Ga naar de Facebook Pagina
Bij de klassieke Mercedes-dieselmotoren van 30 jaar of ouder (denk aan de legendarische OM601, OM602, OM603 uit de W124 en W201, of de nog oudere OM615/616/617 uit de W123) werkt het gloeisysteem heerlijk mechanisch en analoog. Geen complexe motormanagementcomputers (ECU's), maar een robuust glooirelais, dikke kabels en betrouwbare techniek.
Hier is hoe de voorgloeitijd en nagloeitijd bij deze motoren precies werken.
Omdat deze oudere diesels voorkamerdiesels zijn (indirecte inspuiting), hebben ze bij een koude start absoluut extra hitte nodig om de diesel te ontbranden.
Hoe het werkt: Wanneer je de sleutel naar stand 2 draait, sluit het glooirelais een stroomkring. Er loopt direct een flinke stroom (tot wel 80 ampère) naar de gloeibougies. De punten van deze bougies worden binnen een paar seconden kersenrood en bereiken een temperatuur van zo'n 850°C tot 1000°C.
De timing: Bij deze generatie wordt de voorgloeitijd geregeld door een eenvoudige **thermische tijdschakelaar** of een **temperatuursensor** (NTC-weerstand) die in het koelwaterblok zit geschroefd en verbonden is met het relais.
Is de motor ijskoud (-10°C)? Dan gloeit het systeem gerust 15 tot 30 seconden voor.
Is de motor al warm? Dan 'ziet' de sensor dit en is de voorgloeitijd nagenoeg nul.
Het dashboardlampje: Het bekende gele spiraallampje op je dashboard is een indicatielampje geen absolute timer. Als het lampje uitgaat, betekent dit dat de motor warm genoeg is om te starten. Let op: het relais blijft vaak nog even doorstroom leveren, zelfs als het lampje al uit is, om te zorgen dat de kamer maximaal verhit is tijdens het omdraaien van de sleutel.
Als de motor eenmaal aanslaat, is het feest nog niet voorbij. Juist bij dieselmotoren zonder elektronica is de nagloeitijd cruciaal.
Waarom nagloeien? Direct na een koude start zijn de cilinderwanden en de voorkamer nog koud. Als de gloeibougies meteen zouden uitschakelen, ontbrandt de diesel onvolledig. Dit zorgt voor het typische 'nagelen' (rauw lopen), overslaan van cilinders, witte/blauwe rook en een flinke stoot onverbrande brandstof (stank).
Hoe het werkt (zonder elektronica): Zodra je de sleutel doorvoert naar de startstand (stand 3) en de motor aanslaat, activeert het relais de nagloeifunctie. Dit gebeurt volledig op basis van een mechanische bimetaal-timer of een analoge condensatorschakeling in het relais zelf, gecombineerd met de koelwatertemperatuur.
De timing: Afhankelijk van het exacte bouwjaar en het type relais (de bekende zilveren of zwarte kastjes achter de koplamp of tegen het binnenscherm) gloeien deze motoren na de start nog zo'n **30 tot maximaal 60 seconden** na.
Beveiliging: Zodra de koelwatertemperatuur een bepaalde waarde bereikt (vaak rond de 50°C), of wanneer de interne timer afloopt, klikt het relais hoorbaar uit. Dit voorkomt dat de gloeibougies doorbranden.
Bij deze old- en youngtimers is het systeem puur functioneel ontworpen:
Sleutel op stand 2: Relais sluit ==> Gloeien start ==> Dashboardlampje brandt (tijd is afhankelijk van de buitentemperatuur).
Lampje gaat uit: Starten maar. (Het relais gloeit stiekem nog heel even door). Er zijn ook gebruikers die daarom nog even (een-twee-drie-vier-vijf) wachten nadat het gele lampje uit gegaan is met het werkelijke starten.
Motor loopt: Het relais blijft nog 30 tot 60 seconden stroom leveren (nagloeien) om de motor mooi rond te laten lopen en rook te beperken, waarna een mechanische/analoge timer de stroom definitief afsluit.