De wetenschap als de weg tot God
 

Science and Religion, portrayed to be in harmony - Tiffany window Education

(Zie daarvoor deze Wiki-pagina)

 

De wetenschap als de weg tot God; een religieuze paradox

‘Abdu’l-Bahá over de goddelijkheid van wetenschappelijke kennis.

 

 

Inhoud

 

Inleiding                     

Wetenschap als wegwijzer naar God?                        

Het Bahá’í-geloof en de wetenschap                                     

Uitspraken van bekende wetenschappers                               

De Steen der Wijzen of de Heilige Graal?                               

Onze waargenomen wereld als functie van ons lichaam [ Zie volgende pagina ]

Een des te opmerkelijk geloofsartikel                          

Wetenschap en religie als antagonisten?                                  

Predikt het Bahá’í-geloof dan het moderne sciëntisme?           

De prediking van het sciëntisme                                              

"De mens is Mijn mysterie en Ik ben zijn Mysterie"  [ Zie een volgende pagina ]   

Het te veel belovende materialisme                                         

Nog wat doordenkertjes   

[ hele tekst in PDF

                                                    

 

Inleiding

 

Wetenschap als wegwijzer naar God? Kan het paradoxaler? Goed, bij wetenschappers als Copernicus, Galileo, Kepler, Pascal, Boyle, Newton, Leibnitz, Faraday, Maxwell, Planck, etc, de grondleggers voor de moderne wetenschap, werd de wetenschappelijke arbeid nog gedragen door een devotionele attitude. Hun ‘natural philosophy’ was tegelijk een ‘divine philosophy’. Het ging hen immers om het proces van het ontdekken van ‘de geest van God’, wetende dat God ons immer boven de pet zal blijven gaan. Maar tegenwoordig weten we al dermate veel, en dermate ‘los van God’, dat velen het geloof in God afschaffen, en dit vervangen door het geloof in wetenschap[1]. Alsof ze tegenover elkaar staan, alsof je moet kiezen. Goed, je kunt je altijd blijven afvragen welke “God” (van de immens vele godsopvattingen!) geloofwaardig is, maar staat daar slechts één geloofwaardige en universele bron van kennis tegenover; de wetenschap? Onder wetenschappers, maar ook onder een groeiend aantal leken onder de gewone burgers, is het een vanzelfsprekende cultuur geworden om wetenschap te zien als vervanger van “God”. Wetenschap heeft zich immers uit de klauwen van de religieuze macht bevrijd en heeft zich geheel zelfstandig en onafhankelijk weten te emanciperen tegenover de hardnekkige religieuze tegenkracht, dank zij de ijver waarmee “God” als oorzakelijke hypothese uit de beoefening van de wetenschap werd uitgedreven. Deze terechte en zeer vruchtbare God-uitdrijving uit het natuurlijke pakket van oorzaken heeft dermate veel vruchten aan feitenkennis afgeworpen dat het geloof en het vertrouwen in wetenschap en technologie alleen nog maar toeneemt. De bruikbaarheid van wetenschap vervangt gaandeweg de bruikbaarheid van God. “Wetenschap werkt, God werkt niet meer”. En dit denkbeeld heeft geleid tot een gedachtecontrole binnen de wetenschappelijke gemeenschap. Bij ‘echte’ wetenschappers[2] is het not done om nog aan “God” te denken. Maar er zijn nog steeds wetenschappers die tegen de cultuurstroom in zwemmen. Zij blijven open staan voor een aspect van wetenschap als wegwijzer naar God.

 

De vraag is dan natuurlijk: welke God hebben zij dan voor ogen? Kennelijk niet de God van Dawkins. De militante ‘nieuwe atheïsten’ voeren een ware jihad tegen alle vormen van bijgeloof die verbonden zijn met inadequate godsbeelden.

 

Wetenschap als wegwijzer naar God?

 

Het thema ‘Wetenschap als het middel waarmee de mens de weg tot God vindt’ lijkt door het Bahá’í-geloof serieuzer genomen te worden dan het aloude, overbekende thema ‘Religie als het middel waarmee de mens de weg tot God vindt’. Het Bahá’í-geloof is binnen de evolutie van religies een uitgesproken pro-wetenschappelijk geloof. Middels de wetenschap vindt de mens de weg tot God. ‘Abdu’l-Bahá:“Wetenschap is de uitstraling van de Zon van Werkelijkheid, het vermogen van onderzoek en van de ontdekking van de waarheden van het universum, het middel waarmee de mens de weg tot God vindt. Wetenschap is de eerste uitstraling van God op de mens.” [3] Welke God heeft het Bahá’í-geloof dan voor ogen?

 

‘Abdu’l-Bahá waardeert de goddelijkheid van wetenschap in bloemrijke taal. Uit een grote hoeveelheid lovende teksten over ‘science’ [4] selecteerde ik een aantal relevante zinnen: “De mensheid beschikt over vele kwaliteiten, maar wetenschap is < xml="true" ns="urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" prefix="st1" namespace="">de edelste van allemaal. Het specifieke onderscheid dat de mens ver boven het dier verheft, moet worden toegeschreven aan deze superieure gave. Zij is een gave van God; niet van stoffelijke aard, maar goddelijk…

Kennis is de belangrijkste emanatie van God naar de mens toe. Alle geschapen wezens belichamen het potentieel tot stoffelijke perfectionering, maar het vermogen tot intellectueel onderzoek en het verwerven van kennis is een hogere gave die alleen specifiek aan de mens gegeven is. Andere levende wezens en organismen zijn verstoken van dit potentieel vermogen en deze verworvenheid. Deze liefde voor de ware werkelijkheid heeft God in de mens ingeschapen of neergelegd…. Alle zegeningen zijn van goddelijke oorsprong, maar geen enkele laat zich evenaren met de capaciteit tot intellectueel onderzoek; dit is een niet aflatende gave die vruchten van oneindige vreugde oplevert. De mens heeft altijd deel aan deze vruchten.…Kortom, het is een zegening die geen einde kent en een goddelijke gave, het meest verheven geschenk dat God aan de mens heeft toebedeeld.… Een mens die over kennis beschikt is een zuivere graadmeter en representant van het menselijk geslacht, want via processen van inductieve benadering en onderzoek is hij op de hoogte van al die zaken die met het leven van de mensen te maken hebben... Zonder deze basis van intellectueel onderzoek is ontwikkeling gewoon onmogelijk. Streef daarom met grote toewijding naar kennis en kundigheid over alles wat binnen het bereik van deze wonderbare gave ligt. De superieure vermogens van de mens, met inbegrip van het vermogen tot het vergaren van kennis, liggen buiten bereik van de natuur. Het betreft hier krachtvelden waardoor de mens verschilt en zich onderscheidt van alle andere vormen van leven. Dit is de gave van goddelijk idealisme, de kroon die het hoofd van de mens siert. Niettegenstaande de gave van dit bovennatuurlijke vermogen is het verbazingwekkend dat materialisten zichzelf nog steeds als gevangenen van de natuur zien …. Wij moeten God dankbaar zijn voor deze gaven, voor deze vermogens die Hij ons gegeven heeft, voor deze kroon die Hij ons op het hoofd heeft geplaatst.” [5]

 

In het verlengde van de individuele plicht tot zelfstandige waarheidsvinding kennen wij de aansporing om ons geloof in harmonie met de wetenschap te brengen, en niet andersom! Ik plaats hier eerst 4 citaten van ‘Abdu’l-Bahá om te verduidelijken wat Hij bedoelt met ‘de twee vleugels’ aan de ene vogel: “Wij kunnen wetenschap als de éne vleugel en religie als de andere vleugel beschouwen. Een vogel heeft twee vleugels nodig om te kunnen vliegen: één vleugel alleen zou geen zin hebben. Iedere religie die in strijd is met wetenschap of zich er tegen verzet, is louter onwetendheid want onwetendheid is het tegengestelde van kennis. Religie die alleen uit riten en ceremoniën van vooropgezette ideeën bestaat is niet de waarheid. Laten wij er ernstig naar streven het middel te zijn voor het in overeenstemming brengen van geloof en wetenschap." [6] “Religie en wetenschap zijn de twee vleugels waarop 's mensen verstand omhoog kan wieken, waarmee de mensenziel vooruit kan gaan. Het is niet mogelijk met slechts één vleugel te vliegen! Zou een mens trachten te vliegen met alléén de vleugel van religie, dan zou hij snel terechtkomen in de poel van bijgeloof, terwijl hij anderzijds met alleen de vleugel van wetenschap ook niet vooruit zou komen, maar in het troosteloze moeras van materialisme zou wegzinken.”[7] “De mens heeft twee vermogens; en zijn ontwikkeling twee aspecten. Het ene vermogen staat in verbinding met de materiële wereld, waardoor hij in staat is tot materiële vooruitgang. Het andere vermogen is geestelijk, en door de ontwikkeling daarvan wordt hij zich bewust van zijn innerlijke potentiële natuur. Deze vermogens zijn als twee vleugels. Beide behoeven ze ontwikkeling, want vliegen op één vleugel is onmogelijk. Ere zij God! Materiële vooruitgang in de wereld is een voldongen feit, maar er is grote behoefte aan geestelijke vooruitgang die daarmee parallel zou moeten lopen. Wij moeten voortdurend en zonder rusten ernaar streven om de ontwikkeling van de geestelijke natuur van de mens te bevorderen.” [8]

 

De 4e uitspraak over de ‘twee vleugels’ richt zich met name op de ontwikkeling van de ‘wetenschap van de geest’ naast die van de natuur: “Wetenschappelijke kennis is de hoogste verworvenheid op het menselijk vlak, want wetenschap is de ontdekker van de werkelijkheid. Er bestaan twee soorten wetenschap: materiële en geestelijke. De materiële betreft het onderzoek van natuurverschijnselen; goddelijke wetenschap betreft het ontdekken en verwezenlijken van geestelijke waarheden. De wereld der mensheid moet beide verwerven. Een vogel heeft twee vleugels; met één kan hij niet vliegen. Materiële en geestelijke wetenschap zijn de twee vleugels waarmee de mens zich verheft en zijn doel bereikt. Beide zijn nodig - de één natuurlijk, de ander bovennatuurlijk; de één materieel, de ander goddelijk. Met goddelijke wetenschap bedoelen we het ontdekken van de mysteriën van God, het begrijpen van de geestelijke werkelijkheid, de wijsheid van God, de diepere betekenissen van de goddelijke religies en de fundering van de wet.” [9] Vooral in het Westen is de geesteswetenschap in het slop geraakt.

 

Het is dus nogal ondubbelzinnig gesteld: iedere religie die in strijd is met wetenschap of zich er tegen verzet, is louter onwetendheid. En in dat kader moeten wij er voortdurend en zonder rusten naar streven om de ontwikkeling van de geestelijke natuur van de mens te bevorderen. De ontwikkeling van de geestelijke natuur en de ontwikkeling van een adequate geesteswetenschap is dan ook gebaat bij de eliminatie van bijgeloof. Ik heb een compilatie aangemaakt van citaten van ‘Abdu’l-Bahá over het bestrijden van bijgeloof.[10] Ook daarin zijn krasse uitspraken te vinden. “Laten wij er ernstig naar streven het middel te zijn voor het in overeenstemming brengen van geloof en wetenschap”, zegt ‘Abdu’l-Bahá, maar uiteindelijk blijkt hij het primaat ondubbelzinnig bij de wetenschap te leggen als hij in diverse verschillende verwoordingen herhaalt: “Brengt uw gehele geloofsovertuiging in harmonie met de wetenschap” [11], en “wetenschap is het middel waarmee de mens de weg tot God vindt.” [12] Hij zegt nergens dat we de wetenschap moeten aanpassen aan religie! ‘Abdu’l-Bahá lijkt inderdaad het primaat bij de wetenschap te leggen: "Ik zeg u: weegt met het tegenwicht van rede en wetenschap zorgvuldig alles af wat u als religie wordt aangeboden. Als het deze test doorstaat, aanvaardt het dan, want het is de waarheid! Zo niet, verwerpt het dan, want het is onwetendheid!” [13]

 

Opmerkelijk van dit religieuze vertrouwen in de wetenschap is een toevoeging “Als religie, ontdaan van bijgeloof, tradities en onbegrijpelijke dogma's haar overeenkomst toont met de wetenschap, dan zal er in de wereld een grote éénmakende, reinigende kracht zijn die alle oorlogen, onenigheid, tweedracht en strijd zal wegvagen en dan zal de mensheid verenigd worden in de kracht van de Liefde Gods.” [14] Het gaat dus om meer dan een theoretische vrucht aan de boom van de harmonie van wetenschap en religie (de twee vleugels aan de ene vogel, de twee bronnen van kennis), het gaat veel meer om de concrete vrucht: de overeenkomst met de wetenschap zal ‘een reinigende kracht’ zijn ‘die alle oorlogen, onenigheid, tweedracht en strijd zal wegvagen en de mensheid zal verenigen’. Want dan zal een geestelijke harmonie en eenheid in de praktijk zichtbaar worden door het verschijnen van ‘één universeel en op waarneming berustend inzicht’: “De verschillen tussen de religies van de wereld zijn te wijten aan de verschillende soorten opvattingen. Zolang de verstandelijke vermogens uiteenlopen, is het zeker dat de beoordelingen en inzichten van mensen onderling zullen verschillen. Als er echter één enkel, universeel, op waarneming berustend inzicht geïntroduceerd wordt - een inzicht dat alle overige omvat - dan zullen de verschillende inzichten samensmelten en zal er een geestelijke harmonie en eenheid zichtbaar worden.” [15] “Als..”, zegt ‘Abdu’l-Bahá; we zijn er dus nog niet, zou je zeggen. Maar naturalistische evolutionisten zijn er enthousiast van overtuigd dat het universele, op waarneming berustende inzicht al door Darwin geopenbaard was. Het aantal devote volgelingen van Darwin groeit alleen nog maar. “Wij zijn er ontwijfelbaar getuige van, gedurende de laatste eeuw, dat er zich een nieuw geloof vestigt: de religie van de evolutie!” [16]

 

Door het onderzoeken van de werkelijkheid zullen alle religies en volkeren van de wereld één worden: “Voorop staat in de verheven leringen van Bahá'u'lláh het nader onderzoek van de werkelijkheid. Dit betekent dat ieder individueel lid van de mensheid aangespoord wordt om alle bijgeloof, tradities en het blindelings navolgen van voorouders opzij te zetten; en, voor zichzelf, de werkelijkheid aan een nader onderzoek te onderwerpen. Aangezien de werkelijkheid één is, zullen door het onderzoeken van de werkelijkheid alle religies en volkeren van de wereld één worden. Waar in de heilige geschriften uit het verleden treft men de aanduiding van dit beginsel aan?” [17] Inderdaad: het primaat van wetenschappelijk onderzoek als geloofsartikel is in geen enkele premoderne religie zo pregnant aanwezig als in het transmoderne Bahá’í-geloof.

 

Het Bahá’í-geloof en de wetenschap

 

Het Bahá’í-geloof (een geloof dus, en niet een wetenschap) komt met een opmerkelijk nieuw geloofsartikel: “Wetenschap is de uitstraling van de Zon van Werkelijkheid, de eerste uitstraling van God op de mens.” [18] Wetenschap als het middel waarmee de mens de weg tot de Zon van Werkelijkheid vindt. Als ‘Abdu’l-Bahá, de centrale uitlegger van het Bahá’í-geloof, het trouwens over ‘wetenschap’ heeft, dan doelt hij meer op de fundamentele, zuivere wetenschap dan op de technologische bruikbaarheden ervan. Hij gebruikt dan veelal de Perzische term afkár-i-faylasúfí, gewoonlijk vertaald als ‘wetenschappelijke theorieën’, meer filosofisch bedoeld. En hij stelt afkár-i-faylasúfíhierbij dan tegenover afkár-i-diyánatí’, de religieuze theorieën en stelt daarbij dat religieuze theorieën en wetenschappelijke theorieën met elkaar overeen moeten komen.[19] Maar wetenschap blijft de edelste van alle kwaliteiten waarover de mensheid beschikt.

 

Religieuze geloofsovertuigingen moeten harmoniëren met kennis uit natuurwetenschappelijk onderzoek omdat de ene God ‘Twee Boeken’ [20] voor de mens ter studie heeft bestemd, het ongeschreven ‘Boek’ van de Natuur (de Schepping) en het geschreven Boek van Openbaring. Het ongeschreven Boek is voor onderzoek door natuurwetenschappers bedoeld en het geschreven Boek is ter overdenking, een rijke bron van inspirerende mystiek, m.n. voor de spirituele en sociale ontwikkeling van de mens bestemd. Maar wellicht is dan het ongeschreven Boek van de Natuur (te bestuderen door de natuurwetenschap) het uitgelezen Boek voor de herbronning met God! Het lijkt erop, want de Natuur is Gods Wil en de uitdrukking daarvan in en door de contingente wereld, dus als je met Gods Wil kennis wil maken, onderzoek dan de natuur: “De Natuur is in wezen de belichaming van Mijn Naam, ‘de Maker’, ‘de Schepper’… in deze diversiteit bevinden zich tekenen voor mensen met inzicht. De Natuur is Gods Wil en de uitdrukking daarvan in en door de contingente wereld. Zij is begiftigd met een vermogen welks realiteit het verstand der geleerden te boven gaat. Waarlijk, iemand met inzicht kan daarin niets anders waarnemen dan de uitbundige pracht van onze Naam, ‘de Schepper’.” [21]

 

Uitspraken van bekende wetenschappers

 

“It is the steady, ongoing, never-slackening fight against scepticism and dogmatism, against unbelief and superstition, which religion and science wage together. The directing watchword in this struggle runs from the remotest past to the distant future: ‘On to God!’ - Max Planck

 

“Weinig wetenschap verwijdert van God, veel wetenschap brengt tot Hem terug. Het is waar dat een weinig filosofie het verstand van een mens naar het atheïsme zal doen neigen; maar een diepte in de filosofie leidt het verstand van een mens naar religie: Want ook al kijkt het verstand van een mens naar verstrooide secundaire oorzaken, het kan hier soms blijven stilstaan en niet verder kijken; maar wanneer de keten van deze oorzaken gezamenlijk en met elkaar verbonden worden beschouwd, dan kan het verstand niets anders doen dan de toevlucht nemen tot de Voorzienigheid en God.” - Sir Francis Bacon

 

“Physics filled me with awe, put me in touch with a sense of original causes. Physics brought me closer to God. That feeling stayed with me throughout my years in science. Whenever one of my students came to me with a scientific project, I asked only one question, ‘Will it bring you nearer to God?’ - Isidor Isaac Rabi

 

“De eerste slok uit de beker der natuurwetenschap maakt atheïstisch, maar op de bodem wacht God.” - Werner Heisenberg

 

“It is not science that renders belief in God obsolete. It is a strictly materialist interpretation of the world that renders belief in God obsolete. Science is more ambiguous than that, and modern scientific belief in the intelligibility and mathematical beauty of nature, and in the ultimately “veiled” nature of objective reality, can reasonably be taken as suggestive of an underlying cosmic intelligence. To that extent, science may make a certain sort of belief in God highly plausible.” - Keith Ward

 

“The more I work with the powers of Nature, the more I feel God’s benevolence to man; the closer I am to the great truth that everything is dependent on the Eternal Creator and Sustainer; the more I feel that the so-called science, I am occupied with, is nothing but an expression of the Supreme Will, which aims at bringing people closer to each other in order to help them better understand and improve themselves.” - Guglielmo Marconi

 

“There is but one source for science: it must come from the Medieval insistence on the rationality of God.” - A. N. Whitehead

 

“A scientific discovery is also a religious discovery. There is no conflict between science and religion. Our knowledge of God is made larger with every discovery we make about the world.” - Joseph Taylor

 

“Nature comes from God, and science comes from nature.” - in the Ramayana.

 

“Science is the discovery of nature and how it functions. Nature is created by God, so essentially, science is the study of God.” - Sayyed Muhammad Shuaib

 

“Science and religion compliment each other. Science deals with facts, and religion deals with symbolism and the meaning of life. Who is to say that God did not create us through evolution?” - Father Frazer Mascarenhas

 

“Voor mij zijn deze natuurwetten zo ingenieus en zitten ze zo knap in elkaar, dat er meer over te zeggen is dan dat ze nou eenmaal zo zijn. Ik vind het heel normaal om te geloven dat deze rationele ordening en de schoonheid daarvan een uitdrukking is van een Goddelijke geest en dat hun ingenieuze werking een uiting is van een Goddelijke bedoeling.” - John Polkinghorne

 

“Te zeggen dat God het heelal geschapen heeft, verklaart noch God noch het heelal, maar het houdt ons open voor geheimen van ontzagwekkende majesteit die we anders misschien zouden veronachtzamen.” - Charles Misner

 

"Rather, scientific insights about the wonders of nature may be a source of religious inspiration, and religious faith can motivate scientific discovery. A wonderful contribution to the science-religion dialogue." - Francisco Ayala

 

“Science can have a purifying effect on religion, freeing it from beliefs from a pre-scientific age and helping us to a truer conception of God. At the same time, I am far from believing that science will ever give us the answers to all our questions.” - Nevill Mott

 

“Both religion and science need for their activities the belief in God, and moreover God stands for the former in the beginning, and for the latter at the end of the whole thinking. For the former, God represents the basis, for the latter – the crown of any reasoning concerning the world-view.” - Max Planck

 

“God is not ‘an’ idea, nor a cultural invention, not an 'opiate of the masses' or any such thing; God is a way of thinking that was rendered permanent by natural selection. As scientists, we must toil and labor and toil again to silence God, but ultimately this is like cutting off our ears to hear more clearly. God too is a biological appendage; until we acknowledge this fact for what it is, until we rear our children with this knowledge, he will continue to howl his discontent for all of time.” - Jesse Bering

 

De Steen der Wijzen of de Heilige Graal?

 

Wat mij dan verder fascineert is de volgende uitspraak van ‘Abdu’l-Bahá: “Als er één enkel, universeel, op waarneming berustend inzicht geïntroduceerd wordt - een inzicht dat alle overige omvat - dan zullen de verschillende inzichten samensmelten en zal er een geestelijke harmonie en eenheid zichtbaar worden.” [22] Alfred North Whitehead had het over "The endeavour to frame a coherent, logical, necessary system of general ideas in terms of which every element of our experience can be interpreted." [23]

 

Eén universeel op waarneming berustend inzicht dat alle overige inzichten omvat? Nee, m.i. kan daarmee niet een fysicalistische ‘Theorie over Alles’ bedoeld zijn. Het meest bekende voorbeeld is wellicht Stephen Hawking, die in zijn boek ‘The universe’ nog enthousiast beweert: ‘Als we eenmaal de Theorie over alles hebben ontwikkeld, kennen we de geest van God’. Diezelfde Stephen Hawking echter, kwam recentelijk op zijn enthousiasme rondom die ‘Theorie over Alles’ terug met een publiekelijke erkenning van de relativiteit van wetenschappelijke kennis, en vooral met de erkenning van het ‘zelfreferentiële karakter’ van al onze wetenschappelijke kennis. Hij deed dat in zijn voordracht "Gödel and the end of physics"[24] op een conferentie over de Snaartheorie en M-theorie[25] in het kader van de viering van de honderdste verjaardag van Paul Dirac. [26]

 

Eén enkel, universeel, op waarneming berustend en omvattend inzicht; het klinkt een beetje als ‘De Steen der Wijzen’ of als ‘De Heilige Graal’, een inzicht dat op de aarde van empirische waarneming rust in plaats van in de hemel van religieuze theorieën hangt! Rijst dat universele inzicht dan op uit de materiewetenschap? Of uit een vernieuwde geesteswetenschap? Of uit een toekomstig (sparring-)partnerschap tussen beiden? Dat inzicht zal er (m.i.) in elk geval van uitgaan dat de werkelijkheid één is. Dat wetenschap en religie twee geïnstitutionaliseerde en geformaliseerde interpretaties van die ene werkelijkheid vormen. Dat wij mensen geen directe toegang hebben tot die allesomvattende, allesdoordringende, ene werkelijkheid. Dat alle mensen hun eigen specifieke en persoonlijke interpretatie van die ene werkelijkheid hebben. (Er vigeren dus minstens 6,5 miljard werkelijkheidsopvattingen die allemaal van elkaar verschillen) Dat al die verschillende posities en visies tóch wel weer binnen die omvattende werkelijkheid met elkaar verbonden zijn! En dat is dan ook weer de reden waarom we elkaars visie kunnen begrijpen, kunnen aanvaarden en kunnen afwijzen.

 

Eén ding staat vast: Geen mens leeft en functioneert zonder een eigen visie op de werkelijkheid.

Wij beschikken over allerlei psychologische mechanismen om ons wereldbeeld op orde te brengen en te herstellen, er een samenhangend geheel van te smeden en dat zo te houden. In eerste instantie is iedereen dus ‘conservatief’, en pas in tweede instantie ‘open-minded’ en flexibel. Ons ‘heelbeeld’ is en blijft een eigen creatie, levensnoodzakelijk, gewoon al om als een consistente eenheid te kunnen handelen. Dat geldt ook voor collectieve heelbeelden. Wij construeren dus graag ‘logische systemen’, mechanistische modellen. De wereld bestaat volgens ons uit allerlei ‘mechanismen’. Ons heelbeeld gelijkt dan nog steeds op een ‘klokwerk’, een machine. Geen van die denkmodellen, ook al gaat het om machtige ideologieën of beroemde filosofieën of ‘wetenschappelijke’ paradigmata mag echter gelijkgesteld worden met de (onkenbare) werkelijkheid zelf. Hoe deftig en heftig er dan ook gedaan wordt over ‘het radicale materialisme’ of ‘het rationalisme’ of ‘het naturalisme’ of ‘het sciëntisme’[27], zij kunnen niet anders zijn dan puur menselijke, voorlopige hypotheseconstructies binnen onze gereduceerde, antropomorfe (mensvormige) leefwereld. Iedere poging om ‘dé’ (transcendentale) werkelijkheid steeds dichter te benaderen, kan dan ook alleen mystiek van aard zijn, metaforisch, symbolisch.

 

Dat ene, op waarneming berustende en omvattende inzicht zal dan ook gebaseerd zijn op ons besef dat we leven en denken binnen een strikt ‘menselijke matrix’, een zeer beperkt raamwerk, dus gevangen binnen een antropomorfe wereld die zich in eerste instantie net zo mechanistisch presenteert als het functioneren van ons (bezielde) lichaam. Ons brein is daarbij het verzamelorgaan van ons lichaam. Wij leven in een lichamelijke interpretatie van de werkelijkheid en ontkomen daar nooit aan. Hebben wij het over onze “God”, dan hebben wij het vaak over een godsbeeld dat wij zelf hebben geschapen naar ons eigen beeld en gelijkenis.

 


[1] Zie verderop bij ‘sciëntisme’

[2] De term “wetenschapper” (als lid van een beroepsgroep) dateert eigenlijk pas sinds 1834! En pas in de tweede helft van de 19e eeuw is er sprake van de wetenschap/religie-strijd zoals we die sindsdien zagen opbloeien als naturalisme versus godsgeloof. Pas in de 21e eeuw is de term wetenschap/religie-dialoog bespreekbaar geworden.

[3] ‘Abdu’l-Bahá, PUP, zie document http://d.scribd.com/docs/14pxos3xe4e2tr3rnd37.pdf

[4] In Ocean, bijvoorbeeld: Science is the discoverer of the past. From its premises of past and present we deduce conclusions as to the future. Science is the governor of nature and its mysteries, the one agency by which man explores the institutions of material creation.  All created things are captives of nature and subject to its laws. They cannot transgress the control of these laws in one detail or particular.

[5] ‘Abdu’l-Bahá: Promulgation of Universal Peace, p. 49-51

[6] ‘Abdu’l-Bahá in: Toespraken in Parijs, 1910

[7] ‘Abdu’l-Bahá: Toespraken in Parijs pagina 161

[8] ‘Abdu’l-Bahá: Promulgation of Universal Peace, page 60 (ongeaut. vert.)

[9] ‘Abdu’l-Bahá, The Promulgation of Universal Peace, p.138

[11] ‘Abdu’l-Bahá in: Toespraken in Parijs, 1910

[12] ‘Abdu’l-Bahá, The Promulgation of Universal Peace, p. 49 http://d.scribd.com/docs/14pxos3xe4e2tr3rnd37.pdf

[13] ‘Abdu’l-Bahá in: Toespraken in Parijs, 1910

[14] ‘Abdu’l-Bahá in: Toespraken in Parijs, 1910

[15] ‘Abdu’l-Bahá: Selections from the Writings of ‘Abdu’l-Bahá, #31, blz. 63

[16] T. de Chardin: The Future of Man, 1920

[17] ‘Abdu’l-Bahá in PUP, pp. 431- 437

[18] ‘Abdu’l-Bahá, The Promulgation of Universal Peace, p. 49 http://d.scribd.com/docs/14pxos3xe4e2tr3rnd37.pdf

[20] “There are two Books: one is the Book of Creation and the other is the Written Book. The Written Book consisteth of the heavenly scriptures which are revealed to the Prophets of God and have issued forth from the lips of His Manifestations. The Book of Creation is the preserved Tablet and the outspread Roll of existence.” ‘Abdu'l-Bahá in Makátíb, vol. 1, pp. 436-437

[21] Bahá’u’lláh, Tafelen van Bahá’u’lláh, p.142

[22] ‘Abdu’l-Bahá: Selections from the Writings of ‘Abdu’l-Bahá, #31, blz. 63

[23] Alfred North Whitehead, Process and Reality, The Free Press, 1978).

[26] Paul Adrien Maurice Dirac (1902-1984), great theoretical physicist of the twentieth century. He was awarded the Nobel Prize together with Schrödinger in 1933.

[27] Het sciëntisme is het stellige geloof dat de wetenschap de enige bron van ware kennis is die alle religieuze kennis gaandeweg zal vervangen. Kijk verderop in dit opstel.