Startpagina‎ > ‎

De geschiedenis van Desteldonk

Naar een werk van De Potter-Broeckaert, anno 1868
en  bewerkt door Rita Reynvoet
 

Deze gemeente, gelegen op twee uren afstand, ten noorden van Gent, aan de vaart van Terneuzen, paalt ten noorden aan Mendonk, ten oosten aan Zaffelare en Lochristie, ten zuiden aan deze laatste gemeente en aan Oostakker, en ten westen, met de genoemde vaart en aan Evergem. Zij heeft een grondgebied, volgens huidig kadaster, van 622 Ha. En had een bevolking op 1 januari 1866 van 1097 zielen.
Het is onder de Angelsaksische vorm van Thesledung, dat de naam dezer plaats, door Blandt opgenoemd als behorende tot de Pagus Gandensis, in een oorkonde van het jaar 967, de eerste maal voorkomt. In 1220 schreef men Desseldunc en Desseldonc: in 1318, Desseldonck, en in 1330, Disseldonck; bij Thielrode, Thesseldunc. In de geschiedenis van Destelbergen hebben wij de oorsprong en de betekenis van het eerste lid van deze naam trachten op te helderen. Wij vonden daar, dat het oude Thesle, gelijk nu nog het Engelse Thistle, de betekenis heeft van distel, en er uit die naam en de ligging der plaats, op te maken viel dat dit dorp bij aanvang een gewijde plaats was, waar de priesters aan hun goden offerden, en men bomen en struiken aanbad. De naamsverklaring schijnt ons volkomen op Desteldonk toepasselijk; immers, volgensde maaste schrijvers, door De Smet in zij Essai sur les Noms des Communes, redelijk bij getreden, is donck, waaruit de naam der aangrenzende gemeente Mendonk, en andere omliggende plaatsen is samengesteld, een hoogte, tussen lage en waterachtige gronden.
        Wanneer men weet, dat het in de geschiedenis bekende Roosbroek, tussen Oostakker, Mendonk en Lochristi, dus dicht aan de zuidergrens dezer gemeente lag, en men daarbij de tegenwoordige grondgesteldheid van Desteldonk in acht neemt, is er bijna geen twijfel, of de naam van dit dorp betekent niets anders dan een met distelstruiken begroeide hoogte, in de nabijheid van een moeras.
Er zijn in deze gemeente drie voorname wijken: het Dorp, Moleneinde en de Woestijneweg ; zij is doorgesneden door een steenweg, die het Dorp met Oostakker n Zaffelare verbindt, en behoort tot het vredegerecht van Evergem en het milietiekanton Lochristi. De grond, zeer plat in over 't algemeen laag is van goede hoedanigheid, enin drie klassen verdeeld/ de zavelgrond, de kleigrond en de turfgrond. Naar de getuigenis van Sanderus was het vooral in de weiden van desteldonk, heden nog om hun goede hoedanigheid geroemd,dat men het jonge vee vette, waarmee destijds een aanzienlijke handel in Gent gedreven werd onder de enigzinds eigenaardige naam van Gentse kalvers.
In het gemeentearchief vonden wij een, de secretaris toebehorende, zeer grote kaart der waterlopen in Zaffelare, Mendonk, Desteldonk en Oostakker, ten jare 1760, op last der abdij van St-Pieters, de proost van het kapittel van St-Baafs, en door de wethouders en grote gelanden der genoemde gemeenten opgemaakt. Men ziet er onder andere de loop op aangeduid van het Vaardeken of Leeken, dat zijn oorsprong neemt in de Meulestraat, te Oostakker, en zich te Desteldonk, achter het buitengoed van Mw. Van Pottelbeeghe, onder de naam van Desteldonkse gracht, of het klein kanaal, in de Sassche Vaart werpt.
Dit Vaardeken was vroeger voor de gemeente zeer belangrijk. Wij lezen in het kerkarchief dat verscheidene bouwstoffen ter herstelling van de kerk, in 1677, tot op de kaai van Desteldonk, ter schuite werden aangebracht, en dat iedere schipper die dit kanaal bevaarde, een jaarlijkse rente van 22 groten aan de kerk, en van 8 groten aan de arme, voor zoveel roeden grond van beide gestichten er ingelijfd, verschuldigd was. De kerk en de H. Geesttafel hieven elk een recht van 1 schelling, drie groten op ieder ter kaai gelost schip. Dat de toevoer hier destijds niet weinig aanzienlijk was, blijkt alleen uit de omstandigheid, dat er ten jare 1717, niet min dan 66 schepen aan de kaai van Desteldonk gelost werden.
Het bijna enige bestaansmiddel van de inwoners van Desteldonk is de landbouw. Volgens de tienjaarlijkse statistiek van 1846 had men hier 44Ha.89 a. bezaaid met tarwe,157 Ha.11 a. rogge, 42Ha.l8 a. gerst 57Ha.20 a. haver, 20Ha. 99 a. boekweit, 32 Ha. 48 a. vlas 11Ha. 46 a. wortels, 45Ha. 34 a. aardappelen, 32 Ha. 61 a. klaver en 3Ha. 79 a. met andere verschillende gewassen. De meersen en weiden besloegen er een uitgestrektheid van 92Ha. 30 a., de boomgaarden 12Ha.41 a. terwijl er slechts 1 ½ ha. Bos was. De landen golden er gemiddeld 2400 fr.de Ha. In eigendom, en 65 fr in pacht. Tijdens de genoemde optelling waren er 98 loontrekkende dienstlieden in de gemeente, waarvan 69 van het mannelijk en 29 van het vrouwelijke geslacht.
Het dagloon was er sedert 1830 onveranderd: 72ctm. voor de mannen en 45ctm. Voor de vrouwen, boven het voedsel. Men telde er 56 paarden en 2 ezels, 474 stuks hoornvee,45 kalvers, en 352 schapen en 207 varkens. Zes koeien werden er als trekdieren gebruikt.
De enkele nijverheden, te Desteldonk uitgeoefend, bestaan in een lijnkoekbrekerij met stoom, en twee windmolens. Een dezer werd ten jare 1448 door den abt van St-Baafs opgericht. In de jaren 1737 en 1767 telde men er 31 weefgetouwen, en in 1846 nog 28, waarvan er toen,uit hoofde der grote nijverheidscrisis, slechts 9 in werking waren.
Er zijn in deze gemeente twee kastelen. Dat ten westen der kerk en de Krkelstraat, tegenwoordig toebehorende aan Mw. Van Pottelberghe de la Potterie, dagtekent reeds van vorige eeuw, en behoorde nl. aan Jr. Jozef-Frans-Emmanuel Delroy, advocaat in de raad van Vlaandern, voorschepene der heerlijkheid van St-Baafs, en baljuw der baronnij van Nevel.; in 1760, aan zekere Heer Dubois. De Heer Valency was er de eigenaar van in 1834.
Het ander kasteel van de Heer Delbeque, in de wijk Lichtervelde, over een veertig tal jaren opgericht, is zijn bestaan verschuldigd aan de Heer Nuytens, en behoorde laatst aan de Heer Heye;
Als voornaamste pachthoven vinden wij melding gemaakt van het Hooghuis, het Hau-hof, het Hof van mijnheer van Boucle, het tempeliersgoed, en het goed vanmevrouw Vilain;
Het gemeentehuis bevat een tamelijk rijk en welbewaard archief, voortkomende van de griffir der oude keure van Desteldonk. Behalve de reeds genoemde kaart der waterlopen, vindt men daar ook een oud landboek, staten van goederen, registers van erfenissen en onterfenissen, belastingrollen, verkoopakten, rentebrieven enz; alle bijna meest van de 18e eeuw. De registers van de burgerlijkestand vangen aan met 1614.
Te Gent, in het provinciaal archief, bewaart men verscheidene schriftstukken nopens Desteldonk o.a. De gemeenterekeningen van 1717-1789, en twee landkaarten, opgemaakt de ene op
24 september door J. De Jonckere, en de andere, de 29 November 1722, ten verzoeke van de bisschop Philip van der Noot, door de gezworen landmeter Benthuys.
Desteldonk kermis valt den 2e zondag van September

De kerk van Desteldonk ( zie bijlage )



ą
Raymond De Guchtenaere,
10 nov. 2009 00:56
Comments