Home

Lichte inleiding in een duistere kwestie. Voor beginners, gevorderden en gesjeesden.




Welkom in mijn dwaaltuin

Ben je daar eindelijk, zou een goeroe zeggen.
Maar ja.
Ik ben geen goeroe.
Welkom thuis, zou hij zeggen.
Maar ja...

Welkom, dwaalgast, in mijn dwaaltuin, een uitgebreide website over niet weten..
Wat je insteek ook is – spiritualiteit, religie, filosofie, psychologie, levenskunst, kunst, cultuur of wetenschap – met twee en een half duizend eigen teksten ('dwaalteksten') en vijfduizend citaten van tweehonderd auteurs ben je hier aan het juiste adres.

Niet weten.
Ruik eraan, snoep ervan, ga ervoor.
Je zult versteld staan.
Misschien wel voorgoed.


De rode draad

Niet weten wordt zelden openlijk beleden.
Veel vaker is het verstopt.
Een goed bewaard geheim, toegedekt met de mantel der wijsheid.
Alleen herkenbaar voor de goede verstaander.
Je moet het dan tussen de regels door lezen.
Een woordje hier, een zinnetje daar.
Alsof het eigenlijk een schande is om niet te weten.
Maar dat is het helemaal niet.
Integendeel.
Niet weten is de rode draad van ons bestaan.
De grootste gemene deler van ons gedachtegoed.
Ouder dan de weg naar Rome, actueler dan het laatste nieuws.

Om het beter voor het voetlicht te kunnen brengen, heb ik het niet weten uit de tradities gelicht.
Vrijgeprepareerd van religie, mythologie, kosmologie, metafysica, moraal, ideaal en couleur locale.
Ontdaan van lofspraak, grootspraak, kromspraak en kwaakspraak.
Waar het zo'n beetje op neerkomt?
Met je mond vol tanden staan.
Daar komt het zo'n beetje op neer.

Niet weten betekent: geen antwoorden hebben op de grote levensvragen.
Ook niet – laat ik er maar geen doekjes om winden – op de kleine.
Zelfs niet – dan hebben we het ergste meteen maar gehad – op de allerkleinste.
Het betekent niet dat je geen gedachten meer hebt.
Het betekent niet dat je geen kennis meer hebt.
Het betekent niet dat je dom bent.
Het betekent niet dat je in de war bent.
Het betekent niet dat er geen antwoorden zijn.
Dat zou nog steeds een antwoord zijn.
Het betekent alleen maar dat je bij nader inzien niet weet hoe het allemaal zit, hoort en moet.

Hoewel niet weten te simpel is voor woorden, nee, doordat niet weten te simpel is voor woorden, kan ik niet beloven dat je het zult begrijpen.
'Begrijpen' is hier sowieso een raar woord.
Wat valt er te begrijpen aan een leeg begrip?
Wat valt er te weten aan niet weten?
Wat valt er te leren aan een lege leer?
Wat valt er te lezen in een leeg boek?

Niet-weten is gewoon niet weten.
't Stelt letterlijk niets voor.


Blindelings

De meeste mensen nemen zonder meer aan dat hun gedachten* waar zijn.
Ze geloven erin.
Blindelings.
Ze laten zich er volledig door leiden.
Maar zijn gedachten wel waar?

Als je probeert te bewijzen dat een gedachte waar is, doen zich... nieuwe gedachten voor.
Die op hun beurt bewezen moeten worden.
Enzovoort.
Zonder eind.
Het zingt maar rond.
Gedachten hebben geen wortels.
Geen grond om in te wortelen.
Gedachten zijn grondeloos.

Stel dat je letterlijk aan de buis gekluisterd bent.
Dat je alleen maar televisie kunt kijken.
Dat alles wat je weet dáárvandaan kwam.
Ook alles wat je weet van de relatie tussen televisie en werkelijkheid.
  • Soms zeggen ze dat televisie een afspiegeling is van de werkelijkheid.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms zeggen ze dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms zeggen ze dat televisie de enige werkelijkheid is.
Ze zeggen van alles en nog wat.
Maar als je nou alleen maar televisie kunt kijken, hoe moet je dan weten wat waar is?

Zo is het ook met denken.
De televisie kun je vergelijken met je bewustzijn.
De uitzendingen met je gedachten.
  • Soms denk je dat gedachten een afspiegeling zijn van de werkelijkheid.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid heel anders is.
  • Soms denk je dat de werkelijkheid onkenbaar is.
  • Soms denk je dat gedachten de enige werkelijkheid zijn.
Je denkt van alles en nog wat.
Maar als je nou alleen maar kunt denken, hoe moet je dan weten wat waar is?

Gedachten bewijzen met andere gedachten is net zoiets als jezelf aan je haren uit een moeras trekken:



Dat kon alleen de Baron van Münchhausen.



* 'gedachten' in de zin van bewustzijnsinhouden, met inbegrip van waarnemingen, gevoelens, gemoedstoestanden, verlangens, oordelen, herinneringen, plannen, verwachtingen, ideeën, wanen, dromen, visioenen, enzovoort


Het regressie-argument

Steeds wanneer de betrouwbaarheid van je kennis in het geding is doen zich vicieuze cirkels en regressies voor.

Om een gedachte te rechtvaardigen moet je je beroepen op andere gedachten die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een filosofische stelling of wiskundig theorema te rechtvaardigen moet je je beroepen op eerdere stellingen en theorema's die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een wetenschappelijke wet of theorie te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere wetten en theorieën die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een gebeurtenis te verklaren moet je je beroepen op oorzaken die op hun beurt verklaring behoeven.

Om een daad of handeling te verklaren moet je je beroepen op redenen en motieven die op hun beurt verklaring behoeven.

Om een algemeenheid1 te verklaren moet je je beroepen op doelen en functies die op hun beurt verklaring behoeven.

Om een opvatting of overtuiging te rechtvaardigen moet je je beroepen op fundamentelere opvattingen en overtuigingen die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een geloof of ongeloof te rechtvaardigen moet je je beroepen op een dieper geloof of ongeloof dat op zijn beurt rechtvaardiging behoeft.

Om een norm, waarde of ideaal te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere normen, waarden en idealen die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een motto of principe te rechtvaardigen moet je je beroepen op hogere motto's en principes die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een voorschrift of verbod te rechtvaardigen moet je je beroepen op algemenere voorschriften en verboden die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om een begrip te rechtvaardigen moet je het definiëren in termen die op hun beurt definitie behoeven.

Om een redenering te rechtvaardigen moet je je beroepen op een logica2 die op zijn beurt rechtvaardiging behoeft.

Om een hypothese te toetsen moet je je beroepen op een toetsingscriterium3 dat op zijn beurt toetsing behoeft.

Om een autoriteit4 te rechtvaardigen moet je je beroepen op hogere autoriteiten die op hun beurt rechtvaardiging behoeven.

Om het gebruik van natuurlijke taal voor het uitdrukken van kennis te rechtvaardigen moet je gebruik maken van natuurlijke taal.

Om het gebruik van symbolische taal voor het uitdrukken van kennis te rechtvaardigen moet je gebruik maken van een hogere symbolentaal of natuurlijke taal.

Om je kenvermogen5 te rechtvaardigen moet je gebruik maken van datzelfde kenvermogen.


Zoeken naar elementaire gedachten, grondbegrippen, archetypen, vaststaande feiten, fundamentele stellingen, eeuwige wetten, absolute waarden, universele rechten, oerprincipes, een laatste instantie, een steen der wijzen, een onweerlegbare logica, een archimedisch punt, een eerste oorzaak, de echte reden, de ware toedracht, de uiteindelijke betekenis, het hoogste doel, de diepste zin, is net zoiets als zoeken naar elementaire deeltjes.
Fysici vinden weliswaar steeds meer deeltjes, maar elementaire, ho maar.
En is het nog wel vinden?
En zijn het nog wel deeltjes – die rare dingetjes die geen massa hebben, geen ruimte innemen, op meerdere plaatsen tegelijk verschijnen, elkaar sneller dan het licht beïnvloeden, zich bij voorkeur gedragen als golven, zich alleen laten beschrijven als waarschijnlijkheidsfuncties, zich uitsluitend vertonen aan geschoolde waarnemers, zomaar verschijnen en verdwijnen in het ziedende niets dat kwantumvacuüm heet?

Als we al geen elementaire deeltjes kunnen vinden,
hoe groot is dan de kans op elementaire gedachten?*



* en omgekeerd natuurlijk

1. 'de wereld', 'het leven', 'de mens', 'het denken', 'een organisatie', 'een organisme', 'een orgaan', 'een organel' enzovoort, om nog maar te zwijgen over 'een doel', 'een functie' en 'een verklaring'

2. tweewaardig, driewaardig, meerwaardig, discreet, fuzzy, intuïtionistisch, modaal, dialogisch, paraconsistent, enzovoort

3. verifieerbaarheid, falsifieerbaarheid, meetbaarheid, nut, consistentie, coherentie, consensus, enzovoort

4. staat, kerk, bijbel, god, ratio, gezond verstand, empirie, wetenschap, opleiding, ervaring, hoofd, hart, buik, onderbuik, gevoel, intuïtie, instinct, enzovoort

5. verstand, geheugen, zintuigen enzovoort


Het illusie-argument

Stel dat ik er ondanks de vicieuze cirkels en regressies toch in zou slagen mijn kennis van de werkelijkheid zeker te stellen.
Hoe weet ik dan dat die werkelijkheid echt is?
Hoe weet ik of mijn leven meer is dan een idee of een waan of een droom of een visioen of een hypnotische suggestie of een goddelijke (of duivelse) illusie?
Dat weet ik niet.
Misschien lig ik op dit moment wel in coma.
Misschien ben ik alleen maar een toeschouwer van andermans leven (Being John Malkovich).
Misschien ben ik alleen maar een databestand op een computerchip (Total Recall).
Misschien ben ik alleen maar een lichaam in een bad (The Matrix).
Misschien ben ik alleen maar een brein in een vat (William and Mary).
Misschien...


Het onzekerheidsprincipe

Wat ik ook meen te weten, bewijzen kan ik niets.
Al mijn kennis hangt in de lucht.

Eigenlijk weet ik niets.

Laten we deze stelling maar even het onzekerheidsprincipe* noemen en het tweeledige bewijs ervan – regressie-argument plus illusie-argument – het onzekerheidsbewijs.

Maar wacht eens even...
Wat hebben we nou eigenlijk bewezen?
Niets!
Waarom niet?
Omdat het onzekerheidsbewijs zichzelf ontkracht.
Ga maar na:
  • het maakt zonder enige rechtvaardiging gebruik van ongedefinieerde termen als 'regressie' en 'illusie' en 'bewustzijn' en 'bewijs'
  • het stelt zonder enige rechtvaardiging dat een gedachte pas waar kan zijn als ze bewezen is
  • het beroept zich zonder enige rechtvaardiging op een tweewaardige logica
en zo verder langs onze lijst met vicieuze cirkels en regressies.
Om nog maar te zwijgen over het illusie-argument.
Waarmee ook het onzekerheidsprincipe op losse schroeven komt te staan:

Eigenlijk weet ik zelfs niet dat ik niets weet.

Allemachtig.
Hoe moeten we dit nog noemen.
Het on-onzekerheidsprincipe?

Maar de vraag is natuurlijk niet hoe we het moeten noemen.
De vraag is: kunnen we het on-onzekerheidsprincipe dan wel bewijzen?
Natuurlijk niet.
Ook hierop zijn het regressie- en illusie-argument van toepassing.
Kunnen we dan misschien bewijzen dat het on-onzekerheidsprincipe onwaar is?
Natuurlijk niet.
Ook hierop zijn het regressie- en illusie-argument van toepassing.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

Tjemig.
En dan moeten we dit zeker het on-on-onzekerheidsprincipe noemen.
Dat is geen spreken meer.
Dat is stotteren.

Maar is het on-on-onzekerheidsprincipe dan tenminste wel waar?
Of onwaar?
Natuurlijk niet.
Ook hierop zijn het regressie- en illusie-argument van toepassing.
Zodat we hooguit kunnen zeggen:

Het is waar noch onwaar dat het waar noch onwaar is dat ik eigenlijk zelfs niet weet dat ik niets weet.

En zo kunnen we maar doorgaan.
Tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen.
Tot sint-juttemis.
Tot het Koninkrijk kome.
Want het ligt nou eenmaal in de aard van een bewering dat ze steeds een of ander weten uitdrukt.
Een oneindige bewering net zo goed.

Hoe we dit nog moeten noemen?
Het on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-on-...



* vrij naar het gelijknamige principe van de natuurkundige Werner Heisenberg


'Weten' en 'niet weten' en wetend niet weten

Wat is het dat zich in geen enkele bewering laat vangen?
Zelfs niet in een oneindige?
Zelfs niet in een eeuwig stamelen?
Inderdaad.
Niet weten.
Precies dit onbewijsbare, zelfvernietigende van-niets-weten.
Dat dus eigenlijk een niet weten tussen aanhalingstekens is.
Een 'niet weten'.
Zelfs van niet weten weet het niet, en daarmee keert het weten als een boemerang terug.
Maar niet het voormalige, het vanzelfsprekende, het verleidelijke, het grootste, het meeslepende weten.
Slechts de schaduw daarvan.
Een weten tussen aanhalingstekens.
Een 'weten'.
Voorgoed gegijzeld door niet weten.
Dat zelf ook al tussen aanhalingstekens stond.
 
Eigenlijk is niet weten dus geen niet weten.
Het is geen hoger weten.
Het is 'weten' en 'niet weten' tegelijk.
Het is het smeltpunt van 'weten' en 'niet weten'.

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iets te weten en niet langer meent niets te weten.
Het is wetend niet weten.1

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iets te doen en niet langer meent niets te doen.
Het is doende niet doen.2

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent iemand te zijn en niet langer meent niemand te zijn.
Het is zijnde niet zijn.

Het is denkend niet denken.
Oordelend niet oordelen.
Sprekend niet spreken.
Voelend niet voelen.
Hebbend niet hebben
Willend niet willen.

Niet weten is het punt waarop je niet langer meent op een of ander punt te zijn.



1. Daodejing hoofdstuk 71
2. wei wu wei; Daodejing hoofdstuk 37


De onmacht van het weten

De kern van niet weten is dus niet dat je niets kunt weten.
De kern van niet weten is dat je dat óók niet weet.
De kern van niet weten is Zelfs niet weten van niet weten.

Dat wil zeggen: Niet weten in het kwadraat.

In formulevorm:

niet-wetenniet-weten

en als we een vraagteken schrijven voor niet weten:


In woorden: de kern van niet weten is de macht van niet weten.

Geestig hè.
Maar laat je niet misleiden.
De macht van niet weten is een eufemisme.
Een naam ontleend aan een wiskundige vorm.
De macht van niet weten is niets anders dan de onmacht van het weten.


Vrije val

Misschien lees je dit en denk je:
"Theoretisch gedoe. Daar heb ik geen boodschap aan."
Doet me denken aan mijn favoriete cartoon.
Die waarin de held onbekommerd over de rand van de afgrond stapt.
Recht zo die gaat, dwars door de lucht.
Totdat hij naar beneden kijkt...

Zelf heb je vast weleens in de afgrond gekeken.
Misschien al zo vaak.
In redeloze verliefdheid.
In diepe rouw.
In totale ontreddering.
Verbijsterd door de gebeurtenissen.
In de greep van je onbegrip.
Het niet weten voor het grijpen.

Maar je dacht: "Het leven is een mysterie."
Of: "Eigenlijk weet ik niets."
Of: "Ik moet in overgave leven."
Of: "Hier heb ik geen boodschap aan."
Of iets anders, wat dan ook.
En je geloofde het.
Of je geloofde het juist niet.
Je geloofde het tegendeel.
Wat op hetzelfde neerkomt:
Je gedachten grepen jou weer.

Wie weet kijk je op een dag wéér naar beneden.
Misschien wel vandaag.
Misschien wel nu.
Je denkt: Tja.
Je denkt: Wat zal ik er eens van zeggen.
Je haalt je schouders op en HOP, daar ga je.

Je valt, en valt, en valt.
Een eindeloze vrije val.


Met niets om op te pletter te slaan.


'Tussen aanhalingstekens'

Niet weten betekent niet dat je geen gedachten meer hebt.
Het betekent dat ze jou niet meer hebben.
Je wordt een soort gedachtengum.
Voortaan lach je om je gedachten.
Ook om de gedachte dat je voortaan om je gedachten zult lachen.
Dat dat waar zou zijn.
Dat je de rest van je leven een vrolijke Frans zult zijn.
Dat dát niet weten is.

Je lacht om de gedachte dat je gedachten jou niet meer hebben.
Je lacht om de gedachte dat er een jou is om te hebben.
Je lacht om de gedachte dat er geen jou is om te hebben.
Je lacht om de gedachte van een gedachtengum.
Je lacht om de gedachte hoe jammer het is om die gedachte te moeten lachen.
Je lacht om het idee van niet weten.
't Idee!
Om je dood te lachen.

Nee, in niet weten ben je niet vrij van gedachten.
Het is niet stil van binnen.
Je geest is niet leeg.
Er zijn niet alleen maar goede gedachten.
Of mooie.
Of diepe.

Zijn er gedachten dan zijn er gedachten.
Zijn ze er even niet dan zijn ze er even niet.
Zijn ze er helemaal niet meer dan ben je dood.
Maar welke gedachte er ook in je opkomt:
Je neemt niet aan dat hij waar is.
Je neemt niet aan dat hij onwaar is.
Niets neem je erover aan.
Zelfs niet dat je er niets over aanneemt.

Als je niets meer aanneemt over je gedachten is het alsof ze hun uitroeptekens kwijtraken.
Alsof ze in een kleinere letter staan.
Alsof ze tussen haakjes staan.
Tussen vraagtekens.
Tussen aanhalingstekens.

Niet GEDACHTEN!
maar gedachten
of (gedachten)
of ¿gedachten?
of 'gedachten'.

Niet WETEN! maar 'weten'.
Niet DOEN! maar 'doen'.
Niet DENKEN! maar 'denken'.
Niet OORDELEN! maar 'oordelen'.
Niet SPREKEN! maar 'spreken'.
Niet HEBBEN! maar 'hebben'.
Niet WILLEN! maar 'willen'.
Niet ZIJN! maar 'zijn'.

Niet IK! maar 'ik'.
Niet JIJ! maar 'jij'.
Niet GOD! maar 'god'.
Niet BEWUSTZIJN! maar 'bewustzijn'.
Niet BOEDDHA! maar 'boeddha'.
Niet LEEGTE! maar 'leegte'.

Niet TUSSEN AANHALINGSTEKENS! maar 'tussen aanhalingstekens'.

Misschien denk je dat je met je gedachten tussen aanhalingstekens wel de onverstoorbaarheid zelve zult zijn.
Een heerlijke gedachte, niet?
Zo zonder aanhalingstekens.
Maar tussen aanhalingstekens?

Hm.


Geloof het maar niet

De schat van niet weten is helemaal leeg.
Zo leeg, dat is gewoonweg niet te vatten.
Behalve door niet vatten.

Bij niet weten valt niets te halen.
Er valt hooguit iets achter te laten.
Alles wat je meent te weten, bijvoorbeeld.
Maar ook alles wat je niet meent te weten.
Ik bedoel, wat je meent niet te weten.
Alles wat je meent dus.
Wat er dan nog overblijft?

Niet weten te vatten.
Niet weten te onderbouwen.
Niet weten te onderscheiden.
Niet weten te oordelen.
Niet weten te kiezen.
Niet weten uit te sluiten.
En bovenal: niet weten van niet weten.

Niets dus.
Als niet weten al een sleutel is, dan een zonder slot.
De gedachte dat je er een poort mee opent, naar
  • de Waarheid
  • de Werkelijkheid
  • Wijsheid

  • God
  • onvoorwaardelijke liefde
  • onbegrensde vrijheid

  • openheid
  • spontaniteit
  • authenticiteit

  • gelukzaligheid
  • innerlijke vrede
  • onverstoorbaarheid
  • onsterfelijkheid
  • een einde aan het lijden
  • wat dan ook

is precies dat: een gedachte.
In niet weten geloof je je gedachten niet.
Zelfs niet de gedachte dat je je gedachten niet gelooft.
Ook niet de gedachte dat niet weten een sleutel zonder slot is.
Of de gedachte dat je van je verwachtingen af moet.
Dat je er vanaf kúnt.
Dat dat ergens goed voor zou zijn.
Of dat het nergens goed voor zou zijn.
Ook dat geloof je niet.
En geloof dat ook maar niet.


Dwijsheid

Wijs is wie het bij het rechte eind heeft – of bij het langste.
Dwaas is wie het bij het verkeerde eind heeft – of bij het kortste.
Wie niet weet, kent het rechte eind niet van het verkeerde.
Het langste eind niet van het kortste.
Wie niet weet is wijs noch dwaas.
Daarom noem ik hem maar dwijs.

Niet weten heet dan dwijsheid
wie niet weet een dwijze
of een dwijsneus
of een dwijsgeer
die dwijsbegeerte bedrijft
(of erdoor bedreven wordt)
en dwijselijk zijn gang gaat.


Tja eh...

Korte woorden zijn krachtig.
Hoe korter hoe krachtiger.

Dada
Nada
Niks

Dao
Zero
Zen

God
Kut
Oei

Wat kan daar tegenop?

Hadden we maar zo'n ultrakort woord voor niet weten.
Hadden we in het Nederlands maar een woord dat...
Maar wacht eens even...
Dat hebben we.
Ziehier niet weten in drie letters: tja.
Drie letters!
Korter kan echt niet.
Of het moest "eh" zijn.

Als iemand je dus weer eens vraagt wat niet weten is dan weet je wat je moet zeggen.


Wu

Ch'anmeester Wumen Huikai (Mumon Ekai, 1183-1260) schreef op de dag na zijn ontwaken het volgende gedicht:

wu wu wu wu
wu wu wu wu wu
wu wu wu wu wu wu*

Ik zou zeggen:

tja tja tja tja
tja tja tja tja tja
tja tja tja tja tja tja

of

eh eh eh eh
eh eh eh eh eh
eh eh eh eh eh eh

Niet weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.



* wu is Chinees voor nee of niet


Nada

De Spaanse mysticus Johannes van het Kruis (1542 - 1591) vergeleek het spirituele pad met de bestijging van een berg en schreef:

nada, nada, nada
nada, nada, nada
aún en el monte
nada*

Ik zou zeggen:

tja, tja, tja
tja, tja, tja
en ook op de top
tja

of

eh, eh, eh
eh, eh, eh
en ook op de top
eh

Niet weten: je hoeft er echt niet voor geleerd te hebben.



* Nada is Spaans voor niets


Het lege boek

Als je niets weet, heb je niets te zeggen.
Je innerlijke boek is leeg.
Het boek met al je antwoorden en oplossingen.
Al je constateringen en conclusies.
Al je waarheden en zekerheden.
Niets staat erin.
Niets heb je te zeggen.
Zelfs niet dat je niets te zeggen hebt.
Zelfs niet dat je innerlijke boek leeg is.
Zelfs niet dat...

Is jouw innerlijke boek leeg?
Niet bijna leeg maar helemaal?
Zelfs van leegte ontdaan?
Hyperleeg zogezegd?
Heb je echt niets meer te zeggen?
Zelfs niet dat de waarheid niet bestaat?
Zelfs niet dat er geen antwoorden zijn?
Zelfs niet dat je het allemaal niet meer weet?
Zelfs niet dat...
Zeker weten?
Nee?
Dan mag je jezelf verduisterd noemen.
Verduisterd ja.
Of wou je dit soms verlicht noemen?
Je zegt het maar.
Als je het maar niet opschrijft.
Waarom niet, vraag je nog?
Omdat je boek dan niet meer leeg zou zijn...
Dummy!



dummy
1. het lege boek
2. iemand wiens boek leeg is


De lege leer

Als je niets weet, heb je geen leer.
Heb je er toch een dan is het een lege.
Nou kan er maar één leer zonder inhoud bestaan.
Waarin zou de ene lege leer van de andere moeten verschillen?
Kijk eens, 0 = 0 en daarmee basta.
Jouw lege leer is mijn lege leer.
Jouw niet weten is mijn niet weten.
Jouw duisternis is mijn duisternis.
Jouw tja is mijn tja.
Hoezeer we als mens ook verschillen, we zijn allemaal even dwijs.
Daarom noem ik niet weten gewoon dé lege leer.

Wat kun je met de lege leer?
Niets natuurlijk.
Helemaal niets.
Dat is nou net het mooie ervan.
Dat is nou net het vervelende ervan.

Je kunt er niets om doen.
Je kunt er niets om laten.

Je kunt er niets mee opwekken.
Je kunt er niets mee bezweren.

Je kunt er niets mee wettigen.
Je kunt er niets mee veroordelen:

Geen enkele gedachte
Geen enkel gevoel
Geen enkel idee
Geen enkele opvatting
Geen enkele overtuiging

Geen enkel geloof
Geen enkel ongeloof
Geen enkele norm
Geen enkele waarde
Geen enkel ideaal
Geen enkel motto
Geen enkel principe

Geen enkel voorschrift
Geen enkel verbod
Geen enkel recht
Geen enkele plicht
Geen enkele filosofie
Geen enkele anti-filosofie
Geen enkele traditie

Je kunt de lege leer niet aanleren.
Je kunt de lege leer niet afleren.

Je kunt de lege leer niet kennen.
Je kunt de lege leer niet ontkennen.

Je kunt de lege leer niet verstaan.
Je kunt de lege leer niet misverstaan.

Je kunt de lege leer niet bewijzen.
Je kunt de lege leer niet ontkrachten.

Je kunt de lege leer niet aanvallen.
Je kunt de lege leer niet verdedigen.

Je kunt de lege leer niet aanhangen.
Je kunt de lege leer niet afvallen.

Je kunt de lege leer niet opleggen.
Je kunt de lege leer niet verbieden.

Je kunt de lege leer niet ontvangen.
Je kunt de lege leer niet weggeven.

Je kunt de lege leer niet hebben.
Je kunt de lege leer niet kwijtraken.

Je kunt er niemand mee zegenen.
Je kunt er niemand mee vervloeken.

Je kunt er niemand mee bevrijden.
Je kunt er niemand mee vangen.

Je kunt er niemand mee helen.
Je kunt er niemand mee kwetsen.

Je kunt er niemand mee verheffen.
Je kunt er niemand mee neerhalen.

Niets kun je met de lege leer.
Klaar ben je ermee.
Tenminste...
Dat zeg ik nou wel.
Maar wat zegt de lege leer daar zelf over?
Even het lege boek raadplegen...
Verdorie.
Weer niets.

Zo leeg is nou de lege leer.