De mens is Mijn mysterie...
 

 

"De mens is Mijn mysterie en Ik ben zijn Mysterie" [1]

 

“Hij die zichzelf kent, kent God.” [2] Wie durft vandaag de dag te beweren dat hij zichzelf kent? Sterker nog: Wetenschappers en filosofen neigen het in elk geval over één ding eens te worden; het persoonlijke “zelf” blijft onkenbaar, als een soort fata morgana, een zinsbegoocheling, in elk geval een mysterie. Westerse wetenschap komt daarin geheel overeen met Oosterse religie, bijvoorbeeld het Boeddhisme. In het Boeddhisme is het zaak om alle “zelf”-illusie kwijt te raken, te beginnen met je “Ik”-illusies en je dikke “ego”. Wat betreft onze “Ik”-illusie: uiteindelijk verliezen wij onszelf juist zo vaak in een flow van creativiteit, we worden dan één met ons creëren. Of we verliezen ons in een andere eenwordingservaring of activiteit. En in het volle levensgewoel vergeten wij ons eigen ik vaker dan dat we ons van dat ik nog bewust zijn. Bahá’u’lláh: “Overweegt bovendien hoe dikwijls de mens zijn eigen ik vergeet, terwijl God in Zijn alomvattende kennis Zich bewust blijft van Zijn schepsel en voortdurend de luister van Zijn heerlijkheid over hem uitstraalt. Het is dus duidelijk dat in zulke omstandigheden God hem nader is dan zijn eigen ik. Hij zal het voorwaar immer blijven, want terwijl de ene ware God alles weet, alles waarneemt en alles begrijpt, is de sterflijke mens geneigd tot dwalen en onkundig van de geheimen die in hem verborgen liggen.” [3] Welnu, één van die geheimen is wel ons ‘zelf’, het andere is ‘God’.

 

“Welke plicht Gij Uw dienaren ook hebt opgedragen om Uw majesteit en glorie tot in de hoogste mate te prijzen, dan is dit slechts een teken van Uw genade jegens hen, opdat zij in staat mogen worden gesteld zich te verheffen tot de staat die verleend is aan hun innerlijk wezen, de staat van zichzelf te kennen." [4] Zelfkennis en Godskennis zijn kennelijk direct met elkaar verbonden, maar het gaat vanzelfsprekend niet om louter intellectuele of rationele kennis. Het gaat hier natuurlijk om de kennis die verborgen is in het menselijke hart, spirituele, mystieke kennis. Het gaat dus om transrationele kennis, om een metalogisch denken.

 

In ±1600 v.Chr. kon je de Tempel van Apollo te Delphi betreden om toegang te verkrijgen tot alle mysteries van de werkelijkheid. Maar reeds bij het bestijgen van de traptreden die toegang tot de Tempel gaven, kon men op de tempelarchitraaf lezen welke de enige en juiste weg was die je moest gaan: “Gnothi Sauton”, ofwel “Mens, ken uzelve…” Een uiterst wijze uitspraak dus. Wij leven vanuit onze geest, maar juist wat dat betreft blijven we onszelf eeuwig een mysterie, met name blijven we een mysterie voor ons rationele vermogen tot objectief wetenschappelijk onderzoek. Net zoals objectief wetenschappelijk onderzoek het “zelf” nergens kan lokaliseren, zo blijft alle objectief wetenschappelijke onderzoek ook “God” nergens te kunnen lokaliseren. Vandaar die wijze uitspraak “Hij die zichzelf kent, kent God”. Zo ons ‘zelf’ voor ons al onkenbaar is, zo staat ‘God’ bekend als “de Meest Onkenbare”. En bij alles blijft ons persoonlijke, geestelijke leven (vanuit ieders eigen ‘zelf’) tóch het primaat, de suprematie en de prioriteit hebben boven ‘de materie’. Want ‘de materie’ blijkt uiteindelijk ook te bestaan uit intellectuele abstracties (bijvoorbeeld wiskundige formules), dus uit geestelijke constructies in plaats van de stoffelijkheid die wij op het niveau van zintuiglijke gewaarwordingen binnen onze lichamelijke leefwereld voor ‘waar’ aannemen.

 

Al het eerder geschrevene ontspruit aan intellectueel nadenken binnen ons geestelijke leven. Maar het ironische feit doet zich voor dat juist intensief nadenkende wetenschappers pretenderen dat ‘de geest’ en ‘het bewustzijn’ louter illusoire bijproducten zijn van de stoffelijke hersenen, bij ‘de mensen’ natuurlijk, niet bij betrokken wetenschappers zelf…

Bewustzijn, vrije wil en doelgerichtheid zijn niets-anders-dan illusies, maar o wee, betrek hun wetenschappelijke conclusies niet op hen zelf. Zeg niet dat zij hun intellectuele vruchten louter bewusteloos verkregen, volslagen willoos en niet doelgericht, geleid door het blinde toeval. Zeg dat niet, want juist deze wetenschappers gaan prat op hun ontwikkelde bewustzijn, hun eigen vrije wil in kritisch en doelgericht nadenken, niets aan het toeval overlatend. O ironie.

 

Ons innerlijke, subjectieve leven (ons geestelijke leven) proberen wij net zo te bestuderen als alle uiterlijke, objectieve natuurverschijnselen. We gebruiken dan objectiverende termen zoals ‘de geest’ of ‘het bewustzijn’, alsof we ons innerlijke leven dan even ‘objectief’ buiten onszelf kunnen plaatsen. Alsof we ons effe binnenstebuiten kunnen keren. En dan maar proberen om ons geestelijke leven met ons geestelijke leven te bestuderen. We komen dan natuurlijk in een vreemde lus terecht, in een onontwarbare kluwen van cirkelredeneringen. Nee, voor de object-gerichte natuurwetenschapper zal ons geestelijke leven ons immer een raadsel blijven.

 

Wetenschappelijke en filosofische denkers hebben door de eeuwen heen dan ook maar gekozen voor een denkmodel waarbij ‘de geest’ (of ‘het bewustzijn’) een soort eigen leven leidt binnen een eigen domein, apart en gescheiden van het materiële domein. De werkelijkheid bestaat dan gewoon uit twee zelfstandige ‘substanties’, een stoffelijke (objectieve) en een geestelijke (subjectieve, veelal mysterieuze), parallel naast elkaar, met een verschillende identiteit. Men koos hiermee dus voor het zogenoemde dualisme als denkmodel. Maar dit scheidingsdenken bracht meer problemen dan oplossingen.

 

Tegenwoordig proberen wetenschappers en filosofen het dualisme dan ook te vervangen door een soort eenheidsdenken, gebaseerd op de stoffelijke (wèl objectiveerbare) wereld, het materialistisch monisme, of het naturalisme. Zij hopen met die versimpeling (reductie) te komen tot een soort ‘theorie over alles’. ‘De geest’ is dan gewoon niets-anders-dan een soort bijverschijnsel, een soort illusoir product van het stoffelijk brein. Maar helaas, juist dat hele begrip ‘materie’ is door de ontdekkingen van de nieuwe wetenschappen op losse schroeven gezet. ‘Materie’ blijkt helemaal niet zo ‘objectief’ materieel te zijn. Elementaire deeltjes blijken geen stoffelijke partikels te zijn. Materie blijkt uiteindelijk te bestaan uit een systeem van intellectuele abstracties, mathematische formalismen, een systeem als een gatenkaas, maar dan met steeds minder gaten. Materie blijkt in wezen alleen in het intellect te bestaan…

 

Prof. Martin Veltman, kwantumveldenexpert (Nobelprijswinnaar) hield een oratie met als titel Wat zit er in dat doosje?[5]: Nauwkeurige bestudering van een brok materie leidt tot de ontdekking van het molecuul, verdere ontleding geeft het atoom, openbreken van het atoom openbaart ons de atoomkern en de omringende elektronen, en nog verdergaand vindt men protonen en neutronen als bouwstenen van de atoomkern. Dus, bij het openen van het originele doosje vinden wij wéér een doosje, waarin wéér een doosje, enz. Men vraagt zich af: hoe lang zal dit doorgaan? Zal ieder doosje weer een verder doosje bevatten, of is er één dat na openen niets meer bevat? Niemand weet 't, zover is de mensheid nog lang niet gevorderd. Quarks of gluons zijn tot op heden nog niet concreet waargenomen. Evenzo de zwakke krachten of de neutrino. Alles blijft een verhaal van mathematische formalismen. En hij besluit: “Het is dus niet uitgesloten dat in de verre toekomst het antwoord op de vraag: ‘wat zit er in dat doosje’, zal luiden als volgt: ‘niets, het doosje is een gat in de ruimte’. Maar het lijdt geen twijfel dat het breiwerk van de natuur rondom deze ‘gaten’ van een imposante grootheid is.”

 

Een van de gaten waar nog kaas van gemaakt moet worden is het Higgsveld, nota bene nodig voor de massa in materie. Immers: zonder massa geen materie. Stoffelijkheid op zich bestaat uitsluitend op het ordinaire niveau van zintuiglijke gewaarwordingen binnen onze lichamelijke leefwereld. Ons brein is het verzamelorgaan van ons lichaam, dus is het brein tegenwoordig hèt intensieve onderzoeksgebied voor de neurowetenschappers. Maar ‘de geest’ of ‘het bewustzijn’ is in dat verzamelorgaan steeds maar weer niet te lokaliseren. Is ‘de geest’ dan tóch ‘een non-lokaal verschijnsel’? New Age auteurs proberen ‘de geest’ dwangmatig terug te stoppen in de machine van de kwantumvelden. ‘De geest’, dat is dan een soort morfisch veld van ‘eonen’ (een soort geestelijke replica’s van fotonen), of ‘de geest’, dat is het etherveld, of het nulpunts-energie-veld of het Akasha-veld of gewoon het kwantumvacuüm zelf. Waarom zijn wij toch altijd weer zo geneigd tot het fysicalisme, het sciëntisme en het spirituele materialisme? Waarom mag ‘de geest’ niet gewoon ‘geestelijk’ blijven, dus principieel onverklaarbaar en mysterieus blijven?

 

Toch is er een stap voorwaarts gedaan. Bewustzijn is verbonden aan het brein, een natuurlijke toestand van het brein, zoals vloeibaarheid een natuurlijke toestand van water is. En al onze bewustzijnstoestanden zijn vrijwel zonder uitzondering afhankelijk van neurobiologische processen in de hersenen. Vrijwel. De problemen ontstaan zodra we ons verdiepen in de precieze werking van ons zenuwstelsel. En juist op dat gebied dreigt de vooruitgang momenteel te stagneren omdat veel neurobiologisch onderzoek berust op een misverstand in het denkmodel.

 

Bewustzijnstoestanden staan namelijk niet op zichzelf, ze zijn altijd deel van een groter geheel van gewaarwordingen, één bewustzijnsgeheel. En met dat grotere ‘bewustzijnsveld’ houdt het moderne neurobiologische onderzoek geen rekening. Bepaalde denkers proberen nu aan een soort ‘verenigde-veld-theorie’ te denken. Zij proberen daarmee te verklaren hoe ons brein dat bewustzijnsveld tot stand brengt. Voor mij hoeft die kwantumtheoretische stap nou ook weer niet gezet te worden. Stel je voor dat we ons geestelijke leven kwantum-mechanisch zouden moeten zouden moeten omzetten in logische, mathematische formules. Hoe zou je dan de zin “Ik hou van je” moeten uitspreken in formules van de veldenmechanica?

 

Een ander nieuw terrein is de ‘cognitiewetenschap’. Die is in de jaren zeventig en tachtig ontwikkeld door filosofen, psychologen, linguïsten, antropologen en computerwetenschappers die schoon genoeg hadden van het behaviorisme in de psychologie. Helaas wordt ook die tak van onderzoek gehinderd door een hardnekkig misverstand, namelijk de gedachte dat de geest niets-anders-dan een digitaal computerprogramma is en het brein niets-anders-dan de daarvoor vereiste hardware, of beter gezegd: ‘wetware’[6].

 

De Amerikaanse taalfilosoof John Searle (1932-nu) samenvattend: De menselijke geest bestaat uit meer dan louter nullen, enen en computerlogaritmen, hij heeft ook nog een bewustzijns-inhoud die is samengesteld uit betekenissen. Anders gezegd, de geestelijke inhoud van wat ik doe ontgaat mij, maar die betekenissen-inhoud is nu juist essentieel voor het begrijpen van bewuste processen. Dit inzicht begint langzaam door te dringen en de laatste tijd vindt er een stilzwijgende paradigma-verschuiving in de cognitiewetenschap plaats, die hierin bestaat dat de softwarematige benadering plaatsmaakt voor een neurale benadering. Het model van ‘de geest’ als digitale computer wordt vervangen door een model van de geest als functie van het brein, uiteraard een veel ingewikkelder model omdat het gedetailleerde kennis van de werking van het brein vereist. Helaas staat de taalfilosofie, die ons op dit gebied zoveel verder zou kunnen helpen, al geruime tijd stil. De taalfilosofie zit nu verstrikt in het ‘externalisme’ en gaat ervan uit dat betekenissen geen resultaten zijn van hetgeen zich in onze geest afspeelt, maar van causale relaties tussen ons brein en de rest van de wereld. Het probeert dus het ontstaan van betekenissen en taalgebruik te verklaren zonder die te beschouwen als voortzetting van het vermogen van de geest tot representeren van objecten en toestanden in de wereld.

Alsof de intentionaliteit van taaldaden geen uitvloeisel is van de fundamentele, biologische intentionaliteit van de menselijke geest. Sommigen gaan zo ver dat ze al onze geestestoestanden toeschrijven aan niets-anders-dan causale verbanden. Geen wonder dat geen van deze onderzoekers op een plausibele manier kan uitleggen welke causale verbanden verantwoordelijk zijn voor bepaalde betekenissen of bewustzijnsinhouden. Het interessantste filosofische werk van de afgelopen tien jaar vond niet voor niets plaats in de bewustzijns-filosofie in plaats van in de taalfilosofie en de breinwetenschappen dankzij het inzicht dat subjectieve processen van het bewustzijn heel goed onderwerp van objectief onderzoek kunnen zijn en ons een ‘objectieve’ en universele kennis verschaffen. John Searle denkt (met zijn ‘biologisch naturalisme’) meer in monoduale termen dan dualistisch. De geest is ‘emergent’, een hogere ‘aggregatietoestand’ binnen de materiële zelforganisatie, zoals water zich bikkelhard kan voordoen als ijs, vloeibaar, als dampwolk of als ijl gas. Ik kom later op het monoduale denken terug. Eerst nog wat dualisten:

 

Drie moderne wetenschappers die een dualistische theorie over het bewustzijn hebben ontwikkeld zijn John Eccles (1903-1997), Howard Robinson (1945- nu) en David Chalmers (1966- nu). Eccles creëerde het begrip "waarschijnlijkheidsvelden", die door de geest zouden worden bediend om op de bewegingen van de neurotransmitters in te werken. Robinson brak een lans voor het functioneren van een "niet-fysieke wereld", parallel aan de fysieke. David Chalmers beweert met "the hard problem of consciousness", dat de wetenschap niet machtig is om een verklaring over bewustzijn te kunnen geven. Verder in deze richting kan ook de meer recente theorie worden gesitueerd van de "morfogenetische velden" van Rupert Sheldrake (1942- nu). Sheldrake wordt wel aangeduid als New Age-wetenschapper.

 

Religieuze uitspaken van de Nobel Laureaat in geneeskunde and fysiologie John Eccles:

“Science and religion are very much alike. Both are imaginative and creative aspects of the human mind. The appearance of a conflict is a result of ignorance. We come to exist through a divine act. That divine guidance is a theme throughout our life; at our death the brain goes, but that divine guidance and love continues. Each of us is a unique, conscious being, a divine creation. It is the religious view. It is the only view consistent with all the evidence.”

 

“There is a fundamental mystery in my personal existence, transcending the biological account of the development of my body and my brain. That belief, of course, is in keeping with the religious concept of the soul and with its special creation by God.”

 

“I am constrained to attribute the uniqueness of the Self or Soul to a supernatural spiritual creation. To give the explanation in theological terms: each Soul is a new Divine creation which is implanted into the growing foetus at some time between conception and birth.”

 

Maar naar mijn gevoel is voor al die schitterende religiositeit geen dualistisch denkmodel nodig.

Mijn voorkeur gaat uit naar het monoduale model, en dat is geen monisme, noch een dualisme.

Het is wel een vorm van ‘gelaagd naturalisme’, een stap verder dan het emergentiematerialisme.

Waarom zouden geest en materie van elkaar gescheiden moeten worden in onze leefwereld, immers de enige wereld waar we over kunnen ‘beschikken’? Onder ‘menselijke leefwereld’ versta ik dan alles wat door ons beperkte bevattingsvermogen redelijk begrepen kan worden.

 

Het uitgangspunt is hier iets waar maar weinig sciëntisten bij stilstaan: het zeer beperkte begripsvermogen van de mens over onze ‘bestaanswereld’, en de menselijke geest die zich met geen mogelijkheid in die ‘bestaanswereld’ laat invangen omdat die de bestaanswereld juist omvat. In onze ‘bestaanswereld’ zegt onze nuchtere rede ons dat geest en materie niet te scheiden zijn, juist een sterk interactief paar vormen. Je zou ze als de ‘twee kanten van de ene medaille’ kunnen beschouwen, en dan zou je veel consequenter moeten spreken van een ‘monodualisme’. [Zonder ‘geest’ is überhaupt geen ‘materie’, vice versa] Eventueel zou je dan kunnen spreken over een holistisch ‘neo-cartesiaans, interactief, personalistisch dualisme’ of een ‘huwelijk’ van geest en materie waarin deze 'twee kanten van de éne medaille’, een vorm van ‘wederzijdse interventionisme’ aangaan. En in onze basale realiteit blijven we onze eigen persoon ervaren als één, in de kern dus als ‘a-duaal’ (niet-dualistisch), en we hebben slechts bij reflectie weet van de monoduale wereld van ons ‘bestaan’. Onze werkelijkheid is niet òf/óf, dualistisch óf monistisch maar monoduaal èn aduaal tegelijk. 

 

We leven dus monoduaal, zou je kunnen zeggen; we zijn één, maar staan tóch in wisselwerking met de ‘Gans Andere’, het Hogere, een ons-omvattende werkelijkheid. Die Werkelijkheid omvat ons, maar juist daarom kunnen wij die Werkelijkheid nooit omvatten! En volgens een nominalistische levenshouding en omgangsvorm moeten we héél voorzichtig zijn om als ‘deskundige’ die Ultieme Werkelijkheid of die “God” voor de anderen te gaan definiëren, op te leggen, teneinde sociaal leiderschap te verwerven. Dit geld zowel voor religionisten als voor sciëntisten.

 

Een flink aantal denkers hebben proberen duidelijk te maken dat het materialistische dogma niet adequaat is.

 

Het te veel belovende materialisme

 

Eccles beschreef het ‘te veel belovende’ materialisme (promissory materialism) aldus: “There has been a regrettable tendency of many scientists to claim that science is so powerful and all pervasive that in the not too distant future it will provide an explanation in principle for all phenomena in the world of nature, including man, even of human consciousness in all its manifestations. In our recent book (The Self and Its Brain, Popper and Eccles, 1977) Popper has labelled this claim as ‘promissory materialism’, which is extravagant and unfulfillable. Yet on account of the high regard for science, it has great persuasive power with the intelligent laity because it is advocated unthinkingly by the great mass of scientists who have not critically evaluated the dangers of this false and arrogant claim.”

 

“I regard this theory as being without foundation. The more we discover scientifically about the brain the more clearly do we distinguish between the brain events and the mental phenomena and the more wonderful do the mental phenomena become. Promissory materialism is simply a superstition held by dogmatic materialists. It has all the features of a Messianic prophecy, with the promise of a future freed of all problems - a kind of Nirvana for our unfortunate successors.”

 

“I maintain that the human mystery is incredibly demeaned by scientific reductionism, with its claim in promissory materialism to account eventually for all of the spiritual world in terms of patterns of neuronal activity. This belief must be classed as a superstition. We have to recognize that we are spiritual beings with souls existing in a spiritual world as well as material beings with bodies and brains existing in a material world.”

 

“Since materialist solutions fail to account for our experienced uniqueness, I am constrained to attribute the uniqueness of the self or soul to a supernatural spiritual creation. This conclusion is of inestimable theological significance. It strongly reinforces our belief in the human soul and in its miraculous origin in a divine creation.”

 

“As a dualist I believe in the reality of the world of mind or spirit as well as in the reality of the material world. Furthermore I am a finalist in the sense of believing that there is some Design in the processes of biological evolution that has eventually led to us self-conscious beings with our unique individuality; and we are able to contemplate and we can attempt to understand the grandeur and wonder of nature.”

 

Gliedman (1982): “Eccles strongly defends the ancient religious belief that human beings consist of a mysterious compound of physical body and intangible spirit. Each of us embodies a nonmaterial thinking and perceiving self that ‘entered’ our physical brain sometime during embryological development or very early childhood, says the man who helped lay the cornerstones of modern neurophysiology. This ‘ghost in the machine’ is responsible for everything that makes us distinctly human: conscious self-awareness, free will, personal identity, creativity and even emotions such as love, fear, and hate. Our nonmaterial self controls its “liaison brain” the way a driver steers a car or a programmer directs a computer. Man’s ghostly spiritual presence, says Eccles, exerts just the whisper of a physical influence on the computerlike brain, enough to encourage some neurons to fire and others to remain silent. Boldly advancing what for most scientists is the greatest heresy of all, Eccles also asserts that our nonmaterial self survives the death of the physical brain.”

 

“We can regard the death of the body and brain as dissolution of our dualist existence. Hopefully, the liberated soul will find another future of even deeper meaning and more entrancing experiences, perhaps in some renewed embodied existence in accord with traditional Christian teaching.”

 

“I do believe that we are the product of the creativity of what we call God. I hope that this life will lead to some future existence where my self or soul will have another existence, with another brain, or computer if you like. I don’t know how I got this one, it’s a pretty good one, and I’m grateful for it, but I do know as a realist that it will disappear. But I think my conscious self or soul will come through.”

 

“The amazing success of the theory of evolution has protected it from significant critical evaluation in recent times. However it fails in a most important respect. It cannot account for the existence of each one of us as unique, self-conscious beings.”

 

“If physical determinism is true, then that is the end of all discussion or argument; everything is finished. There is no philosophy. All human persons are caught up in this inexorable web of circumstances and cannot break out of it. Everything that we think we are doing is an illusion.”

 

“With self-conscious purpose a person has a great challenge in choosing what life to live.

One can choose to live dedicated to the highest values, truth, love, and beauty, with gratitude for the divine gift of life with its wonderful opportunities of participating in human culture. One can do this in accord with opportunities. For example, one of the highest achievements is to create a human family living in a loving relationship. I was brought up religiously under such wonderful conditions, for which I can be eternally grateful. There are great opportunities in a life dedicated to education or science or art or to the care of the sick. Always one should try to be in a loving relationship with one’s associates. We are all fellow beings mysteriously living on this wonderful spaceship planet Earth that we should cherish devotedly, but not worship.”

 

“I repudiate philosophies and political systems which recognize human beings as mere things with a material existence of value only as cogs in the great bureaucratic machine of the state, which thus becomes a slave state. The terrible and cynical slaveries depicted in Orwell’s ‘1984’ are engulfing more and more of our planet. Is there yet time to rebuild a philosophy and a religion that can give us a renewed faith in this great spiritual adventure, which for each of us is a human life lived in freedom and dignity?”

 

Nog wat doordenkertjes:

 

“We kunnen problemen niet oplossen door gebruik te maken van dezelfde manier van denken als waarmee wij destijds de problemen creëerden.”

Albert Einstein

 

“Een wetenschapper kan zich niet langer alleen maar als objectief waarnemer van de natuur beschouwen, maar ziet zich daarentegen steeds meer als deel van de wisselwerking tussen mens en natuur. De wetenschappelijke methodiek verandert en transformeert zijn object: een procedure kan niet langer onafhankelijk gezien worden van de invloed van de onderzoeker op het onderzochte object”.

Nobelprijswinnaar en kwantumfysicus Werner Heisenberg (1901-1976)

 

“De gevestigde mening dat alles wat geen empirisch-mathematische vormen aanneemt zonder betekenis is, is een modernistische drogreden. Ik heb geen vertrouwen in alle wetenschaps-technologische oplossingen als niet ook de geestelijke crisis overwonnen wordt. Daar zit ik zelf ook in en ik heb er geen pasklaar antwoord op. Bij mij heeft het alles te maken met een geestelijke en spirituele omslag, en die dwing je niet af.”

Ad Verbrugge, filosoof

 

“Een menselijk wezen is een deel van het geheel dat wij universum noemen, een deel dat beperkt is in tijd en ruimte. Hij ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat afgescheiden is van de rest, een soort optische zinsbegoocheling van zijn bewustzijn. Dit waandenkbeeld is een soort gevangenis, die ons beperkt tot onze persoonlijke verlangens en affecties tot de mensen, die ons het meest nabij zijn. Onze opdracht zou moeten zijn om ons uit deze gevangenis te bevrijden door onze cirkel van mededogen te vergroten, zodat hij alle levende wezens en de gehele natuur in al haar schoonheid omvat”.

Albert Einstein

 

"Ik voor mij ben stelliger dan ooit van mening, dat het van tevoren verwerpen en niet willen onderzoeken van onbekende en vreemd schijnende dingen, de grootste vijand van wetenschappelijke vooruitgang is."

Frederik van Eeden, medicus, droomonderzoeker 1897

 

"Alle wetenschap is ervaringswetenschap, alle theorie is ondergeschikt aan de waarneming, één enkel feit kan de macht hebben een gevestigd systeem te doen vallen."

Frederik van Eeden 1897

 

"Geestelijke groei is de enige reden van ons bestaan op aarde. "

Elisabeth Kübler-Ross (1926-2004)

 

"In de wetenschap is het niet zo zeer belangrijk om nieuwe feiten te ontdekken als wel om nieuwe manieren te ontdekken om hier over na te denken".

Sir William Lawrence Bragg.

 

"De opdracht is niet zo zeer om te zien wat niemand hiervoor ooit heeft waargenomen; maar na te denken over datgene wat men allemaal kan waarnemen, maar waar tot nu toe nog niet goed over is nagedacht."

Nobelprijswinnaar, kwantum fysicus Erwin Schrödinger (1887-1961)

 

"De vooruitgang van de wetenschap wordt geremd door bezielende jonge wetenschappers met een niet correct idee van de aard van de werkelijkheid, en met het verderfelijke filosofische concept dat de mens alleen is opgebouwd uit materie volgens de klassieke fysica, hetgeen volstrekt niet overeenkomt met de empirische bevindingen".

Kwantumfysicus Henri Stapp.

 

"Geen besef is zo nuttig om steeds te herdenken. Het is geen nieuws, het is eeuwen oud. Wij zien van de dingen een schijn, en dat die schijn zoo is en niet anders wordt bepaald door ons zelven, door onze eigen structuur."

Frederik van Eeden 1894.

 

"Bewustzijn, de subjectieve ervaring van een innerlijk zelf, kan een verschijnsel zijn dat voor altijd buiten het bereik van de neurologie zal blijven. Zelfs een uitgebreide kennis van de werking van de hersenen en de wisselwerking van het zenuwstelsel behoeft niet te leiden tot een verklaring waarom menselijke wezens een zelfbewuste geest hebben."

David J.Chalmers Ph.D.

 

"Daaraan herken ik de zéér geleerde Heren ! Wat zij niet kunnen aanraken, staat zeer ver van ze af. Wat zij niet kunnen bevatten, daar ontbreekt elk begrip. Wat zij niet kunnen berekenen, kan ècht niet bestaan. Wat niets weegt, heeft voor hen geen enkel gewicht. Wat geen geld opbrengt, dat telt niet volgens hen."

Citaat van Mefisto uit “Faust” van Goethe

 

"Nu is het zeer begrijpelijk, dat deze mensen een zekere afkeer hebben van hetgeen geheel onverklaarbaar is of schijnt. Dat riekt naar den boze, naar het bovennatuurlijke. Degenen die daaraan niet twijfelen of ook maar dat geloof toelaten zijn hun vijanden, heten bijgelovig en belachelijk. Doch deze tegenzin is, zoals te verwachten was, even als alle dogmatiek, een belemmering geweest van de vooruitgang der wetenschap, van de vermeerdering der positieve kennis”.

Frederik van Eeden. (1892)

 

"De hoofdzaak is, dat wat enkele natuuronderzoekers beweren door de meerderheid der overigen heftig wordt bestreden, niet op grond van eigen onderzoek, maar a priori, niet eens zelf met verstandelijke argumenten, maar met gevoelsmotieven. Gevoelsmotieven met al hun nasleep van spot, geringschatting en verdachtmaking en op niets anders gebaseerd dan op onwijsgerige gehechtheid aan een afgerond systeem."

Frederik van Eeden. (1892)

 



[1] Bahá’u’lláh, Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá’u’lláh, p. 107, XC.

[2] Behorend bij eerder citaat: Bahá’u’lláh, Boek van Zekerheid.

[3] Bahá’u’lláh, Bloemlezing XCIII

[4] Bahá’u’lláh, Bloemlezing