Click here for English

Op de universitaire campus in Diepenbeek leiden UHasselt en KU Leuven gezamenlijk studenten op tot master in de industriële ingenieurswetenschappen (industrieel ingenieur) in verschillende domeinen: biochemie, chemie, bouwkunde, elektromechanica, elektronica-ict, energie, nucleaire technologie en verpakkingstechnologie. Deze studenten ronden hun studie af met een masterproef waarbij zij een onderzoeksvraag rond een concreet ingenieursprobleem uitwerken in samenwerking met een onderzoeksgroep van UHasselt of KU Leuven, een bedrijf of een onderzoeksinstelling.

INHOUD

Het begrip onderzoeksvraag moet geïnterpreteerd worden als een toepassingsgerichte probleemstelling met een innovatief karakter. De onderzoeksvraag vertrekt dus vanuit een concrete industriële of onderzoekscontext met het oog op optimalisatie of vernieuwing. Mogelijke methodieken hierbij zijn bv. haalbaarheidsstudies, numerieke of experimentele simulaties of ontwerpen. Het analyseren van bestaande oplossingen of controleberekeningen kunnen dus geen onderwerp uitmaken van een masterproef. De masterproef omvat 20 van de 60 studiepunten van het masterjaar en is dus een cruciaal onderdeel van de opleiding.

COMPETENTIES | AANPAK

Onderzoeksvaardigheden en wetenschappelijke kennis (onderzoek opzetten, doelgericht informatie opsporen, resultaten analyseren en interpreteren, duidelijk communiceren over het onderzoek) van de industrieel ingenieur als beginnend onderzoeker worden geëvalueerd.

Het is de bedoeling dat de student zelfstandig op zoek gaat naar antwoorden op een bepaalde onderzoeksvraag, onder begeleiding van een interne promotor (vanuit de opleiding) en een externe promotor (van bedrijf of onderzoeksinstelling). De student geeft zijn bevindingen schriftelijk weer in een scriptie en verdedigt zijn masterproef voor een jury van academici en experten uit het werkveld.

TIMING

De mogelijke onderwerpen worden aan de studenten bekendgemaakt in het voorjaar voorafgaand aan hun masterjaar. Vervolgens geven de studenten hun voorkeursonderwerpen door. Een student heeft ook altijd de mogelijkheid om zelf een onderwerp in te dienen. Op basis van de motivatie en de studievoortgang van de student wordt er een definitief onderwerp toegekend door de masterproefcoördinator van de opleiding in kwestie.

Daarna brengt de student de administratie in orde, maakt de nodige afspraken met zijn promotoren en start het onderzoek. Dit kan al voor de start van het academiejaar. Afhankelijk van de opleiding en het studietraject van de student werkt hij individueel of per twee een semester of een volledig academiejaar aan de masterproef en rondt het project af in februari, juni of september.

ADMINISTRATIE

Voor elke masterproef wordt er een masterproefovereenkomst opgesteld samen met een risicopostenformulier waarin de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen worden vastgelegd. Dit is de verantwoordelijkheid van de student en deze overeenkomst moet in orde zijn voor de start van de werkzaamheden.

MEER WETEN