Liedsuggesties‎ > ‎

5e Paaszondag - A

Intredelied: 
    ZJ 402 Zingt voor de Heer een nieuw gezang
    ZJ 446 Om Christus die verrezen is
Antwoordpsalm: 
    P 56 • download • beluister
    ZJ 760 Mijn vrienden zijt gij
Alleluia-vers: ZJ 4d Ik ben de weg, de waarheid en het leven
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 841 Hoe zouden wij geloven, Heer
    ZJ 531 God die ons heeft voorzien
Communiezang: 
    ZJ 540 Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
Slotlied: 
    ZJ 406 Kondig het aan

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 225-229

TOELICHTING

Inhoudelijk aansluitend bij de eerste lezing:
    ZJ 841 Hoe zouden wij geloven, Heer

Inhoudelijk aansluitend bij de tweede lezing:
    ZJ 579 Uw koninkrijk komt

Overeenkomend met het introïtus Cantate zingen wij als intredezang: Zingt voor de Heer een nieuw gezang (402). Het is een prachtig lied van verwondering en vreugde om al wat de Heer in zijn paasmysterie aan ons gedaan heeft: “Het is vol wonderen om u heen”.

Het fragment uit het boek der Handelingen verhaalt over de aanstelling van de eerste zeven diakens. Na de handoplegging en het gebed behoren zij op een bijzondere wijze tot Gods vrienden.  De antwoordpsalm 33 verwijst in één van de verzen naar de bescherming die God zijn “dienaars” biedt. Het keervers verwoordt het gebed van de leerlingen: “Geef ons, Heer, uw barmhartigheid, zoals wij op U vertrouwen.” (P 56). Men kan als tussenzang ook lied 760 nemen: Mijn vrienden zijt gij, zegt de Heer; Ik noem u thans geen dienaars meer.

De Heer gaat heen om ons een plaats te bereiden, zegt het evangelie van deze zondag. Ter inleiding kan men de vijfde strofe voorzien van het alleluialied 405: Christus steeg ten hemel ... want in zijn Vaders heerlijkheid houdt Hij u een plaats bereid. Ofwel is er ook alleluia-vers 4d, dat letterlijk de tekst herneemt uit het lectionarium.

Op de avond van zijn leven zegt Jezus onomwonden: ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’. In Hem is God zelf midden onder ons. Hij is het sacrament van de Vader. Bij de communie worden we uitgenodigd dit mysterie van Gods aanwezigheid opnieuw te bezingen, bijvoorbeeld in lied 540: Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig en hoe onzegbaar ons nabij. Na de communie kan men eventueel, als een echo op de eerste lezing, lied 841 zingen: Hoe zouden wij geloven, Heer, als Gij niet wordt gehoord bij monde van verkondigers van uw verlossend woord?

Bij de zending past ook vandaag: Kondigt het aan: de Heer is verrezen, zeg aan de wereld dat Jezus leeft (406).