Liedsuggesties‎ > ‎

30e zondag door het jaar - C

Intredelied: 
    ZJ 530 Zo vriendelijk en veilig
    ZJ 726 De geest des Heren is op hem
Antwoordpsalm: 
    P 59 • download • beluister
    ZJ 752 Verborgene naar wie ik tast
Alleluia-vers: ZJ 4j Maak ons hart ontvankelijk, Heer
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 569 God die leven hebt gegeven
    ZJ 729 De mensen spreken woorden
Communiezang: 
    ZJ 589 De laatsten worden de eersten
    ZJ 818 Dat het licht in ons mag blijven branden

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 357-359

De lezingen van vandaag sluiten aan bij die van vorige week, maar richten de aandacht nog meer op het gebed van de mens die zich arm en klein weet. We stellen een typische intredezang voor waarmee ons vertrouwen uitgesproken wordt in de aanwezigheid van de Heer. Wij zoeken Hem, plaatsen ons in zijn tegenwoordigheid, bestormen Hem met onze vragen: Zo vriendelijk en veilig als het licht, zoals een mantel om mij heen geslagen, zo is mijn God (530). Lied 567 heeft dezelfde melodie maar een andere tekst, die ook bij de lezingen van vandaag past: “Een smekeling, zo kom ik tot uw troon … laat niet vergeefs mij op uw bijstand wachten.”

De antwoordpsalm 34 sluit heel goed aan bij de eerste lezing. Het keervers luidt: “Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer” (P 59 en P 60). Men kan als antwoordzang ook lied 752 kiezen, dat het dringende smeken verwoordt van een arme: “Verborgene, naar wie ik tast, roep om gehoor te krijgen, niemand heeft oor voor mijn beklag maar toch zal ik niet zwijgen.” Alleluia-vers 4j herneemt letterlijk de tekst uit het lectionarium.

In de parabel van het evangelie gaat niet de farizeeër maar de tollenaar gerechtvaardigd naar huis. God heeft vooral oog voor wie klein en onaanzienlijk is. De communiezang 589 bezingt deze evangelische waarheid: De laatsten worden de eersten … Wie zelf zich hoog verheffen, die slaat zijn oordeel neer … Maar wie zich heeft gebogen … die zal Hij ook verhogen.