Flandria boten, interprovinciale stoombootdienst

Eugeen Van Marcke, de pionier van het Scheldetoerisme, was de zoon van een schippersfamilie die met sleepboten op de Schelde voer. Na het overlijden van zijn vader hertrouwde zijn moeder met een aannemer van feesten. Zij woonden in het "Schipperspaleis" aan de Antwerpse Veemarkt. Eugeen Van Marcke huwde met Marguerite Raes waarna zij samen in Oostende een kruidenierszaak openden. In 1922 werd de zaak verkocht waarna de eerste Flandriaboot werd aangekocht, een stoombootje van 45 ton uit 1907.
Het schip verzorgde een vrachtdienst voor melk en graan tussen Antwerpen en Doel. Op zon- en feestdagen werden tochtjes naar Lillo en Doel ingericht. Deze hadden zulk een succes dat reeds in 1923 naar een grotere boot werd uitgekeken. Omdat tijdens het weekend mensen vroegen om mee te varen, werden er stoeltjes op het dek gezet. Dit "geimproviseerd" passagiersvervoer zou zo nog tot omstreeks 1930 blijven bestaan.
 
De blijde intrede te Antwerpen van prinses Astrid en prins Leopold III met koning Albert I, gebeurde met de Flandria II.
Hieronder een foto met prinses Astrid aan aan boord van de "Fylgia", bij haar intrede in Antwerpen op 8 november 1926.
 
In 1932 reisde de Flandria VI het hele land af om propaganda te maken voor de haven en de bezienswaardigheden van Antwerpen.
 
Vanaf 1930, het jaar van de derde wereldtentoonstelling te Antwerpen, kon je van een georganiseerde dienstverlening spreken. Augene Van Marck had in datzelfde jaar toelating gekregen om Havenbezoeken te organiseren. De Flandria vloot telde ondertussen al twaalf schepen, goed voor tweeduizend passagiers. In 1932 wordt de "N.V. Interprovinciale Stoombootdienst" opgericht.
 
In 1938 werd de stoombootdienst Temse- Antwerpen overgenomen van  de "Steamers Wilford". Kort krijgt Constant Van Marcke, zoon van Eugene, op 17 jarige leeftijd, de dagelijkese leiding over de rederij. Na de bevrijding moest Constant Van Marcke de rederij vrijwel van nul opbouwen. De twee grootste schepen waren aan het begin van de oorlog gezonken en de Duitse bezetter ging aan de haal met vier andere boten. Met geld voor de geleden oorlogsschade liet Constant onder meer de "Flandria16" (La Pérouse), een exclusief restaurantschip dat in 1954 een "Michelinster" kreeg en waar personaliteiten dineerden zoals Grace Kelly en de keizer van Japan.
.
 
Constant Van Marcke verspreidde jaarlijks honderdduizenden Flandria-reclamefolders en richtte in de jaren 1960 zelfs zijn eigen reclamebureau "De Kie" op.
In het topjaar 1971 vervoerde Flandria 1,2 miljoen passagiers. Na de Zoo was een Flandria-tochtje de belangrijkste toeristische attractie. In 1973 bezat de vloot 24 boten.
 
In 1990 na, gerechtelijke perikelen gaf Constant Van Marcke de dagelijkse leiding over aan Marcel Dierckx, de ex-directeur van Ford Genk. Later werd zoon Jan Van Marcke benoemd als afgevaardigd bestuurder van "rederij Flandria" en "Flandria International". De rederij kwam in moeilijk vaarwater terecht en Jan Van Marcke moest in juli 2003 de boeken van Flandria neerleggen.

 

 
Comments