Muziek, instrumenten en kleding

Muziekkast

De muziekkast wordt beheerd door Luuk Onrust, 0591 – 54 93 10.

 
Instrumenten en kleding

De instrumenten en kleding worden beheerd door Joop Zwart, 0591 - 62 24 15.

 

 

MUZIEK

De vereniging heeft een zeer uitgebreid repertoire, welke ook regelmatig wordt aangevuld met nieuw geleerde muziekstukken. Voor iedere muzikant zijn noten op schrift gesteld. We hebben dus veel variatie aan muziek in de map, onder andere Song and Dance wat wij hebben ingestudeerd voor het jubileumconcert. En wat door de meesten ook een heel mooi nummer wordt gevonden is Moment for Morricone; een stuk met filmmuziek uit zeer bekende films. “Niet moeilijk” zegt Gert, “alleen lastig”. Dit komt door de vele mollen en kruizen. Ja ja, de mollen graven mooie gangen onder de grond en in vele kerken zie je kruizen, maar ja... Wij hebben ze op papier staan en het is dan de kunst om ze niet vergeten te spelen, anders klinkt het nergens naar. Maar door veel thuis te studeren komt dit natuurlijk helemaal voor elkaar. Ook een mooi nummer is El Dorado met veel bekende melodieën, waaronder La Colondrina, het lied dat prinses Christina zong tijdens de rouwdienst van prinses Juliana. En Bohemian Rhapsody is van oorsprong een klassiek stuk, maar wij spelen hem in een modernere versie van de popgroen Queen. Dit zijn zo maar enkele nummers die wij spelen; onze map is zeer goed gevuld.

De laatste jaren is Volharding meer bezig om de keuze van de muziek aan te passen aan de huidige tijd. Dat wil zeggen van licht klassiek tot modern (onder andere dixie, pop en zelfs enige jazz). Daarnaast staat ook regelmatig Egerländermuziek op het program. Met deze muziek verzorgen wij regelmatig concerten en optredens in de regio.

 

 

INSTRUMENTEN

Hieronder kunt u wat meer informatie lezen over de instrumenten die binnen onze vereniging worden bespeeld. Deze stukjes zijn verspreid in de periode van 2006 tot nu geplaatst in ons clubblad de Muziekrant. Niet alle instrumenten worden al beschreven; wij hopen de informatie over de hier ontbrekende instrumenten nog aan te vullen.

 

Althoorn

De althoorn is een nog zeer jong instrument daterend uit 1843-1845.Het is een rechtstreekse ‘afstammeling’ uit de saxhoornfamilie van Adolphe Sax. Vanaf 1851 werd het in een brass band gebruikt. Ook in onze blaasorkesten werd het gebruikt. Na Wereldoorlog II werd het hier geleidelijk aan in de vergeethoek geduwd door de hoorn in F. Net zoals bij de kornet bleef dit zo tot de introductie van brass band in Vlaanderen. De althoorn wordt vooral gebruikt in brassbands. Af en toe zie je ze nog in een harmonie of fanfare.

Soorten

Andere benamingen van de althoorn zijn cor, corhoorn stellahoorn of eshoorn. De althoorn is een hoorn maar dan in de toonaard Es. De vroegere althoorn lijkt
op de franse hoorn, de moderne althoorn lijkt op de tuba, alleen iets kleiner. De althoorn is makkelijker te bespelen dan de Franse hoorn omdat je er niet op hoeft te transponeren, en omdat hij niet zoveel boventonen heeft. Hij is ook makkelijker hanteerbaar dan de Franse hoorn. Het instrument is daardoor heel geschikt voor kinderen die later willen overstappen op franse hoorn. Toch zal de overgang naar dat ander instrument heel groot zijn, gewoon omdat het een compleet ander instrument is. Het verschil tussen de vroegere althoorn (links) en de moderne althoorn (rechts) kunt u zien op de afbeelding hiernaast.
Naamgeving
Er bestaat vaak twijfel over de juiste naamgeving van dit instrument. Dit komt doordat de naamgeving van de tessituren ook na het deponeren van het saxhoorn- en het saxotrombaoctrooi nog sterk aan veranderingen onderhevig is geweest. De benamingen verschillen van land tot land. Het discantinstrument van de saxhoorns staat in Es gestemd, waardoor er een reeks met grondtonen ontstond; Es (soprano), Bes (contralto) en Es (alto). Doordat het daarop volgende Bes-instrument als bariton werd bevonden kreeg de alto nu eens de naam alto dan weer - om de reeks consequent door te trekken – die van tenor.
 

Bariton

De klank van de bariton is weker en ronder dan die van de trompet. Daarom worden de baritons wel het zachte koper genoemd, in tegenstelling tot het scherpe koper waartoe de trompet en de trombone gerekend worden. In plaats van baritons komen ook wel euphoniums voor. Een euphonium is een wat zwaardere uitvoering van de bariton. Qua vorm is het verschil dat de buis van de bariton cilindrisch is en pas bij de beker uitloopt, bij het euphonium wordt de buis van het begin al steeds wijder. De bariton heeft een helder en scherp geluid dat een beetje in de richting gaat van de trombone en de trompet. Het euphonium heeft een diep en rond geluid. Baritons/euphoniums kunnen zowel een beker omhoog als naar voren gericht hebben. Vooral in marcherende muziekkorpsen komen baritons/euphoniums voor met de beker naar voren gericht.

In de 2e helft van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw kwam het euphonium met dubbele beker voor, doorgaans een grote en een kleine beker. Het was de bedoeling dat het instrument kon klinken als euphonium of een trombone. Dat is nooit echt gelukt, het instrument klonk meer als een euphonium of een bariton. De speler kon d.m.v. een speciaal ventiel van beker wisselen. Omdat het instrument helaas niet erg bekend is denken veel mensen bij een baritonsolo in een uitvoering, dat het hier om een zanger gaat. De naam euphonium, of tenortuba, stamt van het Griekse "euphonia", wat goed klinkend betekent. Deze naam is goed gekozen, daar het euphonium een diepe rijke toon voortbrengt.
De bariton bestaat uit een conisch wijd uitlopende buis en heeft doorgaans drie ventielen. Deze ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden. Het plaatsen van een vierde ventiel bij dit instrument heeft niet alleen het bereik van het instrument vergroot, maar ook het bespelen vergemakkelijkt en de klank in het lage register verbeterd. De bespeler gebruikt een ketelmondstuk om het instrument aan te spreken. Het geluid van de bariton wordt geproduceerd door het vibreren van de lippen tegen het komvormige mondstuk. De tenortuba’s spelen meestal de melodie of tegenzang terwijl de bastuba’s de diepe bas spelen.

 

(Bas)Tuba

Bij de tuba ontstaat regelmatig enige spraakverwarring, daar het instrument in diverse landen anders wordt genoemd. Enige voorkomende namen zijn tenorhoorn, tenortuba, euphonium. Daarnaast komen de namen bariton en baryton veelvuldig voor. Ook deze laatste twee namen zorgen nog wel eens voor verwarring. Omdat het instrument helaas niet erg bekend is denken veel mensen bij een baritonsolo in een uitvoering, dat het hier om een zanger gaat. Toch is er enig verschil tussen de bariton en de tuba. De tuba heeft een iets wijdere boring, is iets groter en heeft een dieper geluid dan de kleinere bariton. De naam euphonium, of tenortuba, stamt van het Griekse "euphonia", wat goed klinkend betekend. Deze naam is goed gekozen, daar het euphonium een diepe rijke toon voortbrengt. Het euphonium werd waarschijnlijk halverwege de negentiende eeuw in de Duitse deelrepubliek Weimar ontwikkeld. Diverse personen, zoals instrumentenbouwer Adolphe Sax en componist Richard Wagner hebben ook een rol gespeeld in de ontwikkeling van het euphonium. Sax ontwikkelde een aantal koperen blaasinstrumenten die uiteindelijk ook hun invloed hadden op de huidige koperen instrumenten. De invloed van Wagner laat zich gelden in de door hem ontworpen Wagner- of tenortuba voor zijn "Ring cyclus". Net als vrijwel alle andere koperinstrumenten is ook dit instrument in basis een afstammeling van de Romeinse hoorn. De tuba bestaat uit een conisch wijd uitlopende buis en heeft doorgaans drie draai of schuif ventielen. Deze ventielen zorgen ervoor dat de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden. Ook voor dit instrument is de ontwikkeling van deze ventielen zeer van belang geweest voor de ontwikkeling van het instrument en de populariteit bij componisten om ze in hun werken te gebruiken. Het plaatsen van een vierde ventiel bij dit instrument heeft niet alleen het bereik van het instrument vergroot, maar ook het bespelen vergemakkelijkt en de klank in het lage register verbeterd. De bespeler gebruikt een ketelmondstuk om het instrument aan te spreken. Het geluid van de tuba wordt geproduceerd door het vibreren van de lippen tegen het komvormige mondstuk. De tenortuba’s spelen meestal de melodie of tegenzang terwijl de bastuba’s de diepe bas spelen.

De basis van de ritmegroep voor een blaasorkest (harmonie, fanfare, brassband, etc) is de bastuba omdat dit instrument de laagste tonen kan spelen. Het is het grootste en dus het laagst klinkende koperen blaasinstrument. Ook de bastuba is een instrument dat van de Romeinse signaalhoorn afstamt, hoewel het instrument pas korte tijd deel uitmaakt van de familie van koperblaasinstrumenten. De eerste ontwerpen van dit instrument is van de instrumentbouwers Moritz en Wieprecht en stammen uit 1835. De voorloper van de bastuba was de ophicleïde, een gelijk instrument, met kleppen uitgerust.

 

Bugel

De bugel of flugelhorn (Duits: flügelhorn) is een koperen blaasinstrument in Bes of Es of sporadisch ook wel C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten. De bugel heeft binnen de brass band een bijzondere status, maar een brass band heeft maar één bugel. De vorm van de bugel is geheel conisch voorbij het ventielhuis en met ruimere bochten dan de trompet, waardoor de bugel een veel zachtere, warmere en rondere klank heeft. De bugel is uitgevonden door Adolphe Sax, dezelfde als de uitvinder van de saxofoon. De bugel heet in het Frans "bugle", maar in het Engels "flugelhorn" en moet niet verward worden met de Engelse "bugle", wat een klaroen is.

Toonvorming

Zoals bij alle koperen blaasinstrumenten vindt de toonvorming bij de bugel plaats doordat de tegen het ketelvormig mondstuk aangespannen lippen bij aanblazen in trilling worden gebracht en zo de luchtkolom in het instrument in beweging brengen. Bij een juiste lipspanning kan een van de ongeveer zeven natuurtonen worden gespeeld. Door met een of meer ventielen de lengte van de hoofdbuis te verlengen, kunnen de gaten tussen elk van deze boventonen chromatisch dalend worden opgevuld. Het eerste, tweede en derde ventiel geven respectievelijk een hele, een halve en een anderhalve toon verlaging van de dichtstbijzijnde boventoon. De klankbeker versterkt de voortgebrachte toon.

Omdat niet alle tonen met behulp van de ventielen zuiver te treffen zijn, is bij veel bugels op de derde (en soms ook de eerste) ventielbuis een trigger geplaatst, die een variabele extra verlenging geeft om de toon zuiver te krijgen. Er bestaan ook bugels die, in plaats van het derde ventiel met een trigger, een vierde ventiel hebben. Hierdoor is een trigger overbodig en is het bereik in de laagte een half octaaf groter. Net als bij oudere pistons (cornetten) en bijvoorbeeld de Es-cornet is de bugel nog voor het ventielhuis voorzien van een stembuis om stemmen mogelijk te maken. Deze plaats zorgt ervoor dat het conische verloop van de bugel zo min mogelijk wordt verstoord. Bij moderne cornetten en trompetten zit deze stempomp pas verderop in het instrument, in de eerste bocht na het ventielhuis.

Toonhoogte

De bes-bugel is een transponerend instrument, wat inhoudt dat de klinkende toon niet dezelfde is als de genoteerde. Speelt men op een bes-bugel een (voor dit instrument) als c genoteerde toon, dan klinkt in werkelijkheid een bes. De speler hoeft voor deze toon geen ventiel te gebruiken. Speelt men op een c-bugel een (voor dit instrument) als c genoteerde toon, dan hoeft de speler eveneens geen ventiel te gebruiken. Wel klinkt nu een andere toon dan bij de bes-bugel, namelijk een c. Een zelfde genoteerde noot wordt op beide instrumenten met dezelfde greep voortgebracht (maar klinkt op de bes-bugel natuurlijk wel een toon lager). Een voordeel daarvan is dat bijv. een bugelspeler die een bes-bugel bespelen kan, zonder transponeren op een c-bugel kan meespelen met een ander c-instrument (bijv. een orgel in de kerk).

Toonomvang
De toonomvang van een bes-bugel is (in C-notatie) van e uit het groot-octaaf tot Bes (groot-bes), en van de e uit het klein-octaaf tot bes uit het tweegestreept-octaaf.

 

Cornet

Met cornet wordt een aan de trompet verwant koperblaasinstrument of een orgelregister bedoeld.

Blaasinstrument van metaal

In vergelijking met de trompet is de cornet wat lichter bespeelbaar door de wijdere mensuur. Hij is ook korter van afmeting, maar hoger dan de trompet, waar hij wel op lijkt. De cornet, ook poiston genoemd, is een rond 1825 in Frankrijk uitgevonden metalen blaadinstrument. Het is ontstaan uit de posthoorn, waarin men pompventielen had gebouwd. De van messing of nikkel vervaardigde cornet heeft de vorm van een trompet, maar hij is minder hard van toon en heeft een timbre dat ligt tussen dat van trompet en hoorn. De cornet was eerst wijd verbreid, omdat hij een grotere virtuositeit toeliet dan de trompet, maar uiteindelijk kon hij zich ten opzichte van dit instrument niet handhaven. Dit geldt ook op het gebied van de jazz, ook al was de cornet het lievelingsinstrument van Louis Armstrong. De cornet moet men niet verwarren met de cornetto. De cornet is conisch van vorm, de diameter van de buis is vanaf het mondstuk smaller en heeft daardoor een groter verloop. Ook is de cornet compact gebouwd, met wijdere bochten dan de trompet.

De cornet staat overwegend in Bes gestemd, maar in ouder repertoire komt ook de cornet in A voor (Stravinsky en Tsjaikovski). Verder komt in de brassband nog de Es-cornet (ook wel Sopraan- of Sopranocornet genoemd) voor. Op dit instrument konden solisten als J.B. Arban technisch zeer moeilijke stukken uitvoeren en het werd zo een echt showinstrument. Met de eeuwwisseling kwam de jazz als muziekstroming op en de cornet kreeg daar meteen een belangrijke plaats. In de twintigste eeuw moest de cornet echter geleidelijk wijken voor de ventieltrompet. En belangrijke rol is voor de cornet weggelegd in de (Engelse stijl) brassband; deze orkestvorm, o.a. gekenmerkt door een strikte bezetting, telt 10 cornetten (waarvan 9 in Bes en 1 in Es) op een totale bezitting van 25 koperblazers.

Orgelregister
De cornet is ook een orgelregister dat wordt gemaakt door verschillende aliquoten op elkaar te bouwen (5 stemmen). Met name: de bas (Bourdon 8') + octaaf (Fluit 4') + de kwint (de Nazard) + het superoctaaf (Woudfluit 2') + de terts. De cornet wordt apart gebouwd in de orgelkast op de zogenaamde cornetbank, dat zich achter het front bevindt; hierdoor is het makkelijk om als soloregister te begeleiden. Een cornet wordt normaal gezien gebouwd vanaf de centrale do naar de bovenliggende octaven, waar hij het helderst klinkt.

 

Saxofoon

De saxofoon is een uitvinding van de Belgische instrumentenmaker Adolphe Sax. Antoine Joseph Sax, alias Adolphe Sax, werd geboren te Dinant in 1814. Hij stamde uit een familie van instrumentenbouwers. In Brussel had zijn vader, Charles Joseph Sax, een fabriek voor blaasinstrumenten, die werk verschafte aan 250 arbeiders. Sax junior begon zijn muzikale opleiding in 1828 aan de Brusselse Koninklijke Muziekschool, die werd opgericht door het Hollands bewind. Naast deze algemene opleiding volgde hij ook klarinetlessen. Daarna werkte Sax aan de plannen voor een reeks nieuwe instrumenten. Op de Brusselse industrietentoonstelling van 1841 gaf Sax een eerste officiële auditie van zijn creatie: de saxofoon (letterlijke betekenis = de stem van Sax). Maar aangezien de saxofoon nog niet gepatenteerd was, speelde Sax achter een gordijn, zodat niemand kon zien welk instrument die goddelijke klanken voortbracht.

Beschrijving van de saxofoon

Al lijkt het uiterlijk niet zo, toch is de saxofoon een houten blaas instrument. Bij de saxofoon is aan de onderkant van het mondstuk, een enkel stuk riet bevestigd d.m.v. een metalen band (de saxofoon hoort dan ook bij de enkelriet-instrumenten). Een riethouder houdt het rietje op zijn plaats en de spanning kan geregeld worden door de schroeven aan te draaien. Om geluid uit de saxofoon te krijgen moet je lucht persen tussen het riet en het mondstuk. Hierdoor breng je het riet in trilling en wordt een toon gemaakt. De saxofoon bestaat uit een conisch geboorde buis met gaten en kleppen. Kleppen zorgen ervoor dat de gaten, die in de buis van het instrument zijn geboord, afgesloten kunnen worden. Door het indrukken of loslaten van deze kleppen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.

De saxofoon-familie

Oorspronkelijk bestond de saxofoonfamilie uit 14 leden. Tegenwoordig worden er nog maar 8 gemaakt. Deze 8 zijn, te beginnen met de kleinste: de sopranino, de sopraan, de alt, de tenor, de bariton, de bas, de contrabas en de subcontrabas. Alleen de sopraan, de alt, de tenor en de bariton worden nog op grote schaal gebruikt. Als we de 4 laatsten van klein naar groot bekijken, d.w.z. van de hoogste klank naar de laagste klank, is de sopraan sax de kleinste van de familie. De sopraansax kenmerkt zich doordat ze geen U-vormige hoorn heeft, maar een rechte conische buis. De volgende in rij is de alt sax. De alt sax is de meest populaire sax van de saxofoon familie. Ze klinkt iets lager dan de sopraansax en heeft op het einde een omhoog gebogen wijde klankbeker. Het is een erg veelzijdig instrument dat in bijna al de vormen van muziek wordt gebruikt. De tenor sax lijkt uiterlijk sterk op de alt sax, maar is groter en dieper van klank. De bariton sax is de grootste van de meest gebruikte saxofoons, al is er natuurlijk nog de grotere bas saxofoon. Zijn klank is het diepst. Hij is ook anders van vorm dan de alt of tenor sax.


Slagwerk (drumstel)

Het drumstel is de basis percussie uitrusting die gebruikt wordt in jazz bands, pop- en rockbands en natuurlijk in diverse orkesten. Het wordt bespeeld door één persoon. De moderne vorm van het drumstel kennen we sinds de late jaren '30. De bas en snaar trom, en de cimbaal, zijn de vaste waarden van een drumstel. Alle andere attributen worden toegevoegd naargelang de noodzakelijkheid. De bas trom in een drumstel wordt verticaal opgesteld. Dit maakt dat de handen van de drummer vrij zijn om andere instrumenten te bespelen. Dempers die in de bastrom worden geplaatst, verkorten het geluid doordat ze de vibratie verminderen. De tenor trom is gemaakt met gelamineerd hout. Het geluid van de tenortrom hangt af van de drummer. Snaar trom stokken geven een brede klank. Stokken met een zachte kop geven een meer rijpere kank. Toms kunnen vrij nauwkeurig worden afgesteld. Ze zijn kleiner en geven een scherpere klank dan de tenor trom. Ze worden meestal paarsgewijs opgesteld met elk een verschillende klank. De snaar trom is een dubbel koppige trom. De snaren bestaan uit strengen van draden die over het vel van de onderste trommel kop worden gespannen. Bij het bespelen krijgen we een scherpe ratelende klank. De snaren kunnen op elk moment van het onderste vel worden afgespannen. Men krijgt dan een holle klank. De snaar trom wordt bespeeld met een harde trommelstok. Wanneer men ze bespeeld met zachte borstel stokken verkrijgt men een zacht ruisend geluid. De hi-hat heeft twee cimbalen die een fijne "chick" geven als ze tegen elkaar worden geslagen. Dit tegen elkaar slagen gebeurd door middel van het pedaal van de hi-hat. Dit geluid mengt zich mooi met de ritmes die op de rand van de cimbalen worden geslagen.

 

Trombone

De trombone (in de volksmond ook wel foutief schuiftrompet genoemd) is een blaasinstrument en wordt tot het scherpe koper gerekend. Een trombone bestaat uit drie onderdelen; Een ketelvormig of V-vormig mondstuk. Dit steekt in een lange cilindrische metalen U-vormige uitschuifbare buis (de coulisse). Hierna volgt de bekersectie, die wel conisch uitloopt. Door het uitschuiven kan de bespeler de effectieve buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert. Het geluid ontstaat ter plaatse van het mondstuk. Hier wordt de lucht door liptrillingen in beweging gebracht en ontstaat een staande golf in de buis. Omdat in een gegeven buislengte meerdere gehele staande golven passen, is het mogelijk bij gelijkblijvende buislengte meerdere tonen te produceren (overblazen), de zogeheten boventonen: 1 golf met lengte X (de grondtoon), 2 golven met lengte 1/2 X (eerste boventoon), 3 golven met lengte 1/3 X (tweede boventoon) enz. In de verst uitgeschoven positie is de buislengte bijna anderhalf keer zo lang als in de meest ingeschoven stand. De geproduceerde grondtoon is daarmee een verminderde kwint lager. Eenmaal overblazen - door verhogen van de lipspanning, embouchure genoemd - veroorzaakt een toon die een octaaf hoger is en dus de halve golflengte heeft. Nogmaals overblazen geeft 1/3 van de golflengte en een duodecime (octaaf plus kwint) hoger. Vanuit de verst uitgeschoven stand met de schuif is de toon een verminderde kwint verlaagd, met overblazen kan een octaaf van deze toon verkregen worden; er ontbreekt echter de reine kwart in het onderste octaaf. Met een z.g. kwartventiel kan dat 'gat' worden gedicht. Een kwartventiel schakelt een extra verlenging in waardoor de effectieve buislengte uiteindelijk bijna verdubbeld kan worden (de schuif meegerekend) en het interval een grote septiem omvat. Door de schuif in te trekken ontstaat een staande golf met een kortere golflengte en wordt de toon hoger. Van alle mogelijke schuifposities worden er doorgaans 7 gebruikt die overeen komen met 7 opeenvolgende halve tonen. Alle tussenliggende posities worden vooral gebruikt voor glissandi (de Italiaanse muziekterm voor het glijden van de ene toon naar de andere).

De klank van de trombone is wat plechtig. In de huidige tijd bestaan er drie scholen van trombone bouw. Namelijk de Duitse, de Franse en de Amerikaanse bouw. De Duitse bouwstijl is een historisch gevolg van de trombone zoals die begon in de 15e eeuw en is te herkennen aan de bekerkrans (Schmetterkranz in het Duits). Deze wordt nog gebruikt in de grote Duitse en Oostenrijkse orkesten. Ook in Nederlandse en Amerikaanse orkesten worden dit soort instrumenten gebruikt, zij het meestal alleen voor muziek die bij deze instrumenten hoort, zoals bijvoorbeeld de symfonieën van Anton Bruckner, Gustav Mahler en Robert Schumann. In genoemde Duitse orkesten worden deze instrumenten voor alle muzieksoorten gebruikt. Hieruit blijkt dan ook dat een aantal orkesten hun klank willen en durven aanpassen aan de muziek en een aantal orkesten juist vasthouden aan hun traditionele eigen geluid. De musici gebruiken vaak nog trombones die rond 1900 gebouwd zijn. In alle andere landen van de wereld wordt bijna uitsluitend gebruikgemaakt van trombones van Amerikaanse bouw. Deze is een bouwstijl die meer uit de Franse bouwstijl voort is gekomen en door invloeden van de jazz. De Amerikaanse en Franse trombones hebben geen bekerkrans, mede omdat de bekers uit twee delen bestaan die onderling gelast worden alvorens te worden uitgesmeerd over de matrijs. In Franse orkesten wordt ook wel gebruikt gemaakt van de Amerikaanse trombones, maar ze proberen ook daar om hun nationale helderdere klankstijl vast te houden. Behalve de (schuif)trombone bestaan er ook ventieltrombones.

 

Trompet

De trompet is een blaasinstrument waarbij het geluid ontstaat doordat de lippen die tegen het mondstuk geplaatst worden, met de adem in trilling worden gebracht. De trompet behoort tot de kleine koperen blaasinstrumenten. De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere doordringende toon. De afstand van het mondstuk tot aan de beker is ca. 50 cm. De lengte van de buis varieert echter per stemming. De buis is voorzien van een drietal ventielen die de buislengte in een aantal combinaties verlengen. Hij eindigt in een trechtervormige beker, net zoals bij de meeste koperen blaasinstrumenten.

De trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt, en wordt daarom tot het scherpe koper gerekend. Door de eeuwen heen zijn de mondpijp (het eerste gedeelte na het mondstuk) en de beker echter steeds meer conisch geworden om het instrument makkelijker bespeelbaar te maken. Adolphe Sax heeft een hele reeks instrumenten gebouwd, de saxhoorns, die de ontwikkeling van de moderne trompet sterk hebben beïnvloed. Bij het trompet spelen ontstaat na een tijdje een gorgelend geluid. Dit ontstaat doordat de lucht condenseert in de trompet en waterdruppels vormt. De waterklep opent een gat in de buis zodat men het condensatiewater kan laten weglopen. Op bijna alle koper instrumenten is zo een waterklep aanwezig.

Geschiedenis
De trompet heeft een historie die al van voor de Egyptische koning Toetanchamon dateert. In zijn graf zijn al eenvoudige trompetten gevonden. Al duizenden jaren worden trompetten gebruikt ter opluistering van feestelijke gelegenheden. Rond het jaar 1600 ontstaat een trompet die in gebruik raakt bij concert en de dan opkomende opera. In deze tijd moest een halve of hele toon verlaging gedaan worden door plaatsing van extra buizen tussen het mondstuk en het instrument. Hiervoor moest een muziekstuk onderbroken worden. Een verbetering was de kleine coulisse zoals die in het groot toegepast is in de trombone. Daarom, toen aan het einde van de achttiende eeuw het kleppensysteem werd ontworpen, waardoor het bespelen van de trompet eenvoudiger werd, werd er ook meer muziek voor de trompet geschreven. Nog later, rond het begin van de negentiende eeuw wordt het ventielsysteem uitgevonden. Dit markeert de doorbraak van de trompet als orkestinstrument. Doordat het ventiel de buislengte van het instrument eenvoudig kan verlengen en verkorten, wordt het spelen van een lagere of hogere toon eenvoudiger en het speelgemak verbeterd. In tegenstelling tot de hoorn welke een roterend ventiel heeft, bezit de trompet één schuifventiel. De moderne trompet heeft 3 ventielen en een kleine schuif die met de pink bewogen moet worden.

Gebruik
De trompet wordt in verschillende muziekgenres gebruikt. In de klassieke muziek komt hij bijvoorbeeld in symfonie- en kamerorkesten voor, maar ook in kleinere ensembles zoals het koperkwintet, en als solo-instrument.Daarnaast wordt de trompet ook in de lichte muziek gebruikt, in de jazz, zowel in big bands als in kleinere formaties, en in de popmuziek. Bekende voorbeelden uit de jazz zijn Miles Davis, Chet Baker en Louis Armstrong. De trompet wordt ook veel in de harmonie- en fanfareorkesten gebruikt. Verder is de trompet ook een belangrijk instrument in het leger geweest. De trompettist was een gewilde krijgsgevangene, omdat alleen de bevel-voerders en hij de strategie kenden. De meest gangbare trompet in de jazz, pop en de harmonie- en fanfare-orkesten, maar ook bij dweilorkesten, is de Bes-trompet. In symfonieorkesten wordt - zeker in Nederland, maar ook in andere landen - veelal de C-trompet gebruikt. Daarnaast bestaan ook trompetten in D, Es, F, G, hoog-A en hoog-Bes. Tot ongeveer het begin van de 20e eeuw bestonden er ook trompetten in A, en laag-F, maar die zijn nu nog maar te bewonderen in musea. De hedendaagse bes-trompet heeft een bereik van de lage Fis tot de hoge C een octaaf verhoogd, dus ongeveer tweeëneenhalf octaaf. Als men de blaastechniek goed beheerst kan de hoogte nog uitgebreid worden, dit is in fanfare orkesten echter niet nodig. Er zijn ook trompettisten die nog hoger spelen, zogenaamde ‘high blowers', maar om dat te kunnen moet je een goede blaastechniek hebben.

 

 

KLEDING

Het uniform dat we bij de ‘standaardoptredens’ dragen is een zwarte broek met rode polo of sweater met daarop het logo van onze vereniging. Bij meer officiële gelegenheden dragen we meestal ons uniform, bestaande uit een zwarte broek, rode jas, wit overhemd en zwarte stropdas. Ook dragen we op onze zwarte broek wel eens een wit overhemd met een groen hesje en een zwarte vlinderdas. Dus ook hierin hebben we variatie!  

 

 

Comments