Home‎ > ‎

05 De Bokkenrijders

DE  BOKKENRIJDERS  VAN  BREE

 

We  bevinden ons dus volop in de  18e  eeuw. In de Nederlanden stapt men per 1 januari 1700 ( het geboortejaar van Joannes Laurentius Vromen ) over op de Gregoriaanse Kalender. In 1707 gaan Schotland en Engeland een unie aan wat resulteert in Groot-Brittannië. In het verre Amerika trekt de Europese oorlog tussen de grootmogendheden zich door. In Europa woedt de Spaanse Successieoorlog, met Nederland en Engeland ( stilaan een opkomende mogendheid ) die partij kiezen tegen Spanje. De strijd duurt tot 1714.  Door de dood van Willem II, tegelijk koning van Engeland en Stadhouder van de Nederlandse Republiek, stopt ook het lijfelijke bondgenootschap tussen de twee bondgenoten, die verschillende belangen nastreven. De streken rond Limburg hebben zwaar te lijden onder de plunderingen van de Spaanse soldaten. De Vrede van Utrecht maakt een einde aan de Successieoorlog en de Zuidelijke Nederlanden komen in Oostenrijkse handen. Het daarop volgende Barrièreverdrag bepaalt dat de Nederlandse Republiek troepen mag legeren in een achttal zuidelijke steden. In 1740 begint dan weer de Oostenrijkse Successieoorlog die duurt tot 1748, en opnieuw plunderingen met zich meebrengt. In de tweede helft van de 18e eeuw beginnen de Patriotten zich te roeren in de Nederlandse Republiek.

Jozef II van Oostenrijk schaft in juni 1789 zonder blozen de Blijde Inkomst af, een middeleeuws verdrag dat de onderlinge verhouding regelde tussen de Hertogen van Brabant en hun onderdanen. Enkele maanden later, op 14 augustus 1789 verklaren gematigde opstandelingen onder leiding van Hendrik Van Der Noot het gezag van Jozef II niet langer te erkennen. De Brabantse Omwenteling is een feit. 12 dagen later begint de Luikse omwenteling met de vlucht van de Prins-Bisschop. De opstanden leiden tot de kortstondige oprichting van de Verenigde Nederlandse Staten, maar die zijn een kort leven beschoren. De opstandelingen raakten het algauw oneens naar aanleiding van aloude tegenstellingen. Na de dood van  Jozef II op 20 februari 1790 zorgt de opvolging door Leopold II voor enige ontspanning. Pruisen laat de opstandelingen in de kou staan en Oostenrijk kan voorlopig zijn gezag herstellen. De  grondwet  wordt  hersteld  en  een  algemene amnestie afgekondigd. 

Een lichte militaire druk hielp natuurlijk ook wel. Deze ommekeer wordt algemeen de Oostenrijkse Restauratie genoemd. Velen zien hierin de eerste uitingen van een  ( Belgisch ) nationaal gevoel.

Toch is niet alles kommer en kwel. Door mechanisatie van de textielnijverheid - het gebruik  van spinmachines en weeftoestellen - krijgt de lakennijverheid een nieuwe impuls. Tussen de grotere gemeenschappen ontstaat er langs de oude verbindingswegen een nieuw stelsel van postwegen. Door postkoetsen en postillons ( postbezorgers te paard ) worden nu brieven en berichten verdeeld naar plaatsen waar mensen hun “ post “ kunnen komen ophalen. Een ontwikkeling die nog een rol zal spelen in de geschiedenis van de familie Vroom.

                                                                                                                                                       

T ussen al die gebeurtenissen door was er in de beide Limburgen en de wijde streken daarrond nog een ander fenomeen dat de getormenteerde bevolking het leven zuur maakte. Het gebrek aan een georganiseerde macht leidde reeds in de eerste helft van de 18e eeuw tot de vorming van allerlei rovers- en dievenbendes. Ze werden zeer algemeen de Limburgse Bokkenrijders genoemd.



De Bokkenrijders van Limburg

                                

D  e gebieden waar de roversbenden zich roerden strekten zich uit van de Kempen over het Land van Overmaas ( Noord- en Zuid- Limburg, de Voerstreek en het Land van Herve ), de regio rond Luik tot over de Duitse grensstreek. De eerste grote golf van misdaden deed zich voor van 1730 tot 1742. Men sprak toen nog van    “ de Zigeuners “ om de misdaadbenden te omschrijven. Waar die naam vandaan komt blijft een raadsel. Meest waarschijnlijk is dat de benden zelf de naam maar al te graag cultiveerden om zich te kunnen omhullen met de nodige geheimzinnigheid. Ze werden als “ heydens “ omschreven. Logisch ook als men weet dat ze er niet voor terugschrokken het nodige geweld te gebruiken. Beroving van reizigers, overvallen op eenzame boerenhoven en afpersing onder bedreiging vielen onder de gebruikte methoden. Zelfs vrouwen, toen omschreven als “ vagabonderende heydinnens “ maakten deel uit van de bendes. Vast staat ook dat het grootste deel van de bendes bestond uit ontslagen en  gedeserteerde krijgsmannen die achtergebleven waren na de vele schermutselingen en oorlogen in de streek. De plaatselijk autoriteiten stonden bij gebrek aan organisatie, politie- of militaire middelen volledig machteloos. Toch begon hier en daar die organisatie op gang te komen. Een gezamenlijk reglement, daterend uit1750, groepeert enkele lokale schepenbanken met vrije rijksheerlijkheden tegen “ straetschenderye ende quaetdoenders”. Het beschrijft heel nauwgezet de samenwerking en inzet van gewapende mannen ( burgerwachten ) en het gebruik van de noodklokken.  Resultaten bleven dan ook niet uit. De reacties van justitie was wreed en meedogenloos. De eerste arrestanten legden na zeer zware tortuur “ vrijwillig “ hun bekentenissen af en verraadden meerdere bendeleden.

D  e gebruikte hulpmiddelen waren onbeschrijflijk wreed maar tegelijkertijd bijzonder vindingrijk, de resultaten dubieus. De eerste aangehouden misdadiger gaf meer dan honderd namen van “ complicen “. Afgedwongen bekentenissen die later werden herroepen, leidden tot nieuwe pijnigingen. Als de veroordeelden bij hun terechtstelling hun onschuld uitschreeuwden werd dat gezien als een teken van de duivel, een priester stond hen bij om  hen te overtuigen vooralsnog schuld te bekennen wat hun vergeving opleverde. Nog een zeer dubieus gegeven was het feit dat de Drost of Drossaard betaald werd naar gelang het aantal  terechtstellingen dat hij kon uitvoeren. Toch gaat het hier in de meeste gevallen wel degelijk over echte misdadigers. De Bokkenrijders zijn geen legende, maar rauwe werkelijkheid, gedreven door puur winstbejag, in zeldzame gevallen uit armoede “ geldt om den broode “  ( zie bedelbrieven verderop ). Er was zeker geen romantiek mee gemoeid. Tegenwoordig wordt maar al te graag  geopperd dat de Bokkenrijders een soort van moderne Robin Hoods waren die geld stalen van de rijkeren. Nee. Ze pikten van iedereen, dikwijls door gebruik te maken  van de gruwelijkste methoden en folteringen om te weten te komen waar de buit zich bevond. En ze interpreteerden het begrip buit zéér ruim. Lakens, textiel en schoenen waren samen met goud, geld, riemgespen en eetgerei altijd het doel van de schurken. Het bezitten  van zulke herkenbare voorwerpen heeft dan ook meermaals geleid tot arrestatie van de boeven.   

Phillipus Mertens is een van die bekende namen als het gaat over de Bokkenrijders. Hij werd ondervraagd én terechtgesteld in Antwerpen na onmenselijk lange en zware ondervragingen onder tortuur. Zo erg dat zijn verhoren onderwerp van hevige discussie waren aan het Keizerlijk Hof van Oostenrijk. Hij was afkomstig van Ophoven. Na allerlei beschuldigingen ( voornamelijk van jaloerse concurrenten ) vlucht hij via talrijke omwegen naar Antwerpen. Daar wordt hij opgepakt na de onopgehelderde moord op een Hollands koppel uit zijn buurt.


 

Het gebruik van de wipgalg

E  nkele van de meer favoriete hulpmiddelen bij ondervraging waren het tortuurstoeltje, de Spaanse laarzen, duimschroeven, de wipgalg, brandmerken en meer van dat vrolijks. Bijgeloof speelde ook een niet onbelangrijke rol, vooral bij de ongeletterde bevolking dan.


 ” Den duyvel  jaeght ons…door duijvels ingegheven regheren wij…Wij sijn enighe honderdt mannen sterck ende hebben een contrackt met den duijvel aengeghaen maer niemand can weten tot wat eijnde…sy reijden op eenen grooten geytenbock ende alsoo op eenen nacht enighen honderdt uuren om in den vreemden te gaen stelen ende syn alsdan die selve nacht met hunnen bock ende  buyt  wederom thuus doch tot nu en heeft men gheenen vasten waerheyt daarvan…”


Van rechterlijke kant werd dat bijgeloof maar al te graag aangemoedigd, wat grotendeels diende als excuus om zichzelf te verschonen. Ook altijd aanwezig waren chirurgijnen en apothekers. Die moesten er op toezien dat de ondervraagden vooral niet bezweken aan de gebruikte methodes. Als de verdachten  het bewustzijn verloren, werden ze losgemaakt en kregen ze respijt tot ze weer bij bewustzijn kwamen, waarna de ellende terug kon beginnen. Een altijd wederkerende beschuldiging was de eed van trouw aan  “ den duvel en syne ghesellen “. De bok was de favoriete afbeelding van de duivel. Het is deze religieuze context  en vooral de genadeloze repressie die er op volgde, die de Bokkenrijdersprocessen de bijnaam van Laatste Heksenprocessen heeft gegeven.

Het spreekt vanzelf dat de vele processen door de tortuur talloze onschuldige slachtoffers hebben gemaakt. Pas tegen het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw vermenselijkte enigszins het gelaat van de justitie.

E  en andere gerenommeerde Bokkenrijder was Joannes Arnold van de Wal, afkomstig van Geleen, en beter gekend onder zijn bijnaam Nolleke Van Geleen. Dat het hier gaat om een regelrechte schurk, staat als een paal boven water, in tegenstelling tot Phillippus Mertens - aan wiens schuld tegenwoordig getwijfeld wordt. Nolleke was de leider van de Limburgse Bokkenrijders die de streken rond Bree onveilig maakten. Dat gebeurde op het einde van de 18e eeuw. Het proces van de bende was dan ook het laatste dat gevoerd werd tegen de zogenaamde Bokkenrijders. Nolle werd opgehangen in 1789, zijn vrouw Barbara Baggen een jaar later. Er bestaat een volledig relaas van de veroordeling en de executie van de bendeleden. Eén bendelid verkreeg gratie. Ambtenaar van dienst was drossaard Clercks een gerenommeerd Bokkenrijderbestrijder. Uivoerend ambtenaar op het proces was luitenant-drossaard van de Cruys.



 

Brandbrief  van Nolle Van Geleen uit 1786 aan Laurens Bogaers, zeer waarschijnlijk  geschreven door de vrouw van Nolle, Barbara Baggen


In bovenstaande brief kan u het volgende lezen:


  Nose nose ( vrees, vrees ) bougers ( Bogaers ) desen brief is aen u en gy moet leggen fuijftigh gulden aen de gerdigen ( Gerdinger ) poort aen die meijdt of hoop die daer likt korste bij de poort neur die kant van de itter ( Itteren ) poort daer sal liggen eenen roden tiegel stien  ( rode stenen tegel ) en daer onder sal sijn een kuijl daer moet gij het in leggen over morgen avondt omtrent seven uren en soo gij dat niet en doet soo sullen u huijs of u sier ( schuur ) in vier hoeken in brandt steken

En soo dat gij daer ûijt van sekt ( iets van zegt ) of het geldt niet in lekt of wacht opdat het geldt niet gehalt kan worden soo sijt gij  in tien  twalf ( twaalf ) iaere noch niet vrij en dan lieten wij dich of din vrou aen den hoek of kant om vaer sieten ( omver schieten )

En gij moet het leggen kort langs die meijt en din siet maer gerust dat u niet mier sal gesieden 

    ( en wees maar gerust dat u niets meer zal geschieden )                                                               

                                     want wij sijn met onse veere wij hebben din man sich nogh niet siet “                                      

 ( want wij zijn met  ons vier en toch zult ge ons niet zien )


Het is geweten dat Laurens Bogaers hier voor de tweede maal wordt afgeperst door Nolle en zijn bende, dus is het maar de vraag hoe “ gerust “ Bogaers kan zijn.

De bende van Nolleke Van Geleen was de schrik van zuidelijk Limburg. Een veel voorkomend fenomeen was afpersing door middel van zulke brandbrieven, niet te verwarren met bedelbrieven. De bedelbrieven waren wel geïnspireerd op de brandbrieven, maar waren heel anders van inslag en kunnen beschouwd worden als kreten in nood, alhoewel ze eenzelfde doel dienden namelijk het gemakkelijk afhandig maken van geld. Weinigen gaven aan deze vorm van afpersing gevolg, zij het dat soms wel kleinere bedragen werden gedeponeerd dan de sommen die  werden geëist. 

Brandbrieven  waren  andere koek.  Zij  waren onverhulde dreigementen, die vaak ten uitvoer werden gebracht. Weinigen hadden de moed de bedreigingen te weerstaan, uit angst have en goed te verliezen. De bende van Nolle had zich immers een niet mis te verstane reputatie vergaard door roof, diefstal en zelfs moord.

T   och is er beterschap op komst. De jaren van de Bokkenrijders zijn geteld. Drie jaar na voorgaande brandbrief, in 1789, zijn alle Bokkenrijders opgepakt en worden ze bij het begin  van het laatste decennium terechtgesteld. Abraam ( Abraham ) Moysen, bijgenaamd de Jood, sluit de rij af in januari 1791. Leonard Voorn ontsnapt aan zijn executie dankzij gratie verleend door zijne Hoogheid Cesar Constantijn Frans van Hoensbroeck van Oost ( 1784 – 1792 ) de 37e Graaf van Loon en 98e  Prins-Bisschop van Luik.  Aan de voet van de 19e eeuw wordt een woelig tijdperk in Limburg afgesloten.



Proces en bevel……



….. tot executie van de Bokkenrijders van Bree – 1789 en 1790/91


W at heeft al het voorgaande nu te maken met de familie Vroom?  Dat ze betrokken waren staat vast, dat was iedere inwoner van Bree, rechtstreeks of onrechtstreeks. Volgens deskundigen schrokken de boeven er niet voor terug hele dorpen te terroriseren. Een gegoede familie, zoals de Vroom-en toch waren, was sowieso betrokken partij. De acties van de schurken waren altijd gericht naar de betere burgerij. En er zijn nog andere raakpunten. In de akten die verband houden met de familie komen namen terug  ( aangetrouwden, getuigen,  enz. ) die ook opduiken in de Bokkenrijdersprocessen. Gabriëls, Houben, Leen…Bree was een kleine gemeenschap ( 300 – 350 inw. ), en zwarte schapen zitten overal. Nog een raakpunt: Nolle Van Geleen was in zijn jonge, onbesproken jaren knecht op een watermolen. De familie Vroom wordt 2 maal vernoemd in verband met aandelen in een watermolen. Waarom verkoopt Joannes Vroom een deel grond aan de poort van Itteren ( zie brandbrief ), middenin de woeligste jaren van de gemeente Bree? Joannes was een meester-kleermaker, dus in bezit van dure lakens en weefsels. Was hij het slachtoffer van afpersing, of wilde hij hulp bieden aan iemand? Het hierboven in de brandbrief genoemde slachtoffer, Laurens Bogaers, speelt trouwens een niet te onderschatten rol in de geschiedenis van de familie Vroom… Misschien levert het volgende hoofdstuk een antwoord?

 

 

Terechtstelling van de Bokkenrijders einde 18e eeuw


http://nl.wikipedia.org/wiki/Bokkenrijders

http://ww.boek.be/boek/proces-van-philippus-mertens

http://nl.wikipedia.org/wiki/Joannes_Arnold_van_de_Wal

http://www.heemkunde-limburg.be/Publicaties/bokkenrijders.htm




.

SelectionFile type iconFile nameDescriptionSizeRevisionTimeUser
Comments