nieuwsberichten‎ > ‎

Grevelingencup 2013-2014

Geplaatst 2 feb. 2014 10:15 door Watersportvereniging Rotterdam   [ 2 feb. 2014 11:30 bijgewerkt ]
Deze serie winterwedstrijden zal de 11e zijn waaraan ik meedoe. Vanaf de allereerste serie heb ik meegedaan en heb het evenement zien groeien naar 195 schepen in het afgelopen seizoen. Daarvoor waren er zomerwedstrijden, waarbij driemaal per jaar werd gestart, en wel bij drie verschillende verenigingen op het Grevelingenmeer. In tegenstelling tot de winterwedstrijden gingen deze wedstrijden als een nachtkaars uit. Van dat soort wedstrijden waren en zijn er al meer dan genoeg. We kunnen dus zeggen dat de omschakeling een geweldig succes is, wat mede te danken is aan Marina Port Zélande, die een actieve rol speelt in het geheel. Nergens in Nederland en misschien wel nergens in Europa vinden er iedere maand wedstrijden plaats met zoveel kajuitjachten. Ook het huidige seizoen is met 185 ingeschreven schepen weer een topper.

Kort voor de eerste wedstrijd in oktober ben ik bezig met Chris, een lid van mijn wedstrijdbemanning, de Parbleu Deux van Stellendam naar Port Zélande te brengen. Dit pakt echter verkeerd uit, want als we de Volkerakberoepssluis met brug willen passeren, komen we erachter, dat de brug niet  draait en in de week daarop ook niet zal draaien wegens reparaties aan de weg na een auto-ongeluk. Dit is knap vervelend, want nu kan ik niet aan de eerste wedstrijd deelnemen. Ik weet daarom één ding heel zeker voor de paar jaar, dat ik nog van de Parbleu Deux ga genieten: Als ik op of bij het Haringvliet een beweegbare brug moet passeren, ga ik voortaan eerst opbellen of en zo ja hoe laat ze draaien, want er is een goede kans, dat er wat aan de hand is, waardoor je de brug niet kan passeren. Daar hebben wij als DCN met ons rondje Tiengemeten ook al verschillende keren last van gehad. Bovendien is het me al eerder opgevallen dat de in de almanak genoemde tijden niet  overeenstemmen met de aan het Haringvliet gehanteerde tijden.
We laten de boot achter in marina De Batterij en gaan naar huis, alwaar ik mijn bemanning kan gaan afbellen. Het geluk is echter met de dommen. Gelukkig maar! Want op 12 oktober vermeldt de website van de Grevelingencup, dat de wedstrijd op 13 oktober wegens de verwachte harde wind niet door zal gaan. Het is voor het eerst dat een wedstrijd een dag van tevoren wordt afgeblazen. De wedstrijd wordt verschoven naar 16 maart 2014, de inhaaldag.

Berta en ik gaan vervolgens proberen de Parbleu Deux in het weekend van 2 en 3 november naar Marina Port Zélande te brengen, zodat ik op 17 november wel mee kan doen. Als alles een beetje vlot verloopt kunnen we misschien zelfs al op zaterdag in MPZ aankomen. Dit zou goed uitkomen, want voor zondag wordt weer eens slecht weer voorspeld. Gelukkig verloopt alles goed en gaan we om 14.30 uur door de sluis bij Bruinisse. Als we om 16.30 uur bij Port Zélande aankomen, is dat net voordat het donker wordt. Tevreden duiken Berta en ik onze kooi in. Vanwege de kou komt ze zelfs bij mij in het vooronder liggen. Wat is het leven toch mooi!  

Wanneer ik op zaterdag 16 november naar de Parbleu Deux ga om te zien of alles voor de bakker is voor zondag, zie ik, dat ik vergeten ben het schip op de walstroom aan te sluiten. Binnengekomen, zie ik dat dit hoognodig is, want mijn verbruiksaccu’s blijken zo goed als leeg te zijn. Of waren ze in Willemstad al leeggelopen en zijn ze op de tocht naar MPZ niet of nauwelijks bijgeladen? Of heb ik na het weekend van 2 en 3 november iets aan laten staan? Mijn koffieapparaat staat dan wel op het keukenblad met de stekker in het stopcontact, maar stond hij ook aan?  Of zou er iets anders aan de hand zijn?


Niets doet het, ook mijn instrumenten niet. Gelukkig staat de startaccu daar los van en is wel vol. Daar het al laat is, kan ik alleen nog maar de walstroom aansluiten en hopen dat de accu´s de dag erop bijgeladen zullen zijn. Zondag blijken de accu’s nog steeds leeg te zijn. Bijladen via de walstroomaansluiting lukt dus ook niet. Dat is vervelend, want nu kan ik mijn instrumenten niet gebruiken tijdens de wedstrijd. Misschien dat John, die naast een Valkenzeiler ook een motorbooteigenaar met veel technisch vernuft is, er wat aan kan doen. Maar als ik hem niet kan vertellen waar mijn zekeringen en laadapparaat zitten, kan hij niets uitrichten.

Het enige wat we op dat moment kunnen doen, is in de box de accu´s via de motor bijladen. Maar binnen de kortste keren komen de buren klagen dat hun longen zwart worden en gaan plakken, zodat ook dat ophoudt. Dan maar een half uurtje rondvaren in de buurt van het startschip. We zien op de meter dat de dynamo de accu´s goed bijlaadt. Als we het grootzeil gehesen hebben is daar echter niet zo veel meer van over en kort na de start houden de instrumenten er dan ook weer mee op. Daar er maar weinig wind staat kan mijn nieuwe bemanning zich mooi alle klemmen, lieren en lijnen eigen maken. Nu de instrumenten het af laten weten, worden ze daar ook niet door afgeleid, zodat ze goed aan mijn schip en aan elkaar kunnen wennen.

Wat wel vervelend is, is dat de wind steeds meer afneemt en uiteindelijk geheel wegvalt. Wij zijn dan al wel een heel eind op weg en hebben ook aardig wat concurrenten achter ons, waaronder tot mijn grote genoegen de YOHO, een Dehler 41 DS, waar wat DCN-vriendjes opzitten. Als de baan niet afgekort wordt, zullen we maandagochtend nog bezig zijn met naar de finish te varen. Maar als ik mijn bemanning voorstel er zelf maar een eind aan te maken, krijg ik geen antwoord. Daaruit maak ik op, dat ze behoorlijk fanatiek zijn en geen plaatsen willen verspelen aan concurrenten, die er niet mee ophouden. Er is gelukkig een schip, ver achter ons, dat het wel voor gezien houdt. De motor wordt gestart en de zeilen gaan naar beneden. Daar een goed voorbeeld doet volgen, komt er binnen de kortste keren een hele vloot op de motor op ons afgevaren. Als daar ook onze concurrenten bij zitten, laten we ze eerst passeren en gooien dan eveneens de zeilen naar beneden. Zo hebben we hen laten zien, dat dit de enige manier is om ons de baas te zijn, ook aan de YOHO. En daar de eerste klap een daalder waard is, voelen we ons rijk. De wedstrijdleiding schrijft later op de website de wedstrijd afgeblazen te hebben, maar dat hebben wij niet gehoord en al die schepen na ons dus ook niet. De hele wedstrijd scheuren er kleine rubberbootjes langs je, maar als ze zich nuttig kunnen maken is de benzine ineens op. Van de toerschepen, die een baan van rond de 20 mijl moesten varen, is niemand gefinisht. Dit betekent wel dat er niemand meer een aftrekwedstrijd heeft.

Aan het behandelen van de storing in de stroomvoorziening komen we op 17 november niet meer toe. In de week daarop gaan Chris Visser en ik de stroomvoorziening nader bekijken. Voorzien van een meetinstrument maken we de ruimte onder het bureaublad open, door het schot los te schroeven. Na een aantal zaken doorgemeten te hebben en hier en daar wat los- en weer vastgemaakt te hebben, doen mijn verlichting en instrumenten het weer zwakjes. We kloppen elkaar op de borst en voelen ons echte electroneuters. Dat is een fijn gevoel. Maar zoals altijd duurt zo’n orgastisch gevoel maar even, want als we vervolgens het schot onder mijn bureau afsluiten, vallen het licht en de instrumenten uit. Als we het schot weer snel opengooien blijft alles het niet doen. Wel blijven de accu’s bijgeladen worden door de walstroom.

Voor mij zit er nog maar één ding op: Ger Rossel opbellen, die zelf in een verschillende Dehlers heeft gevaren en ook veel weet over Dehlers, waarin hij niet heeft gevaren. Als ex-hoofdboordwerktuig-kundige op zeeschepen weet hij (bijna) alles. Hij geeft een aantal zaken op die ik voor hem na moet kijken. Als ik hem daarna weer opbel en hem vertel wat ik gevonden heb, wordt het hem niet duidelijker, wat er aan de hand is. Zoals door mij gehoopt maken we daarop de afspraak, dat we samen naar mijn schip gaan om de stroomvoorziening nader te onderzoeken. We spreken af dat we elkaar bij de McDonalds in Hoogvliet zullen ontmoeten. Kort nadat ik op weg ben gegaan, kan ik me niet meer voor de geest halen in welke Mc Donalds we hebben afgesproken, is het nu die in Barendrecht, of die in Hoogvliet, Spijkenisse of Rhoon. Joost mag het weten, maar die is niet in de buurt. Ik neem daarom aan, dat het wel die van Barendrecht zal zijn. Dat is waar Ger woont en kort na de Brienenoordbrug. Dit moet het wel zijn, want ik vind het onmiddellijk. Ik kom voor de ingang uit, maar moet nog stukje verder rijden om de auto te kunnen parkeren. Ik kan de toegang tot de parkeerplaats niet vinden en raak al zoekende steeds verder van de McDonald verwijderd. Als ik 25 minuten later in McDonald sta, blijkt Ger daar niet (meer?) te zijn. Of ben ik toch bij de verkeerde McDonald. Ik probeer hem mobiel te bereiken, maar dat lukt ook niet. Als ik na een kwartiertje naar zijn huis bel zegt Ria, dat hij niet, maar zijn mobieltje wel thuis is. Ze zal doorgeven dat ik gebeld heb. Als ik me vervolgens suf pieker of ik naar mijn boot of naar huis zal gaan, kies ik voor het laatste, want ik denk niet dat hij alleen naar mijn schip is gegaan. Thuisgekomen bel ik opnieuw en is hij inmiddels wel thuis. We spreken af dat ik hem daar af zal halen.

Bij  de Parbleu Deux aangekomen vindt er vervolgens een enorme zoekpartij plaats omdat in mijn eigenarenhandboek het elektrisch schema ontbreekt. Uiteindelijk vindt Ger de zekeringen in de bakboordhut en wel aan de andere kant van het schot waar de hoofdschakelaars van de accu’s zitten. We moeten dan wel even een grote accu van 200A opzij zetten. Een zekering van 50A heeft het begeven. Gelukkig heb ik nog een reservezekering van 60A. Als ik het eigenarenhandboek erop nasla, blijkt dat er voor de zware accu’s zelfs twee zekeringen van 100A aangegeven worden. Die moet ik dus nog gaan kopen, aangevuld met wat andere reservezekeringen.

Ook het laadapparaat wordt uiteindelijk gevonden. Dit zit in het midden aan de onderkant van het achterschot van de bak- en stuurboordhut, in de ruimte tussen de spiegel en dit schot. Het laadapparaat blijkt in orde te zijn. Alles is nu weer prima in orde. Tenminste, dat vind ik. Volgens Ger is het nog lang niet zover. Hij vindt het een warboel en raadt me aan er maar eens een monteur bij te halen, die alles opnieuw kan installeren.

Voor de wedstrijd in december moet ik mijn bemanning aanpassen, want Ricardo, zoon van John, is uitgevallen wegens een beschadigde nekwervel en daardoor beknelde zenuwen in het ruggemerg. Hij moet geopereerd worden en zal dan nog maandenlang niets mogen doen. Foeke Brouwer en Robert de Winter treden toe tot de vaste bemanning, die dan uit 5 man zal bestaan. Op de avond voor 15 december staat er weer veel wind (Bft 7). We spreken af dat ik zondagochtend om 8.00 uur op zal bellen of wij wel of niet gaan varen. Daar er dan wel iets minder wind staat, maar nog steeds een dikke 5 met uitschieters van 6 à 7 Bft bel ik iedereen af, ook al omdat drie van de 5 zeilers mijn schip niet of nauwelijks kennen. Daarnaast is het redelijk riskant met 150 à 185 schepen in de nauwe geulen van de Grevelingen te gaan varen, vooral als groepen schepen elkaar in die smalle geulen tegenkomen. Ook mijn bemanning, hoewel ervaren zeilers of wel juist daarom, vindt het een verstandig besluit.

Op zondag 12 januari is het mooi weer. Hoewel er op zaterdag voor zondag weinig wind wordt verwacht (1 à 2 Bft) staat er zondag toch 3 à 4 Bft, waarbij ook het zonnetje zich van de goede kant laat zien.  We varen ook nu met vier van de 5 bemanningsleden (nl: Chris, John en Foeke en ik), allen lid van wsv Rotterdam. (Robert is lichamelijke niet in orde en moet verstek laten gaan). Dat belooft wat, want zo ben ik ook 11 jaar geleden ook begonnen en met dat team heb ik toen niet alleen veel prijzen gewonnen maar ook erg veel gelachen. Zou ik dat nog een keertje mogen meemaken? Daar er licht weer verwacht wordt laat ik het bij die 4 man.

Mijn schip loopt lekker en de bemanning werkt goed samen. Dat is ook wel nodig, want er doen zich enkele keren situaties voor, waarbij een aantal 40-voeters zo dicht op elkaar zit, dat een aanvaring onvermijdelijk lijkt. Gelukkig weten we ons er steeds zonder problemen doorheen te wurmen, maar ik krijg er wel de bibbers van. Vlak voor de finish is er nog een ruimewinds rak te gaan, zodat we de halfwinder weer hijsen om een aantal concurrenten achter ons te kunnen houden en er misschien zelfs nog een paar in te halen. Als de halfwinder nog maar net staat, komt hij uit zichzelf naar beneden. Daar de val de top van het zeil omhoog houdt, loopt het snel vol met een grote hoeveelheid water. Het zeil  kan daar niet tegen en scheurt doormidden. Als daarna de top van het zeil zich van de val verlost ben ik de niet alleen bovenste helft kwijt maar ook mijn snuffer, die opgerold bovenin de halfwinder zat. (Dat zie ik overigens pas een paar dagen later, als ik de schade goed ga bekijken voor de verzekering).  Daar ik koste wat het kost de YOHO en andere concurrenten achter me wil houden, varen we door naar de finish, met het oogmerk de stukken zeil na de finish op te gaan halen. We behalen een redelijk resultaat, want ondanks dit getob  hebben we zowaar nog 5 schepen achter ons, waaronder de YOHO, die bij de start ver op mij voorlag. Als ik het getob met de halfwinder niet meetel, zou ik zeggen dat mijn dag goed was. Maar ja, daar er een hoop neergeteld zal gaan worden, telt dit wel mee.

Op maandag haal ik de ledenlijst van OP KOERS erbij om te zien wie van de leden een Dehler 43 CWS hebben. Het blijken er negen te zijn. Hen stuur ik een mailtje met de vraag of ze wellicht een gennaker of spinnaker te koop hebben, want als ik in februari en maart wil varen, zal dit nog wel niet met een “nieuwe” zijn. Binnen twee dagen heb ik van allen een reactie binnen, waaronder twee, die melden wel wat te hebben.

Wordt vervolgd.

Rob Kooijmans