Liedsuggesties‎ > ‎

18e zondag door het jaar - C

Intredelied: 
    ZJ 707 Indien de Heer het huis niet bouwt
    ZJ 514 Zolang er mensen zijn op aarde
Antwoordpsalm: 
    P 115 • download • beluister
    ZJ 924 Ik sta voor U in leegte en gemis
Alleluia-vers: ZJ 4k Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften
Bij de bereiding van de gaven: 
    ZJ 547 Het brood in de aarde gevonden
Communiezang: 
    ZJ 569 God die leven hebt gegeven
    ZJ 927 De Heer verschijnt te middernacht

Gregoriaans: Graduale Romanum pg. 315-319

TOELICHTING

“Wat is een mens zonder God?”: zo zouden wij deze zondagsliturgie kunnen samenvatten. De intredezang kan deze gedachte reeds aankondigen met de psalmberijming (uit psalm 127): Indien de Heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten (707).

De lezing uit het boek Prediker relativeert alle menselijke zorgen en tobben. Aansluitend wijst de antwoordpsalm 90 (89) op de broosheid van het leven. Tegelijkertijd wordt echter het vertrouwen op God uitgedrukt in het keervers: “Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest” (P 115). De keerverzen P 198 en 199 zijn mogelijke alternatieven. Men kan ook als antwoordzang lied 924 zingen: Ik sta voor U in leegte en gemis. Men vindt hier een klemtoon terug die ook in de eerste lezing wordt gelegd: hoe rijk de mens ook is, hoe hard hij ook werkt, voor God staat hij naakt en leeg. Er is immers een rijkdom die wij niet op eigen kracht kunnen verwerven, die ons alleen kan geschonken worden, gratis van Godswege. Een andere mogelijkheid om de lezing uit het boek Prediker zingend te beantwoorden, is nog het lied 564 Wees niet bezorgd voor uw leven Hoeveel te meer zal uw Vader die in de hemel is, ’t goede geven aan wie Hem daarom vragen … met het telkens terugkerende refrein: Vader, Gij weet wel wat ik nodig heb.

Als communiezang is er eerst en vooral lied 569 God die leven hebt gegeven: “Niet voor schuren die niet duren, gaaft Gij vruchtbaarheid Wil dan geven dat ons leven zelf ook vruchtbaar zij”. Een tweede, even mooie keuze is het lied van de bestendige waakzaamheid: De Heer verschijnt te middernachtmaar zalig hij die toch reeds wacht (927). Dit sluit goed aan bij vers 20 uit het evangelie: “Nog deze nacht komt men je opeisen!”