Motivatie en oproep

Motivatie sturing op vliegbewegingen

en oproep tot aanpassing Europese slotverordening

Het kabinet wil de negatieve externe effect van de luchtvaart reguleren door "de focus te leggen op

hinderbeperking in plaats van het aantal vliegbewegingen". Dat staat in het regeerakkoord van

kabinet Rutte III. "Daardoor werken wij aan een betere leefomgeving en luchtkwaliteit" staat

vervolgens in dezelfde zin van het regeerakkoord.


Maar dat is natuurlijk onzin.


Het beperken van geluidhinder zonder beperking van het aantal vliegbewegingen leidt niet tot een

betere leefomgeving, noch tot een betere luchtkwaliteit. Om de negatieve effecten van het

vliegverkeer op de natuur, luchtkwaliteit, veiligheid, de volksgezondheid en het klimaat te beperken

is het essentieel dat het aantal vliegtuigbewegingen beperkt wordt. Deze negatieve externe milieu

effecten kunnen niet beperkt worden door te sturen op geluid. Aangezien de huidige praktijk om de

geluidhinder te reguleren door het vaststellen van een bepaalde geluidruimte met de introductie van

stillere vliegtuigtypen op termijn leidt tot het toestaan van meer vliegtuigbewegingen, heeft de door

het kabinet voorgestane focus op hinderbeperking zelfs een in de tijd toenemend negatief effect op

de natuur-, milieu- en klimaatgevolgen van het vliegverkeer.


Milieuvervuiling die het vliegverkeer veroorzaakt valt niet te voorkomen of beperken door alleen

maar regels te stellen aan de maximale productie van geluid.


Dat geldt zeker ook voor de gevolgen voor het klimaat.

De broeikas effecten van de uitstoot van het luchtverkeer zijn twee tot drie keer zo groot als de

klimaat impact van de CO2 uitstoot van het vliegverkeer alleen. Dat komt doordat de uitstoot van

stikstofoxiden en de vorming van vliegtuigstrepen en cirrusbewolking het broeikaseffect van de

vliegtuiguitstoot versterken.


Om voornoemde redenen is het noodzakelijk om de natuur-, milieu en klimaatgevolgen van het

vliegverkeer te beperken door het instellen van een nationaal plafond voor het aantal

vliegbewegingen, in combinatie met een verdeling van het maximaal toegestane aantal over de

Nederlandse luchthavens met commercieel vliegverkeer. Dit maximum aantal vliegbewegingen dient

middels een eenduidige definitie van commercieel vliegverkeer te worden vastgelegd in de

luchtvaartnota 2020-2040 en in de luchthavenbesluiten van de vliegvelden Schiphol, Lelystad,

Eindhoven, Rotterdam, Eelde en Maastricht.


De minister van Infrastructuur en Waterstaat schrijft in antwoord op kamer vragen over de

handhaafbaarheid van maximale aantallen vliegtuigbewegingen dat overschrijding van het maximum

aantal vliegbewegingen kan worden voorkomen door middel van de slotuitgifte.

In dezelfde kamerbrief geeft de minister echter ook aan, dat het systeem van slotuitgifte leidt tot

overschrijding van het maximum aantal vliegbewegingen als gevolg van een overmaat van

beschikbare slots die overgebleven zijn van slotaanvragen in voorgaande jaren. Hierdoor zijn er meer

slots beschikbaar dan het maximale aantal vliegtuigbewegingen dat is toegestaan. Eenmaal verleend

historische slotrechten kunnen bovendien niet worden ingetrokken.


Doordat het aantal gebruikte slots achteraf wordt vastgesteld aan de hand van de

capaciteitsdeclaratie, er geen onafhankelijk beoordeling plaatsvindt op de inhoud van die

capaciteitsdeclaratie en de sector zelf de inhoud van capaciteitsanalyse voorafgaand aan

slottoekenning en slotdeclaratie achteraf vaststelt, is het huidige systeem van slotregulering niet

handhaafbaar. Om adequate handhaving van het maximum aantal vliegtuigbewegingen mogelijk te

maken is een aanpassing nodig van de Europese slotverordening.