Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Ik leer Surinaams van Kenneth Sweet. Hij schrijft ook een gedicht voor mij in Sranan. Het gedicht gaat over dromen.


Mi e dren,

dati wan sma e luku mi,

dati wan ai e luku mi,

dati wan noso e smeri mi,

dati wan mofo e tesi mi,

dati wan jesi artji mi,

dati mi stjin e taigi mi

sa mi e moesoe doe.

ai, mi e firi mi switi,

bikassi mi inse seti en srefi boen.


Je hebt een relatie met je zelf. Deze relatie is, als je wakker bent, reflexief. Je zegt dan: Ik kijk naar me zelf, ik hoor me zelf, ik praat met mezelf, en dergelijke. Als je droomt, is de relatie die je met je zelf hebt, niet reflexief. Kenneth zegt dan: Ik droom, dat iemand naar me kijkt, dat een oog naar me kijkt, dat een neus me ruikt, dat een mond me proeft, dat een oor me hoort, dat mijn lichaam me vertelt, wat ik moet doen. Ja, ik voel me lekker, omdat ik van binnen goed in elkaar zit.


https://blog.despinoza.nl/log/spinozas-droom-5-hier-spinoza-over-de-droom.html


Spinoza schrijft het volgende over dromen:

 Wanneer wij echter in onze dromen spreken, dan denken wij dit op grond van een vrij besluit van God te doen en toch spreken wij niet, of als wij spreken doen wij dit op grond van een onwillekeurige beweging van het lichaam. Wij dromen verder dat wij voor de mensen iets verbergen, en dit op grond van hetzelfde besluit van God dat ons hierover doet zwijgen, als wij wakker zijn. Wij doen ten slotte in onze dromen op grond van een besluit van God bepaalde dingen, die wij wakker niet durven. Ik zou daarom graag willen weten of er in God twee soorten besluiten zijn, namelijk ingebeelde en vrije. Indien men echter de dwaasheid niet zover wil voeren, dan moet men erkennen dat het besluit van God waarvan men aanneemt dat het vrij is, zich niet onderscheidt van een verbeelding of een herinnering en hetzelfde is als de bevestiging die elk idee als zodanig noodzakelijk insluit. Deze besluiten van God ontstaan in God dus met dezelfde noodzakelijkheid als de ideeën van feitelijk bestaande dingen. Wie echter meent dat hij op grond van een vrij besluit van God spreekt, of zwijgt, of iets doet, droomt met open ogen.” [Vert. Henri Krop]


Dromen presteren slecht als het gaat om het weergeven van feiten in de buitenwereld, maar ze zijn perfect in het weergeven van innerlijke feiten.

Dat is te begrijpen. Als men droomt, heeft men de ogen gesloten. De wereld wordt buiten gehouden. En als men overdag droomt, terwijl men de ogen open heeft, dan heeft men op een andere manier de ogen toch gesloten, namelijk doordat men zich naar binnen richt.

Een mens geeft zich helemaal over aan de slaap of meditatie of gebed, hij is niet op zijn hoede, maar spontaan, hij staat open voor zijn ware gedachten en gevoelens, die hij in de waaktoestand misschien niet zou toelaten.

In de opleiding theologie was er geen belangstelling voor dromen. Dat was voer voor psychologen, niet voor theologen. Dat vond ik vreemd. Vanaf het vroegste begin van de mensheid, in de zogenaamde primitieve culturen, tot en met de bijbel, en de andere wijze boeken van het oosten, werd de droom gezien als een primaire bron van informatie.

Een voorbeeld van zo’n vroeger opgetekende droom was het visioen van Petrus te Jaffa.

De apostelen en de gemeenteleden in Judea hoorden dat ook de heidenen Gods woord hadden aanvaard. Toen Petrus, terugkwam in Jeruzalem, spraken de Joodse gelovigen hem hierover aan en verweten hem dat hij onbesnedenen had bezocht en samen met hen had gegeten. Daarop zette hij uiteen wat er precies gebeurd was. Hij zei: ‘Toen ik in Jaffa aan het bidden was, werd ik gegrepen door een visioen: een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek, werd aan vier punten uit de hemel neergelaten tot vlak bij mij. Ik keek er aandachtig naar en zag de lopende en kruipende dieren van de aarde, en ook de wilde dieren en de vogels van de hemel. En ik hoorde een stem tegen me zeggen: “Ga je gang, Petrus, slacht en eet.” Maar ik antwoordde: “Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit gegeten van iets dat verwerpelijk of onrein is.” Maar voor de tweede keer kwam er een stem uit de hemel: “Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.” Dat gebeurde tot driemaal toe; daarna werd alles weer omhooggetrokken naar de hemel.

In welke toestand verkeerde Petrus toen precies?

Hij zei: "Toen ik in Jaffa aan het bidden was, werd ik gegrepen door een visioen."

In het Grieks staat er: kai eidon en ekstasei horama; in het Nederlands is dat: ik zag in extase een visioen.

Zijn we nu klaar? Ik zie eigenlijk niet zoveel verschil tussen een visioen en een droom. Ik vind, dat het visioen dat Petrus zag net zo goed voor een droom zou kunnen doorgaan. Je noemt het misschien een visioen, omdat hij die droom in extase tijdens een gebed kreeg, en niet terwijl hij lag te slapen in zijn bed. Echter: de toestand waarin men verkeert tijdens de gewone droomslaap kan men ook zien als een extase. Wat dat betreft, is er niet veel verschil.

Ik onderscheid vier droomtoestanden.

Twee tijdens de slaap: de droomloze slaap en de slaapdroom.

Twee in de waaktoestand: de waakdroom en de droomloze waaktoestand.

 Een waakdroom heet ook wel sluimerhallucinatie. Bij het inslapen of ontwaken kunnen sluimerhallucinaties optreden. Die tijdens het inslapen worden hypnagoge en die tijdens het ontwaken hypnopompe hallucinaties genoemd.

In een etmaal kunnen de volgende toestanden na elkaar voorkomen: droomloze slaap, slaapdroom, waakdroom, waaktoestand, waakdroom, en dan terug in een droomloze slaap.

Misschien was, wat Petrus had, niet een slaapdroom, maar een waakdroom, dat was dus een sluimerhallucinatie, die men afhankelijk van wanneer het hem overkwam een hypnopompe of een hypnagoge hallucinatie kan noemen.

Er zijn twee verschillen tussen de slaapdroom en de waakdroom:

1 De slaapdroom bestaat vooral uit beelden en, in mindere mate, uit woorden. In de waakdroom is dat omgekeerd: meer woorden dan beelden.

2 In de slaapdroom is de dromer volledig passief. In de waakdroom kan de dromer beïnvloeden wat hij droomt.

Het lijkt erop dat het visioen van Petrus beide in zich had: het eerste gedeelte was visueel, zoals in een slaapdroom. Het tweede gedeelte was verbaal, zoals in een waakdroom.

Men weet niet hoe de droom van Petrus er oorspronkelijk heeft uitgezien. De weergave ervan in het elfde hoofdstuk van de Handelingen is van de hand van Lucas, en niemand weet hoe het verhaal zich heeft gevormd, voordat hij het opschreef.

Hoe kan men een droom reconstrueren uit de weergave ervan in een tekst?

Een voorbeeld van hoe dit kan worden gedaan, is de methode van reconstructie van de droomgeschiedenis, dat is de manier waarop de schrijver van de droom is omgegaan met mijn bronnen.

Je kunt bij de reconstructie twee houdingen aannemen: of je vertrouwt de tekst en houdt deze voor waar. Of je kiest voor de wetenschappelijke benadering, maar dan kun je niet zonder meer uitgaan van de betrouwbaarheid van de tekst, en zul je op onafhankelijke gronden daarvan, als het ware achter de tekst, moeten vaststellen wat er nu werkelijk is gebeurd. In dit denken wordt de tekst bijna van meet af aan uitgeschakeld als historisch bruikbaar document. Het droomverhaal heeft in de loop van de tijd aanpassingen ondergaan, totdat het uiteindelijk de vorm kreeg van de tekst. Die aanpassingen vonden plaats met het oog op de verschillende contexten, waarin het verhaal werd verteld. Reconstructie van het droomverhaal houdt in die aanpassingen zo nauwkeurig mogelijk te traceren, om zo te kunnen vaststellen wat oorspronkelijk was en wat als een latere toevoeging moet worden beschouwd.

De tekst was niet een weergave van wat Petrus had gezien, maar een interpretatie van Lucas. Bekijk de zin:

"Een voorwerp dat op een groot linnen kleed leek, werd aan vier punten uit de hemel neergelaten tot vlak bij mij. Ik keek er aandachtig naar en zag de lopende en kruipende dieren van de aarde, en ook de wilde dieren en de vogels van de hemel."

In de beeldentaal van de droom zijn alleen begrippen zoals 'voorwerp', 'groot linnen kleed', 'vier punten', 'hemel', 'neergelaten, 'mij', 'ik keek aandachtig', 'zag', 'lopende kruipende dieren', wilde dieren', vogels' tot uitdrukking gebracht; er zijn geen equivalenten in beelden voor woorden zoals 'een', 'dat', 'leek', 'op', 'aan', 'uit', 'tot', 'bij', 'er', 'naar', 'de', 'en', 'van', 'ook'. In beeldentaal worden

 zulke woorden op een andere manier weergegeven, namelijk door de beelden elk afzonderlijk een eigen plaats in de ruimte van de hele droomvoorstelling te geven.

Bij het schrijfproces voegde Lucas dat soort woorden aan het oorspronkelijke alleen uit beelden en gesproken woorden bestaande droomverhaal toe, om er begrijpelijke zinnen mee te vormen.

DROOM.JAFFA

Voorwerp, groot linnen kleed, vier punten, hemel, neerlaten, ik, kijken, aandachtig, zien, lopende dieren, kruipende dieren, wilde dieren, vogels, driemaal, omhoogtrekken, hemel.

STEM: Ga je gang, Petrus, slacht en eet.

IK: Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit gegeten van iets dat verwerpelijk of onrein is.

STEM: Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen.

De betekenis van een droom kan worden onderscheiden in denotatie en designatie. De denotatie is de zaak, waarnaar de droom verwijst, de designatie is het begrip, waarnaar hij verwijst.

Denotatie: de Joodse gelovigen verweten Petrus dat hij onbesnedenen had bezocht en samen met hen had gegeten. Lucas laat de droom daarnaar verwijzen.

We kunnen ook zoeken naar de designatie van de droom, dit is de betekenis, die gevonden kan worden door het begrijpen van de droominhoud of delen daarvan zelf.

Betekenis van de droom: Wat God rein heeft verklaard, zul jij niet als verwerpelijk beschouwen

Een veel toegepaste verklaring van een droom, is dat deze gaat over de dromer zelf. Met andere woorden: Petrus had een psychisch probleem. Nee, hij had een maatschappelijk probleem. De maatschappelijke discussie over de vraag, of niet-joodse christenen zich moesten houden aan joodse reinheid.

De droom van Petrus, een droom met verstrekkende gevolgen. Hij heeft gediend als argument om joodse reinheid voor christenen niet verplicht te maken, waardoor de beweging ook voor niet-joden toegankelijk werd.


7 oktober 1987

Ik gaf me over aan de avonturen van een nachtelijk reiziger. Het moet een ruit publiciteit zijn met dromen.

14 oktober Dat zijn dan andere gedachten dan die ik schrijf, als ik zelf schrijf. 17 oktober Die eigen waarnemingen ontzettend methode werden. Ik wijk af van het patroon. Ben ik het nou, die dat zegt? Op het moment zie ik dat helemaal niet. Wintitjing. Tja, tja. Je moet er gewoon wat verhaal tussen zetten. Dat is vaak zo, dat ik niet weet. Dit is het canis. Dat is een concreet verhaal, dat helemaal niet ingewikkeld is. Volgens een idee dat rustig maakt. Meen je, dat ik dat ben?


9 december 1987 Ik betrapte me er zelf verschillende keren op, dat het toch anders was dan ik dacht. dus de waakdroom de sterfdroom is. Het gaat wel om een herhaling van de droom, maar het is geen werkelijke herhaling. En dan denk ik: is dat een allogisme? Dat is dus wat de droom is.


https://sites.google.com/view/linguarium 

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse