Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Abraham   Ouburg

In de kamer zaten op een avond van de maand oktober 1826, drie personen bij een kleine blikken lamp te werken. De andere personen die zich in de kamer bevonden waren drie kinderen, twee jongens en een meisje. Gilles [10j], Agnes [8j], Laurent [7j], De jongsten Henri en Anne Marie [2j] zijn al naar bed.

De jonge vrouw stond op, plaatste haar kantkussen op een stoel en sprak tot de kinderen: Gilles, Agnes, Laurent, jullie moeten gaan slapen. Kom, doe die papieren nu weg.

Gilles: Och, mama, mag ik nog wat opblijven? Ik zal zo stil zijn.

De Grootmoeder: Kom, kom, Marie Anne, laat Gilles nog maar wat uit zijn bed. Laat hem nog wat schrijven.

De Grootmoeder: Och, de schout zegt, dat Abraham Ouburg zo'n goede meester is.

De moeder: Burgemeester, moet je zeggen, bonma.

Eindelijk nam de grootmoeder het woord: Maar, Jean, ik moet je toch eens iets zeggen.

De Vader, onverschillig: Ja? Laat horen, bonma, wat is het?


https://sites.google.com/view/linguarium

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse