Liedsuggesties‎ > ‎

32e zondag door het jaar - C

Intredelied: 
    ZJ 918 Eens komt de grote zomer
    ZJ 756 Wij komen als geroepen
Antwoordpsalm: 
    P 14 • download • beluister
    ZJ 925 Nu geef ik u mijn ziel in handen
Alleluia-vers: ZJ 4f Het woord is nabij
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 531 God die ons heeft voorzien
    ZJ 569 God die leven hebt gegeven
Communiezang: 
    ZJ 928 Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen
    ZJ 913 Er is een land van louter licht
    ZJ 936 Wie Gods rechte wegen gaat
    ZJ 717 Wie ons zijn voorgegaan

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 363-366

TOELICHTING

De liturgie van deze zondag herneemt de sfeer van Allerheiligen en Allerzielen. Het is eigenlijk één grote belijdenis van verrijzenis en eeuwig leven. Als intredezang past lied 918: Eens komt de grote zomer … God zal op aarde komen … God zal zich openbaren in heel zijn creatuur of lied 756 Wij komen als geroepen. Dit laatste lied belijdt reeds duidelijk dat wij, als kinderen van het licht, geroepen zijn om te leven.

Het ontroerend getuigenis van de zeven broeders die met hun bloed getuigen van Gods belofte op verrijzenis moge ons uitnodigen om ook onszelf aan de Heer toe te vertrouwen. De woorden van de antwoordpsalm 17 alluderen op het geloof in de verrijzenis: “Uw aanblik, Heer, verzadigt mij als ik ontwaak” (P 14 en P 15). Een lied dat helemaal past bij het verhaal uit Makkabeeën (vooral strofes 1 en 2) is 925 Nu geef ik U mijn ziel in handen, Gij zijt mijn Meester en mijn God.

Na de evangelielezing, waarin wij de belijdenis hoorden dat God geen God van doden is maar van levenden, zegt de communiezang dat wij leven en sterven met Christus. Hij is ons in dood en nieuw leven voorgegaan: 928 Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen, of sterft  zichzelf, wij zijn met Christus één. Wanneer wij leven, leven wij voor Hem, wanneer wij sterven, horen wij zijn stem.

Andere mogelijkheden zijn de liederen 717  Wie ons zijn voorgegaan, 718 Een schare die niemand kan tellen of 719 Zij zullen de wereld bewonen.