W


Wa


- Waadaapje: Moerasbewonende primaat, familie van de Broerdomp.

- Waakvoorstelling: Dagdroom.

- Waalhalla: Een Franstalig Belgie.

- Waanmaaklimonade: Nep-ranja.

- Waar de Blanke Kop der Denen: Deens nationaal volkslied.

- Waartaal: Een werkelijkheid beschrijvend (zie ook Echtspraak*).


- Wachtleven: Vertier van gebruikers van helpdesks.

- Wafbijtmiddel: Waakhond.

- Wafganistan: Land dat bezet wordt door christenhonden.

- Wafhaalchinees: Aziatisch restaurant voor kanniba­lis­tische honden.

- Wafstraffing: Hondenmishandeling.


- Wafstuderen: Puppytraining.

- Wagenstilstand: Verkeersopstopping.

- Walgebra: Afschuwelijk lelijk tettengareel.

- Walgrus: Afzichtelijke Oost-Europeaan.

- Walgvis: Zeer preuts zeezoogdier.


- Walmgat: Aars.

- Walsvis: Zwaargeschapen dier dat gebruikt wordt bij aanleg en onderhoud van zeestraten.

- Wammes Kachel: Beschonken gans.

- Wancontactdoos: Trut die hem er steeds aan de verkeerde kant insteekt.

- Wandelhout: Geurig stadspark.

- Wanderigheid: Het gevoel hebben tegen de muur te praten.


- Wandhoopsdaad: Met je kop tegen de muur lopen.

- Wandkontactdoos: Muurbloempje dat haar achterwerk showt.

- Wandraden (1): Spelletje waarin je moet gissen tegen welke muur je met je kop zal oplopen.

- Wandvamp: Pin-up.

- Wangverpleging: Verplichte behandeling na een klapzoen.


- Wankelhaak: Gereedschap waarmee scheve schaatsen worden gemaakt.

- Wankermotor: (Eng.) Aandrijfmechanisme met rukas*.

- Wankietalkie (Eng.): Zie Pornofoon*

- Wanklamp: (Eng.) Lichtpunt bediend dmv trekschake­laar.

- Wantlamp: Lichtpunt dat alles beter weet.


- Warmhoudpraatje: Wat je elkaar in het oor fluistert om op temperatuur te blijven.

- Wasterette: Kringloopwinkel.

- Wastgoedhandelaar: Witwassende huizenkoopman.

- Washondje: Huisdier dat je van top tot teen aflikt.

- Wastobber: Iemand met een ernstige vorm van water­vrees.


- Waterkozijn: zie Muskusruit*.

- Waterkut: Vrouwelijk schaamdeel dat groot en nat genoeg is om een kalf in   te verdrinken.

- Watertandem: Vaartuig voor ouder echtpaar op vakantie.

- Watervlees: Vis.


Wc

- WC-brol: Poep- en pieshumor.

- WC-brul: Luidruchtige uiting van ontlasting.


We

- Webcamiontucht: Het via internet aan vrachtwagen­chauffeurs vragen om zich te ontkleden.

- Webomlegging: Page redirect.

- Webpiraat: Iemand die op onverantwoordelijke wijze over het internet raast.

- Wederhoper: Iemand die ondanks teleurstellingen optimistisch blijft.

- Wedstrijdlijder: Degene die als laatste aankomt.


- Weduwen: Wandelen met eenzaam oud vrouwtje in rolstoel.

- Weduwnaad: Vaak triest ogend, maar meestal toch nog in verrassend goede conditie.

- Weekklagen: Zwakjes zijn beklag doen.

- Weengaard: Mislukte druivenkwekerij.

- Weenkaart: Overzicht van bedroevend slechte drankjes.


- Weerschaal: Instrument dat het weer voorspelt aan de hand van het luchtgewicht.

- Wegbelijking: Door Rijkswaterstaat aangebrachte ordening in de ter plaatse gevallen verkeersslachtoffers.

- Wegdrekker: Flauwte na een hele grote boodschap.

- Wegelantier: Wilde rozensoort die het vooral in bermen goed doet.

- Wegetariër: Iemand die alleen afgewogen porties eet.


- Wekdier: Haan.

- Wekwoord: Signaal voor ambtenaar dat de chef eraan komt.

- Welphengel: Vistuig om jonge katachtigen mee te vangen.

- Welrustig: Naar een toestand van ontspanning verlangend.

- Welzwijnswerker: Sociaal arbeider in de bio-industrie.


- Wemelvaart: Dag dat iedereen hetzelfde doel wil bereiken.

- Wenemarken: Land waar je zeer treurig van wordt.

- Wenkbaar: Gehoorzaam.

- Wenkdier: Slijmerd die de aandacht van voorbijgangers wil trekken.

- Wensaap: Primaat waarbij je een wens mag doen als er een uit een boom valt.


- Wentelkieken: Kipje dat aan alle kanten even bruin wil worden. Spitkip.

- Werfdoos: Koffiejuffrouw op bouwplaats (Ketekut).

- Werfzonde: Een zonde die niet is geërfd.

- Werkdier: Ezel.

- Werknicht: Professionele homo. Broodpoot.


- Wespenmest: Uitwerpselen met sterk prikkelende geur.

- West-Fritesland: Vlaanderen.

- Wetenschaap: Eerstejaars student op VWO instelling.

- Wetenschamper: Nogal kritische deskundige.


- Wetenschepper: Academicus die verkondigt dat de bijbel strikt letterlijk genomen moet worden.

- Wezenschap: De leer der ouderloze kindertjes.

- Wezerik: Klier die verantwoordelijk is voor het zijn.


Wi

- Wichelroedehoper: Man die denk iets waardevols te vinden door zijn pik achterna te lopen.

- Wied-a-terre: Kwekerij van rookwaar voor iemand die elders teelt.

- Weedka: Drank die sterk genoeg is om onkruid mee te verdelgen.

- Wiegelid: Penis van pedofiel.

- Wiegschaal: Waarin baby's worden gesteld.


- Wiekcentrum: Molenspil.

- Wielenlikker: Perverse bumperklever.

- Wielerroede: Kwaal waarop veel professionele fietsers worden afgekeurd.

- Wielplantage: Fietsenstalling.

- Wielwaal: Belgische vogel op de fiets.


- Wietloof: Illegale Belgische groente.

- Wietrookvat: Afgesloten ruimte in openbare gelegenheid die meeblowen moet voorkomen.

- Wigzwam (1): Wat op een indiaans leugenbankje wordt verkondigd.

- Wijfeigene: Seksslavin.

- Wijfelen: Aarzelen of je het aan je vrouw zal opbiechten.


- Wijfkenner: Man die altijd eerst langdurig aan een vrouw ruikt alvorens toe te tasten.

- Wijfneuzen: Op vrouwenjacht.

- Wijkschennis: Overtreding van een buurtverbod.

- Wijnneus: Reukorgaan met snotterige afdronk.

- Wijnwasmiddel: Middel om smoezelwijn* stralend wit te krijgen.


- Wijsent: Bijzonder verstandig soort rund.

- Wildbrood: Wentelteefje dat in het bos is geschoten.

- Wildo: Kunstpenis met eigen behoefte, die nooit koppijn heeft en dus altijd voor je klaar staat.

- Willem van Oranja: Prins die werd vermoord om zijn glaasje limonade.  (zie afbeelding)

- Willikeur: Aselect gekozen drankje.


- Windlamp: Lichtpunt dat op darmgas werkt.

- Windluis: Soort bedwants die van sterk vervuilde lucht leeft.

- Windmollen: Graafdiertjes die al schetterend je gazon ondermijnen. Zie ook Fortissimol*

- Windschande: Scheet op ongepast moment, bijvoorbeeld gedurende een one-night standje.

- Windschelm: Jongetje dat in de klas voor de lol scheten laat.


- Windsmurfen: Blauwe mannetjes die de hele dag smerig lopen te smurfen.

- Winkeleren: Wat de vogeltjes 's morgens gaan doen als ze zijn uitgezongen.

- Winterklaas: IJsheiligman.

- Winterschelder: Huisschilder met bevroren kwast.

- Wipfilet: Schaamlippen. Gescheurd vlees.


- Wipheet: Heel erg geil.

- Wipkop: Eikel.

- Wipkunde: Wetenschap der op-en-neer gaande speelwerktuigen. (zie afbeelding)

- Wiplekker: In goede lichamelijke conditie.

- Wiplof (1): Lustopwekkende groente.  (2): Bleek complimentje aan bedpartner.


- Wiploma: Vrijvaardigheidsbewijs.

- Wiplomaat: Omzichtige neuker.

- Wiplomatenkoffer: Veldbed.

- Wippenfokkerij: Fabriek van biologische speelwerk­tuigen.

- Wippig: Is een man met een te kort pikkie.


- Wipsaus: Bij copulatie vrijkomend lichaamsvocht. Zie ook Vulvla*.

- Witspreken: Goedpraten.

- Witte Leus: Wast een berg, kost een beetje.


Wo


- WOA: WC-bril Overdraagbare Aandoening.

- Wodkat: Oost-Europees kleurloos poesje dat kwijlt bij de gedachte aan gerst, rogge of aardappelen.

- Woelig baren: Slecht bevallen.

- Woelige buren: Slechter dan een verre vrienden.

- Woelvis: Waterdier dat last heeft van slapeloosheid.

- Woestvast: Vandaalbestendig.


- Woktober: Maand om de barbecue op te ruimen.

- Wolkbraak: Voedseldropping.

- Wollige neuthoorn: Verouderd model jeneverglaasje.

- Wolvink: Slagschaap. Limburgs schapenras waarmee zangwedstrijden worden gehouden.

- Wolvis: Langharig zeedier.


- Wonderbroek®: Merknaam van jokkebroek*.

- Wonderdduizend: Ongelofelijk hoog getal.

- Wondertamp: Het magische geslacht waar Aladdin over wreef.

- Wonderzoek: Onderzoek met ongelofelijke uitkomst.

- Wondlamp: Verlichting in de operatiekamer.


- Woningpot: Huisvrouw.

- Woningzuiger: Extreme huisjesmelker.

- Woonslip: Zeer comfortabele onderbroek.

- Woonwagenkramp: Kwaal onder buurtbewoners.

- Woordenboer: Krelis van Dale.


- Woordenbroek: Naslagkledingstuk.

- Woordgaap: Minder geslaagde synoniet.

- Woordgraf: Laatste rustplaats voor afgedankte woorden.

- Woordgram: Eenheid voor de gewichtigheid van een tekst.

- Woordgrip: Mate van pakkendheid van een tekst.


- Woordvoedster: Souffleuse.

- Worgaholic: Fanatiek liefhebber van wurgseks.

- Worstbeeld: Afbeelding van het kruis van een mannelijk persoon.

- Worstendom: Duitsland.

- Worstenij: Uitverkochte slagerij.


- Worstwering (1): Verdedigingssysteem van vegetariërs.  (2): Degelijk voorbehoedsmiddel.

- Wortelschijten: Langdurig op de plee verblijven.

- Woutreus: Boom van een agent.

Wr

- Wraakhond: Illegaal vechtdier dat bepaalde incassomede­werkers vergezelt.

- Wraket: Cylindervormig projectiel met gebreken.

- Wrattenkoning: Groep met elkaar verknoopte huidwoekeringen.


- Wreedbeeldtelevisie: Plasmascherm met 2 km beeld­diagonaal.

- Wreedtegraad: Zie Bandwreedte*.

- Wreet (1): Barbaarse aars.  (2): Nodeloos harde bips.

Wu

- Wuiver: Ooievaar die afscheid neemt.



Home  A B C D E F G H I J  K L M N O P Q R S T U V   W   X Y Z

web analytics



Gebrandschilderd portret van Willem van Oranja
op een van de ramen van de St. Janskerk in Gouda.
door een navolger van Ysaak Swanenburg.




Wipkunde
Uit: Meijer's kinderprenten, 1e serie, Kindervreugd,
 ca 1873.