Z

Za

- Zaadlezing: De toekomst voorspellen aan de hand van een kwakkie.

- Zaadmachine: Full-time spermadonor.

- Zaadvoetbal: Speelse manier om te beslissen wie het eitje mag betreden.

- Zaagdoos: Zeurende vrouw.

- Zaakhond: Huisdier dat je van de belastingen niet privé mag aftrekken.


- Zachtegaal: Zangvogel die zijn best doet om geen mensen wakker te maken.

- Zachterste: Het weekste deel van de billen.

- Zachtjapon: Zijden slaapjurkje.

- Zadelaars: Pijnlijke aandoening aan het achterwerk bij fietsers en paardrijders.

- Zadelborst: Zeepaardrijder in opleiding.


- Zadelkleef: Bij cowboys populair plaksel dat voor fenomenale resultaten zorgt bij de rodeo.

- Zageres: Vocaliste die maar één liedje kent.

- Zagerslatijn: Grootspraak van houtbewerkers over het aantal verloren vingers.

- Zakdeuk: Veel voorkomende blessure bij ongeoefende fietsers.

- Zakdiploma: Schriftelijk bewijs dat je het examen niet hebt gehaald.


- Zakenroller: Zwendelaar met bv's.

- Zakfiets: Verkleind model vrouwfiets*, zodat hij ook geschikt is voor mannen.

- Zakkenbar: Drinkgelegenheid voor onaangename lieden.

- Zakkenkabinet: Meubelstuk om vervelende ministers in op te bergen.

- Zakkenwasserij: Specialistisch schoonmaakbedrijf voor dikbuikige mannen.

- Zakklamp: Sluithaak waarmee een klapzak* wordt gerepareerd.


- Zakmees: Vogeltje met opmerkelijk scrotum.

- Zakramp: Komt veel voor tijdens het voetballen.

- Zakvoerder: Man.

- Zakwaarnemer: Beginnende kontdekkingsreiziger*

- Zalig luideinde: Lawaaierige jaarwisseling.


- Zaliger natgedachtenis: Met bijzonder veel genoegen aan iemand terugdenken.

- Zallergie: Overgevoeligheid voor de toekomst.

- Zalmonella: Alleen in bepaalde vis voorkomende bacterie die voedselvergiftiging veroorzaakt.

- Zandalusië: Woestijngebied in Spanje.

- Zandhuis: Armelijk zandkasteel.


- Zandijvie: Slecht gewassen groente.

- Zandkokkel: Alleen in de Sahara levend tweekleppig weekdier.

- Zanduitstorting: Ejaculatie van een droogkloot.

- Zandwich: Dubbele boterham die op het strand wordt gegeten.

- Zandzaakje: Door rollebollen op het strand gepaneerde piemel.


- Zaneuken: Copuleren om maar van het gezeur af te zijn.

- Zang- en spuitwerk: Wat je mist als je voor het zingen de kerk uit gaat.

- Zatlantis: Legendarisch dronken werelddeel.

- Zatterdag: Voortzetting van vrijdagnacht.


Ze

- Zeboer: Agrarische bultenaar.

- Zedenrelict: Ouwe hoer.

- Zeebaas: Neptunus.

- Zeebra: Bustehouder van meisje loos.

- Zeembonk: Stoere glazenwasser.


- Zeemhond: Huisdier dat gebruikt wordt om de ramen mee te lappen (zie afbeelding)

- Zeemlander: Inwoner van het zuidwesten des lands die het maar moeilijk droog houdt.

- Zeemmeeuw: Vogel die in zijn levensonderhoud voorziet door het wassen van autoruiten die hij eerst zelf heeft ondergescheten.

- Zeenmeermin: Mythisch gespierde vrouw.

- Zeephond: Viervoeter met smetvrees.

- Zeeplander: Traditioneel fris geboende inwoner van ZW Nederland.


- Zeeprover: Slaat alleen toe als je zeep in je ogen hebt.

- Zeeroker: Desperado die voor elke sigaret het ruime sop moet kiezen.

- Zeetamp: Soort zeekomkommer die op pijpvissen jaagt.

- Zeeuwentemmer: Bijnaam van dappere Hollandse graaf.

- Zeezeefje: Apparaat om water in mee naar de zee te dragen.


- Zeikdoek: Luier.

- Zeikjapanner: Draagbare watermeter.

- Zeikwaarnemer: Assistent-dopingcontroleur.

- Zeismograaf: Apparaat dat de hoogte van het te maaien gras registreert.

- Zelfbestijving: Voorspel van mannelijke masturbatie.


- Zelfbevlerking: Hobby waaraan Icarus ten gronde ging.

- Zelfrijzend kakmeel: Instantexcrement voor coprofielen.

- Zelfsmoordenaar: Iemand die zichzelf heeft gewurgd.

- Zemafoon: Communicatieapparaat waarmee ook de ramen kunnen worden gewassen.

- Zenuwpoes: Poes die Labrium* nodig heeft.


- Zepelin: Glibberig luchtschip.

- Zerkbaar: Transportmiddel voor lijken dat ook als grafsteen gebruikt kan worden.

- Zerkwaardig: De moeite waard voor een grafdelver.

- Zerogeen: Ongevoeligheid voor seksuele prikkels.

- Zerogene zone: Waardeloos lichaamsgedeelte.


- Zeropositief: Antistoffen tegen geen enkel virus bezitten.

- Zetpils: Biertje dat rectaal moet worden genuttigd.

- Zeulenroerselen: Alles wat je bezwaart.

- Zeulsport: Het sjouwen van menhirs, populair gemaakt in Gallië.

- Zeulvrucht: Heel grote boon.


- Zeureka: Iemand die tot vervelens toe denkt een geniale gedachte te hebben.

- Zeurpruim: Klaagkut.

- Zevensverzekering: Keert uit na voortijdige dood van een kat.

- Zeverzwijn: Zanikend varken.


Zi

- Zieleboot: Het pontje van Charon.

- Zielenhuis (1): Psychiatrische kliniek.  (2): Kerk.

- Zijken: Heel erg zeuren.

- Zeikmachine: Google Kooks.

- Zijkspan: Aan motorfiets verbonden urinoir.


- Zijnpisser: Existentiële mopperkont.

- Zilverweeuw: Rijke weduwe.

- Zinbabwe: Afrikaans land waar ze altijd goesting hebben.

- Zinbreker (1): Iemand die je elke lust weet te ontnemen.  (2): Komma.

- Zincontinent: Lijden aan spontane zaadlozingen.


- Zinfluenza: Veelal epidemisch optredende lusteloosheid.

- Zingreep: Wellustige betasting.

- Zinzwachtelen: Wollige taal gebruiken.


Zo

- Zoapsterretje: Van de drank geraakte populaire televisieactrice.

- Zodenmeester: Specialist op kerkhof.

- Zodomiet: Homo die het gaatje niet kan vinden.

- Zoeknicht: Iemand die niet zeker is van zijn seksuele geaardheid.

- Zoekplatje: De laatste schaamluis.


- Zoelman: Sporter die zich graag in een modderpoel wentelt.

- Zogmatiek: Plaats waar zuigelingen tegen betaling melk uit de muur kunnen trekken.

- Zombiet: Duf voor zich uit starende wortelknol.

- Zonceptie: Onbevlekte ontvangenis.

- Zonde-energie: Onuitputtelijke krachtbron.


- Zondecollector: Het Grote Boek van Petrus.

- Zondefinieerbaar: Vaagheid van een zedelijke norm.

- Zondemocratisch: Centralisme waarmee bepaald wordt wat goed en slecht is.

- Zondenval: Flitspaal.

- Zondepaneel: Installatie waarin overtredingen van goddelijke of zedelijke voorschriften worden omgezet in positieve energie. Zie ook Kerkcentrale*


- Zonderding: Overdreven besneden dwaas. (zie afbeelding)

- Zondergoed (1): Nudistenlingerie.  (2): De nieuwe kleren van de keizer.  (3): Grootste fout die je kan maken in net gezelschap.

- Zonderlink: Gevaarlijke gek.

- Zondevoeding: Door vegetariërs stiekem gegeten vlees.

- Zondewijzer: Door gristelijke minister uitgebrachte voorlichtingsfolder.


- Zonferentie: Snoepreisje verpakt als zakelijke bijeen­komst.

- Zonnesteak: Op de motorkap gebakken biefstuk.

- Zoöfielt: Dierenmishandelaar.

- Zoogappel: Lievelingsfruit.

- Zooggetuige: Officiële vertegenwoordiger bij de borst­voe­ding om later te kunnen bevestigen dat die heeft plaatsgehad.


- Zooghoogte: Vrouwenborsthoogte. Is zeer variabel en deels leeftijdsafhankelijk.

- Zooglid: Tepel.

- Zoogmachine: Melkmachine voor vrouwen.

- Zooievaar: Vogelsoort die verantwoordelijk wordt gehouden voor het verwisselen van baby's in kraam­klinieken.

- Zoolshoogte: Laag-bij-de-gronds.


- Zoonaanbidder: Moeder van Oedipus.

- Zorgasme: Door Zilveren Kruis verzekerde klaarkomst.


Zu

- Zuchtballon: Zorgwekkend zweeftuig.

- Zuchtposttarief: Alweer duurder geworden.

- Zuchtverfrisser: Oridorant.

- Zuid-Klimburg: Nederlands hooggebergte.

- Zuigdieren: Onderklasse der zoogdieren.


- Zuigjap: Oosterling die het bloed onder je nagels vandaan haalt.

- Zuigmachine (1): Dildo voor mannen.  (2): Hulpmiddel voor luie vrouwen.

- Zuigschuit: Zuigdier* dat er wel pap van lust.

- Zuip-Koreaan: Altijd beschonken inwoner van bepaalde republiek in Azië.

- Zuipeling: Baby die er niet genoeg van kan krijgen.


- Zuipjap: Aziatische tempelier.

- Zuiver: Zeer mooievaar.*


Zw

- Zwaailing: Plantje dat zijn oude leven als zaadje gedag zegt.

- Zwaainicht: Verwijfde neef met slap handje.

- Zwaar bevolkt: Obesië.

- Zwager raken: Als je broer of zus trouwt.

- Zwalul: Meest bekende trekvogel.


- Zwamdiploma: Schriftelijk bewijs van leutervaardigheid.

- Zwaminrichting: Gesticht voor onverbeterlijke leuteraars.

- Zwamsport: Geliefd tijdverdrijf in discussiegroepen.

- Zwamzinnige: Cabaretier.

- Zwangeres: Iemand die haar buik vol heeft van haar zangerschap.

- Zwartekousenwerk: Zondagsrust in het zweet des aanschijns.


- Zwartkerker: Iemand die nooit een duit in het zakje doet.

- Zweefdrug: Middeltje waarvan je in de zwevende hemel raakt.

- Zweefgetouw: Bungee.

- Zweefvoeten: Voeten die zo erg stinken dat je er licht in het hoofd van wordt.

- Zweepdoos: Strenge meesteres.


- Zweepmolen: Speelwerktuig in groot SM-bedrijf.

- Zweepteef: Strenge meesteres.

- Zweepziek: Masochistisch.

- Zweerpraatje: Weersvoorspelling met garantie.

- Zweetgierig: Begerig om te transpireren.


- Zweetmolen: Kermistoestel waarin men peentjes transpireert van de zenuwen.

- Zweetvlieg: Hardwerkend soort insect.

- Zweetvliegtuig: Luchtvaartuig dat de transpiratie van de piloot als brandstof gebruikt.

- Zweledelgeboren: Zwaar geschapen heer.

- Zwelstand: Erectie.


- Zwembah: In zwembassin achtergelaten viezigheid.

- Zwembed: Lek waterbed.

- Zwenkbrauw: Gezichtsbeharing die met de oogbewe­gingen meedraait.

- Zweper: Fanatieke sadist.

- Zwerfkut: Prostituee zonder vaste werkplek.


- Zwetende kiezer: Kiesgerechtigde die uit alle macht probeert te blijven zweven.

- Zwetserland: Land van leuteraars.

- Zwevende kezer: Iemand die nog niet weet met wie te neuken.


- Zwijgfaam: Niet bekend staan om breedsprakigheid.

- Zwijgzaak: Geval dat in de doofpot wordt gestopt.

- Zwijngaard: Akker waarop mazzel wordt gekweekt.


Zy

- Zyguit: Ondeugend kind, ontstaan uit de samensmelting van twee gameten.



Home  A B C D E F G H I J  K L M N O P Q R S T U V W X Y   Z


web analytics




Zeemhond


Zonderding
Twee  miniaturen (door Robert Testard?) in een handschrift van de Roman de la Rose, Frankrijk, 1487-95. Oxford, Bodleian Library, Ms. Douce 195, fols. 122v en 76v