heil.Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,Hem met liederen eren. Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen.Een machtige God immers is de Heer,koning is Hij over alle goden.De aarde ligt uitgespreid in zijn hand, +aan Hem behoren de toppen der bergen.De zee is van Hem, Hij heeft haar gemaakt +zo goed als het land door zijn handen gevormd. Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen.Komt, werpen wij ons aanbiddend ter aarde,knielen wij neer voor Hem die ons schiep.Hij is onze God en wij zijn volk,Hij is de herder en wij zijn kudde. Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen.Luistert heden dan naar zijn stem. +“Weest niet halsstarrig als eens in Meriba,zoals in Massa in de woestijn;waar uw vaderen Mij wilden tartenofschoon zij mijn daden hadden gezien.” Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen. “Veertig jaar stond dit volk mij tegen;Ik sprak: ze zijn toch een dolend volk +zij kennen mijn wegen niet.Daarom heb Ik in mijn gramschap gezworen:nimmer vinden zij rust bij Mij.” Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen.Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest.Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen.Refr.: Komt, laat ons de Heer aanbidden, de Koning van alle heiligen. 3) HymneO Christus, eerstgeborene,die uit de dood zijt opgestaan,Gij zijt uw uitverkoren volkin kruis en glorie voorgegaan. Gekomen door de Rode Zeeals overwinnaar uit de strijd,voert Gij verloste mensen mee,die naar uw beeld herschapen zijn. Wie wil betreden, in uw spoor,de oever van een nieuw bestaan,moet als een korrel in de voor,als door een vuur de dood ingaan. God woont in ontoegankelijk licht,verborgen bron van al wat leeft,en niemand ziet zijn aangezichtdan hij aan wie de Zoon het geeft. Hij gaf het u, Gods heiligen,zijn kracht wordt in u openbaar;wij worden in u menselijkzijn goedheid voor de mens gewaar. Met u verbonden gaan wij nude lange weg van lief en leed,gedragen en gesteund door uaan wie God grote dingen deed. 4) Lezingendienst Hoe ontzagwekkend is uw Naam, Heer, want Gij hebt uw heiligen met luister en eer gekroond en hen gesteld over het werk van uw handen.01/11 – Hoogfeest van Allerheiligen
Heer, onze Heer, hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde,hoger dan de hemel reikt uw majesteit. Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt Gij U de lof bereiddie uw tegenstanders en bestrijders doet verstommen. Als ik naar de hemel kijk, het kunstwerk van uw vingers,als ik maan en sterren zie, die Gij daar hebt gezet: Ach, wat is de mens dan, dat Gij naar hem omziet,’t mensenkind, dat Gij zo voor hem zorgt? Niet veel minder dan een engel hebt Gij hem geschapen,hem gekroond met luister en met eer. Heel uw schepping aan hem onderworpen,alles aan zijn voeten neergelegd; Runderen en schapen overal,ook de wilde dieren op de velden; Vogels in de lucht en vissen in de zee,al wat wemelt in de oceanen. Heer, onze Heer, hoe groot zijt Gij,hoe ontzagwekkend is uw Naam op aarde! Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Hoe ontzagwekkend is uw Naam, Heer, want Gij hebt uw heiligen met luister en eer gekroond en hen gesteld over het werk van uw handen.*Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Heer, wie mag te gast zijn in uw tent,wie mag op uw heilige berg verblijven? Wie rechtvaardig is en eerbaar leeft,+in zijn hart geen boze plannen koestert,geen bedrog pleegt met zijn tong; Wie zijn evenmens geen schade doeten zijn buren niet te schande zet; Wie de boosdoener veracht,maar de dienaars van de Heer in ere houdt; Wie beloften in zijn eigen nadeel toch volbrengt,+zijn bezit niet uitleent tegen woeker,als getuige niet omkoopbaar is. Wie zich zo gedraagtzal niet wankelen in eeuwigheid. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.*Gij, Heer, hebt uw heiligen de weg van het leven gewezen: Gij hebt hen met vreugde vervuld voor uw aanschijn. Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht;+Gij zijt mijn Heer, ik erken het,ik vind geen geluk buiten U. Met alle godvrezenden in zijn landvoel ik mij innig verbonden. Maar hij stort zichzelf in het ongelukdie vreemde afgoden naloopt. Ik zal ze geen plengoffers brengen van bloed,hun naam komt niet over mijn lippen. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker,Hij heeft mijn lot in zijn hand. Een heerlijk land is mij toegemeten,mijn erfdeel is al wat ik wens. Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft,Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer,ik val niet, want Hij staat naast mij. Daarom ben ik rustig en blij van hart+en zonder zorg is mijn geest,mijn lichaam kan veilig rusten. Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over,Gij geeft uw dienaar niet prijs aan bederf. Gij zult mij de weg van het leven wijzen+om heel mijn vreugde te vinden bij U,bestendig geluk aan uw zijde. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Gij, Heer, hebt uw heiligen de weg van het leven gewezen: Gij hebt hen met vreugde vervuld voor uw aanschijn. Ziet op naar de Heer, dan straalt uw gelaat.Want Hij stelt u niet teleur. 5) Schriftlezing + stille tijd 6) Lofzang Te Deum U, God, loven wij.U, Heer, prijzen wij.Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.U, Vader, onmetelijk in majesteit.U, eniggeboren Zoon, waarachtig en hoogverheven.U, heilige Geest, de Vertrooster:U willen wij prijzen iedere dag.Uw Naam verheerlijken voor altijd.Op U, Heer, is onze hoop gevestigd,beschaam ons niet in eeuwigheid. 7) Morgengebed De heiligen hebben hun woning in het Rijk der hemelen. Zij rusten er voor eeuwig. God, mijn God zijt Gij,ik zoek U reeds bij het ochtendgloren. Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hartals dorre akkers naar regen. Zo zie ik omhoog naar de plaats waar Gij woont,beschouw ik uw macht en uw glorie. Meer waard dan het leven is mij uw genade,mijn mond verkondigt uw lof. Ik zal U prijzen zolang ik leef,mijn handen uitstrekken naar U. Mijn ziel wordt verzadigd met voedzame spijs,mijn mond zal U jubelend danken. Wanneer ik op mijn bed aan U denk,dan blijf ik wakend over U peinzen. Want Gij zijt altijd mijn beschermer geweest,ik koester mij onder uw vleugels. Met heel mijn hart houd ik vast aan U,het is uw hand die mij steunt. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. De heiligen hebben hun woning in het Rijk der hemelen. Zij rusten er voor eeuwig.*Looft de Heer, al zijn heiligen; prijst en verheft Hem eeuwig. Alleluia. Looft de Heer, alle schepselen Gods,prijst en verheft Hem eeuwig. Looft de Heer, hemelse sferen,boden des Heren, prijst Hem. Looft Hem, wateren boven de hemel,hemelse machten, prijst Hem. Looft de Heer, zon en maan,sterren des hemels, prijst Hem. Looft de Heer, regen en dauw,alle stormwinden, prijst Hem. Looft de Heer, vuur en hitte,koude en warmte, prijst Hem. Looft Hem, nevels en buien,hagel en vorst, prijst de Heer. Looft de Heer, ijs en sneeuw,nachten en dagen, prijst Hem. Looft de Heer, licht en donker,bliksem en wolken, prijst Hem. Loof de Heer, heel de aarde,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, bergen en heuvels,al wat daar groeit, prijs de Heer. Looft de Heer, zeeën en stromen,bronnen van water, prijst Hem. Looft de Heer, zeegedrochten, +alles wat leeft in het water,vogels des hemels, prijst Hem. Looft Hem, wilde en tamme dieren,mensenkinderen, prijst de Heer. Israël, loof de Heer,prijs en verhef Hem eeuwig. Looft de Heer, priesters des Heren,al zijn dienaren, prijst Hem. Looft Hem, geesten van de rechtvaardigen,vromen, ootmoedigen, prijst de Heer. Looft Hem, Ananja, Azarja, Misaël,prijst en verheft Hem eeuwig. Loven wij Vader en Zoon en Geest,laat ons Hem prijzen, verheffen voor eeuwig. Geprezen Gij, Heer, in de koepel des hemels,U komt de lof toe in alle eeuwen. Looft de Heer, al zijn heiligen; prijst en verheft Hem eeuwig. Alleluia.*Hij is de glorie van Israëls volk, van al zijn getrouwen. Zij gaan met Gods lied in de mond, jubelend om hun triomf. Zingt voor de Heer een nieuw gezang,zijn lof weerklinke te midden der zijnen. Israël juiche zijn Schepper toe,laat Sions volk zijn koning begroeten. Looft zijn Naam in een heilige dans,bespeelt voor Hem tamboerijn en citer. Want onze Heer, die zijn volk bemint,omkranst de verdrukte met zegekransen. Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,viert feest in uw legerplaatsen. Gaat met het lied van God in uw mond,het vlijmscherpe zwaard in uw handen. Trekt met uw wraak door het heidense land,bestraft de vijandige volken. Neemt hun vorsten geboeid met u mee,hun leiders in ijzeren kluisters. Voltrekt aan hen het vonnis van God,glorievol is dit voor al zijn getrouwen. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. Hij is de glorie van Israëls volk, van al zijn getrouwen. Zij gaan met Gods lied in de mond, jubelend om hun triomf. 8) Bijbellezing 9) Psalmrefrein/BeurtzangAlle rechtvaardigen, weest blij in de Heer.Verheugt u en jubelt, oprechten van hart.Weest blij in de Heer.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.Alle rechtvaardigen, weest blij in de Heer. 10) Lofzang uit het evangelie De rechtvaardigen zullen schitteren als de zon in het Rijk van de Vader. Alleluia. Geprezen zij de Heer, de God van Israël,omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt. Een redder heeft Hij ons verwektin het geslacht van David, zijn getrouwe; Zoals Hij reeds van oudsher had verklaardbij monde van zijn heilige profeten: Verlossing uit de macht van onze vijandenen uit de hand van allen die ons haten. Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,zijn heilige verbond gestand doen; De eed aan onze vader Abraham gezworenons eenmaal te verlenen; Om aan de greep van vijanden ontruktHem zonder vrees te dienen; In vroomheid en gerechtigheidal onze dagen voor zijn aanschijn. En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhoogste,want gij gaat voor de Heer uit om zijn weg te banen. Gij zult zijn volk de boodschap van verlossing brengendoor de vergeving van hun zonden; Dank zij de innige barmhartigheid van onze God,die als een nieuwe dag voor ons zal opgaan; Om licht te brengen in het duister en de schaduw van de dooden onze voeten te geleiden op een weg van vrede. Eer aan de Vader en de Zoonen de heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijden in de eeuwen der eeuwen. Amen. De rechtvaardigen zullen schitteren als de zon in het Rijk van de Vader. Alleluia. 11) Slotgebeden, Onze Vader, Zegen