E


Eb

- Ebberig: Inhalig getij.


Ec

- Echoïst: Iemand die jarenlang hetzelfde blijft roepen hoewel hij steeds hetzelfde antwoord in veelvoud terugkrijgt.

- Echokut: Diepte waaruit je zacht terugkrijgt wat je er hard instopt.

- Echterbaks: Huwelijkse ontrouw.

- Echtschelding: Huiselijke woordenwisseling.

- Echtspraak: Een werkelijkheid handhavend (zie ook Waartaal*).


Ee

- Eenaprulgrap: Slecht uitgevallen practical joke.

- Eendaflegging: Verzorging van dode watervogels.

- Eendenkroost: Pulletjes, pijltjes

- Eendenroos: Groene schilfertjes van veren, vaak drijvend aangetroffen.

- Eendversterker: Doping voor watervogels.


- Eenheidsborst: Kunsttiet zoals door het ziekenfonds vergoed.

- Eerstegulppost: Plek voor plaspauze.

- Eethoorn: Aan obesitas lijdend knagertje.

- Eeuwige jichtvelden: Knekelhof.


Ef

- Effe-Homo: Eenmalig one-night standje met iemand van het zelfde geslacht.


Eg

- Egaai: Europees gelijkgeschakelde Vlaamse kraaiachtige.

- Egaïsme: Niet willen dat de partner vreemd gaat.

- Egapte: Land dat ooit nogal diefachtig was.

- Egastiek: Rekkelijke huwelijkspartner.

- Egelhert: Roodwildsoort die zich bij verstoring oprolt.


- Egeliseren: Overstekende egels platrijden.

- Egelpad: Tweedimensionale amfibiënsoort die op autowegen leeft.


Ei

- Ei-grec: Barneveldse Y. (Zie afbeelding)

- Eibereend: Donzige zoutwatereend met lange rode poten en snavel.

- Eierdooie: Salmonellaslachtoffer.

- Eierdope: Met Pasen veel gebruikt stimulerend middel.

- Eierrekker: Gynaecologisch specialist.


- Eijaculatie: Orgasme bij hermafrodieten.

- Eijector: Instrument gebruikt bij kunstmatige inseminatie.

- Eikel-spankrups: Larve van de Cocker-spanuil*

- Eikelhakhout: Sado-masochistisch hulpstuk.

- Eikelmos: Begroeiing op lang niet gebruikte penis.


- Eikeltjeskloffie: Kleding van kleine kliertjes.

- Eindboven: Brabantse stad ten noorden van Lyon.

- Eindeloops: Komt nogal eens bij honden voor, tot wanhoop van hun baasjes.

- Eipilepsie: Vrouwenziekte waardoor de eieren niet meer springen maar vallen.

- Eischaap: Wollige legkip.


- Eismuts: Vrouw die veel voorwaarden stelt.

- Eissprong: Moment waarop de CAO-onderhandelingen kunnen worden geopend.

- Eiva: De vader aller eieren.

- Eivolutietheorie: de vraag wie er het eerste was, de kip of Eva.

Ej

- Ejacuatie: Zie Evaculatie*.

- Ejacuzzi: Koud bubbelbad met harde warme stralen.

- Ejanculatie: Bedroevend slechte zaadlozing.


El

- Elektricitiet: Vrouwenborst die een schok teweeg brengt.

- Elendedoek: Voortdurend opwaaiend schaamlapje.

- Eleuktriciteit: Natuurverschijnsel waarmee men vermakelijke experimenten kan doen.

- Elfstedenbocht: Zopie.

- Elfstedentucht (1): Regime van Koning Winter.


- Elfstedentucht (2): Straf die men krijgt als men te weinig stempeltjes heeft.

- Elfstedenvocht: Water dat de 'klassieke' elf steden van Friesland met elkaar verbindt.


Em

- Emaillot: Geglazuurde kousebroek.

- Emeritas: Afgedankte tas.

- Emigrazie: Uitweiden.


En

- En plein pubic: Exhibitionisme.

- Endelarm: Waarmee een veearts een koeienkont penetreert.

- Endelmisch: Alleen in het laatste deel van de darm voorkomend.

- Endogein: Binnenpretje.

- Endoscopief: Visueel inwendig onderzoek.


- Energriek: Ajax on speed.

- Enfart terrible: Vreselijk stinkende scheet.

- Engelling: Larve van godsgezant.

- Engelsachtig: Onstoffelijke en desondanks vaak gevleugelde buitenlandse uitdrukking.

- Engschede: Stad vol knijpkutten.


- Enigpa: Raadsels omtrent het vaderschap.

- Enkelspek: Overtollig vlees op de achillespezen.

- Entemologie: Duitse watervogelkunde.


Eo

- Eolithicum: Periode waarin een zekere omroep zich bevindt.

- EOwetenschap: Aardkunde op gristelijke grondslag.


Ep

- Epiccopaat: Heel klein bisschoppelijk waardigheidje. Zie ook Piscopaat*

- Epidemiep: Snel om zich heen grijpende zeurkous.

- Epidermiss: Mooie dame die je het vel over de oren haalt.

- Epiklepsie: Ernstige vorm van examenvrees waarbij men volledig dichtslaat.

- Episcopatat: Bisschoppelijke frieten.

- Episcozaad: Bisschoppelijk kwakje.


Er

- Erecloge: Afgeschoten gedeelte in een theater met extra beenruimte.

- Erectificatie: Wederopstanding.

- Erectificeren: Rechtop zetten.

- Erector magnificus: Academicus met de grootste.

- Erectoraat: De verzameling mannen waaruit een vrouw kan kiezen om te kezen.


- Erectrix: Opwindende vrouw.

- Erektromonteur: Chirurg gespecialiseerd in seksuele stoornissen bij mannen.

- Erfpenis: Artikel dat van vader op zoon wordt doorgegeven.

- Ergachtig: Vervelend.

- Erggenaam: Iemand met wie een nalatenschap moet worden gedeeld.


- Ergofobiel: Werkschuw voertuig.

- Ergotampine: Middel dat zorgt voor vernauwing van de bloedvaten in de penis.

- Erodiet: Grote kennis van seksualiteit.

- Erogene zonde: Zelfbevlekking.

- Erogene zonen: Nageslacht dat zeer gevoelig is voor seksuele prikkels.


- Erogonomie: Wetenschap die de aanpassing van het ondergoed aan de mens bestudeert.

- Eropeut: Arts die de verschijnselen en gevoelens van de zinnelijke liefde behandelt.

- Erosine: Lichtontvlambaar lichaamsvocht.

- Erossie: Afkalvende seksualiteit.

- Eroteek: Zuigende parasiet die prettige jeuk aan de geslachtsdelen veroorzaakt.


- Erotief: Seksueel creatief.

- Erudief: Plagiaris.


Es

- Escalatiet: Borst ingespoten met purschuim in plaats van met siliconen.

- Escarguts: Gereedschap om de ingewanden uit slakken te peuteren.

- Escaspade: Avontuurtje van een grondwerker.

- Escheet: Verfijnd windje.

- Eskimol: Onder de sneeuw levend graafdier.

- Esperantor: Universeelkever (Carabus zamenhoffii).

- Espressionisme: Op sterke koffie gebaseerde kunststroming.


Et

- Etabliksement: Uitgaansgelegenheid waar de spanning is te snijden.

- Etappers: Journalisten die delen van fietdagtochtjes verslaan.

- Etenschap: Voederkunde.

- Ethologier: Aasetende vogel die het gedrag van zijn voedsel bestudeert.

- Etikut: Plakkerig vagijn.


- Etterbakker: Puspatissier.

- Etterkundige: Specialist in het uitknijpen van puisten.

- Ettertang: Gereedschap om grote puisten mee uit te knijpen.

- Etymologier: Grote vogel die op woordafleidingen aast.


Eu

- Eufemitsme: Voorwaardelijke afzwakking.

- Eufruit: Vruchten uit Irak.

- Eurbaniseren: Het volbouwen van een continent.

- Eurbi et orbi: Zegen voor Europa en de wereld.

- Eureaucratie: Toestand waarin alles volgens de regels en met papieren en formulieren vanuit Brussel geregeld wordt.


- Eurekat: Poes met lumineus idee.

- Eureluurs: Verdwaasd door woud van Brusselse regels. Zie ook tureleurs*.

- Eureool: De sterrenkrans op de vlag van de EU.

- Euriën: De Europese hymne meemurmelen zonder de tekst te weten.

- Eurine: Grensoverschrijdend gezeik.


- Eurisprudentie: Rechtsopvatting van Brussel, zoals die blijkt uit genomen beslissingen.

- Eurkije: Omstreden lidstaat van de EU die gedeeltelijk in Aziïë ligt.

- Euroloog: Specialist in het gezeik van het Europarle­ment.

- Euroma: Door de EU toegestane geur- of smaakstof.

- Eurotiek: Pin-automaat.


- Eurveillant: Medewerker van Europol.

- Euthanasiepik: Door mannelijk arts verstrekt verstikkings­middel.


Ev

- Evaculatie: Ontruiming wegens ernstige spermaoverlast. Syn. Ejacuatie.

- Evangelisaté: Gristenvlees aan een stokje.

- Everhemd: Kledingstuk van zwijntjesjagers.

- Evolutiet: Tegenstandster van creatiet*.


Ex

- Examenvlees: Moet getoond kunnen worden alvorens herexamen gedaan mag worden.

- Exameter: Bij proefwerken gebruikte zesvoets liniaal.

- Exhibietionist: Persoon die in het openbaar zijn kroten toont.

- Exhibijtionist: Vreemde meneer in lange regenjas die graag laat zien hoe hij zijn eigen leuter afkluift.

- Exhibitiet: Vrijwillig publiekelijk vertoonde blote borst.


- Experanto: Voormalige universeeltaal.

- Explositie: Vuurwerkshow.


Home  A B C D   E   F G H I J  K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

web analytics



 Ei-grec
Comments