Liedsuggesties‎ > ‎

1e zondag in de veertigdagentijd - C

Intredelied: 
    ZJ 306 Een mens te zijn op aarde
    ZJ 331 Jezus, diep in de woestijn
Antwoordpsalm: 
    P 191 • download • beluister
    ZJ 525 God zij geloofd om Kanaän
Vers voor het evangelie: ZJ 3c Barmhartig de Heer
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 323 Oud, het leven dat wij leiden
Communiezang: 
    ZJ 315 Wij roepen, Heer
    ZJ 327 Alles wat over ons geschreven is

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 71-77

TOELICHTING

Inhoudelijk aansluitend bij de evangelielezing:
    ZJ 331 Jezus, diep in de woestijn
    ZJ 306 Een mens te zijn op aarde

Het intredelied 306 Een mens te zijn op aarde…is leven van genade leidt ons de veertigdagentijd binnen. De aanvang van het evangelie zegt dat Jezus van de Jordaan (waar Hij gedoopt werd) weggaat en naar de woestijn wordt geleid: een mens te zijn op aarde…is komen uit het water en staan in de woestijn.  En verder luidt het: Een mens te zijn op aarde, dat is de Geest aanvaarden (vgl. vers 1 van het evangelie). Als er veel kinderen aanwezig zijn, kan men ook het lied 331 voorzien: Jezus, diep in de woestijn, eenzaam en vol vragen, voerde daar een zware strijd veertig lange dagen.

Na de prachtige geloofsbelijdenis van het boek Deuteronomium in de eerste lezing volgt de vertrouwenspsalm 91, die de bescherming in herinnering roept van God, tijdens de gevaarlijke woestijntocht. De keerverzen P 190 en P 191 smeken deze bescherming af: “Heer, sta mij bij, in iedere nood.” Psalm 91 is ook bewerkt in lied 935. Een andere mogelijke tussenzang is het lied 525 God zij geloofd om Kanaän, dat land vol druiven en vol graan. Dit sluit aan bij dankbaarheid om het beloofde land.

Tijdens de veertigdagentijd vervalt het Alleluia. Als vervanging kan men afwisselend de nummers 3c Barmhartig de Heer en 3d Lof en eer zij U programmeren.

Als communiezang kan men lied 327 voorzien. In een biddende dialoog met Christus wordt vooruitgeblikt op de veertigdagentijd: “Alles wat over ons geschreven is, gaat Gij volbrengen in de veertig dagen…”