Liedsuggesties‎ > ‎

2e zondag door het jaar - C

Intredelied: 
    ZJ 747 Wie luistert naar de moeder
    ZJ 765 Laten wij met vreugde
Antwoordpsalm: 
    P 126 • download • beluister
    ZJ 667 Zoals een man zich verheugt
Alleluia-vers: ZJ 4j Maak ons hart ontvankelijk, Heer
Bij de bereiding van de gaven: ZJ 776 stem die ons roept
Communiezang: 
    ZJ 662 God die ons aan elkaar
    ZJ 673 De hemel reikt ons leeftocht aan
Slotlied: ZJ 665 Wij danken U, o God

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 260-264

TOELICHTING

Inhoudelijk aansluitend bij de evangelielezing:
ZJ 747 Wie luistert naar de moeder

Ofschoon de kersttijd vorige zondag is afgesloten, is het opvallend hoe de eerste zondag van de gewone jaarcyclus sterk aansluit bij de sfeer van het Openbaringsfeest. Men leest immers “het begin” en dus het eerste openbaar optreden van Jezus. Dit is het duidelijkst voor deze zondag uit de C-cyclus. Het evangelie uit Joh 2 verhaalt de bruiloft van Kana, die vooral in de Oosterse liturgie maar ook bij ons tot de vaste inhoud wordt gerekend van de epifanieviering. Het evangelie van deze zondag eindigt inderdaad met dit karakteristieke gezegde: “Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekens en openbaarde zijn heerlijkheid” (Joh. 2, 11).  Onze liedkeuze kan vandaag putten uit de liederenschat voor de huwelijksliturgie.

Het lied 747 Wie luistert naar de moeder loopt als intredezang vooruit op het evangelie. In de eerste twee strofen valt het accent op de dialoog tussen Maria en haar zoon Jezus, terwijl het refrein de gemeenschap reeds biddend richt op Jezus Christus: “Schenk dan, Heer, uw wijn in overvloed aan al wie uw woorden hoort en doet.” Hiermee wordt al één van de bedoelingen van de eucharistie verwoordt.

Een andere mogelijkheid is een heel vreugdevol lied als 765 Laten wij met vreugde, dat spreekt over de “wondere dingen die Jezus doet”.

 In de antwoordpsalm (ps 96) weerklinken de verwondering en dankbaarheid om de liefde van God voor zijn Volk. Als refrein passen P 126 (Meld aan de volken Gods wondere daden) en P 106. Ofwel kan men het lied 667 zingen, dat volledig aansluit bij de eerste lezing van de profeet Jesaja: “zoals een man zich verheugt in zijn vrouw, zo zal God zich verheugen in U”.

De communiezang 662 slaat de brug tussen de bruiloft van Kana en het feestmaal van de eucharistie: God die ons aan elkaar als wijn te drinken geeft ... die water maakt tot wijn (eerste strofe) ... Gij maakt uw bloed tot wijn (tweede strofe). Het lied 673 De hemel reikt ons leeftocht aan, vult de beeldspraak van de wijn uit het evangelie aan met die van het brood, en verbindt de overvloed van de liefdesgave van Christus met het kruis: “zich brekend heeft hij ons geheeld en goed gedaan”.