Kruisweg naar het 'Bokkenrijderskruis'


Achtergrondinformatie

 Het kruis aan 'de Galling'

Als u in Sint Geertruid aan de mensen naar het veldkruis ´aan de galling´vraagt, zullen er zelfs in Sint Geertruid mensen zijn, die niet weten waar ze dat kruis zouden moeten zoeken. Vandaar dat we bij de beschrijving van dit bijzondere kruis een wandelroute hebben bijgevoegd, die al wandelend naar de wegkruising Kruitsbergweg - Wijnweg in Bruisterbosch brengt, waar u het betreffende wegkruis zult vinden. Een mooie wandelroute naar de uiterste grens van de oude gemeente Sint Geertruid naar een veldkruis waar heel wat over te vertellen valt.

Op de plek van dit veldkruis heeft nl in de 18e eeuw een galg gestaan, waaraan zeker twee zogenaamde bokkenrijders op 6 november 1776 zijn opgehangen wegens hun (vermeende) deelname aan deze bende. Het waren: Ant(o)on Overkooren ( op het kruis staat Overkorn) en Leonard Eijssen.

Ter herinnering aan dit gruwelijke feit is door de Stichting Kruisen en Kapellen Margraten in 1991 op deze plek een kruis neergezet. In recent gepubliceerd onderzoek naar de Bokkenrijders zijn grote vraagtekens geplaatst bij het bestaan van deze “grote georganiseerde roversbende”. Volgens de schrijver heeft het veelvuldig toepassen van foltering bij verdachten geleid tot het noemen van honderden namen van “zogenaamde” deelnemers. De executie van honderden vermeende leden mag misschien wel de grootste gerechtelijke dwaling van de 18 e eeuw worden genoemd.

Wat weten we over deze twee personen die op het bordje voor het kruis vermeld zijn?

 Eijssen, Leonard (Lein van Nuth)

Vermoedelijk afkomstig uit Margraten, gevangen gezet op kasteel Amstenrade 28 augustus 1776; geconfronteerd met Caspar van Mechelen, de bendeleider. Vonnis: galg; uitgevoerd 6-11-1776 te Margraten.

Antoon Overkooren

Woonde te Margraten; gehuwd met Jenne Ploumen; geletterd; beroep: schoenmaker. Gevangen gezet op het oude stadhuis te Maastricht 2 januari 1776; geconfronteerd met Frans Anton Brassé 7 februari 1776. Vonnis: galg; uitgevoerd 6 november 1776 te Margraten.

  Veroordeeld tot de galg

 Het galgenveld lag in de regel op de grens van het dorp. In dit geval dus “de galling”te Bruisterbosch. Degene die tot de galg veroordeeld was, werd van uit de gevangenis op een kar naar deze plek vervoerd, Antoon Overkooren vanuit Maastricht en Leonard Eijssen vanuit Amstenrade. Voorop liep de gerechtsbode, die de roodgeverfde justitieroede droeg. Dit was een doornen stokje, van anderhalve el lang, met gouden eikels beladen. Dan volgde de drossaard met de schepenen; rondom de kar schaarde zich de schutterij uit de parochie van de veroordeelde, met geladen buks en hanenveren op de hoed. Het vaandel en de trom waren met rouwfloers bedekt. De tamboer sloeg een treurmars.Bij de galg aangekomen vormde de schutterij een kring om de galg; het van alle kanten toegestroomde volk werd op een afstand gehouden. Dan las de drossaard het vonnis aan de menigte voor, de veroordeelde klom op de ladder en als de drossaard de justitieroede ter hand nam en die liet zakken, viel de strop.

Als na enige tijd de dood werd geconstateerd, werd het lichaam uit de strop gehaald en met ijzeren kettingen aan de galg opgehangen “tot het vergaan was”.

De galg gold als straf voor herhaalde diefstal en vermogensdelicten onder verzwarende omstandigheden, zo als inbraak en geweldpleging of bedreiging met geweld.

De verdachten uit de banken Gulpen en Margraten verschenen voor het hooggerecht van Valkenburg. Als eisende partij fungeerden de luitenant hoogdrossaard W.D.Vignon en de advocaat C.L. de Limpens.In de rechtbank hadden de schepenen J.Theodor Craen, J.Wateler en J.Wintgens zitting.

 

Waarom werden Leonard Eijssen en Antoon Overkooren tot de galg veroordeeld?

Voor geweldpleging en inbraak, zoals te lezen is in onderstaand proces verbaal.

 Overtuigend bewijs van de diefstal begaan bij de Heer Pastoor te Margraten in de nacht tussen de 21e en de 22e november 1774.

Vandaag de 15e augustus 1775 verscheen voor ons, schepenen van de Heerlijkheid en Hoofd van de bank Margraten, de Eerwaarde Heer Brand, Rooms pastoor alhier, die ten overstaan van de Heer en Meester W.L. van den Heuvel, schout(burgemeester) en crimineel officier van de Heerlijkheid voor ons verschenen zijnde, om nadere verklaringen af te leggen over de gewelddadige diefstal met huisbraak gedaan aan het huis van Eerwaarde in de nacht van de 21e op de 22e november 1774.

Zo verklaart de Z.E.H. Pastoor Brand hoe hij in gemelde nacht, omtrent één uur enig gedruis of tumult hoorde, daarvan wakker werd en na enige tijd geluisterd te hebben, merkte dat de deur van zijn slaapkamer geforceerd werd, dat door dit gebeuren hij uit zijn bed is opgestaan en uit het raam van zijn slaapkamer om hulp geroepen heeft. Na enige tijd na dit hulpgeroep geluisterd te hebben en niemand op straat te zien was, zijn slaapkamer is uit gegaan, zich naar de kerktoren heeft begeven, de klok geluid heeft, en na dit luiden zich weer naar het venster van zijn slaapkamer heeft begeven en andermaal om hulp geroepen heeft. Hierna is hij naar de keuken gegaan, waar hij zijn dienstmeid Catharina Brouwers sprakeloos en flauw gevallen voor het vuur vond.

Daarna kwamen Willem en de oude Pieter Brouwers met zijn zoon Peter en zijn dochter Geertruid bij de pastorie aan. Hier constateerde men dat de inbraak gedaan was door in de achterkeuken twee lemen wanden uit te breken. Om aan de achterkeuken te komen braken de nachtdieven eerst nog een lemen wand in de kolenstal, die gesloten was, open. Verder hebben we geconstateerd, dat de dieven de glazen kast, die aan de bovenkant voorzien was van tin- en koperwerk, en het onderste deel van de kast, waarin servetten, alsook kleding van voornoemde meid, linnengoed en mutsen van de meid, verder 30 gulden aan geld, leeggeroofd hebben.

Ook hebben de dieven het gouden kruis van de meid en het zilveren beslag van het kerkboek van de meid, dat ze met een mes van het kerkboek afgesneden hebben, en dat ook in bovengenoemde kast lag, gestolen. Verder is gestolen, koperwerk, zoals marmieten (ketels) kasserollen pannen (stoof-braadpannen) theeketels, verder schoenen en een paar muilen van de heer pastoor, ’n paar schoenen van de meid, evenals groene satijnen gordijnen die met geel afgezet waren.

Ook zijn ter zitting geroepen twee voornoemde buren, om aan de hand van sporen in de sneeuw, na te gaan welke weg de dieven genomen hadden.  Deze twee buren hadden namelijk tussen de moestuin en het koor van de kerk een zak gevonden die de dieven hadden laten vallen. Hierin bevonden zich bovengenoemde gordijnen van het bed, koperen ketels, marmieten, een paar schoenen en muilen van de heer pastoor en de schoenen van de meid.

Ambtshalve werd de heer pastoor gevraagd, wat volgens hem de waarde van de gestolen goederen bedraagt. Eerwaarde verklaart deze te schatten op ca 100 gulden.

Vervolgens heeft de pastoor wat hij hierboven verklaard heeft met de eed bekrachtigd tegenover de president, schepen van Auw en dat tevens heeft ondertekend met J. Brandt.

Verder tekenden       J.H. van Auw      M. de Swart  en       Theod. Van Craen ( schepen)

Volgt de verklaring van de meid van de pastoor

Verscheen voor ons schepenen: Catharina Brouwers , oud ongeveer 47 jaar, huishoudster van de pastoor hier, door onze gerechtsbode gedaagd, om ten overstaan van de heer schout dezer Heerlijkheid ,in forma probante,( in bewijzende gerechtelijke vorm) verklaringen af te leggen over de omstandigheden waarin zij verkeerd heeft m.b.t. de diefstal met inbraak in de pastorie alhier, in de nacht van de 21e op 22e november 1774.

Catharina Brouwers, verklaart dan dat zij in bovengenoemde nacht in de keuken van de pastorie in bed lag, en in haar eerste slaap zijnde, geen braak of ander geluid gehoord hebbende, plotseling wakker geschrokken is van licht in de keuken; dat drie á vier onbekende mannen voor haar bed stonden met een groot bajonetmes in de hand, en dreigden haar daarmee in de borst te steken.

Zij verklaart verder dat zij hierdoor zo geschrokken was, dat ze flauw gevallen is en verder dus niets anders kan verklaren dan dat de mannen een taaltje spraken dat zij zich door de schrik niet meer kan herinneren.

Dat verder, toen de pastoor na de diefstal in de keuken kwam, hij haar nog in flauwte op de grond voor het vuur gevonden heeft, zonder te kunnen zeggen wie haar daar gebracht of hoe zij daar gekomen is.

Dat haar buren haar weer op het bed hebben gelegd. Dat zij later geconstateerd heeft, dat van haar gestolen zijn: een gouden kruis, een zilveren beslag van het kerkboek, ca 30 gulden contant geld, 20 witte mutsen, 2 neteldoeken neusdoeken, een paar zilveren gespen, een capotje (hoedje met halsbandje), een paar edelstenen in zilver gezet, hemdknopen, die de dieven haar uit haar hemd hebben gehaald toen ze daar in flauwte lag.

Ook had zij aan haar hemd en op haar arm enkele zwarte vlekken, die veroorzaakt moeten zijn door degene die haar de knopen heeft afgedaan.

Gevraagd naar de geschatte waarde verklaart zij dat die minstens 100 gulden bedraagt.

Op de vraag of zij iemand van de dieven herkend heeft, verklaart zij onder ede van neen.

Ook heeft zij na duidelijke voorlezing aan handen van de Heer President Schepen van Auw, dit met de eed bekrachtigd en ondertekend met C. Brouwers.

Verder tekenden:  J.H. van Auw                                            P. van den Heuvel

                             M de Swart                                              J.Wateler

                             Theod.Van Craen                                       L.Wintgens

Uittreksel uit de eigen verklaring onder “scherper examen”gedaan ten overstaan van de Weled.Gestrenge Heer Mr. L.W. van den Heuvel, schout en criminelen officier van de Heerlijckheid en hoofd van de Bancke Margraten door: Anton Overkooren gedetineerde op het oude stadhuis te Maastricht

 (als men overtuigd was van schuld bij de verdachte, maar deze bleef toch ontkennen, dan werd overgegaan tot het zg. “scherper examen”, marteling dus . Dit werd uitgevoerd in de “pijnkelder”in het bijzijn van de beul)

Dinsdag de 2e januari 1776 in de namiddag is voor ons schepenen verschenen de gedetineerde Anton Overkooren ten einde over de overgebleven punten verhoord te worden. Ook is hij aangemaand de waarheid te spreken, nadat hij geantwoord had tot de beruchte bende te behoren, die al 20 jaren diefstallen pleegt.

Hij is medeplichtig geweest en heeft daadwerkelijk aan de diefstallen meegewerkt.

Ook verklaart de gedetineerde, dat meerdere personen tot hun bende behoren en bij diefstallen heeft zien meehelpen .

Op de vraag of tussen deze personen een verbond gesloten is, verklaart de gedetineerde dat ongeveer een jaar geleden wel degelijk een verbond gesloten is in een weiland van de heer De La Croix gelegen in IJzeren

Het was in de vastentijd van het jaar 1775 toen het zich heeft afgespeeld zoals volgt:

Hij, Anton Overkooren, werd gevraagd door iemand van Strucht, om eens naar Strucht te komen, naar een bepaald adres in de straat waar men de berg op gaat. Er is mij toen gevraagd deel te nemen aan de oprichting van een nieuwe broederschap, en dat de voornoemde weide, de vergaderplaats zou zijn. Ook ben ik de maandag daarna met enkele personen naar de genoemde weide gegaan. Hierbij was ook aanwezig, Caspar van Mechelen, tollenaar, wonend te Schin op Geul tegenover de kerk.

Deze Caspar van Mechelen voerde het woord en heeft tegen hen gezegd en hun ook verzocht samen een nieuw complot te willen sluiten zoals de oude bende ook gehad had. Ook moesten zij trouw zijn aan de bende, en moesten proberen meerdere personen voor de bende warm te maken, om zodoende nog meer inbraken te kunnen plegen.

Alles zou dan eerlijk verdeeld worden. Ook mocht de een de ander niet verraden, zelfs niet als hij in handen van de politie gevallen was en onder martelingen moest verklaren wie nog meer tot de bende behoorden. Mochten ze toch ter executie gebracht worden, moesten ze al hun eerdere verklaringen weer herroepen.

Om het verbond nog meer kracht bij te zetten, moesten ze in een kring gaan staan. Midden in de kring stond Caspar van Mechelen, die hun verzocht de eed te willen afleggen . Toen hebben alle aanwezigen, op aanraden van Caspar van Mechelen, twee vingers van hun rechterhand opgestoken en de eed afgelegd. Hierbij werd God afgezworen, en de duivel tot hun patroon en voorspreker genomen. De gedetineerde verklaart verder dat hij en zijn makkers toen uit handen van Caspar van Mechelen een kroon gekregen heeft. (muntstuk)

Op woensdag de 3e januari 1776 gaan de verhoren door en wordt Antoon Overkooren ten strengste aangemaand de waarheid te spreken en de rechter alles wat hij weet te vertellen.

Hij verklaart dan medeplichtig te zijn geweest aan diefstal gepaard gaande met kneveling van de aanwezige mensen begaan bij dhr Walraven in de Maasband. Hierbij was ook Caspar van Mechelen uit Schin op Geul aanwezig, tollenaar, en wonend tegenover de kerk.

Op de middagzitting gaan de verhoren verder . Antoon  Overkooren  verklaart dan medeplichtig te zijn geweest bij de diefstal bij Martinus Schroeders, waarbij ook weer Caspar van Mechelen aanwezig was.

Ook bekend de gedetineerde medeplichtig te zijn bij de diefstal met huisbreuk en knevelarij van de aanwezige mensen bij Henricus Ritzen in het Panhuis te Wijnandsrade, waarbij ook aanwezig was Caspar van Mechelen.

 Vervolg van de verhoringen op 4 januari 1776.

Hier verklaart Antoon Overkooren vrijwillig, dat hij ook medeplichtig is geweest aan de gewelddadige diefstal begaan ten huize van de heer pastoor van Margraten ongeveer een jaar geleden, waarbij ook Caspar van Mechelen aanwezig was.

 Bij de verhoren op 5 januari 1776 is de gedetineerde bij zijn eerdere verklaringen gebleven .

 Was getekend, bij afschrift

F. De Lacroix te Schin op Geul

Confrontatie gehouden op het kasteel van Amstenrade, tussen Caspar van Mechelen (gevangene) en Leonard Eyssen (gevangene)

Ten overstaan van de Weledelgestrenge Heer Mr. L.W. van den Heuvel, schout en Criminelen Officier van de Heerlijkheid en bank van Margraten

Tussen Caspar van Mechelen, gevangene op het kasteel van Amstenrade, en

Leonard Eyssen, gevangene te Valkenburg.

Rechtszitting op het kasteel van Amstenrade, maandag 26 augustus 1776, 11 uur voormiddag

Zijn voor ons verschenen Caspar van Mechelen en Leonard Eyssen, beide gedetineerden, welke aangeraden zijn de oprechte waarheid te bekennen, verklaren het volgende:

1. Caspar van Mechelen verklaart Leonard Eyssen wel te kennen, hij noemt hem Leen, en vertelt dat Leen woont of werkt bij Mertens en dat hij verschillende keren bij hem thuis geweest is in Schin op Geul.

Leonard Eyssen verklaart Caspar van Mechelen niet te kennen.

2. Beiden verklaren over en weer nooit enige vriendschap met elkaar gehad te hebben.

3. Caspar van Mechelen verklaart tot de groep nachtdieven te behoren en verklaart eveneens dat hij Leonard Eyssen bij het plegen van diefstallen heeft zien meehelpen.

Leonard Eyssen verklaart niet tot de bende nachtdieven te behoren.

4. Caspar van Mechelen verklaart aan diefstallen te hebben meegewerkt. Verder blijft hij bij zijn eerder gedane verklaringen met betrekking tot Leonard Eyssen, de oprechte waarheid gesproken te hebben en zo voor Gods rechterstoel te willen verschijnen.

Verder verklaart hij dat L.Eyssen verschillende keren bij hem thuis gegeten en gedronken heeft, zonder dit te betalen.

Leonard Eyssen verklaart aan geen enkele diefstal medeplichtig te zijn geweest. Ook verklaart hij dat hij gewerkt heeft bij Jan Mertens in Margraten. Dat daar toen twee dochters van Caspar van Mechelen woonden, nl. Anna Catharina en Ida, en dat hij daardoor verschillende keren bij Caspar van Mechelen thuis geweest is in Schin op Geul, en hem daar ook gezien heeft.

Na duidelijke voorlezing van het bovenstaande bleven beide verdachten bij hun verklaringen en hebben eigenhandig getekend of gehandmerkt,

 Caspar van Mechelen                                      X    Dit x-merk heeft Leen Eyssen zelf gezet.

 Was getekend: Lindemans, Horstmans, De Lacroix, van Auw, de Swart, Theod. Van Craen

Te Schin op Geul om 12.45 uur.

Declaratie van voorschotten gedaan door den Hoogedele Baron de Hain et Houffalize, als Heer van Gulpen en Margraten, voor de kosten van gevangenhouding en executie van de criminelen van genoemde banken

Ten eerste van Margraten, Antoon Overkooren en Leonard Eyssen

Betaald aan G.Furnau,gevangenbewaarder op het oude stadhuis te Maastricht, wegens detentiekosten en ten behoeve van de zaak gedane uitgaven aan de twee gedetineerden respectievelijk van 18 en 25 december 1775 tot 6 februari 1776 volgens rekening f.75,-.

Idem aan de gevangenbewaarder Bogman te Valkenburg wegens detentiekosten van dezelfde personen van 6 februari tot 6 juni 1776  volgens rekening 2               f 103-14

Ook aan Bogman betaald , kosten van verteer door beide personen over de periode 7 juni tot 6 oktober volgens rekening 3                                                                  f 79,-6

Ook aan Bogman betaald kosten van verteer van beide gedetineerden van 7 oktober tot 6 november 1776 rek. 4                                                                               f 24,-5

Betaald aan Willem Frissen voor rit per postkoets, om de heer Professor Vrijthoff en heer Doctor Boijmans naar Valkenburg bij de foltering van beide gedetineerden te brengen volgens rekening 5                                                                                f 8,-10

Betaald aan J.W.Ubags, de hiervoor genoemde Doctores, de Heren van het Gerecht van Margraten, de beul, leden van de schutterij enz. voor dezelfde gedetineerden volgens rekening 6.                                                                              f 36,-14

Idem voor twee agenten die de gevangenen naar de verhoren en executie hebben geleid volgens rekening 7.                                                                              f 16,-10

Aan de beul J.Hamel, om de twee gevangenen op de pijnbank te leggen en hun doodvonnis te voltrekken ( ophanging aan de galg) volgens rekening 8            f 149

Aan Nicolaes Coopmans werden betaald de kosten van de maaltijd genoten door de heren van het gerecht op 6 november 1776, exclusief de kosten van

de wijn,                                                                                     volgens rek 9                                                           f37,-

Aan juffrouw Beckers voor 16 flessen wijn geleverd voor de executiemaaltijd                                        Volgens rekening 10                                                 f16,-

Ook nog betaald aan de gevangenbewaarder Bogman voor wat hij ook nog heeft uitgegeven aan Grommet bier en brandewijn, vuur en licht volgens rek. 11             f 4,-9

 Aldus bedragen de voorschotten aan detentie en executie van de twee gevangenen van Margraten, behoudens vergissing, f 550 en twaalf stuivers, Maastrichtse koers.

 (de cijfers achter de komma zijn stuivers)

Afstammelingen Antoon Overkooren –(1776)  x   Joanna Ploumen  (Schoenmaker te Margraten)

Mar.Agn. Overkooren – 1824  x Valkenburg  1811  Petr. Pool – (1825)

Joh.Petr.Pool (1814 – 1841)     x Valkenburg  1839 An.Cath. van Eyl

 

Uit documenten van de Bokkenrijders: Gerechtskosten.

 Rekening van Chirurgijn (heelmeester die tevens barbier was) Thomas Corriaux

Periode mei 1775 – januari 1776

 Gevaceerd voor Leenje van Nut     (Openstaande rekening van Leonard Eyssen)

 Van den 28 maart tot 12 april, 15 rijsen            f  3,-  15 stuivers

Aan Medicamenten verbruikt: Tinet Spic. X            3,-

Bals Univ. 11 uncia                                                 1,-   5     

Linne voor verbande                                              1,-   2     

 

                                               Totaal                f  9, -  2 stuivers

 

De Wandeling 

U begint deze wandeling van ongeveer 9 km  tegenover de kerk. waarvan de oudste delen dateren uit de 11e eeuw. In latere eeuwen zijn er nog verschillende verbouwingen geweest, waardoor de kerk romaanse, gotische en classicistische kenmerken vertoont. Sint Geertruid is overigens ge-noemd naar de patroonheilige van de kerk: de heilige Gertrudis van Nijvel

 

1.    Als u De Koekenpan verlaat loopt u rechts- af de  Dorpsstraat in.

Na 100 m passeert u aan de linkerkant het voormalige gemeentehuis.

U nadert een kruising, waar u aan de lin-kerkant een kruis aantreft tegen de witte gevel van de eerste school van Sint Geertruid, waar tot 1881 onderwijs gegeven werd. Jammer dat we het originele eeuwenoude corpus dat ooit dit kruis sierde hier niet meer kunnen bekijken, omdat het uit veiligheidsoverwegingen in de parochiekerk is opgehangen.

 

2. We lopen rechtdoor de Schoolstraat in. Aan  de linkerkant ligt het Gemeenschapshuis.

 

3. Op een viersprong loopt u rechtdoor het steegje in. Op de volgende viersprong vindt u aan de linkerkant een gegoten veldkruis. Dit kruis was oorspronkelijk een grafkruis.U kunt dit o.a. zien aan:

De engel: Bij het verlaten van de kerk zingt het koor: “Mogen de engelen U naar het paradijs begeleiden”.

Het hart met doornenkroon: (helemaal aan de onderkant van het kruis !!) herinnert aan de ver-wondingen die de zonden van de mensen aan dat hart toebrachten.

 

4. U gaat nu rechtdoor de veldweg op, waar u links akkers en rechts een weiland aantreft. Aan de rechterkant ziet u de bebouwing van Herkenrade, een gehucht van Sint Geertruid.

 

5. Bij het bereiken van de verharde weg ziet u aan de linkerkant een veldkruis dat in de in 1998 opnieuw opgebouwde Mariagrot is opgenomen.

 

6.    U steekt voorzichtig de verharde weg Herkenrade – Bruisterbosch over en loopt

     aan de overkant de geasfalteerde veldweg in.

 

7.      U blijft deze weg volgen, ook als hij naderhand overgaat in een ongeasfalteerde veldweg en gaat dan na 200 meter scherp Rechts.

 

8.      Boven op de top van de heuvel op T-splitsing gaat u  Links.

 

9.      U bereikt spoedig de geasfalteerde weg Bruisterbosch-Banholt en gaat hier Links.

 

10.  Dan neemt u de eerste veldweg Rechts.

 

11.  Deze weg blijft u volgen totdat u bij een T-splitsing met een geasfalteerde weg aankomt. Hier gaat u Rechts.

 

12.  Na ongeveer 200 meter gaat deze weg over in een ongeasfalteerde veldweg.

 

13.    Op een kruispunt van holle wegen blijft u rechtdoor lopen in de richting van een rood veldkruis. Dit kruis stond tot 1967 op de weg Sint Geertruid – Bruisterbosch waar naar rechts een veldweg afsloeg. Deze veldweg is bij de aanleg van de nieuwe weg naar Banholt vervallen. Dhr. Munnichs heeft het veldkruis toen op zijn huidige plek geplaatst.

 

14.    Het rode veldkruis passeert u aan de Linkerkant. U loopt de voor u liggende holle weg omhoog.

 

15.    Boven op de top van de heuvel aangekomen ziet u voor u Margraten liggen.

 

16.    U daalt de heuvel af en bereikt dan op een viersprong het doel van de wandeling: het bokkenrijderskruis bij ‘de galling’. Verdere bijzonderheden over dit kruis zijn u samen met deze route uitgereikt.

      

17.    Omdat we zo weinig mogelijk gebruik willen maken van wegen met autoverkeer, loopt u dezelfde weg die u net gekomen bent een kort stukje terug.

 

18.    U komt weer langs het rode veldkruis, maar neemt nu de 1e veldweg (holle weg) Rechts. Aan de linkerkant in de berm ziet u vossenholen.

 

19.    Bij een viersprong gaat u naar Links. Spoedig ziet u de eerste huizen van Bruisterbosch opdoemen.

 

20. Na huisnummer 23, gaat u op de T-splitsing naar Rechts. Vóór dat u dit doet bekijkt u op de linkerhoek tegen de mergelwand van het huis met huisnummer 25 een kruis met er onder een “verdwaalde” grenssteen van de oude gemeente Sint Geertruid.

 

21.  Bij een groen gevelkruis, tegenover de Mariakapel uit 1949 gaat u Links.

Bijzondere ornamenten aan dit vroegere grafkruis:

De engel, die de ziel van de overledene naar de hemel begeleidt.

Een rietstengel: De soldaten geven in het lijdensverhaal Jezus een rietstengel in de hand.

Klimopbladeren als symbool van onsterfelijkheid.

 

22.  U passeert “gen maar”, een groepje huizen, waar in 1157, zeven inwoners van Breust ieder 5 ha pas ontgonnen grond kregen om een landbouwbedrijf te starten. Deze grond lag hier rechts van de weg.

 

23.  Rechts ziet u de toren van het Amerikaanse kerkhof, waar gesneuvelde Amerikaanse soldaten uit de Tweede Wereld-oorlog begraven liggen.

 

24.  Beneden aan de weg die u loopt is rechts een bosje dat een vroegere mergelkuil verbergt waar vóór 1800 mergel werd gedolven om het land te “ bemergelen”.

Boven aan het heuveltje aangekomen ziet u rechts de kerktoren van Eckelrade en links die van Sint Geertruid.

 

25.  U nadert nu Eckelrade en gaat bij een veldkruis met de tekst:” Geloofd zij Jezus Christus, bid voor ons” naar Links. We denken hier te doen te hebben met een hagelkruis. Dit kruis staat al op oude kaarten uit 1918 aangegeven.

 

26.  Op een driesprong houdt u Rechts aan.

 

27.  Bij een metalen veldkruis bij bank loopt u rechtdoor. Op deze plek stond al in 1865 een veldkruis.

  

28.  We lopen nu via de Valkenburgerweg weer de bebouwde kom van Sint Geertruid binnen.

 

29.  Einde weg Rechts, einde weg Links, op viersprong Rechts en u bent weer in de Dorpsstraat. U loopt terug naar de startplaats bij De Koekenpan.

 

© Bert Nijsten en René Houben