Liedsuggesties‎ > ‎

21e zondag door het jaar - A

Intredelied: 
    ZJ 733 Wij zijn de druppels van één stroom
    ZJ 576 Bouwen aan een wereld
Antwoordpsalm: 
    P 187 • download • beluister
    ZJ 544 Ik zal zolang ik leef
Alleluia-vers: ZJ 4f Het woord is nabij
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 569 God die leven hebt gegeven
    ZJ 736 Wie is die God die eeuwig leeft
Communiezang: 
    ZJ 728 U kennen, uit en tot U leven (str 1,2,7)
    ZJ 702 De Heer die leeft

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 326-330

TOELICHTING

Inhoudelijk aansluitend bij de tweede lezing:
    ZJ 767 Alle eer en alle glorie

Vorige week schetste de woorddienst een breed perspectief: Gods heil is bedoeld voor allen die zich in vertrouwen tot Hem keren. Vandaag spitst de aandacht zich toe op bepaalde figuren die in dit universele heilsplan een bijzondere diensttaak krijgen. Wij suggereren voor vandaag als intredelied Wij zijn de druppels van één stroom (733). Het is een lied dat spreekt over de Kerk, die vanuit de verstrooiing samengeroepen wordt (strofe 2) en door de Heer zelf tot een instrument opgebouwd wordt om zijn heilsbedoeling te helpen realiseren (strofe 3).

De sleutel van Davids huis wordt - aldus de eerste lezing - aan Eljakim gegeven ... een verhaal waar Jezus op alludeert als Hij Petrus een bijzondere taak geeft (vgl. evangelie). De gekozen verzen uit de antwoordpsalm 138 sluiten aan bij de belofte die de duurzaamheid aankondigt van het huis van David: Uw goedheid, Heer, blijft duren zonder einde (P 187-188). Ook lied 544 Ik zal zolang ik leef (een bewerking van psalm 89) sluit goed bij de eerste lezing aan, met name in de tweede strofe: Mijn uitverkoren knecht ... is David die Mij dient, hem gaf Ik mijn verbond, aan hem en aan zijn huis heb Ik mijn eed gezworen.

Petrus mag dan al door Jezus in het evangelie ‘de steenrots’ worden genoemd, dit kan maar omwille van zijn markante geloofsbelijdenis in Christus, ‘de Zoon van de levende God’.  Daarom past als communiezang vandaag lied 728 U kennen, uit en tot U leven. Het is eigenlijk één grote belijdenis, gericht tot Christus. De laatste strofe verwijst uitdrukkelijk naar de Kerk: ‘Gij zijt de zin van alle tijd. Vervul van dit geheimenis uw kerk die in de wereld is.’