Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Bezitloosheid 


Verkoop je boel en begin opnieuw. Wat je niet durft uit te spreken is waar. Ik zit te denken aan een mogelijkheid, maar dan moet ik dit allemaal achterlaten. Met dat werk verdien ik het kapitaal, hoe klein ook, van dat huis. Ik heb me nog nooit zo gehecht als aan dit huisje. Nee, dat is niet waar. Die andere mogelijkheid, de onzekerheid daarvan, daarvoor schrik ik terug.

Maar waarom eigenlijk? Ik heb gevraagd om een signaal, maar ik krijg al een hele tijd geen antwoord. Of is dit het signaal? Dit isolement. Het idee dat ik als leraar niet op mijn plaats ben. Niet zo’n leraar.

Waarom zou ik mijn huis verkopen, als ik niet weet wat ervoor in de plaats komt? Misschien ben ik iets anders dan ik nu ben. Een identiteit die niet naar voren komt. Zoals de intelligentie van iemand die zich door een hersenbloeding niet meer kan bewegen niet naar voren komt. Zijn bewegingloosheid is een gevangenis voor zijn geest. Is er met mij ook zoiets aan de hand? Een bepaalde toestand in mijn lichaam houdt de geest die zich wil uiten tegen. In plaats daarvan uit zich een ander, die voor mij aangezien wordt of die ik voor mij aanzie. Hoe kan het dat ik mezelf zo binnenhoud?

 Vroeger ging ik plotseling verhuizen, van Nijmegen naar Amsterdam, zonder dat ik er een goeie reden voor kon geven. Waarom zou ik nu een reden moeten hebben? Ik voel me hier vastgezet, maar niemand heeft het gedaan behalve ikzelf.

Het is niet zo raar dat een beeld van mezelf, waarin ik nauwelijks geloof, faalt. Ik heb vandaag gefaald. Waarom zou ik niet eens een keer doen, wat al een hele tijd in mijn hoofd zit? Deze plek verlaten, evenals de omstandigheden die ertoe hebben geleid. Dit hier is de riviermonding waar alles bezinkt wat ik onderweg meegenomen heb. Stilstand.

Ik heb gefaald, omdat ik verandering wilde. Ik wilde iets nieuws doen. Taalfilosofie. Dit zit nog niet echt in me. Het kwam daardoor op een verkeerde manier naar buiten, maar dat zegt toch iets. Ik wil verandering. Eigenlijk is er al zoveel verandering geweest. Nee, dat is het niet. Er is iets dat nooit veranderd is. Een vraagstuk, een raadsel is het. Van de dingen die er zijn geweest is nog maar heel weinig over. Het verleden is heel broos geworden. Ik bedoel: de noodzaak om zo door te gaan die is er nauwelijks meer.

En nu voel ik voor het eerst die gehechtheid. In dit huisje ben ik zelf aanwezig aan de muren en in veel wat erin staat. Ik voel me hier geborgen. Voor het eerst voel ik zoiets. Is het waar? Ook nu wil ik weer weg, net als vroeger. Altijd wilde ik weg. Dit hier is het niet. Dit hier is het niet. Het is altijd hetzelfde liedje. Maar nu voel ik heel reëel die drang om hier te blijven, me niet bij een nieuw iemand aan te sluiten en niet een nieuwe plek te zoeken. En toch voel ik dat dit hier mijn rol niet is. Ik ben absoluut geen intellectueel en daarom kan ik niet zo goed verdragen dat anderen me zo zien.

Misschien moet ik aan die drang geen gevolg geven. De sprong wagen. Iets nieuws beginnen. Iets dat er eigenlijk al is, maar bedekt wordt door wat ik nu schijn te zijn.

Het is moeilijk te verdedigen dat een ander mij in deze rol heeft gezet. En als dit toch zo zou zijn, dan zou ik er toch gemakkelijk een eind aan kunnen maken. Waarom heb ik het niet gedaan? Het is niet echt een rol, als je die zelf creëert. Al die studies alleen maar om een hoop woorden te verzamelen.

Ik zag in de boekwinkel een boek met de titel: Een monnik verkoopt zijn.... Ik ben het merk van de auto vergeten. Het omschrijft ongeveer wat ik nu voel. Ik voel dat al een hele tijd, misschien al mijn leven lang, maar tot voor kort had ik niet het gevoel dat ik iets te verkopen had. Die monnik was een rijke advocaat. Wat ben ik?

Een kleine beurs kan groter zijn dan een grote beurs, dacht ik onderweg. Dat dacht ik dus echt. Het is dus echt waar dat ik de mammon vereer. Die beurs is niet echt zo klein. Hij is groot genoeg om me van een bepaalde stap te weerhouden. Nog steeds durf ik dit niet heel duidelijk te zeggen.

Je kunt alleen houden van iemand die zelfloos is. Dat is de realiteit waarvan je het idee hebt dat je die niet kunt bereiken. Uiteindelijk ben je toch zelfloos doordat je er straks niet meer bent. Ik denk dat het inderdaad zo is dat je je de wereld moet voorstellen zoals die is als je er niet bent. In die wereld mis je die ene draad die hem tot jouw wereld maakt en waardoor je de werkelijke wereld niet ziet. Dat is dus heel lastig. Jezelf onzichtbaar maken.

Niet dat het niet zou kunnen. Het is niet wat je wilt. Ik wil de werkelijkheid zien, maar wel ik, nietwaar? Dat gaat dus niet.

Zou het niet beter zijn de tekens waarmee je jezelf zichtbaar maakt te verwijderen? Alles waarvan niemand behalve jij kan zeggen dat het van jou is. Dat allemaal vertroebelt je blik. Hierdoor kom je niet tot de werkelijkheid. Ik heb dit allang zo gezien en toch heb ik er niet de consequentie uit getrokken.

Een mens moet wonen, heb ik gezegd. En wat je daarvoor allemaal doet, daarmee kun je een hele lange rij maken. Het is de wereld van de noodzaak, die je zinnen doet vormen die beginnen met: ik moet ..., en die rij is even lang als de vorige.

Het is zo beschamend dat ik deze situatie zelf veroorzaakt heb. Dit is op mijn leeftijd niet meer als een jeugddwaasheid te beschouwen. Als ik deze gedachten niet had, zou er niks aan de hand zijn, maar het is nu eenmaal zo, dat ik deze gedachten heb. Daarom is dit niet te verontschuldigen.

Liefde, liefde, liefde, hoe vaak heb ik je naam uitgesproken? Het is net alsof de wereld verloren gaat, maar welke wereld is dat? Mijn wereld. Die gaat echt verloren. Besef je dit wel? Hoe ziet de wereld eruit zonder jou? Je kunt je dat nauwelijks voorstellen of misschien toch wel een beetje. De wereld is nu al bijna zonder jou. Die twee ogen van jou die deze wereld zien dat is niet zo’n groot verschil. Er zijn enkele miljarden van zulke ogen, allemaal hevig verlangend hun wereld te zien. Denk je dat het veel uitmaakt dat jij daar ook bij bent? Het kan de anderen in elk geval weinig schelen.

 Onverschilligheid veroorzaakt een soort niet bestaan van iemand. Het betekent: ik ben niet op jou gericht. Ik houd geen rekening met jouw aanwezigheid. Als je zo onverschillig zou kunnen zijn voor jezelf. Wat voor een ander heel gemakkelijk is, is voor jou moeilijk. Niemand zal opkijken van welk besluit jij ook neemt. Het betekent in de wereld vrijwel niets. Ja, je zou nog eens zoiets willen doen, een dwaasheid die volgens anderen bij de jeugd thuishoort. Een verandering zonder reden. Het is gewoon absurd. Waarom zou je opgeven wat je zo op prijs stelt? Maar nee, zo is het niet. Er moet een daad gesteld worden. Er moet iets gebeuren.

De ware liefhebber bezit zelf niks. Heb je het in dat leven (dat leven is voor mij het belangrijkste leven geweest) niet vaak genoeg gezegd: verzamel geen schatten op aarde. Mijn schatten? Mijn, dat is het probleem. Bezitloosheid is de oplossing.

Als uw oog u hindert, ruk het uit en werp het weg. Hoe lang heb ik deze hindernis laten bestaan? Natuurlijk moet een mens wonen en moet het geld rollen. Daar wil ik geen woorden aan verspillen. Het gaat om de rol die ik speel, hoe ik rol in de wereld.

Wat je nu hebt meegemaakt, heeft je geschokt. Het houdt je wakker uit de slaap. Is er dan zoveel reden om geschokt te zijn? Een hoog zelfbeeld is geschokt, meer niet. Ik ken genoeg mensen voor wie dat beetje onbegrip dat jij ervaren hebt hun dagelijkse kost is. Dat onbegrip, dat is een medicijn. Je hebt een taart opgediend, maar er zijn er een stel die geen taart lusten. Is dat erg? Soms kun je geen groter begrip krijgen dan onbegrip.

Ja, dat begrijp ik ook wel, dat het allemaal niet zo erg is. Als ik morgen wakker word, zal het er allemaal anders uitzien. Ik weet nu al wat ik zal denken. Dat besluit, dat was gisteren. Het is nu vandaag. Dat geldt nu niet meer.

En och: dit voortdurende gedraai in mezelf dat begin ik zat te worden.

Wie gaat weg, als hij niet weet waar hij heen moet? Dat is bij mij het geval. Als er nou een reden was. Er is wel een reden, in mezelf, maar niet een reden die ergens anders vandaan komt. Vuurtorenwachter of schaapsherder of een ander nutteloos beroep, dat zou een reden zijn. Ik voel me vooral zo nutteloos. Ook dat heb ik aan mezelf te danken.


Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse