Wikimedia: Samuel Hirszenberg, Uriel d'Acosta onderwijst de jonge Spinoza.
God ofwel de natuur
Plato gebruikt in De Republiek het woord theologie. Ik vind het vreemd. Is theologie niet van joden afkomstig?
Het is een Grieks woord, en ik weet toevallig, in die passage van De Republiek komt het voor het eerst voor. Er is mij geen vroegere vermelding bekend.
Wat bedoelt Plato met theologie?
Het vertellen van godenverhalen, en in het bedoelde fragment gaat het over de vraag welke verhalen men aan kinderen mag vertellen. De verhalen die Homerus vertelt over goden en helden gaan niet alleen over het goede dat u aan kinderen wil leren, maar er komen ook veel misdaden, geweld en dergelijke, in voor, die niet geschikt zijn voor de oren van kinderen. Een kind is immers niet in staat onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fantasie. Integendeel, alle ideeën die een jong kind in zich opneemt, kunnen niet meer worden veranderd, en ze hechten zich onuitwisbaar in zijn geest vast. Dat is dan ook de reden waarom het zo belangrijk is dat opvoeders hun uiterste best doen om ervoor te zorgen dat de eerste verhalen, en alle andere dingen die kinderen te horen krijgen, pedagogisch verantwoord zijn.
De stoïcijnen kennen een tripartiete theologie: politieke, mythische en natuurlijke theologie. Zo onderscheidt Panaetius drie klassen van goden: gepersonifieerde natuurkrachten, de goden van de staatsreligie en die van de mythe. Op dezelfde manier maakt Scaevola, leerling van Panaetius, onderscheid tussen drie soorten goden: die van de dichters, die van de filosofen en die van de staatslieden.
Weer een ander, Varro, zegt, dat dichters hoofdzakelijk werken met de mythische theologie; filosofen houden zich bezig met de natuurlijke theologie; de staatslieden tenslotte gebruiken de politieke theologie.
In de late Oudheid wordt de Griekse theologie vervangen door de Hebreeuwse. De godenverhalen worden vervangen door de verhalen van de bijbel over God. Mythische theologie wordt bijbeltheologie. Politieke theologie wordt ethiek.
Hoewel de natuurlijke theologie in de Middeleeuwen niet als onderdeel van de filosofie wordt onderwezen, zijn de christelijke theologen geneigd de natuurlijke theologie te rekenen tot de filosofie. Wat natuurlijke theologie wordt genoemd is in hun ogen geen theologie in de ware zin van het woord, want het leidt de kennis van God af uit een studie van de natuur onafhankelijk van de bijbel. Daarom vinden zij het juister om het filosofie te noemen.
Spinoza baarde opzien, toen hij sprak van het oneindig zijnde dat wij God ofwel de natuur noemen.
Infinitum ens, quod deum, seu naturam appellamus.
Maar hij dacht bij de natuur aan natuurwetten, die net zo onveranderlijk zijn als God.
Ik zou het beter gevonden hebben, als hij had gezegd: het oneindig veranderlijke dat wij God ofwel de natuur noemen, of nog beter: het oneindig zijnde dat wij God ofwel de evolutie noemen.