Programma's/projecten

Programma's & projecten waar ik aan (mee)werk(te) en/of de de coördinatie voor verzorg(de)


Afûk (feb 2013 - zomer 2016):

De Afûk werkte als projectcoördinator binnen een consortium met Cedin (Sintrum Meartaligens) en de kenniskringen ‘Frysk en Meartaligens’ (NHL & Stenden) en ‘Taalgebruik en Leren’ (NHL) aan het evaluatiesysteem Fryk. Dit systeem heet Grip (zie www.grip.frl) en is een module binnen eduFrysk, het eudatieve digitale platform van de Afûk (zie verderop). Verschillende vormen van het volgen van de taalontwikkeling zin opgenomen in dit systeem, waaronder toetsen leesbegrip, observatie-instrumenten en een digitaal portfolio.
In het kader van dit project is het curriculum Fries voor het po en vo ontwikkeld, in samenwerking met SLO en het onderwijsveld. De publicatie 'Referinsjeramt Frysk (rrF).' werd op 22 april 2015 aangeboden aan de gedeputeerde van de provincie Fryslân. Een korte nieuwsbrief bijdrage over wat het systeem precies inhoud is hier te vinden.

Het onderwijsteam van de Afûk werkte aan de ontwikkeling en implementatie van verschillende nieuwe methodes Fries. Voor het po, vo, mbo en volwassen onderwijs worden op digitale methodes gemaakt (zie ook lesjaan.frl).
  • Sinds 2013 werkt de Afûk samen met Taal en Digitaal  aan de digitale taalleeroplossingen die de basis vormen voor de nieuwe digitale methodes. Flexibiliteit vormt het uitgangspunt, waarbij de ICT een ondersteuning en nieuwe mogelijkheden moet bieden aan docenten die willen differentiëren en  leerlingen die adaptief willen leren. Het systeem is geschikt voor alle devices en biedt naast vele multimediale leermiddelen zeer geavanceerde tools om (ook als docent) leerlijnen te arrangeren, materialen aan te passen en eigen materialen toe te voegen. Ik schreef over onze uitgangspunten voor het platform voor het po het volgende: Flexible ICT options for language learning in primary education. Sinds 2013 wordt aan de uitwerking van flexibiliteitsontwerpprincipes dagelijks gewerkt door taalkundigen, onderwijskundigen en programmeurs. In dit iteratieve prototyping proces spelen docenten en andere onderwijsexperts (ook buiten de Afûk) een grote rol.
  • Voor het vo is in 2014/2015 de lesmethode Searje 36 ontwikkeld en uitgeprobeerd. Deze nieuwe digitale methode Fries voor de onderbouw van het vo werd n.a.v. de vraag van docenten en in samenwerking met diezelfde docenten ontwikkeld. Een leuk artikel van een docent die ons materiaal gebruikt is hier te vinden.
  • Voor het po werkten we op met 5 collega's van de Afûk, in samenwerking met een ontwikkelgroep van docenten (taalcoördinatoren), collega's van Cedin, de pabo's in Friesland en het NHL lectoraat Taalgebruik in Leren aan een nieuwe methode. Bij de start van het project was er onderzoek gedaan naar nieuwe taaldidactiek, nieuwe voorbeelden van taalmethoden, en hoe het vak Fries op dit moment gegeven wordt en hoe dat ervaren werd. Daarna zijn de ontwikkelteams gestart. De nieuwe methode, die ook volledig digitaal ingezet kan worden, heet Spoar 8, zie: www.spoar8.frl
  • Voor het mbo is de lesmethode Fryske Taal en Kultuer in 2014/15 ontwikkeld. Ook hier speelden docenten van Zorg en Welzijn van de Friese Poort een belangrijke rol in de ontwikkeling van de leerlijnen en de selectie van de materialen. De digitale methode heeft veel nieuwe authentieke en voor de MBO-ers aansprekende taalactiviteiten.
  • Het volwassenenonderwijs is voor de Afûk al lange tijd een speerpunt. In 2014 is het digitale aanbod voor het volwassenenonderwijs geheel vernieuwd. Alle lesboeken zijn nu ook digitaal te vinden en cursisten kunnen digitaal de oefeningen maken, waarbij dit automatisch nagekeken wordt. Er is sinds 2015 ook een geheel nieuwe informatiesite: kursus.afuk.frl
Sinds een aantal jaren zet de Afûk ook in op serious gaming. In 2013 en 2014 is dat begonnen met www.gamefrysk.nl, een site en app met meerdere taalspelletjes. De spelletjes zijn binnen het leerplatform te koppelen aan lessen Fries en de woordenlijsten zijn aanpasbaar, zodat een methodemaker of docent de games kan inzetten rond de thema's van een les.
Vanaf 2014 is er ook met Grendel en Taal en Digitaal gewerkt aan meer geavanceerde games, waarbij o.a. adaptief gewerkt kon worden. De
Taalreis troch Europa is bijvoorbeeld een adaptieve game voor volwassenen en leerlingen van het vo, waar de spelling en gramaticaregels voor het Fries allemaal behandeld worden en interactief geoefend kunnen worden. Een speler "groeit" in zijn eigen tempo en met oefeningen op maat. Vergelijkbaar is de Meunstertún. Deze adaptieve game voor leerlingen voor het basisonderwijs is een app en een game in eduFrysk waarbij spelers de monsters van een dierentuin tevreden moeten houden door taalspelletjes te spelen. Hiermee werken ze aan o.a. de grammatica en spelling van het Fries. In een artikel over de game is meer informatie te vinden: Assessment as learning as a methodology for a serious game for language learning in primary education




VVOB/Ecuador (april 2010 - okt 2012):

VVOB werkte samen met het ministerie van onderwijs in Ecuador in het programma "Escuelas Gestoras del Cambio" (EGC) ofwel het programma rond Scholen als Actoren voor Verandering. Binnen dit programma werkte ik als programmamanager en - coördinator aan onderwijsinnovatie in de klas als vorm van docentenprofessionalisering, een nieuwe pedagogische universiteit, het gebruik van didactisch materiaal in de klas, het opzetten van een kwaliteitssysteem voor alle basisscholen en de ontwikkeling en invoering van een nieuw systeem voor onderwijsbegeleiding en –inspectie.
Ik gaf als gastdocent het vak Onderwijs met ICT voor leraren po en vo binnen een post-doc van de Universidad Andina Simon Bolivar.

Als programmamanager was ik verantwoordelijk voor het opstarten van een nieuw programma rond technisch beroepsonderwijs. Het programma "Institutionele capaciteitsontwikkeling in het technisch onderwijszet in op capaciteitsontwikkeling van partners die actief zijn rond de professionele ontwikkeling van leerkrachten en schoolleiders in het technisch onderwijs, en het verzorgen van een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

Vanuit het project "onderwijsinnovatie in de klas" hebben we een website Educar Ecuador ontwikkeld. Dit was voor het ministerie van onderwijs een middel om de landelijke strategie om onderwijsinnovatie in scholen te ondersteunen, stimuleren en delen. Dit kwam voort uit het eerdere project rond de 76 scholen waar VVOB mee samenwerkte. De publicatie van het boek Caminos Pedagógicos hacia la Calidad (Pedagogical Paths lead to Quality: experiences of innovative schools in Ecuador), de website, verschillende conferenties en een studiereis naar Colombia waren hierbij van belang. Ik heb onze ervaringen gepresenteerd op een internationale conferentie in Chili: Desarrollo profesional mediante el fortalecimiento e intercambio de innovaciones educativas en Ecuador.

Een andere belangrijke publicatie (en beleid) vanuit het ministerie van onderwijs die hier uit voortkwam was Guía Metodológica para la construcción participativa delProyecto Educativo Institucional (Manual for the construction of the Educative Project for the School). Interessant hierbij was de visie dat scholen niet alleen planmatig moesten werken aan de kwaliteit van de school (door innovaties), maar hierover ook moesten publiceren en erop reflecteren. Deze ideeën werden gevormd in Ecuador (film), maar ook bij de buren in Colombia (film).

VVOB heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling en invoering van een nieuw systeem voor onderwijsbegeleiding en –inspectie (film). Zo organiseerden we in samenwerking met de onderwijsministeries in Ecuador en Vlaanderen een studiereis naar Nederland en België (film) en organiseerden we verschillende conferenties. Vanuit VVOB hebben we op verzoek van het ministerie van onderwijs in Ecuador een (deel van het) opleidingsprogramma voor de toekomstige onderwijsbegeleiders en -inspecteurs gemaakt. Dit was in nauwe samenwerking met het ministerie, het was één van de speerpunten waar ze op dat moment aan werkten. Samen met collega's Mogollón en Crespo heb ik de modules over onderwijskwaliteit en -innovatie geschreven, zoals Fundamentos de Calidad Educativa. (Fundamentals in Educational Quality) en Innovacion Institutional. (Institutional innovation).

Een overzicht van nieuwsberichten over ECG is te vinden op de site van VVOB: http://www.vvob.be/vvob/programmas/egc en op de site van VVOB Ecuador.




SLO
 (sept 2006 - april 2010):

Bij SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (www.slo.nl) werkte ik als coördinator van het Kenniscentrum Leermiddelen en was ik verantwoordelijk voor de programmering en uitvoering van projecten vanuit het ministerie gericht op de ontwikkeling, inzet en kwaliteit van leermiddelen. Een belangrijk project was het leermiddelenplein.nl waar we leraren een overzicht boden van beschikbare leermiddelen naast allerlei extra functionaliteiten en informatie. Hierbij werkten we niet alleen samen met uitgevers, maar ook met scholen, universiteiten en andere kennisinstituten. Ik heb samen met Leonne Groenewegen de leermiddelenmonitor opgezet; een trendonderzoek dat nu nog steeds (nu in samenwerking met Kennisnet) een overzicht geeft van hoe scholen in het po, vo en s(v)o leermiddelen inzetten. Samen met o.a. Hans de Vries en Marco Zocca heb ik onderzoek gedaan naar hoe ELO's in het vo gebruikt werden: Inzet van de elektronische leeromgeving in het voortgezet onderwijs. Ik heb als contactpersoon voor SLO voor Kennisnet bijgedragen aan de manier waarop leerplannen 'vertaald' kunnen worden in technische formats, zie o.a. Praktijk- & literatuur-onderzoek in het kader van het project Classificatie leermiddelen VO. Verder heb ik gewerkt aan zaken als webquests en digiborden (zie ook de lijst met publicaties). Namens SLO was ik ook de contactpersoon voor de samenwerking de educatieve uitgevers (GEU) en nam ik deel aan Europese uitwissel-platforms op het gebied van leerplanontwikkeling (CIDREE) en leermiddelen (EDRENE).

Ik werkte ook binnen de kenniskring leraren en leerplanontwikkeling aan een intensievere samenwerking met lerarenopleidingen. In samenwerking met ADEF en ICL deed ik o.a. onderzoek naar de aandacht voor leerplankundige competenties bij lerarenopleidingen (Lerarenopleidingen en leerplanontwikkeling: Onderzoek naar aandacht voor leerplan in opleidingscurriculum).



VSO/Mozambique (jul 2004 - aug 2006):

Het Centrum voor Afstandsonderwijs van de Katholieke Universiteit van Mozambique is ontstaan vanuit een project wat Daan van Alten heeft opgezet. Hij heeft het eerste programma voor bijna 200 docenten die op het platte land voor de klas stonden opgezet en gezorgd dat deze docenten een lerarendiploma kregen. Ik heb gewerkt aan de verdere uitbreiding van dit initiatief. Ik was verantwoordelijk voor de lerarenopleiding waar uiteindelijk 500 studenten programma’s volgden. De bachelor richtte zich op docenten die al werkten in de onderbouw van het middelbaar onderwijs, de meesten op het platte land. Ik coördineerde de ontwikkeling en (re)organisatie van het centrum, het (her)ontwerp van het curriculum van de 8 opleidingen, de kwaliteitscontrole, verschillende projecten (o.a. met Micro Science Kits) en internationalisering. Het centrum heeft zich na mijn vertrek verder ontwikkeld tot een nieuwe faculteit met meer dan 8000 studenten.


Zie ook deze pagina met wat meer informatie, foto's en artikelen.




Universiteit Twente (dec 2007 - jul 2004):

Ik was als universitair docent werkzaam binnen de Universiteit Twente, faculteit Onderwijskunde/Gedragswetenschappen. Het centrale thema in vakken, onderzoek (Ph.D.), studentenbegeleiding en projecten was het innovatief gebruik van ICT in het onderwijs. In het begin van mijn werkzaamheden aan de UT heb ik als projectmedewerker in een onderwijskundig team een elektronische leeromgeving (www.teletop.nl) ontwikkeld en succesvol geïmplementeerd in de faculteit, universiteits-breed en in andere onderwijsinstellingen.

Het belangrijkste project was de ontwikkeling van de elektronische leeromgeving TeleTOP. Samen met een groepje bestaande uit Allard Strijker, Elka Remmers, Gerj-Jan Verheij, Ger Tielemans, Oscar Peters en prof. Betty Collis vormde ik het TeleTOP team. We ontwikkelden een ELO voor de faculteit Onderwijskunde, op basis van de mogelijkheden van het web en de behoeften van docenten. Deze belangrijke innovatie om leren flexibeler te maken werd door de hele universiteit overgenomen. Later volgden projecten bij de Universiteit Leiden, Philips, de Marine (KIM) en Shell. TeleTOP is later een bedrijf geworden en werd de meest gebruikte ELO in het vo. Er zijn vele verhalen geschreven over onze aanpak (en die op andere plekken, zie ook publicaties), dit is er één van:  The TeleTOP Implementation Model: Establishing the use of a WWW-based course-management system in a university.

Meer informatie over mijn onderzoek en onderwijs: Zie Ph.D. Onderzoek en onderwijs