Fietscontrole

Om veilig met je fiets door het verkeer te kunnen zijn er een paar regeltjes waar je je aan moet houden. Deze regels zijn gemaakt om ongelukken in het verkeer te voorkomen. Hieronder staan de regels voor je op een rijtje.
 

Het stuur zit goed vast

Dit houdt in dat als je aan je stuur wiebelt, je stuur niet los laat. Als je stuur niet stevig vast zit en je wilt de bocht om gaan dan kan je sturen zoveel als je wil, je fiets luistert dan echt niet naar je.

 

De bel is goed te horen

Als je bel het niet doet kan je andere fietsers niet waarschuwen als je gaat botsen. Een bel is dus heel belangrijk!

 

De handvatten zitten goed vast aan het stuur

Als de handvatten van je stuur niet goed vast zitten kun je vallen. Als jij wilt remmen kan het gebeuren dat je handvatten los laten en dan kan je je stuur niet goed meer vast houden.

 

De remmen werken goed

Stel je voor dat je remmen het niet doen. Dan komt er ineens een auto van rechts die je voorrang moet geven maar je kunt niet remmen. Zie je het al voor je? BOEM!! Dat wil natuurlijk niemand. Daarom is het belangrijk dat je remmen het goed doen.

 

De banden zijn heel en hebben voldoende profiel

Op een kapotte fiets kun je niet fietsen. Als je banden stuk zijn gaat je fiets kapot en dat wil je niet. Wanneer je banden onvoldoende profiel hebben kun je uitglijden. Dit komt doordat je dan niet genoeg grip op de weg hebt. Het profiel van je band zijn de gleufjes die je in je band hebt. Hoe meer profiel je hebt hoe meer grip je op de weg hebt.

 

De spaken in beide wielen zitten goed vast

Wanneer de spaken van je wielen niet goed vast zitten kan je wiel krom worden en dit zorgt natuurlijk voor ongelukken. De spaken in je wiel zijn de kleine, dunne staafjes die van het midden van je fiets naar de band lopen.

 

De trappers zijn voldoende stroef

De trappers van je fiets moeten voldoende stroef zijn. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat wanneer je wilt remmen je voet ineens van de trapper af glijdt.
 
Het zadel zit goed vast
Het zadel van je fiets moet goed vastzitten zodat je er niet van af valt. Dit kun je testen door eens goed op je fiets te gaan zitten en lekker te wiebelen. Als je zadel niet mee wiebelt dan zit het goed vast. Als het zadel wel mee wiebelt, moet je even aan je vader of moeder vragen of ze het weer vast willen zetten. Je mag het natuurlijk ook zelf doen als je dat kan! 
 

Het zadel staat op de juiste hoogte afgesteld

Het zadel van je fiets moet ook op de juiste hoogte afgesteld staan. Als dit niet zo is kan je niet bij de trappers en niet bij de grond. Om te kijken of je zadel op de goede hoogte staat. Ga je op je fiets zitten en kijk je of je met allebei je voeten bij de grond kunt. Als dit niet lukt moet je zadel lager gezet worden. Als je tijdens het fietsen met je knieën tegen het stuur aan komt moet je kijken of je stuur hoger moet of dat je zadel hoger gezet moet worden. Dit moet je altijd even met iemand erbij doen. Diegene kan dan even met je meekijken.
 

De ketting is goed afgesteld; niet te slap, niet te strak

Als de ketting van je fiets niet goed afgesteld is kan hij eraf vallen tijdens het fietsen en dan kun je vallen. 
 

Er zit een rode reflector aan de achterkant van de fiets

Er moet op de achterkant van je fiets een rode reflector zitten. Hierdoor ben je beter zichtbaar in het donker. Als er dan een auto aan komt rijden schijnt die met zijn licht op de reflector en deze wordt dan felrood. Hierdoor ziet de auto dat er een fietser rijdt.
 

Beide wielen hebben witte of gele reflectoren, die een aaneengesloten cirkel vormen

Op je wielen moeten aan beide kanten gele of witte reflectoren zitten. Deze over de hele band in een cirkel zitten. Als er dan een auto van links op rechts komt dan ziet hij jou aankomen.
 

Beide trappers hebben twee gele reflectoren

Ook je trappers moeten reflectoren hebben. Je trappers hebben gele reflectoren zodat de automobilist kan zien hoe breed je bent. Als je geen reflectoren hebt op je trappers dan kan het zijn dat een auto te dicht langs je rijdt en dan kun je vallen of een ongeluk krijgen.
 

Er zit een witte reflector aan de voorkant van de fiets

Aan de voorkant van je fiets moet een witte reflector zitten. Dit is voor het verkeer dat van de andere kant komt. Auto's van de andere kant kunnen jou dan zien aankomen doordat hun licht op jouw reflector schijnt. De reflector aan de vorkant van je fiets mag in je koplamp zitten maar mag ook op een andere plek aan de voorkant van je fiets zitten.
 

De koplamp werkt goed, zit stevig aan de fiets vast en geeft wit of geel licht

Als je geen koplamp op je fiets hebt zitten is het voor auto's moeilijker om jou aan te zien komen. Ook kun je zelf veel minder zien dan wanneer je wel licht op je fiets hebt. Het licht aan de voorkant moet geel of wit zijn. Op die manier is het dan duidelijk voor auto's welke kant je op fietst. Als je licht niet goed aan je fiets vast zit dan valt hij eraf. Als je geen werkende koplamp op je fiets hebt kun je een boete krijgen.
 

Het achterlicht werkt goed, zit stevig aan de fiets vast en geeft rood licht

Ook een achterlicht is belangrijk. Op die manier kunnen auto's jou beter zien. Ook zien ze dan beter welke kant je op fietst. Als je achterlicht niet goed vast zit dan kan hij eraf vallen en als je geen achterlicht op je fiets hebt kun je een boete krijgen.
 
Comments